2025 | 2024 | 2023 | 2022 | 2021 | |
|---|---|---|---|---|---|
(x EUR 1.000.000) | |||||
Balans | |||||
Verstrekte kredieten op lange termijn (nominale waarde)2 | 59.204 | 56.991 | 53.854 | 52.167 | 51.888 |
Eigen vermogen | 2.157 | 2.094 | 2.060 | 1.995 | 1.902 |
Tier 1-vermogen | 2.349 | 2.299 | 2.235 | 2.155 | 2.083 |
Balanstotaal | 72.868 | 78.769 | 75.909 | 73.285 | 96.019 |
Risicogewogen activa | 5.490 | 5.550 | 4.659 | 4.792 | 4.641 |
Resultaten | |||||
Renteresultaat | 247 | 248 | 262 | 301 | 286 |
Resultaat financiële transacties | -3 | -37 | -16 | -30 | -20 |
Operationele baten | 244 | 211 | 246 | 271 | 266 |
Operationele lasten | 65 | 60 | 54 | 44 | 35 |
Bankenbelasting en resolutieheffing | 19 | 18 | 18 | 28 | 38 |
Waardeverminderingen van vorderingen | 1 | - | - | - | - |
Belastingen resultaat gewone bedrijfsuitoefening | 46 | 39 | 48 | 56 | 72 |
Nettowinst | 113 | 94 | 126 | 143 | 121 |
Dividend | |||||
Dividenduitkering | 53,0 | 50,0 | 60,0 | 60,0 | 50,0 |
Dividend (in euro's per aandeel) | 898,5 | 847,6 | 1.017,1 | 1.017,1 | 847,6 |
2025 | 2024 | 2023 | 2022 | 2021 | |
|---|---|---|---|---|---|
(x EUR 1.000.000) | |||||
Ratio's (in %) | |||||
Tier 1 ratio | 42,8 | 41,4 | 48,0 | 45,0 | 44,9 |
CET1 ratio | 36,8 | 35,7 | 41,1 | 38,3 | 38,0 |
Cost/income ratio2 | 26,9 | 28,6 | 21,8 | 16,2 | 13,0 |
Dividend pay-out ratio | 47,1 | 53,4 | 47,7 | 41,9 | 41,2 |
Leverage ratio | 39,2 | 24,0 | 20,6 | 18,9 | 14,3 |
Leverage ratio (niet gecorrigeerd voor promotional assets) | 3,5 | 3,1 | 3,1 | 3,1 | 2,6 |
Liquidity Coverage Ratio | 235 | 183 | 160 | 285 | 183 |
Net Stable Funding Ratio | 148 | 134 | 133 | 141 | 133 |
MVO | |||||
Volume nieuw uitgegeven duurzame obligaties in miljoenen euro's | 4.117 | 3.979 | 3.766 | 4.703 | 3.550 |
CO2-emissie equivalenten binnen de bedrijfsvoering p.p. (in ton) | 0,6 | 0,83 | 0,5 | 0,9 | 1,2 |
Dekking portefeuille CO2-emissie equivalenten PCAF (in %) | 98,8 | 98,4 | 98,3 | 91,9 | 90,7 |
CO2-emissie equivalenten leningportefeuille (in kton) | 1.4194 | 1.4964 | 1.4584 | 1.6574 | 1.7314 |
“Het is hard nodig om integraler en verder vooruit te kijken naar de maatschappelijke opgaven voor onze veiligheid en weerbaarheid; daarbij speelt financiering een belangrijke rol”
Het was een intensief en productief jaar", blikt directievoorzitter Lidwin van Velden van NWB Bank terug op 2025. "De geopolitieke omgeving werd onstuimiger en dat had z’n weerslag op Europa, Nederland en dus ook op de bank. Als het gaat om onze weerbaarheid en veiligheid vervult de bank vanaf haar oprichting een belangrijke rol.
Met het financieren van de benodigde langetermijninvesteringen in water en wonen wordt niet alleen onze weerbaarheid maar ook die van toekomstige generaties veiliggesteld.
We zien de afgelopen jaren en ook in de komende jaren een toenemende investeringsbehoefte bij onze klanten. Wij hebben het afgelopen jaar ruim 11 miljard euro aan nieuw krediet verstrekt, vooral aan de publieke watersector en sociale woningbouw. Woningbouw staat in Nederland hoog op de agenda. Dan gaat het om nieuwbouw maar ook om verduurzaming van bestaande bouw, met een toenemende kredietvraag bij de woningcorporaties als gevolg. Ondanks de volatiele geopolitieke situatie zijn wij er als NWB Bank goed in geslaagd om geld op te halen op de internationale kapitaalmarkten. Daaruit blijkt dat we vertrouwen genieten bij investeerders. Alle reden om waakzaam te zijn over ons mooie bedrijfsmodel en de Nederlandse samenleving zo goed mogelijk te blijven dienen. Daarbij kijken we ook over de landsgrenzen, naar de strategische onafhankelijkheid van Europa. Het maakt onze bijdrage aan duurzame energie extra waardevol. En dan heb ik het niet alleen over wind en zon, want voor het eerst financieren we ook een geothermieproject in samenwerking met de TU Delft en Rabobank. In Nederland is de helft van de warmtenetten in handen van de overheid. Het is vitale infrastructuur die we versneld willen uitbreiden. Ook daar speelt NWB Bank graag een rol in.
Europa staat voor ongekende uitdagingen: toenemende geopolitieke spanningen, een versneld veranderend klimaat, natuurschade en woningtekorten. De toenemende frequentie en ernst van weersextremen en voorziene watertekorten benadrukken de urgentie van actie. Vooruitgang vereist gezamenlijke inspanning en een integrale aanpak. Voor onze veiligheid is het essentieel dat we werken aan climate and water resilience. Als voorzitter van de European Association of Public Banks (EAPB) en CEO van NWB Bank heb ik samen met collega’s twee jaar meegewerkt aan de totstandkoming van het rapport van de Reflection Group on Mobilising Climate Resilience Financing. Dat rapport is in december aangeboden aan eurocommissaris Wopke Hoekstra. Het werk van de groep toont aan dat climate resilience een verantwoordelijkheid is die sectoren overstijgt en dat inspanningen elkaar versterken. Door het concept van resilience by design te verankeren, maken we de omslag van reactief naar proactief en voorkomen we economische verliezen en maatschappelijke schade. Het vergt grote maar ook doordachte investeringen – en niet alleen van de overheid, maar ook van het bedrijfsleven – om voldoende weerbaar te worden voor zowel extreme droogte als overstromingen. Het rapport bevat aanbevelingen hoe je de investeringen kunt financieren en hoe je door proactief rekening te houden met het veranderende klimaat op termijn de investeringen ook terug kunt verdienen: resilience by design."
Wij zijn ons als bank bewust van de samenhang van de maatschappelijke opgaven van onze klanten en samenleving. In de geest van resilience by design hebben we samen met woningbouwcorporatie Ymere het initiatief genomen om de partijen die allemaal een opgave hebben in een te ontwikkelen woongebied bij elkaar te brengen voor een pilot. De partijen zijn ook klanten van de bank, zoals het verantwoordelijke waterschap en drinkwaterbedrijf. De ambitie is een waterpositieve wijk te ontwikkelen in Haarlem, die NWB Bank mede financiert. De nieuwbouwwijk wordt een leefomgeving met betaalbare woningen, die door een integrale blik op waterkwaliteit, waterbeschikbaarheid, groen en klimaatadaptatie klaar is voor de toekomst. Vooraf hebben alle betrokken partijen de koppen bij elkaar gestoken, om zo veel mogelijk synergievoordelen te behalen en tot een integrale visie te komen.
Dan blijkt dat je veel van elkaar kunt leren en een integrale aanpak voordeel biedt, met als uiteindelijke doel een toekomstbestendige en leefbare wijk te ontwikkelen waarmee je kosten door klimaatschade en waterschaarste in de toekomst voorkomt. Want het is hard nodig om integraler en verder vooruit te kijken naar de maatschappelijke opgaven voor onze veiligheid en weerbaarheid; financiering speelt daarbij een belangrijke rol. Europa warmt sneller op dan de rest van de wereld, bosbranden en overstromingen wisselen elkaar af, de natuur verslechtert en er ontstaan watertekorten en hittestress. Bij de energielevering kampen we met netcongestie en anders dan we soms denken is water uit de kraan ook niet oneindig. Dat merk je al als je op warme dagen de tuin niet kunt sproeien. Tegelijkertijd willen we onze veiligheid en economie waarborgen en moet het leven betaalbaar blijven. Dat betekent nu investeren om kosten in de toekomst te voorkomen en de woningbouwopgave biedt daarvoor een uitgelezen kans.
Het is alleen maar logisch om te komen tot een integrale aanpak en dat is ook waarvoor Peter Wennink pleit in zijn rapport De route naar toekomstige welvaart, aangezien veel met elkaar verbonden is. Een integrale blik met synergie tussen de betrokken partijen: dat is de manier waarop we het verdienvermogen en de leefbaarheid van ons land in stand kunnen houden, met oog voor mens, maatschappij en natuur. Een nationaal en Europees streven naar energieonafhankelijkheid draagt bij aan strategische autonomie. Daarvoor hebben we wel een duidelijk plan van het nieuwe kabinet nodig, waarbij het bedrijfsleven en de financiële sector zich kunnen aansluiten, want wispelturig beleid is funest voor langetermijnvraagstukken. Een integrale langetermijnaanpak om de uitdagingen waar Nederland voor staat aan te kunnen."
Er zijn grote tekorten in de sociale woningbouw, maar ook in het middensegment. Om die reden heeft de Europese Commissie het European Affordable Housing Plan opgetuigd. Daar heeft de EAPB een belangrijke rol in gespeeld. Het gat in termen van beschikbaarheid en betaalbaarheid is groot tussen een sociale woning en een middenhuurwoning. Dat gat moeten we dichten om de doorstroming te bevorderen. Ook hier is het zaak om kennis te delen tussen betrokken partijen, wat de bouw zelf betreft maar ook om te komen tot aantrekkelijke vormen van financiering. Met het oog daarop helpt het enorm dat de Europese Commissie de voorwaarden voor staatssteun bij de woningbouw verruimt naar het middensegment. Hierdoor kunnen de publieke banken, die nu al een grote rol spelen bij de financiering van de sociale woningbouw, ook een rol gaan spelen bij middenhuur.
Wij combineren een professionele bancaire organisatie met maatschappelijke impact en een wat compactere organisatie, waardoor je effect ziet van je werkWe zijn qua medewerkers weer iets gegroeid, maar niet meer zo veel als de jaren ervoor, van 2021 tot 2024. We hebben nu een omvang die past bij onze organisatie, waardoor de groei afvlakt. Nu ligt de focus op zorgen dat iedereen goed op z’n plek zit en effectief kan werken met de goede overdracht van kennis en ervaring. We houden met enige regelmaat peilingen om het welzijn en de tevredenheid van medewerkers te meten, zodat we proactief kunnen handelen. Ook hebben we een functiehuis ingericht om de transparantie en ontwikkelmogelijkheden te bevorderen. Er zijn binnen sommige onderdelen nog enkele externen voor wie we op termijn een interne oplossing zoeken. Dat geldt met name voor de ICT-organisatie, die hard is doorgegroeid en waarvoor het op een krappe arbeidsmarkt een uitdaging is om geschikte mensen te vinden. Toch is het zo dat we over het algemeen goed in staat zijn om nieuwe medewerkers te werven. Dat heeft te maken met het karakter van onze bank: wij combineren een professionele bancaire organisatie met maatschappelijke impact en een wat compactere, platte organisatie, waardoor je het effect ziet van je werk. We merken dat dit zeker de jongere generatie aanspreekt.
De groei vereist wel meer inspanning om voor verbinding te zorgen, ook door het thuiswerken. Daarom willen we dat iedereen minimaal twee dagen per week op kantoor is. Dat is essentieel voor persoonlijk contact, voor onderlinge inspiratie en om met elkaar NWB Bank te zijn. Om slagvaardig te zijn, is het essentieel dat we elkaar goed weten te vinden en ieders rol kennen om te kunnen slagen in onze missie: samen investeren we in een waterbewuste en duurzame samenleving. Tweemaal per jaar gaan onze medewerkers ‘samen op reis’ naar een van onze klanten of duurzame projecten, om te zien waar we als bank aan bijdragen. Ook gaan we ‘samen met elkaar in gesprek’ met aansprekende mensen, die niet alleen hun eigen verhaal vertellen, maar ook hun licht laten schijnen op de bank en haar rol. Dat waren ditmaal Toon van der Klugt, voormalig dijkgraaf en commissaris bij de bank, en Koos Biesmeijer, hoofd van de onderzoeksgroep Nederlandse Biodiversiteit en Samenleving bij Naturalis. En eenmaal per jaar hebben we de NWB Samen Dagen, met inspirerende sprekers, uitdagende workshops en mooie gesprekken. Dit jaar was het thema samenwerken en werden we geïnspireerd door het verhaal van wedstrijdzeiler Gerd-Jan Poortman. Heel leerzaam en inspirerend, zoals de verhalen over samenwerken tijdens de Ocean Race terwijl je blootstaat aan natuurkrachten. Nogmaals: het is essentieel om verbinding met elkaar te creëren en te zien wat we bereiken en waar we het allemaal voor doen."
We hebben twee wisselingen gehad: Frenk van der Vliet bereikte aan het einde van het jaar zijn maximale termijn. We hebben de afgelopen 14 jaar fijn en nauw met Frenk samengewerkt, mooie maatschappelijke en duurzame resultaten behaald en we gaan hem missen als persoon. Tegelijkertijd zijn we blij met de komst van Elvira Eurlings als zijn opvolger. Zij beschikt over uitgebreide kennis en ervaring in de financiële sector gekoppeld aan duurzaamheid. En ook de vacature die in augustus ontstond toen de CFO vertrok, hopen we op korte termijn te kunnen invullen. Sinds augustus beschikken we over een IT-directeur op tijdelijke basis met veel ervaring op dit belangrijke terrein: Tom Stoutenburg.
Ondanks de volatiele geopolitieke situatie zijn wij er goed in geslaagd geld op te halen op de kapitaalmarktenNWB Bank is een bank van en voor de publieke sector met bijzondere aandacht voor water en duurzaamheid. Met onze hoge kredietwaardigheid trekken we tegen gunstige tarieven privaat geld aan voor onze publieke klanten. Zo dragen we bij aan lage lasten voor de burger en een betaalbare verduurzaming van Nederland.
PROFIEL VAN NWB BANKWij zijn een national promotional bank. Dit betekent dat we met onze activiteiten bijdragen aan publieke opgaven. NWB Bank is opgericht door en voor de waterschappen, maar al vrij snel zijn we de bredere Nederlandse publieke sector gaan financieren. Met onze financiering richten we ons op organisaties en initiatieven die maatschappelijke meerwaarde leveren. Wij streven geen winstmaximalisatie na, maar willen een gezond rendement maken, zodat we ook in de toekomst kunnen bijdragen aan publieke opgaven.
Vanaf onze oprichting in 1954 financieren wij maatschappelijke organisaties, projecten en fondsen in Nederland. Op 5 mei 1954 is onze bank opgericht om na de Watersnoodramp waterschappen te helpen bij de enorme investeringsopgave om ons land te beschermen tegen water. Al in 1939 bestonden plannen voor de oprichting van een waterschapsbank. De ramp van februari 1953 bracht de oprichting in een stroomversnelling. Er lag dus meteen een belangrijke taak.
In het huidige tijdperk staan we voor nieuwe uitdagingen: verduurzaming en de energietransitie zijn topprioriteit. De overgang naar een klimaatneutrale, natuurinclusieve en circulaire economie vergt de komende decennia grote investeringen die veelal over een lange periode terugverdiend moeten worden. Dit soort langetermijnfinanciering past bij uitstek bij onze bank. Een grote pre is dat we voor deze langetermijninvesteringen passende financiering kunnen verstrekken en de financieringskosten voor onze klanten laag kunnen houden. Dat is te danken aan onze hoge kredietwaardigheid en ons efficiënte bedrijfsmodel.
Het geld dat wij uitlenen aan onze klanten halen we op in de internationale geld- en kapitaalmarkt. We doen dit zo veel mogelijk met de uitgifte van ESG-obligaties, waarbij ESG staat voor de duurzaamheidscriteria Environmental, Social en Governance. De activiteiten van de waterschappen financieren we met Waterobligaties (Green Bonds) en voor de financiering van de sociale woningbouw geven we Social Bonds uit. We zijn hier zeer ervaren in en hebben sinds de uitgifte van onze eerste ESG-obligatie in 2014 op die manier al ruim € 35 miljard opgehaald. In Nederland zijn we daarmee een van de koplopers en ook internationaal hebben we een toonaangevende positie.
De positie die we als financiële instelling hebben opgebouwd, is mede te danken aan onze compacte organisatie en open cultuur. Die zorgen ervoor dat we slagvaardig, deskundig en inventief zijn. Wat onze organisatie ook kenmerkt is integriteit: klanten en andere stakeholders kunnen op ons vertrouwen. En net als onze klanten willen we zelf het goede voorbeeld geven als het gaat om duurzaamheid binnen de organisatie.
Zo stoot ons gehele wagenpark geen CO2 uit en heeft ons kantoorpand energielabel A+. Duurzaam en maatschappelijk verantwoord ondernemen is dus ook onderdeel van al onze ínterne processen.
Meer en meer financieren we onze klanten met duurzame obligatiesHet overgrote deel van onze kredietportefeuille bestaat uit kredietverlening aan (decentrale) overheden of instellingen onder garantie van (decentrale) overheden. Mede daardoor beschikken we over de hoogste kredietwaardigheidsratings AAA/Aaa en staan we zesde op de lijst van ’s werelds veiligste banken. Dankzij onze hoge kredietwaardigheid, financiële deskundigheid en slagvaardige organisatie zijn we in staat actief in te spelen op de financieringsbehoeften van de Nederlandse publieke sector, ook in moeilijke tijden.
Als significante bank staan we onder direct toezicht van de Europese Centrale Bank. De intensiteit en hoge eisen van dit toezicht, dat voor een national promotional bank als NWB Bank niet wezenlijk anders is dan voor een commerciële bank, en ook onze eigen wens om professioneel en deskundig te opereren, brengen met zich mee dat we continu investeren in onze organisatie, medewerkers en systemen.
Ondanks de economische en geopolitieke onzekerheden is de Nederlandse economie in 2025 gegroeid met 1,7% ten opzichte van het voorgaande jaar. De invloed van de door de VS ingevoerde importheffingen en de druk op overheidsschulden in Europa, vooral vanwege de noodzakelijk geachte toename van defensie-uitgaven, hebben vooralsnog een beperkte invloed op de economische groei in Nederland.
DE WERELD OM ONS HEENOndanks de hogere importheffingen van de VS is de wereldhandel toegenomen, mede door bedrijven die hierop anticipeerden en door hogere wereldwijde overheidsuitgaven. Hiervan profiteert Nederland als open economie. De Nederlandse groei werd verder gedreven door een toename van de consumptieve uitgaven onder invloed van hogere lonen.
In 2025 bedroeg de gemiddelde inflatie in Nederland 3,3% volgens het CBS. De inflatie werd grotendeels veroorzaakt door stijgende woonkosten en prijzen voor voedsel en niet-alcoholische drank. Hiermee is de inflatie hoger dan het gemiddelde in de EU van 2,1%, hetgeen al meerdere jaren het geval is. Naar verwachting zal ook in 2026 de Nederlandse inflatie nog aanzienlijk blijven door verdere salarisstijgingen en verhoging van btw-tarieven.
In 2025 verlaagde de ECB de rente op de depositofaciliteit van 3,25% in verschillende stappen naar 2% op 11 juni 2025, in het licht van afnemende inflatie en groeiverwachtingen. De ECB heeft daarna geen rentewijzigingen meer doorgevoerd, mede vanwege geopolitieke onzekerheden en onduidelijkheid over de impact daarvan op de inflatie.
De geopolitieke onzekerheden in combinatie met druk op overheidsschulden in de eurozone, mede in verband met hogere defensie- en infrastructuuruitgaven, hebben geleid tot oplopende langeretermijnrentes en een steilere rentecurve. Dit effect werd versterkt door de overgang in Nederland naar een nieuw pensioenstelsel, waarbij de verwachting is dat pensioenfondsen minder lang gaan beleggen. In 2025 is de korte rente, relevant voor de geldmarkt, door de renteverlagingen van de ECB gedaald met 1,25%-punt naar 2% en de lange rente is juist gestegen. De 10-jaarsrente is met 0,6%-punt gestegen naar bijna 3% en de 30-jaarsrente met meer dan 1%-punt naar 3,25%.
Het geopolitieke landschap kenmerkt zich door de overgang van een unipolaire wereld naar een multipolaire wereld met meerdere machtsblokken. Er is sprake van een fragmenterende wereldorde met meerdere machtscentra, waarbij naast de Verenigde Staten en China ook middelgrote spelers als India, Brazilië, Indonesië en de EU een rol spelen. Daarnaast lijken grote bedrijven, zoals de Amerikaanse big tech, zich in toenemende mate met een eigen geopolitieke agenda op het wereldtoneel te bewegen. Dit leidt ertoe dat belangentegenstellingen in de wereld toenemen en competitie en confrontatie dominanter worden dan mondiale samenwerking. Het jaar 2025 bevestigt dit beeld. Er is sprake van een verschuiving naar een meer transactionele benadering van het buitenlands beleid, waarbij bilaterale overeenkomsten voorrang krijgen boven het handhaven van multilaterale allianties.
Het verhoogde geopolitieke risico is voor NWB Bank aanleiding geweest om in haar risicomanagement meer aandacht te besteden aan dit risico. Zie Risicomanagement in het Corporate Governance-hoofdstuk, waar dit verder wordt toegelicht.
Tegen deze achtergrond verlegt de EU de focus, geïnspireerd door het Draghi-rapport uit 2024, naar veiligheid en weerbaarheid, strategische autonomie en concurrentievermogen. De EU geeft vorm aan de belangrijke bouwstenen hiervoor: het vereenvoudigen van regelgeving en besluitvorming, een strategische investeringsagenda, een geïntegreerde Europese kapitaalmarkt, industrieel beleid en innovatie, climate en water resilience en een snelle uitrol van hernieuwbare energie.
Elina Bardram geeft aan dat ook investeren in klimaatbestendigheid hierbij hoort, zie Case: mobiliseren van financiering voor klimaatbestendigheid. Klimaatbestendigheid opbouwen gaat immers niet alleen over het voorkomen van schade en verliezen, maar ook over het waarborgen van veiligheid, economische levensvatbaarheid op de lange termijn en het benutten van nieuwe kansen.
In 2025 werkten de waterschappen verder aan de versterking van dijken, verbetering van de waterkwaliteit en de aanpassing van het watersysteem aan extremer weer. De invoering van het nieuwe belastingstelsel moet zorgen voor een eerlijkere en toekomstbestendige financiering van het waterbeheer, terwijl de investeringsopgave groot blijft, mede door strengere Europese eisen en toenemende druk op waterveiligheid. De drinkwaterbedrijven richten zich met hun toenemende investeringen op een toekomstbestendige watervoorziening.
Woningcorporaties zetten in 2025 opnieuw stevig in op verduurzaming en nieuwbouw. Onder andere de aanpassing van de projectsteun, de verhoging van het maximale borgingsplafond bij het WSW en het toewijzen van zogenoemde doorbraaklocaties voor versnelde woningbouw hebben bijgedragen aan meer ruimte voor investeringen in energiezuinige renovaties en betaalbare woningen. Tegelijkertijd blijven stijgende kosten, schaarste aan bouwcapaciteit en de noodzaak om het bouwtempo op te voeren belangrijke uitdagingen. De financiële positie van de sector bleef stabiel, mede door de groeiende borgingscapaciteit via het WSW.
Op het gebied van duurzame energie werd verder gebouwd aan een robuuste energie-infrastructuur. Netbeheerders en overheid investeerden in nieuwe elektriciteitsverbindingen, waterstofleidingen en warmtenetten om de energietransitie te ondersteunen. Gemeenten speelden via de VNG een centrale rol bij de ruimtelijke inpassing en het aanpakken van netcongestie. NWB Bank financierde na wind- en zonne-energieprojecten voor het eerst een geothermieproject.
Deze ontwikkelingen laten zien hoe Nederland in 2025 bleef werken aan klimaatbestendigheid, duurzame-energievoorziening en een toekomstbestendige leefomgeving.
Tegelijkertijd is het belangrijk dat er in essentiële levensbehoeften wordt voorzien, zoals wonen. Een gebrek aan beschikbare en betaalbare woningen is niet alleen in Nederland een probleem, maar speelt EU-breed. Matthew Baldwin geeft aan dat de EC met haar in december gepubliceerde Affordable Housing Plan belangrijke stappen zet om dit gebrek aan beschikbare en betaalbare woningen te adresseren, zie Case Woningcrisis. NWB Bank heeft actief bijgedragen aan het plan vanuit haar rol als voorzitter van de European Association of Public Banks. Na Nederlandse implementatie hiervan biedt de aanpassing van de staatssteunregels NWB Bank de mogelijkheid om haar rol als financier van sociale huisvesting te verbreden naar middenhuur, waarmee ook de doorstroom kan worden bevorderd.
In december heeft Peter Wennink het rapport De route naar toekomstige welvaart gepresenteerd. Het rapport stelt dat structurele keuzes, langetermijninvesteringen en een krachtige nationale strategie noodzakelijk zijn om het Nederlandse verdienvermogen te waarborgen. De invulling hiervan is een taak voor het nieuwe kabinet. De formatie is, na het demissionair worden van het kabinet-Schoof op 3 juni en de verkiezingen op 29 oktober, afgerond met het bekend worden van een regeerakkoord op 30 januari 2026 van het minderheidskabinet van D66, CDA en VVD.
Een duurzaam verdienvermogen vraagt om de beschikbaarheid van goede publieke voorzieningen. Economische groei is niet mogelijk zonder waterveiligheid, een adequate waterbeschikbaarheid, betaalbare woningen, betrouwbare en betaalbare nutsvoorzieningen, een gezonde natuurlijke leefomgeving en een robuuste publieke infrastructuur. NWB Bank draagt hier als financier en partner van het publieke domein actief aan bij. We onderzoeken continu met onze publieke partners hoe de effectiviteit van onze bijdrage aan deze maatschappelijk opgaven vergroot kan worden.
Elina Bardram en Magdalena Bos-Lewandowska zijn director respectievelijk policy officer for Climate Resilience and Information Management. Als zodanig werken ze in Brussel voor het directoraat-generaal voor Klimaatactie en rapporteren ze aan de Nederlandse Eurocommissaris Wopke Hoekstra. Ze praten ons bij over het klimaatbeleid van de Europese Unie.
Europese Green DealKlimaatwet maakt klimaatneutraliteit in 2050 bindend
Doel: 90% minder netto‑uitstoot in 2040
€ 275 miljard voor schone investeringen en 42% van middelen naar klimaatactie
“Het jaar 2025 was geen goed jaar in de wereldwijde strijd tegen klimaatverandering. Een nieuw type ontkenning stak de kop op, retoriek van personen en landen. Het gevolg was dat de uitstootreductie vertraging opliep. Daar staat tegenover dat we progressie blijven boeken richting 2040.” Dat is het jaar waarin de Europese Unie volgens de eigen Europese Klimaatwet de tussenstap van 90 procent minder broeikasgasemissies ten opzichte van 1990 moet bereiken, op weg naar klimaatneutraliteit in 2050. En ondanks alle luidkeels beleden klimaatscepsis is er ook een positieve verschuiving waarneembaar in het klimaatdenken: van vrijblijvendheid naar urgentie. “We raken er met z’n allen van doordrongen dat als we niets doen, de schade door klimaatverandering enorm is. Dat zie je nu al met weersextremen, zoals die ook in Nederland hebben plaatsgevonden. En de schade neemt alleen maar toe, tot naar schatting 400 tot 800 miljard dollar per jaar in 2030.” Oftewel: de CO2-voetafdruk verkleinen en de risico's van klimaatverandering beheersen is niet alleen ecologisch maar ook economisch van belang.
De schade mag op termijn enorm zijn, klimaatbeleid vraagt ook aanzienlijke investeringen. Om daar een weg in te vinden heeft de Europese Commissie de Reflection Group on Mobilising Climate Resilience Financing in het leven geroepen. Die overhandigde afgelopen december zijn rapport aan de Eurocommissaris voor Klimaat, Nettonul en Schone Groei Wopke Hoekstra. “Alle stakeholders waren erbij betrokken, met een breed scala aan experts. Het leverde waardevolle discussies op, waaruit opnieuw bleek dat resilience ook economisch een verstandig streven is. Je pakt er ook risico’s in de toeleveringsketen mee aan. De prijzen van grondstoffen kunnen flink fluctueren, dan is het gunstig als je minder afhankelijk wordt van de wereldmarkt. Klimaatbeleid van doel naar middel: het maakt ons toekomstbestendig en bezorgt de EU een goede concurrentiepositie dankzij een verbeterd vestigingsklimaat en de export van nieuwe technologie.” Met een milde sneer naar de sceptici: “Resilience biedt werkelijke oplossingen voor uitdagingen in de werkelijke wereld.”
Klimaatbeleid van doel naar middel. Resilience is ook economisch een verstandig strevenOok de national promotional banks, publieke banken zoals NWB Bank, mengden zich volop in de discussie. Zeer waardevol, volgens Elina en Magdalena, want zij kunnen als financiers van de transitie veel betekenen. Namens NWB Bank en als voorzitter van de European Association of Public Banks (EAPB) werkte ook Lidwin van Velden mee aan het rapport. Elina: “NWB Bank beschikt over een robuuste basiskennis en vormt een rijke bron van informatie. De bank kan bogen op jaren ervaring, die terugvoert tot de tragische Watersnoodramp in de jaren vijftig. En het feit dat Nederland voor een deel beneden zeeniveau ligt brengt ook veel kennis met zich mee. Daar kunnen we in de hele EU iets van leren, maar ook wereldwijd. Al met al biedt het rapport een integrale visie voor beleid, geen lappendeken aan maatregelen maar ook geen panacee. We willen niemand de les lezen, maar hopen wel te inspireren om een stap extra te zetten in het klimaatbeleid. Dat verlangen de burgers ook: verminder uit voorzorg de kwetsbaarheden.”
Voor ons aller veiligheid, voor de economie maar ook voor ons toekomstig verdienmodel. Duurzame innovaties bieden immers volop kansen op de wereldmarkt. “Dat zie je nu al met de kennis van waterbeheer in Nederland: andere landen huren Nederlandse ingenieurs in om overstromingen te voorkomen. Precisielandbouw is ook zo’n voorbeeld van kennis die je kunt exporteren. Daar is een enorme markt voor en de vraag zal alleen maar toenemen. De ontwikkelingen in klimaatwetenschap en -beleid gaan razendsnel. We staan voor een grote uitdaging, maar ook voor een grote kans. Wat niet wil zeggen dat we ons als Europa alleen op resilience tech moeten richten, je wilt niet één kunstje kunnen. Bovendien: investeren in resilience is géén alternatief voor uitstootreductie, het komt ernaast. Fossiele brandstoffen uitfaseren maakt ons minder afhankelijk van onvoorspelbare partners. Als je decarboniseert heb je geen oliestaten meer nodig. En als je je resilience vergroot word je minder kwetsbaar.” Het is het soort strategische autonomie waar Mario Draghi voor pleitte in zijn rapport uit 2024 om de Europese concurrentiekracht voor de toekomst zeker te stellen.
Die concurrentiekracht wordt volgens critici gehinderd door een overvloed aan regelgeving, reden voor de Europese Commissie om daar iets aan te doen. Onder aanvoering van Commissievoorzitter Ursula von der Leyen ging vorig jaar het roer om: regels werden herzien en gestroomlijnd, streven naar minder regels. En dus ook minder klimaatregels. Zo werd het mkb ontheven van zijn verplichtingen voortvloeiend uit de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD), de verslaglegging over de impact van een bedrijf op mens en milieu. Dat is geen nederlaag voor het directoraat-generaal voor Klimaatactie waar Elina en Magdalena met hart en ziel voor werken. “Het was een kwestie van proportie. Het scheelt nogal wat of je een bedrijf bent met duizend medewerkers of vijf. De CSRD is er gekomen met de beste intenties, maar achteraf gezien was de balans zoek. Om die nu uitsluitend van toepassing te verklaren op grote ondernemingen is pragmatisme. Dat betekent niet dat de EU het opgeeft, nee, we blijven leveren wat we hebben beloofd.”
Het onderstreept het belang van afstemming met alle stakeholders en dat heeft de Europese Commissie zich ter harte genomen. Haalbaarheid en proportionaliteit staan hoog op de agenda bij het klimaatbeleid, alle betrokkenen in de besluitvorming meenemen om zo motivatie te kweken in plaats van weerzin. Dat leidt ertoe dat je er langer over doet om tot maatregelen te komen, maar juist de vaart erin komt bij de implementatie. Immers: alle neuzen staan dezelfde kant op. “Maatregelen moeten passend zijn en praktisch uitvoerbaar. Gebruiksvriendelijk en niet al te dogmatisch, met een realistisch traject. We zitten in een fase dat we wat adempauze moeten creëren, voor stabiliteit moeten zorgen. Het voornaamste is dat de transitie gewoon doorgaat, simpelweg omdat het probleem niet vanzelf weggaat. Hoewel de internationale klimaatactie in 2025 tegenwind ondervond, blijft de Europese Unie op koers. Met resilience maken we ook onze infrastructuur robuuster, voor onze veiligheid en verdediging.”
En voor onze portemonnee, dus. Het Europees Milieuagentschap kwam vorig jaar met het onthutsende cijfer dat in de periode 1980-2024 de klimaatschade in de EU is opgelopen tot 822 miljard euro. Verontrustender nog: “25 procent daarvan betreft schade in de afgelopen vier jaar. Herstel is veel duurder dan voorkomen: volgens berekeningen van het World Resources Institute voorkomt één euro die je uitgeeft aan resilience tien euro aan schade. Je voorkomt ook verlies aan economische activiteit, want in een rampgebied kun je geen geld verdienen of belasting innen. Ter illustratie: de overstromingen in 2023 in Slovenië veroorzaakten een schadepost van ongeveer 15 procent van het bbp. En na de bosbranden rond Los Angeles begin 2025 zijn nog geen twaalf huizen herbouwd. Het toont dat branden en overstromingen een kettingreactie aan effecten teweegbrengen. Daar komt nog bij dat de problemen elkaar versterken: langdurige droogte maakt dat de grond minder in staat is regen te absorberen. Het goede nieuws is dat we veel kunnen doen, anticiperen op wat er komen gaat door resilience by design. Tot op zekere hoogte moet je risico’s accepteren, maar we moeten ervoor zorgen dat we in staat zijn om de grote klappen op te vangen. Handelen met de blik vooruit, niet als het te laat is. Dat geldt voor ons allemaal: burgers, bedrijven en beleidsmakers.”
Het is belangrijk dat we op EU-niveau een gedeelde visie hebben op de waarschijnlijke klimaatscenario’s op de langere termijn en dat we toegerust zijn om de risico’s die daarmee gepaard gaan te beheersen: door maatschappelijke en economische resilience by design op te bouwen.Klimaatverandering is niet statisch, het verloopt dynamisch. Bovendien vergt de situatie in elk land en zelfs elke regio een andere aanpak. “Daarom willen we als Europese Commissie niet zozeer wetten uitvaardigen als wel richtlijnen geven en aanbevelingen doen, op basis van wetenschap die voortdurend evolueert. Het is belangrijk dat we op EU-niveau een gedeelde visie hebben op de waarschijnlijke klimaatscenario’s op de langere termijn en dat we toegerust zijn om de risico’s die daarmee gepaard gaan te beheersen: door maatschappelijke en economische resilience by design op te bouwen. Vervolgens is het aan de lidstaten zelf om beleid te maken.” Alle stakeholders krijgen een stem, zodat niemand voor verrassingen komt te staan. “We houden open consultaties om plannen te valideren. Niet snel met regelgeving komen, maar de tijd nemen om het goed te doen. Luisteren naar de stakeholders en van hen leren, zodat we een zo compleet mogelijk beeld krijgen. Tegelijk groeit het bewustzijn onder de mensen door alle catastrofes, verlangen ze dat we radicale stappen zetten in resilience. Dat zie je ook in het Europees Parlement, waar de inzet op resilience van links tot rechts steun krijgt. Het is een agenda die alle partijen verenigt. De Europese Unie heeft een historische kans om een baken te zijn en de wereld de weg te wijzen.”
Samen met onze stakeholders investeren we in een waterbewuste en duurzame samenleving. We willen een bijdrage leveren aan ecologische en sociaal-maatschappelijke doelen voor de lange termijn. Dat doen we in de eerste plaats door onze klanten passende en zo gunstig mogelijke financiering te bieden. Zo houden we de lasten van de burger laag en de verduurzaming en fysieke veiligheid van Nederland betaalbaar.
MISSIE VISIE
Het visievierluik hierboven vat samen waarom we bestaan, waar we voor staan en waar we in uitblinken. Onderdeel van het visievierluik is ons 'gewaagd doel', dat is bedoeld om onze medewerkers te stimuleren bij te dragen aan de energietransitie en verduurzaming van Nederland.
De Nederlandse Waterschapsbank N.V. (NWB Bank) is een national promotional bank. Met onze activiteiten dragen we bij aan het realiseren van publieke beleidsdoelen. We zijn in 1954 opgericht door en voor de waterschappen, een jaar na de Watersnoodramp, onder het motto: dit nooit weer. Naast waterschappen zijn we vrij snel ook de bredere Nederlandse publieke sector gaan financieren. Als significante bank staan we onder direct toezicht van de Europese Centrale Bank.
In afstemming met de raad van commissarissen en stakeholders hebben we in 2018 de strategie voor de middellange termijn vastgesteld: 'de duurzame waterbank'. In eerste instantie werden doelen opgesteld voor de periode 2019-2023. Deze zijn in 2021 doorgetrokken naar 2026, nadat we bij een mid-term review constateerden dat de strategie werkt en de uitvoering op koers ligt. In 2026 worden de strategische doelen opnieuw bezien.
De waarde die NWB Bank als 'duurzame waterbank' aan de maatschappij toevoegt en het proces dat daaraan ten grondslag ligt, hebben we in beeld gebracht met het waardecreatiemodel.
Input heeft betrekking op de specifieke kwaliteiten en de soorten kapitaal die wij gebruiken om waarde te creëren.
In het Businessmodel staan onze missie, strategiepijlers en stakeholders centraal.
Output: als bank van en voor de publieke sector hebben we één kerntaak: passende financiering verstrekken tegen zo gunstig mogelijke voorwaarden.
Bij Outcome gaat het om de directe effecten van de door ons verstrekte financiering (de Output). We hebben deze geordend naar de vijf onderdelen van onze strategie: de drie pijlers, het fundament en het sluitstuk.
Bij het onderdeel Impact kijken we naar de toegevoegde waarde die klanten met onze financiering voor de maatschappij creëren. Deze hebben we vertaald naar de zes Sustainable Development Goals (SDG's) van de Verenigde Naties waar we de meeste impact op hebben.
Onze strategie is gericht op het optimaal benutten van kansen om verantwoord rendement te realiseren en maatschappelijke impact te maken. Tegelijkertijd zorgen we ervoor dat we de risico’s voor onze organisatie beheersen. Als het gaat om kansen en risico's gaan we in lijn met de CSRD uit van het concept van dubbele materialiteit. Volgens dit concept worden belangrijke thema's en onderwerpen van twee kanten belicht: enerzijds gaat het om de mogelijke positieve en negatieve impact van de organisatie op mens en milieu, anderzijds kijken we naar de financiële effecten van duurzaamheidsgerelateerde risico’s en kansen voor de organisatie zelf. Het eerste wordt het inside-outperspectief genoemd, het tweede het outside-inperspectief.
De afgelopen jaren hebben we de transparantie omtrent de (strategische) kansen en risico’s op het gebied van duurzaamheid (ESG) verder versterkt. Bij onze rapportage hierover gebruiken we de aanbevelingen van de Task Force on Climate-Related Financial Disclosures (TCFD) van de Financial Stability Board (FSB). Jaarlijks ontwikkelen we deze rapportage verder, zoals we ook de ESG-risico’s en -kansen verder integreren in onze taakuitvoering. De implementatie van CSRD in 2024 is in dat kader een belangrijke stap.
De financiering van duurzame-energieprojecten is een goed voorbeeld van een outside-inkans die we zagen om een bijdrage te leveren aan de energietransitie in Nederland. Deze projecten kenmerken zich over het algemeen door een grote financieringsbehoefte en lange periode waarover de investering terugverdiend moet worden. Het aanbieden van dit soort langetermijnprojectfinanciering tegen relatief lage kosten past bij uitstek bij onze bank en op deze manier leveren we direct een bijdrage aan de vermindering van CO2e-uitstoot. Daarmee is het tegelijkertijd een voorbeeld van inside-out.
We willen al onze klanten ondersteunen bij de uitvoering van hun taken op het gebied van duurzaamheid. Aan de meeste van onze klanten, waaronder de waterschappen, drinkwaterbedrijven, woningcorporaties en gemeenten, verstrekken we veelal balansfinanciering. Directe sturing is lastiger, omdat we in het geval van balansfinanciering niet een specifieke investering of een specifiek project financieren, maar de algemene financieringsbehoefte van de klanten. Wel monitoren we de ontwikkeling van onze klanten op het gebied van duurzaamheid. Om klanten te stimuleren verder te verduurzamen bieden we sustainability linked loans (SLL's) aan. Bij deze aan duurzaamheid gekoppelde leningen spreken we met de klant vooraf een aantal duurzame prestatie-indicatoren af en ontvangt de klant een korting op de rente als hij deze behaalt. Dit soort leningen aanbieden beschouwen we als een strategische kans, net zoals we al sinds 2014 actief zijn met de uitgifte van ESG-obligaties. Duurzaamheid weegt overigens bij alle nieuwe leningen en de beoordeling van bestaande klanten zwaar, niet alleen bij SLL's.
Sustainability linked loans aanbieden vormt ook een belangrijk onderdeel van ons ESG-transitieplan dat we in oktober 2024 presenteerden. Dit plan, de opvolger van ons Klimaatactieplan uit 2022, beschrijft welke stappen we nemen om een positieve bijdrage te leveren aan klimaat, natuur en maatschappij. De transitie naar een duurzame samenleving vraagt om een integrale aanpak. Duurzaamheid behelst nadrukkelijk meer dan alleen klimaat en onderwerpen als klimaatadaptatie, klimaatmitigatie, biodiversiteit, waterbeheer en circulariteit zijn sterk met elkaar verweven. Tegelijkertijd kan verduurzaming alleen succesvol zijn als deze ook sociaal en inclusief is. We gaan onze klanten vragen om actieplannen op te stellen waarin deze thema’s terugkomen en we roepen ze daarbij op de samenwerking op te zoeken met elkaar en met ons.
Aan de hand van onze strategie en ons waardecreatiemodel doen we verslag van
de (financiële) resultaten en activiteiten van onze bank in het afgelopen jaar.
Het sluitstuk van onze strategie is ons streven naar een 'verantwoord rendement en maatschappelijke impact'. In het duurzaamheidsverslag staan we uitgebreid stil bij de maatschappelijke impact van onze kredietverlening en dus richten we ons in dit gedeelte met name op de financiële resultaten en een verantwoord rendement.
Vervolgens komt het fundament van onze strategie aan de orde: onze duurzame, efficiënte en maatschappelijk betrokken organisatie. We leggen uit wat onze organisatie typeert en hoe we het afgelopen jaar hebben geopereerd. Het gaat hier om de verschillende soorten kapitaal die de input vertegenwoordigen in ons waardecreatiemodel, waaronder de aangetrokken funding op de internationale geld- en kapitaalmarkten en onze medewerkers. In dit onderdeel worden ook de belangrijkste financiële risico's belicht die voor ons als bank een belangrijk handelingskader vormen. De materiële onderwerpen 'Veilige, stabiele en efficiënte bank' en 'Eigen werknemers' komen in dit onderdeel aan bod. We blikken ook vooruit op 2026.
Tot slot verdiepen we ons in onze strategische pijlers: 'Bank van en voor de publieke watersector', 'Essentiële speler in de financiering van de Nederlandse publieke sector' en 'Financieringspartner voor de verduurzaming van Nederland'. De pijlers hebben allemaal betrekking op de kredietverlening van de bank, die we beschouwen als de belangrijkste output van ons waardecreatiemodel. Per klantgroep geven we aan wat de belangrijkste trends en ontwikkelingen waren, hoeveel financiering we in 2025 hebben verstrekt en wat de omvang van onze kredietportefeuille in deze sector is. Tevens is er een interview met een stakeholder en/of klant toegevoegd. In het separate duurzaamheidsverslag gaan we meer in detail en aan de hand van de door ons geselecteerde materiële onderwerpen en de standaarden van de CSRD in op onze ESG-impact.
Als bank van en voor de publieke sector streven we geen winstmaximalisatie na, maar een gepaste winst is noodzakelijk om de continuïteit van onze bank te garanderen. Wij zijn naar risico gewogen een van de best gekapitaliseerde banken onder toezicht van de Europese Centrale Bank en ook een van de meest kostenefficiënte. Dat laat onverlet dat alles wat we als bank doen in het teken staat van maatschappelijke impact. We willen bijdragen aan klimaatadaptatie, klimaatmitigatie en biodiversiteit, maar onze maatschappelijke impact is breder en wij kijken nadrukkelijk ook naar de sociale impact die we maken met onze kredietverlening. De maatschappelijke impact brengen we in detail in beeld in ons separate duurzaamheidsverslag, in het voorliggende gedeelte focussen we op het financiële rendement.
Over 2025 boekten we opnieuw een gezonde winst van € 113 miljoen. Deze valt hoger uit dan het voorgaande jaar, toen de winst € 94 miljoen bedroeg. Dit komt grotendeels door een positiever resultaat financiële transacties. Dit verantwoorde rendement kan niet los gezien worden van de efficiënte bank, zo blijkt ook uit onze ratio's. Dit wordt nader toegelicht in het hoofdstuk 'Duurzame, efficiënte en maatschappelijk betrokken organisatie'. Onze nieuwe kredietverlening bedraagt € 11,1 miljard, wat de totale kredietportefeuille brengt tot € 59,2 miljard. Dit wordt nader toegelicht bij de drie strategische pijlers.
Het renteresultaat bedroeg € 247 miljoen, iets lager dan in het voorgaande jaar (€ 248 miljoen in 2024). De toename van de kredietportefeuille heeft geleid tot meer rente-inkomsten, maar doordat de kosten van de kortlopende financiering via de uitgifte van commercial paper zijn toegenomen, is het renteresultaat licht lager dan het jaar ervoor. De marktrente, die afgelopen jaar wederom flink in beweging was, heeft slechts zeer beperkt invloed op ons renteresultaat. Dat komt doordat wij ons renterisico nauwgezet afdekken.
Het resultaat financiële transacties kwam het afgelopen jaar uit op € 2,8 miljoen negatief tegenover € 37 miljoen negatief in 2024. De verandering in dit deel van het resultaat is vooral het gevolg van ongerealiseerde marktwaardemutaties als gevolg van rentecurvebewegingen en creditspreadmutaties in de liquiditeitsportefeuille.
De operationele lasten bedroegen afgelopen jaar € 65 miljoen tegenover € 60 miljoen in 2024 en de bankenbelasting kwam uit op ruim € 19 miljoen. Deze stijging is deels het gevolg van hogere personeelskosten, die toenamen van € 28 miljoen in 2024 tot € 30 miljoen afgelopen jaar, niet alleen door een toename in personeel maar ook door cao-salarisstijgingen. Mede gerelateerd hieraan namen ook de ICT-kosten toe. Daarnaast investeren we in capaciteit, systemen en kennis op het gebied van onder andere ESG en data. In het kader van verschillende projecten hebben we regelmatig een beroep gedaan op externe adviseurs. Het resultaat uit de gewone bedrijfsuitoefening komt daarmee op € 159 miljoen, tegenover € 133 miljoen in 2024.
De vennootschapsbelasting over 2025 bedroeg € 45,9 miljoen en dat brengt de effectieve belastingdruk op 29,0%. Omdat we eind 2024 een leverage ratio van 24,0% konden rapporteren, hoefden we afgelopen jaar wederom niets af te dragen in verband met de minimumkapitaalregel voor banken en verzekeraars. Deze regel, ook wel thin cap rule geheten, beperkt de renteaftrek in de vennootschapsbelasting voor zover de leverage ratio van een bank lager is dan 10,6%. De bankenbelasting in 2025 bedroeg € 19,4 miljoen. Begin 2025 heeft de SRB (Single Resolution Board) te kennen gegeven dat het resolutiefonds zijn streefkapitaal heeft behouden, zoals ook het geval was in 2024. Dit betekent dat we in 2025 geen resolutiebijdrage hoefden te doen.
Na betaling van gewone belastingen resteert een nettowinst van € 113 miljoen. Daarmee hebben we in 2025 een rendement op het eigen vermogen gerealiseerd van 5,3% (2024: 4,5%). We zijn met onze aandeelhouders een normrendement op het eigen vermogen overeengekomen. Voor 2025 bedroeg dit 3% en dus hebben we ruimschoots voldaan aan het normrendement.
De vaststelling van het beschikbare bedrag voor dividenduitkering is een jaarlijkse discretionaire bevoegdheid van onze directie met vereiste goedkeuring van de raad van commissarissen. Bij deze besluitvorming worden de continuïteit van de bank alsmede de belangen van aandeelhouders en andere stakeholders in ogenschouw genomen. Over boekjaar 2025 heeft de directie met goedkeuring van de raad van commissarissen de voor dividend beschikbare winst vastgesteld op € 53 miljoen. De pay-outratio bedraagt 47% van de winst (2024: 54%).
We kunnen onze rol in de financiering van de Nederlandse publieke sector alleen vervullen als we daartoe als organisatie goed zijn geëquipeerd. Dit is het fundament van onze strategie. Onze medewerkers zijn gemotiveerd en gekwalificeerd om op hun eigen manier het publieke belang te dienen. Met het oog op duurzaamheid en maatschappelijke betrokkenheid geven we als organisatie het goede voorbeeld.
De kracht van onze organisatie is voor een belangrijk deel gelegen in de compacte en overzichtelijke organisatiestructuur. Hoewel we ook afgelopen jaar flink zijn gegroeid – van 145 medewerkers eind 2024 naar 172 medewerkers eind 2025 – houden we hieraan zo veel mogelijk vast. De personele groei is het gevolg van onze duurzaamheidsambities, de verdere diversificatie van onze kredietverlening en investeringen in een professionele en slagvaardige organisatie.
Ook in 2025 stond NWB Bank in de top 10 van ‘s werelds veiligste banken, op plek 6 om precies te zijn. Die stabiliteit komt tot uiting in onze kapitaal- en liquiditeitsratio's en in onze hoge credit- en ESG-ratings. Het is van belang te blijven investeren in kennis, personeel, digitalisering en systemen, ook vanwege nieuwe wet- en regelgeving en toezichteisen. Dit vraagt de nodige aandacht van de organisatie. Tegelijkertijd proberen we de kosten in de hand te houden en streven we naar een zo laag mogelijke cost/income ratio.
Het Tier 1-eigen vermogen van onze bank inclusief hybride kapitaal bedroeg eind 2025 € 2.349 miljoen tegenover € 2.299 miljoen eind 2024. De omvang van de risicogewogen activa was € 5.490 miljoen ten opzichte van het eind 2024 gerapporteerde bedrag van € 5.550 miljoen. De risicogewogen activa lieten een lichte daling zien door een deel van de bestaande derivatenpositie naar central clearing over te brengen. Dit resulteert in een stijging van onze kapitaalratio's. De Tier 1-ratio kwam eind 2025 uit op 42,8% tegenover 41,4% eind 2024 en de Tier 1-kernkapitaalratio (CET1-ratio) bedroeg 36,8% eind afgelopen jaar tegenover 35,7% eind 2024.
De kapitaalratio’s liggen ruimschoots boven de minimumeisen. De totale SREP-kapitaaleis voor onze bank bedraagt 10,25%, als optelsom van de Pillar 1-kapitaalvereiste van 8,00% en de Pillar 2-kapitaalvereiste van 2,25%. Samen met de kapitaalinstandhoudingsbuffer van 2,50% en de contracyclische kapitaalbuffer van 1,96% komt de totale kapitaaleis op 14,71%.
De leverage ratio is, in tegenstelling tot de Tier 1- en CET1-ratio, een risico-ongewogen ratio en vloeit voort uit de kapitaaleisen onder Bazel III. Dat betekent dat bij de berekening ervan geen rekening wordt gehouden met het risicoprofiel (uitgedrukt in een risicoweging) van de activa van een bank. De leverage ratio ligt vast in de Europese kapitaalverordening CRR III, die op 1 januari 2025 in werking trad. Sinds CRR II in 2019 mogen wij, net als andere promotional banks, onze kredietverlening aan de publieke sector buiten beschouwing laten bij de berekening van de leverage ratio. Per 31 december 2025 bedroeg onze leverage ratio 39,2%. Dit is materieel hoger dan de eind 2024 gepubliceerde ratio van 24,0% en daarmee ruim boven de 3%-norm. Ook als we de leverage ratio niet zouden corrigeren voor onze promotional assets voldeden we met 3,5% ultimo 2025 aan de 3%-norm.
Het doel van de liquidity coverage ratio (LCR) is te zorgen dat instellingen voldoende liquide middelen aanhouden om een eventuele nettoliquiditeitsuitstroom onder ernstige stressomstandigheden over een periode van dertig dagen het hoofd te kunnen bieden. De LCR van onze organisatie stond eind 2025 op 235% (2024: 183%), ruim boven het wettelijke minimum van 100%. Voor NWB Bank bedroeg de net stable funding ratio (NSFR) eind 2025 148% (2024: 134%). Ook dat was ruimschoots boven de minimale eis van 100%. De NSFR is eveneens een liquiditeitsratio, voor de beschikbaarheid van liquide middelen op de langere termijn. De interne liquiditeitsvereisten worden mede vastgesteld met het Internal Liquidity Adequacy Assessment Process (ILAAP) en die hebben wij ook het afgelopen jaar weer ruimschoots gehaald.
Behoud van het hoogwaardige risicoprofiel van onze organisatie, zoals dat tot uiting komt in de credit ratings, staat centraal in onze langetermijnstrategie. Om klanten optimaal te blijven bedienen is het zaak dat onze credit ratings gelijk zijn en blijven aan die van de Nederlandse staat. Al jaren beschikken we over de hoogste kredietwaardigheidsrating van zowel Standard & Poor's als Moody's: AAA/Aaa.
Ook qua duurzaamheid streven we naar een hoogwaardig risicoprofiel. Ons duurzaamheidsbeleid en de invulling ervan wordt door diverse ESG-ratingagencies beoordeeld. In z'n algemeenheid beschikken we over sterke duurzaamheidsratings en we willen deze waar mogelijk verder verbeteren. Op eigen initiatief voorzien Sustainalytics uit Nederland, ISS ESG uit Duitsland en MSCI ESG Research uit de VS NWB Bank van ESG-ratings. De agencies geven ratings of scores op basis van een eigen ESG-beoordelingsraamwerk, waarover op hun websites meer informatie te vinden is. Ondanks dat er nog geen sprake is van een volledig geharmoniseerde beoordeling door deze ratingagencies, bevinden wij ons bij de meeste agencies met onze ESG-rating in de top van onze peergroup. In 2025 heeft wel verdere harmonisatie plaatsgevonden, waarbij we een stap dichter bij een ESG-rating zijn in de top van onze peergroups bij alle ESG-ratingagencies.
De wet- en regelgeving neemt zowel qua hoeveelheid als complexiteit toe. Voorbeelden zijn de kapitaalvereisten en -richtlijnen, de CSRD en EU Taxonomy, de Digital Operational Resilience Act (DORA) en de richtsnoeren van de Europese Bankautoriteit (EBA), waaronder die inzake uitbesteding en ESG-riskmanagement.
We financieren ons voor het overgrote deel op de internationale geld- en kapitaalmarkt met de uitgifte van obligaties en commercial paper. Als duurzame bank voor de publieke sector zijn ESG-obligaties een onmisbaar onderdeel van onze bedrijfsvoering. In aanvulling op de traditionele investeringsafwegingen, zoals investeringsveiligheid en op risico afgestemde opbrengsten, kopen investeerders deze obligaties omdat zij graag klimaatvriendelijke en maatschappelijke projecten steunen binnen hun investeringsmandaat. Door de uitgifte van ESG-obligaties blijven we investeerders aantrekken en vergroten we het marktbereik voor deze obligaties. De uitgifte onderstreept onze rol als robuuste en duurzame financiële partner voor de Nederlandse publieke sector.
In 2025 is het NWB Bank, ondanks de volatiliteit op de kapitaalmarkt, gelukt om € 10,9 miljard aan funding op te halen, waarvan € 4,1 miljard met ESG-obligaties. In 2025 is ons framework geüpdatet van SDG Housing Bonds naar Social Bonds. We gaven voor € 3,1 miljard aan Social Bonds uit voor de financiering van de sociale woningbouw in Nederland en voor € 1,0 miljard aan Waterobligaties voor de financiering van waterschappen. Eind 2025 hadden we ruim € 26,2 miljard aan ESG-obligaties uitstaan. Dat was 43% van ons totaal aan uitstaande langetermijnfunding op dat moment. We zijn en blijven internationaal een toonaangevende uitgevende instelling van ESG-obligaties binnen de groep van Sovereigns, Supranationals and Agencies (SSA). In Nederland zijn we ook nog steeds een van de grootste emittenten van ESG-obligaties.
We kunnen ons als bank tegen zeer gunstige voorwaarden financieren dankzij ons veilige risicoprofiel, bevestigd door de AAA/Aaa-ratings die gelijk zijn aan de Nederlandse staat. De langetermijnfinanciering die we ophalen met obligaties gebruiken we voor zowel de financiering van de nieuwe kredietverlening als voor de herfinanciering van aflopende leningen. De gemiddelde looptijd van de aangetrokken financiering was verleden jaar 4,5 jaar (2024: 5,1 jaar).
Om kortlopende middelen aan te trekken maken we vooral gebruik van commercial paper (CP). Daarvoor hebben we twee programma’s: een US Commercial Paper (USCP-programma) en een Euro Commercial Paper (ECP-programma). Afgelopen jaar hebben we € 226,0 miljard CP opgehaald, waarvan 49% onder het USCP-programma, wat neerkomt op € 111,6 miljard aan USCP (2024: € 118,1 miljard), tegenover € 114,4 miljard aan ECP (2024: € 104,9 miljard). Deze cijfers zijn een cumulatieve weergave; aflopend CP is gedurende het jaar geherfinancierd. Het uitstaande CP-bedrag was eind 2025 € 2,1 miljard (2024: € 5,6 miljard). De gemiddelde looptijd van het USCP was 16 dagen (2024: 20 dagen) en die van het ECP 24 dagen (2024: 42 dagen).
De kortlopende middelen die we via onze CP-programma’s ophalen, zetten we in voor de financiering van de kasgeldleningen aan klanten, voor een hogere liquiditeitsbuffer en voor collateralverplichtingen uit hoofde van de derivatentransacties die we als bank afsluiten om onze rente- en valutarisico’s af te dekken. Behalve in de markt voor CP, dat verhandelbaar schuldpapier is met een looptijd tot een jaar, zijn we ook actief in korte USD-leningen met looptijden tot twee jaar. Deze leningen, uitgegeven onder ons Medium Term Note-programma, komen voor een deel in de plaats van de uitgifte van CP. Het stelt ons in staat om gunstige tarieven voor een langere periode vast te leggen.
Gezien de formatiegroei van de afgelopen jaren richten we ons nu op stabilisering. Eind 2024 hadden we 145 medewerkers met een begrote formatie van 175, eind 2025 bedroeg het aantal medewerkers 172 met een beperkte stijging van de begrote formatie naar 180,5. De verwachting en ook bedoeling is dat de groei van de organisatie in 2026 beperkt blijft, wat blijkt uit de strategische personeelsplanning die we afgelopen jaar opnieuw hebben uitgevoerd.
Het aantrekken en behouden van gekwalificeerde en gemotiveerde medewerkers is een belangrijk aandachtspunt. In 2025 is een functiehuis ingericht om transparantie te bevorderen, wat bijdraagt aan het ontwikkelgesprek met medewerkers en inzicht geeft in loopbaanmogelijkheden. Bij de werving van medewerkers staan we open voor iedereen, ongeacht geslacht, leeftijd, geloofsovertuiging, culturele achtergrond, arbeidsbeperking of seksuele geaardheid. We streven naar een goede mix van talent, ontwikkelpotentieel en deskundigheid van medewerkers en kiezen voor professionals die onze diversiteit vergroten. We zijn deelnemer aan de CAO Banken, de eerste cao waarin het Charter Diversiteit van SER Diversiteit in Bedrijf is opgenomen, dat we in 2023 hebben ondertekend.
Gezien de groei van de organisatie de afgelopen jaren hebben we extra aandacht voor verbinding en zorgen we dat iedereen betrokken is bij de missie en strategie via de interne doelen die hieraan gekoppeld zijn, onder andere door de jaarlijkse Samen NWB Bank-dagen en de NWB Townhallmeetings. Ook investeren we volop in de ontwikkeling van onze mensen, met een ruim opleidingsbudget. Managers werken aan de hand van een 360-gradenfeedback aan individuele ontwikkelthema’s. Het ontwikkelprogramma voor teamleads hebben we afgerond in 2024 en is in 2025 voortgezet op basis van individuele ontwikkelthema’s. Meer informatie is te vinden in de duurzaamheidsparagraaf Eigen Personeel.
We blijven de Nederlandse publieke sector ook in 2026 op maatschappelijke en duurzame wijze voorzien van passende en zo goedkoop mogelijke financiering. De verwachting is dat met name de kredietvraag van de waterschappen, drinkwaterbedrijven en woningcorporaties de komende jaren verder groeit door de grote transitieopgaven waar zij voor staan. Vandaar dat we een verdere groei van onze kredietportefeuille voorzien met een positief effect op het renteresultaat. We zijn voorzichtig in onze verwachting voor de nettowinst in 2026 gezien de geopolitieke ontwikkelingen en de impact op de geld- en kapitaalmarkt, hogere operationele lasten en de forse belastingdruk.
Als gevolg van klimaatverandering staan waterschappen voor flinke uitdagingen om te blijven zorgen voor veilig en schoon oppervlaktewater. Om deze uitdagingen het hoofd te bieden is er in het waterbeheer een grote behoefte aan innovaties. “Vanuit het NWB Waterinnovatiefonds kunnen innovatie-initiatieven in aanmerking komen voor een financiering, om zo de verduurzaming in Nederland te versnellen.”
Van idee naar brede toepassingWe moeten zuiniger worden in watergebruik en inzetten op meer hergebruikAan het woord is Riksta Zwart. Samen met Stefan Kuks en Pieter Janssen vormt ze het bestuur van dit fonds; alle drie zijn ze ervaren bestuurders in de waterwereld en vanaf de start betrokken. Het Waterinnovatiefonds, dat in 2021 door NWB Bank werd opgericht, financiert innovatieve, duurzame projecten van waterschappen of consortia met onder andere bedrijven. Het gaat hier om projecten die klaar zijn voor opschaling, demonstratie op grotere schaal en marktintroductie (minimaal TRL 7). Enthousiast legt Riksta uit waarom: “In en ten behoeve van de watersector ontstaan veel goede ideeën voor duurzaam waterbeheer, oplossingen gericht op bijvoorbeeld klimaatadaptatie, energiebesparing en het herwaarderen van reststoffen. Het blijkt echter behoorlijk lastig te zijn om het idee daarna verder te ontwikkelen. Vaak stranden ideeën na een pilot. Dat komt doordat opschaling en het breed toepasbaar maken van de oplossing risicovol is en een grotere investering vraagt, waardoor het moeilijk is de nodige financiering te verkrijgen. Met het fonds kunnen wij deze projecten een zetje geven, zodat ze toch verder kunnen.”
We hopen ook projecten aan te trekken waarin de innovatie een groot bereik heeft in de waterketenOm voor financiering in aanmerking te komen, moeten de aanvragen voldoen aan een aantal voorwaarden. Bij de opstart van het fonds stond het bestuur uitvoerig bij die voorwaarden stil. Want hoe zorg je dat de innovatie echt een plus biedt voor uiteindelijk de samenleving en je alleen die projecten steunt die de hulp van het fonds ook echt nodig hebben? Nuttige gesprekken die tot heldere criteria hebben geleid. Zo is het belangrijk dat bij het project minimaal één waterschap is betrokken, het waterschap zelf ook geld inlegt en de innovatie breed toepasbaar is.
NWB Bank heeft het fonds opgericht, maar het fonds opereert onafhankelijk en beoordeelt zelfstandig de financieringsaanvragen. Na indiening van een aanvraag wordt deze getoetst aan de doelstelling en criteria. Het Nationaal Groenfonds draagt zorg voor het beheer van het fonds. Deze rol werd in mei 2025 overgenomen van STOWA, het kenniscentrum voor regionale waterbeheerders, dat nog wel steeds nauw betrokken is als adviseur voor het beoordelen van de aanvragen. Fijne samenwerkingen, vindt Riksta. Ze verwacht dat de paraplu van het Groenfonds de opmaat is naar ondersteuning van nog meer impactvolle projecten. “Wij ondersteunen nu een paar mooie technologische projecten, maar willen ons portfolio graag uitbreiden met ook andersoortige initiatieven. Zij hebben meerdere fondsen in beheer en via het gezamenlijke netwerk hebben we een groter bereik. We hopen ook projecten aan te trekken waarin de innovatie een groot bereik heeft in de waterketen. Op enkele plekken in het land zijn bijvoorbeeld al goede initiatieven om gezuiverd rioolwater te leveren aan industrie en landbouw, om zo tijdens droge perioden de druk op drinkwaterbronnen te verlichten. Innovaties rond ketenoplossingen zijn interessant vanuit de doelstellingen van het Fonds.”
Momenteel ondersteunt het NWB Waterinnovatiefonds meerdere projecten voor het verwerken van slib dat overblijft na zuivering van het rioolwater. Slimme technieken zorgen dat het slib een mooi tweede leven krijgt als groene grondstof, zoals biogas en een duurzaam alternatief voor plastic. Waterschappen en marktpartijen zetten samen de schouders eronder om deze veelbelovende circulaire oplossingen verder te brengen.
Riksta ziet in de watersector veel beweging om gezamenlijk stappen vooruit te zetten. Het vliegwiel voor innovatie is in gang gezet en ze is blij dat steeds meer partijen met het fonds bekend raken. “Initiator NWB Bank kan trots zijn”, zegt ze tot besluit. “Het is heel mooi dat de organisatie haar nek heeft uitgestoken om beginnende projecten te helpen en ons het vertrouwen heeft gegeven daar goed uitvoering aan te geven. Stefan, Pieter en ik delen die drive om duurzame initiatieven verder aan te zwengelen en hopen daar ook dit jaar met het fonds weer mooie stappen in te zetten.”
Het NWB Fonds cofinanciert internationale samenwerkingsprojecten van de Nederlandse waterschappen. Belangrijk, aangezien klimaatverandering wereldwijd voor het waterbeheer steeds grotere uitdagingen met zich meebrengt. Programmamanager Marion Wierda blikt met ons terug op een vruchtbaar jaar.
Over het NWB FondsNWB Bank heeft het NWB Fonds in 2006 opgericht om wereldwijd bij te dragen aan het verbeteren van waterbeheer, in samenwerking met de Nederlandse waterschappen, verenigd in de Dutch Water Authorities. Zie voor meer informatie www.nwbfonds.nl.
Voor ondersteuning van grotere internationale waterprojecten is sinds 2018 ook het Blue Deal-programma actief. Het NWB Fonds werkt met dit programma samen om in partnerlanden zo veel mogelijk impact te realiseren.
In Ghana, Indonesië, Peru, Vietnam en vele andere plekken wereldwijd helpen Nederlandse waterschapmedewerkers mee aan projecten voor waterbeheer. Samen met lokale organisaties zetten ze zich in voor bijvoorbeeld het zuiveren van afvalwater, opvangen van regenwater, kustbescherming en herbebossing. Tevreden kijkt Marion terug op de opbrengsten van die projecten afgelopen jaar. “2025 was echt een oogstjaar. De inspanningen hebben tot diverse tastbare verbeteringen geleid. Waardevol werk dat niet alleen het waterbeheer ter plekke verder helpt, maar tegelijk ook leerzaam is voor de uitdagingen waar we in Nederland voor staan.”
Ter illustratie vertelt ze over projecten in Ghana en Zuid-Afrika. In beide projecten zijn afgelopen jaar mooie sprongen gemaakt. Bij de kust van Ghana gaan ze nu een zandmotor aanleggen, een kunstmatig schiereiland dat helpt te voorkomen dat grote stukken land door de kracht van de zee in het water verdwijnen. Marion: “Meerdere meters aan land zijn er al weggeslagen. De zandmotor is een effectieve oplossing om dat probleem een halt toe te roepen, met bovendien als mooie plus dat zo veel mogelijk gebruik wordt gemaakt van lokale, natuurlijke materialen.”
Een heel ander soort oplossing brengt veel profijt voor een groep boeren in Zuid-Afrika. In een pilot zijn boeren daar een handig weerinformatiesysteem gaan gebruiken. Het systeem geeft ze inzicht in het weer dat op komst is en de impact daarvan op de landbouw, zodat ze zich goed kunnen voorbereiden als er bijvoorbeeld noodweer aankomt. Met het budget van het NWB Fonds kon een testmodel worden ontwikkeld dat goed de potentie van de tool laat zien. Een beginstap die een veelbelovend vervolg krijgt: “Invest International stapt in voor financiering van een groot project, waarmee de reikwijdte aanzienlijk wordt uitgebreid."
De projecten in het buitenland vergen voor een deel andere kennis en vaardigheden. Het was reden voor het NWB Fonds het KIWI-programma op te richten, een opleiding die medewerkers van de waterschappen in twee jaar klaarstoomt voor het internationale werk. Onlangs is een derde groep met deze opleiding gestart. Marion: “De opleiding wordt dit keer verzorgd door stichting Wateropleidingen. Met input van het NWB Fonds is een mooi innovatief programma ontwikkeld, waarbij ook verbeterpunten zijn meegenomen uit de evaluaties van de eerdere programma’s. Business development en persoonlijke ontwikkeling zijn aspecten die dit keer nadrukkelijker in de opleiding naar voren komen. Denk aan trainingen om beter te leren improviseren in onverwachte situaties, vaardigheden die ook waardevol zijn in Nederland.”
“Voor het delen van kennis is er niet alleen het opleidingsprogramma”, vervolgt Marion. “We organiseren ook focal points, themagroepen waarmee we eveneens innovatie willen bevorderen.” Gedreven licht ze toe om welke themagroepen het gaat. “Traditioneel wordt bij waterbeheer veel gebruikgemaakt van staal en beton. Er zijn vaak echter duurzamere alternatieven mogelijk, waarbij natuurlijke materialen worden benut. Denk aan de zandmotor, maar ook aan het aanplanten van bomen om erosie tegen te gaan. De themagroep nature-based solutions maakt zich daar hard voor. Daarnaast zijn we de themagroep sociale inclusie gestart, omdat watergerelateerde uitdagingen vaak de grootste impact hebben op kwetsbare mensen en de gemeenschappen waarin deze mensen leven. Het is daarom belangrijk deze mensen bij het bedenken van oplossingen als partners te betrekken. Ook dat willen we onder de aandacht brengen.” De themagroepen zijn daarvoor volgens haar een mooi instrument. “De deelnemers aan deze groepen vervullen een voortrekkersrol: ze wisselen voorbeelden en inzichten uit, zijn een klankbord voor vakgenoten en geven advies bij het indienen van projectvoorstellen.”
Marion kan over het internationaal waterbeheer nog uren doorpraten. Ze haalt nog veel meer voorbeelden aan die laten zien dat er wereldwijd veel waardevolle samenwerking is. Vooruitblikkend geeft ze aan dat het NWB Fonds zich vol blijft inzetten om die projecten financieel te ondersteunen, waarbij ze ernaar streven om steeds meer samen op te trekken met andere financieringspartners, zodat die na het eerste zetje van het Fonds kunnen helpen projecten verder te realiseren. “Ook willen we een aanjager zijn in het benutten van duurzame financieringsvormen als carbon credits en blue bonds. Herbebossingsprojecten in Ghana en Peru plukten daar al de vruchten van.” Werk aan de winkel dus, met die mooie ambities besluit ze enthousiast haar verhaal.
De publieke watersector vervult een essentiële rol voor de samenleving. Door klimaatverandering en steeds extremere weersomstandigheden wordt het beheren en beschermen van ons watersysteem complexer. Zware regenbuien komen vaker voor, perioden van langdurige neerslag nemen toe en tegelijkertijd stijgt de zeespiegel gestaag. Waterschappen zorgen ervoor dat ons oppervlaktewater veilig, schoon en toekomstbestendig blijft, terwijl drinkwaterbedrijven verantwoordelijk zijn voor een betrouwbare levering van voldoende en hoogwaardig drinkwater. Wij ondersteunen beide sectoren door hen toegang te bieden tot passende en zo goedkoop mogelijke financiering, zodat zij hun maatschappelijke taken effectief kunnen blijven uitvoeren.
De waterschappen ervaren dagelijks de impact van klimaatverandering. Om extremere neerslag, langdurige droogte en de stijgende zeespiegel het hoofd te bieden, investeren zij fors in het aanpassen en verduurzamen van hun infrastructuur. Daarbij richten zij zich niet alleen op waterveiligheid en waterkwaliteit, maar ook op het versterken van biodiversiteit en ecologische waarden in het watersysteem. Als duurzame waterbank ondersteunen wij deze maatschappelijke opgaven volledig. Wij zorgen ervoor dat waterschappen kunnen beschikken over passende en zo betaalbaar mogelijke financiering, zodat zij hun taken effectief kunnen blijven uitvoeren. Het werk van de waterschappen is kapitaalintensief en de verwachting is dat de investeringsbehoefte de komende jaren verder oploopt tot gemiddeld € 3,1 miljard per jaar. Daardoor zal ook de financieringsvraag toenemen, hoewel de investeringen in 2025 wat achterbleven ten opzichte van de verwachting. In 2025 verstrekten we circa € 460 miljoen aan langlopende kredieten aan de waterschappen (2024: € 750 miljoen). Eind 2025 hadden we bijna € 8,6 miljard aan financiering uitstaan bij de waterschappen. Eind 2024 was dit € 8,5 miljard.
Het blijft van groot belang dat waterschappen hun financiering en investeringen op een solide en toekomstbestendige manier organiseren. Door de sterk stijgende investeringsopgave lopen de schulden bij sommige waterschappen al op tot vrij hoge niveaus. Tegelijkertijd zijn extra investeringen onvermijdelijk om te voldoen aan strengere Europese eisen en om het watersysteem bestand te maken tegen extremere weersomstandigheden. Dit vraagt om een zorgvuldige balans tussen noodzakelijke tariefstijgingen en beheersing van de schuldenlast.
De Nederlandse waterschappen streven ernaar om al in 2035 klimaatneutraal te zijn, een ambitie waarmee ze de lat hoger leggen dan de klimaatdoelstellingen van Parijs. De 21 waterschappen hebben deze inzet vastgelegd in de gezamenlijke visie Op weg naar klimaatneutraliteit, waarin ook is opgenomen dat de sector zijn klimaatvoetafdruk steeds nauwkeuriger in kaart brengt. Daarbij gaat het zowel om de eigen emissies, zoals lachgas en methaan uit rioolwaterzuiveringen, als om uitstoot van partijen die in opdracht van de waterschappen werken. Daarnaast richten de waterschappen zich op het terugdringen van broeikasgasemissies uit hun beheergebied, waaronder veenweiden, waterbodems en oppervlaktewater. Een belangrijke tussenstap is de eerder afgesproken energieneutraliteit, waarbij de sector vanaf 2025 evenveel duurzame energie wil opwekken als hij verbruikt. De waterschappen zetten hiervoor in op energiebesparing en opwek uit eigen bronnen, zoals biogas uit zuiveringsslib, zonne- en windenergie en innovatieve toepassingen als groene waterstof. De ruim driehonderd rioolwaterzuiveringen ontwikkelen zich steeds meer tot lokale energiehubs. Ook aquathermie groeit uit tot een veelbelovende duurzame warmtebron. Uit de rapportage Klimaatmonitor Waterschappen 2024 blijkt dat de opwek van duurzame energie in dat jaar steeg naar 66,4% van het totale energieverbruik. De waterschappen zijn dus goed op weg naar klimaatneutraliteit, maar gaan het doel waarschijnlijk pas over enkele jaren halen. Onder andere een verhoogde energiebehoefte, netcongestie en negatieve elektriciteitsprijzen zetten de ambitie om in 2025 al volledig energieneutraal te zijn onder druk.
Voor 100% van onze kredietverlening aan de waterschappen hebben we de klimaatvoetafdruk in beeld en die kwam in 20241 overeen met 528 kiloton CO2-equivalent (2023: 512 kiloton CO2-equivalent). Dat komt neer op een emissie-intensiteit van 59,0 ton CO2-equivalent per € 1 miljoen (2023: 61,2 ton CO2-equivalent per € 1 miljoen). Na jaren van sterke daling van de klimaatimpact van de waterschappen valt de meest recente voortgang iets tegen. Zowel de absolute klimaatimpact in ton CO2e als de relatieve klimaatimpact in ton CO2e per gefinancierde € 1 miljoen is in 2024 licht gedaald ten opzichte van het jaar ervoor. De toename van de absolute klimaatimpact komt dus vooral door de toegenomen financiering. De sector opereert in lijn met het klimaatimpactreductiepad dat we hebben vastgesteld in ons ESG-transitieplan. De grote uitdagingen waarvoor de waterschappen de komende jaren staan, maken dat er blijvende aandacht nodig is om de koers voort te zetten. De klantgesprekken met de waterschappen in 2025 bevestigden hun gedrevenheid om de sector robuust en verantwoord te ontwikkelen. We analyseerden van alle waterschappen de klimaatimpactreductiedoelstellingen. Het valt op dat de sector – via koepelorganisatie Unie van Waterschappen (UvW) – een heldere doelstelling heeft, met uitgewerkte plannen om deze doelstelling te halen. Wel communiceren de waterschappen verschillend over de urgentie en bij sommige ontbreekt verantwoording over de voortgang. In 2026 gaan we hierover verder in gesprek met de waterschappen.
Drinkwaterbedrijven zijn van oudsher klant van ons. Hun taak om voldoende drinkwater van goede kwaliteit te leveren aan consumenten en andere afnemers ligt vast in de Drinkwaterwet. De Drinkwaterwet sluit privatisering van drinkwaterbedrijven uit, zodoende vormen zij een vast onderdeel van de publieke sector. Ook worden in deze wet de drinkwateractiviteiten beschermd en de tarieven en bijbehorende vermogenskosten gereguleerd. De wettelijke eisen en normen voor drinkwater zijn vastgelegd in het Drinkwaterbesluit. Daarin staan ook de normen waaraan het ingenomen grond- en oppervlaktewater moeten voldoen. Naast drinkwater leveren drinkwaterbedrijven vaak ook industriewater.
In 2025 verstrekten we € 135 miljoen aan langlopende financiering aan drinkwaterbedrijven (2024: € 361 miljoen). We hebben ons marktaandeel in deze sector weten te stabiliseren met 33,4% (2024: 35,1%). De omvang van onze uitstaande kredietverlening aan drinkwaterbedrijven bedroeg eind 2025 € 1.433 miljoen (2024: € 1.445 miljoen).
De drinkwaterbedrijven staan voor grote uitdagingen. De vraag naar drinkwater neemt de komende jaren toe, terwijl de beschikbaarheid en kwaliteit van bronnen afnemen. De afname van drinkwaterbronnen is te wijten aan droogte en verzilting door klimaatverandering, de afname in drinkwaterkwaliteit aan opkomende stoffen als PFAS, pyrazool, medicijnresten en micro-organismen. Tegelijkertijd stijgt de vraag naar drinkwater door bevolkingsgroei, klimaatverandering en economische ontwikkelingen. Daar komt nog eens bij dat ontwikkelingen in cybersecurity, de energietransitie en toenemend gebruik van bodem en ondergrond om aandacht vragen.
Om de drinkwatervoorziening voor de toekomst te waarborgen, verwachten de drinkwaterbedrijven de komende jaren een stijging van noodzakelijke investeringen in de drinkwaterinfrastructuur en natuurbeheer. Deze investeringen financieren zij met inkomsten uit de levering van drinkwater, maar ze trekken ook externe financiering aan, onder andere bij onze organisatie. Om de drinkwaterbedrijven tegemoet te komen, heeft het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat de gereguleerde maximale vermogenskostenvoet (WACC) voor de periode 2025-2027 verhoogd. Dit helpt de drinkwaterbedrijven meer rendement te maken en daarmee hun financiële positie en financierbaarheid te versterken.
Voor 99% van onze kredietverlening aan de drinkwaterbedrijven hebben we de klimaatvoetafdruk in beeld en die kwam in 2024 overeen met 48 kiloton CO2-equivalent (2023: 35 kiloton CO2-equivalent). Dat komt neer op een emissie-intensiteit van 33,7 ton CO2-equivalent per € 1 miljoen (2022: 29,5 ton CO2-equivalent per € 1 miljoen). Zowel de absolute als de relatieve klimaatimpact door de financiering van drinkwaterbedrijven is in 2024 dus toegenomen. De oorzaak ligt vooral in toegenomen elektriciteitsverbruik. De sector opereert nog wel in lijn met het klimaatimpactreductiepad zoals wij dat hebben vastgelegd in ons ESG-transitieplan. We stellen vast dat drinkwaterbedrijven zich bewust zijn van de impact die ze hebben, waarbij de reductiedoelstellingen om klimaatimpact te verminderen incidenteel nog beter kunnen. In openbare beleidsstukken en rapportages zien we vrij grote verschillen in transparantie van drinkwaterbedrijven over hun klimaatimpact en reductiemaatregelen. Een sectorbrede aanpak inclusief plannen en monitoring kan uitkomst bieden. Alle drinkwaterbedrijven hebben de komende jaren meer productiecapaciteit nodig, terwijl ongewenste stoffen in drinkwaterbronnen en neerslagtekorten toenemen. Dat maakt de uitdagingen om het materiaalverbruik en de klimaatimpact terug te dringen nog groter. Het waterbewustzijn in Nederland moet beter en ook daarin speelt de drinkwatersector een belangrijke rol.
In 2025 sloten we met drinkwaterbedrijf Dunea een aan duurzaamheid gekoppelde lening (sustainability linked loan, SLL) af. We spraken hierbij meerdere duurzame prestatie-indicatoren af. Wanneer Dunea deze doelen behaalt, ontvangt het bedrijf een rentekorting. Op deze manier stimuleren we de verdere verduurzaming van onze klanten en helpen we hen hun duurzame ambities te versnellen. Zie impactcase Dunea waarin deze SLL en meer verder is toegelicht.
Waterschap Brabantse Delta vormt een goede afspiegeling van het land. Ondanks alle uitdagingen en problemen die daarbij komen kijken praten Mary van Wijk en Margot Musters er enthousiast over. Al net zo enthousiast zijn ze over NWB Bank, een gevoel dat wederzijds is.
Kerncijfers waterschap Brabantse Delta170.744 hectare werkgebied
568 kilometer waterkeringen
17 spui- en schutsluizen
17 rioolwaterzuiveringen
227 poldergemalen
1.752 stuwen, 82 rioolgemalen
70 jaar klant van NWB Bank
Brabantse Delta is ruim 170.000 hectare groot en reikt van Bergen op Zoom tot Tilburg en van Baarle-Nassau tot Geertruidenberg. Met een grote variatie in ruimtegebruik. “Het is een beetje Nederland in het klein”, zegt Margot Musters, manager juridische zaken, financiën, inkoop en vastgoed. “We hebben te maken met landbouw, natuur, steden, waterkeringen, noem maar op. Dat betekent dat we intensief moeten samenwerken met onze partners en ambitieus zijn op het gebied van duurzaamheid en innovatie. De problematiek pakken we samen aan: met inwoners, agrariërs en bedrijven. Ons waterschap blijkt ook een interessante werkgever, die veel maatschappelijk betrokken jongeren trekt. Joris Bengevoord, onze dijkgraaf, is de jongste dijkgraaf van Nederland.”
“Innovatie en duurzaamheid staan hoog in het vaandel bij Brabantse Delta en we richten onze blik op de toekomst. Ook bij de agrariërs leeft klimaatbewustheid. Ook zij willen vooruit, willen helpen. In de besluitvorming is de natuur een kleine speler, maar wel nadrukkelijk aanwezig. Biodiversiteit en duurzaamheid zijn in ieders belang.” Vanzelfsprekend zijn er ook tegengestelde belangen, maar die zorgen volgens Mary van Wijk eerder voor levendige vergaderingen dan voor patstellingen. Zij is strategisch beleidsadviseur financiën bij Brabantse Delta. “We willen gezamenlijk het waterbeheer robuuster inrichten. Daarvoor werken we bij het project Zicht op water samen met agrariërs. We plaatsen onder meer digitale watermeters, die onttrekkingen uit grondwater en oppervlaktewater meten. Dit inzicht is nodig om uiteindelijk stappen in de waterbesparing te maken. De basis voor deze samenwerking is vertrouwen.”
Behalve een optimaal gebruik van het water is het ook zaak het water indien nodig buiten de deur te houden. Mary: “Daarom gaan we tot 2050 vijf dijktrajecten versterken. Dat zijn projecten van een enorme omvang en met een integrale visie, waarbij we behalve met veiligheid ook rekening moeten houden met zaken als woningbouw, energietransitie, scheepvaart en natuur.” Margot: “Dan komen de korte lijntjes met NWB Bank goed van pas. We hebben dan contact met Sander om een rente-indicatie op te vragen voor een lineaire of fixed lening. De bank denkt goed met ons mee en er is veel kennis van zowel de financiële markt als het waterschap.”
Sander is Sander Bosman, teamlead account desk van de afdeling Public Finance bij NWB Bank. “Ik spreek Mary heel vaak over de markt en ontwikkelingen daar, over de geopolitiek en wat de gevolgen daarvan zijn voor de rentecurve”, vertelt hij. “En omdat de waterschappen aandeelhouder van onze bank zijn, lopen we net wat harder voor hen voor een zo laag mogelijke rente.” Mary prijst de klantgerichtheid, met altijd een snelle reactie en een helder antwoord. “Ook de jaarlijkse relatiedag voor waterschappen en de nieuwsbrief worden zeer gewaardeerd. En over het betalingsverkeer zijn we heel tevreden.” Het is een exclusieve service, zegt Jacqueline Huisman van de afdeling betalingsverkeer. “We verzorgen het betalingsverkeer voor een selecte groep, voornamelijk bestaand uit onze aandeelhouders.”
Dan draait het om digitaliseren en innoveren, iets waar Brabantse Delta ook volop mee te maken heeft. “We investeren veel in onze mensen, om ze onder andere de 21ste-eeuwse vaardigheden mee te geven”, vertelt Margot. “Datagedreven werken en AI: wat vraagt dat van mensen? Wij streven naar innovatie over de volle breedte, mede daarom hebben we als waterschap gewerkt aan het professionaliseren van innovatie binnen de organisatie. Het R&D-team is hier een mooi voorbeeld van.
Een van de innovatieve projecten is om uit afvalwater biologisch afbreekbaar plastic te maken: het project PHA2USE. Dat lukte al op kleine schaal en nu zijn we zover om dit als halffabricaat op grotere schaal op de markt te brengen. Ook zijn we bezig om met een magneettechniek ijzerfosfaat uit slib te halen. Fosfaat kan als grondstof dienen in onder andere kunstmest, verf en batterijen. Dan is het niet langer afval maar een grondstof. Dit doen we samen met andere partijen, waaronder AquaMinerals, Waterschap Limburg en STOWA.” Dat laatste is het kenniscentrum van de waterschappen.
Het Innovatielab, waar onder andere het R&D-team onderdak vindt, is een project door weer en wind en door schade en schande. Letterlijk, vertelt Mary. “Er komt straks een mooi gebouw, maar het R&D-team zat eerder in een tent die door een storm omver werd geblazen. De uitdagingen in duurzaam waterbeheer, gecombineerd met de toenemende complexiteit van operationele processen, vereisen een structurele aanpak van innovatie. Dit doen we samen met veel opleidingsinstituten en bedrijven, want we kunnen het niet alleen.” Margot: “De maatschappij verduurzaamt en dat kan niet zonder te investeren in innovatie. In het Innovatielab krijgen collega’s de ruimte om veel te proberen en dan hoeft niet alles te lukken. De winst zit in die paar ideeën die slagen.” En die hopelijk helpen de grote vraagstukken op te lossen. “Met enorme uitgaven voor de rioolwaterzuiveringsinstallaties en hoogwaterbescherming. Hierbij geldt het principe: natuurlijk waar het kan en technisch waar het moet. Oftewel: vernieuwen en innoveren met ecologisch zo min mogelijk schade.”
Dunea, duin & water zegt het logo waarin een pad figureert. Dan denk je eerder aan een natuurorganisatie of recreatiepark dan aan een drinkwaterbedrijf. Toch is Dunea precies dat, in de dichtbevolkte Randstad nog wel. En dat logo klopt helemaal, want het is een drinkwaterbedrijf met veel oog voor mens en milieu. Zo is Dunea het eerste drinkwaterbedrijf dat een Sustainability Linked Loan (SLL) afsluit.
Kerncijfers Dunea1,4 miljoen klanten
17 gemeenten
80 miljard liter waterlevering per jaar
2.500 hectare duingebied in beheer
1 miljoen recreanten
10 jaar klant van NWB Bank
“Laat ik allereerst zeggen dat het fantastisch is dat het ons gelukt is om voor het einde van het jaar een SLL met jullie af te sluiten”, zegt Aard Kluck, accountmanager Specialised Finance van NWB Bank. “Daar zijn we trots op.” Eerder sloot de bank SLL’s af met waterschappen, woningcorporaties en een zorgbedrijf. Ook Wim Drossaert, directeur van Dunea, is er blij mee. “Duurzaamheid is bij ons een intrinsieke motivatie. We hebben veel natuurmensen in dienst en de combinatie natuur en water zit in onze genen. Natuurlijk is drinkwater leveren onze corebusiness, maar wel zo natuurinclusief mogelijk. Met de SLL willen we collega-drinkwaterbedrijven laten zien dat het duurzaam en natuurinclusief kan.” Aard: “Dat is precies de bedoeling van de SLL: verduurzaming stimuleren.”
Dat is het dichtstbevolkte gebied van Nederland, midden in de Randstad, en ook nog eens onder de zeespiegelHet werkgebied van Dunea maakt het niet makkelijk: het westen van Zuid-Holland. “Dat is het dichtstbevolkte gebied van Nederland, midden in de Randstad, en ook nog eens onder de zeespiegel”, schetst Wim. “Ons grondwater is brak en daarom moeten we zoetwater van ver halen, uit de rivieren. Dat brengen we naar onze duinen, die vooral dienen als opslag. Vanwege de drinkwaterbestemming is er nooit gebouwd en vormen zij een natuurgebied
waar wij ook voor zorg dragen, omdat het belangrijk is voor de biodiversiteit maar ook voor recreatie. Vandaar dat wij altijd streven naar nature-based solutions.” De klandizie van Dunea bestaat grofweg voor 90 procent uit huishoudens en voor 10 procent uit bedrijven.
In een regio die explosief blijft groeien, vraagt de drinkwatervoorziening om creatieve oplossingen. “Van de 900.000 woningen die er in Nederland bij moeten komen, worden er 225.000 in Zuid-Holland gebouwd. Wij komen nu al drinkwater tekort en kopen het in bij anderen, maar ook daar dreigen tekorten. Waar we nu op circa 80 miljard liter per jaar zitten, moet dat in de periode 2030-2040 doorgroeien naar 110 miljard liter. Daarvoor breiden we waar mogelijk onze systemen uit, al lopen we tegen de grenzen van de natuur aan. Nieuwe technologie en nieuwe bronnen buiten de duinen helpen, maar het vraagt medewerking van de omgeving, wat niet vanzelfsprekend is. De kranten staan vol van de netcongestie, bij ons is hetzelfde aan de hand. Maar zolang er water uit de kraan stroomt, zien mensen de urgentie niet.” Terwijl de vraag groeit, slinkt het aanbod. “Door klimaatverandering hebben we drogere zomers. Daardoor krijg je niet alleen minder maar ook vuiler water, wat extra kosten met zich meebrengt voor zuivering.” Met gevoel voor ironie: “Het waterschap strijdt tegen hoogwater, wij vinden het juist een feest!”
Maar overstromingen zijn niet de oplossing, buffers wel. En wellicht, op termijn, komt er een wel heel creatieve oplossing. “We zijn in gesprek met de Duitsers om in bruinkoolmijnen water vast te houden. Je ziet: we kijken verder dan ons eigen gebied.” Moet ook wel, want de rivieren komen van ver en het water valt niet bepaald onder de jurisdictie van Dunea. Wim: “Ik kan niet naar Wallonië gaan en zeggen dat ze minder rotzooi moeten lozen. Maar waar ik me echt boos over maak is dat de provincie Limburg een vergunning wil verlenen aan een bedrijf om jaarlijks vijf kilo PFAS te lozen. Het is vele malen duurder om het uit de rivier te zuiveren dan bij de veroorzaker. Nog los van het feit dat de vervuiler zou moeten betalen in plaats van de drinkwaterklant. Zo zijn we vaak met complexe maatschappelijke vraagstukken bezig, wat ook een voordeel heeft: we zijn een magneet als werkgever omdat je impact kunt maken.”
Je merkt in het hele bedrijf dat iedereen zich hard inzet voor duurzaamheid en biodiversiteit. We zijn ook blij met de samenwerking met NWB BankDat beaamt Celene Kraaij, businesscontroller bij Dunea. “Ik heb er heel bewust voor gekozen om hier te gaan werken en een bijdrage te leveren. Je merkt in het hele bedrijf dat iedereen zich hard inzet voor duurzaamheid en biodiversiteit. We zijn ook blij met de samenwerking met NWB Bank. De SLL regelen ging vlot. Hielke (Hielke van der Aa, sustainability analyst) heeft goed met ons meegedacht, met name bij het bepalen van de KPI’s.” Want de SLL impliceert een rentekorting als je vooraf vastgestelde duurzame doelen haalt, in dit geval op het gebied van natuurbeheer, circulariteit en sociale impact. Wim: “Wij zijn blij met NWB als bank, zonder zouden we het niet kunnen.” Aard: “En wij zijn blij met Dunea als klant, want vanwege het maatschappelijk belang valt drinkwatervoorziening onder onze strategische pijlers.”
NWB Bank is er voor de gehele Nederlandse publieke sector. Sinds onze oprichting hebben de waterschappen de bank ook opengesteld voor andere publieke en semipublieke organisaties, waaronder gemeenten, zorginstellingen en woningcorporaties, maar ook sportverenigingen met een gemeentegarantie. In de loop der jaren zijn we uitgegroeid tot een onmisbare financier binnen het publieke domein. We dragen bij aan een scherp, slagvaardig en innovatief speelveld waarin publieke middelen efficiënt en effectief worden ingezet. In de afgelopen tien jaar verstrekten we in totaal bijna € 88 miljard aan leningen en met een balanstotaal van bijna € 73 miljard zijn we qua grootte de vijfde bank van Nederland.
In 2025 wisten we, ondanks forse prijscompetitie, ons significante en substantiële marktaandeel in de (semi-)publieke sector te bestendigen en de beschikbaarheid en betaalbaarheid van financiering voor al onze klanten te waarborgen. Onze kredietportefeuille groeide wederom, naar een recordhoogte van ruim € 59 miljard (2024: € 57 miljard). Dankzij de bundeling van de financieringsbehoeften van onze klanten en onze sterke kredietwaardigheid zijn we in staat om op de internationale geld- en kapitaalmarkten voordelige langlopende middelen aan te trekken.
Ook in perioden van financiële onzekerheid, zoals afgelopen jaar bij de handelsoorlog en geopolitieke spanningen, hebben we laten zien dat we als promotional bank een betrouwbare en altijd beschikbare partner blijven.
Een betrekkelijk nieuwe, bijzondere vorm van passende financiering is de aan duurzaamheid gekoppelde lening, ook wel sustainability linked loan (SLL) genoemd. Bij dit soort leningen spreken we met de klant vooraf een aantal te behalen duurzame prestatie-indicatoren af en ontvangt de klant een korting op de rente als die worden behaald. Zodoende willen wij de (verdere) verduurzaming bij onze klanten op een positieve wijze stimuleren en helpen versnellen. Duurzaamheid weegt overigens bij alle nieuwe leningen en de beoordeling van bestaande klanten zwaar, niet alleen bij SLL's. In 2025 zijn we met veertien klanten een SLL overeengekomen. Het is voor ons een belangrijk strategisch instrument, ondanks dat de omvang van de SLL-portefeuille beperkt is.
Woningcorporaties vormden ook in 2025 veruit onze grootste klantgroep. Dat is geen verrassing, gezien hun omvangrijke en structurele financieringsbehoefte binnen de publieke sector. In totaal verstrekte NWB Bank in 2025 € 8,2 miljard aan financiering aan corporaties (2024: € 6,8 miljard), bestaande uit nieuwe kredietaanvragen en herzieningen van kredietopslagen op bestaande leningen. Eind 2025 bedroeg onze totale kredietverlening aan woningcorporaties circa € 36,6 miljard (2024: € 35 miljard). Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) heeft in 2025 de mijlpaal van € 100 miljard aan geborgde leningen behaald. Daarmee financieren wij circa 37% van de uitstaande geborgde schuld van corporaties, voornamelijk met langlopende leningen die goed aansluiten bij de afschrijftermijnen van sociale huurwoningen.
Woningcorporaties verwachten dat hun financieringsbehoefte de komende jaren verder oploopt. In de Nationale Prestatieafspraken 2025-2035 is, bij de herijking eind 2024, vastgelegd dat corporaties tot 2035 voldoende investeringsruimte moeten hebben om de grote opgaven voor verduurzaming en nieuwbouw te realiseren. De sector blijft stevig investeren in de verbetering van de bestaande voorraad, waaronder het isoleren van woningen, het terugdringen van de warmtevraag en het uitfaseren van alle E‑, F‑ en G‑labelwoningen uiterlijk in 2028. Daarnaast geldt een landelijke bouwopgave: vanaf 2029 moeten corporaties structureel 30.000 nieuwe sociale huurwoningen per jaar realiseren, met de ambitie dit al in 2027 te halen.
NWB Bank financiert uitsluitend het deel van de corporatieschuld dat onder WSW‑borging valt: de DAEB‑activiteiten. Daarmee garanderen we dat onze financiering direct bijdraagt aan maatschappelijke waarde. Woningcorporaties bieden betaalbare woningen aan huishoudens met een bescheiden inkomen, ondersteunen mensen met een sociale, medische of psychische kwetsbaarheid, huisvesten statushouders en investeren in een veilige en leefbare woonomgeving. Naar aanleiding van de nieuwe Europese regelgeving zal de komende tijd ook de Nederlandse wetgeving worden aangepast om staatssteun voor middenhuur mogelijk te maken. Als deze financiering zodoende in aanmerking komt voor WSW-borging, zal NWB Bank uiteraard graag haar bijdrage leveren aan de financiering van deze maatschappelijk relevante sector.
Een andere ontwikkeling in de sector is de verhoging van het maximale borgingsplafond bij het WSW. Vanaf 1 januari 2026 kunnen corporaties tot maximaal € 4,4 miljard geborgd lenen voor hun socialewoningbouwopgave, terwijl dat tot eind 2025 nog maximaal € 3,5 miljard was. De methodiek voor de berekening van het borgingsplafond wordt gewijzigd, door het bedrag met terugwerkende kracht en vanaf nu jaarlijks te indexeren. Met name voor grotere corporaties betekent dit meer ruimte om te investeren, passend bij de huidige opgaven- en kostenniveaus.
Woningcorporaties beheren gezamenlijk ruim 2 miljoen sociale huurwoningen, waar ongeveer 4 miljoen mensen in wonen. Daarmee vertegenwoordigen zij een aanzienlijk deel van de Nederlandse woningvoorraad en spelen zij een belangrijke maatschappelijke rol. Juist vanwege die schaal wordt van corporaties verwacht dat zij een voortrekkersrol vervullen in de verduurzaming van de gebouwde omgeving. Duurzaamheid vormt daardoor een steeds belangrijker onderdeel van het beleid in de sector. Corporaties werken aan het energiezuiniger maken van hun woningen, het verlagen van de warmtevraag en het versneld verbeteren van woningen met lage energielabels. De ambitie om in 2050 klimaatneutraal te werken vraagt om grote investeringen in isolatie, energiezuinige installaties en slimme technologie. Voor nieuwbouw geldt dat sociale huurwoningen moeten voldoen aan de actuele milieunormen en zo veel mogelijk circulair en duurzaam worden gerealiseerd. Daarmee leveren corporaties een structurele bijdrage aan de nationale klimaatdoelen en aan een toekomstbestendige woningvoorraad.
We hebben de klimaatimpact van onze kredietverlening aan woningcorporaties vrijwel volledig in beeld. Eind 2024 bedroeg deze 352 kiloton CO2-equivalent (2023: 319 kiloton). Dat levert een emissie-intensiteit op van 10,2 ton CO2-equivalent per € 1 miljoen (2023: 9,8 ton). Zowel de absolute klimaatimpact in ton CO2e als de relatieve impact in ton CO2e per gefinancierde € 1 miljoen is in 2024 gestegen ten opzichte van het jaar ervoor. Deze stijging wordt veroorzaakt door een toename in het aardgasverbruik van corporatievastgoed. De woningcorporatiesector opereert wel nog ruim in lijn met het klimaatimpactreductiepad zoals wij dat hebben vastgelegd in ons ESG-transitieplan. Uit onze analyses van klimaatplannen blijkt dat veel corporaties duidelijk zijn over het doel op langere termijn, over het algemeen uitgedrukt als ‘klimaatneutrale woningportefeuille in 2050’. Het ontbreekt wel nog vaak aan duidelijke afbakening van de wijze waarop dat doel behaald wordt, monitoring van de voortgang en tussendoelstellingen. We zien niettemin veel positieve ontwikkelingen, die elkaar snel opvolgen. Dat geeft ons het vertrouwen dat de sector op termijn stappen maakt in het concretiseren van de aanpak.
In de plannen van de woningcorporaties voor klimaatimpact en energietransitie spelen de Nationale Prestatieafspraken, herzien in december 2024, nog altijd een bepalende rol. De afspraken geven veel sturing, maar kennen ook beperkingen. Zo is er weinig aandacht voor klimaatimpact via materiaalgebruik en de transitie richting een circulaire economie. Ook bieden de middelen van de sector binnen het huidige stelsel beperkt ruimte om op grote schaal stappen te zetten.
In 2025 verstrekte NWB Bank € 720 miljoen aan financiering aan gemeenten (2024: € 578 miljoen) en € 16 miljoen aan gemeenschappelijke regelingen (2024: € 76 miljoen). Bij gemeenten verstrekken we het krediet vaak in de vorm van een Medium Term Note (MTN), terwijl andere langlopende leningen worden verstrekt in de vorm van een onderhandse lening. Eind 2025 bedroeg onze totale kredietportefeuille bij gemeenten € 5,75 miljard. Inclusief de gemeenschappelijke regelingen kwam dit uit op € 6,47 miljard, tegenover respectievelijk € 5,76 miljard en € 6,49 miljard eind 2024.
Gemeenten staan dicht bij inwoners en voeren op lokaal niveau een breed pakket aan overheidstaken uit. Sinds de decentralisaties van 2015 zijn zij verantwoordelijk voor een groot deel van de zorg en ondersteuning binnen het sociaal domein. Voor deze taken is structurele en voorspelbare financiering essentieel. Gemeenten ontvangen nog steeds een aanzienlijk deel van hun inkomsten van het Rijk, waarvan het gemeentefonds de belangrijkste bron vormt. Hoewel gemeenten de afgelopen jaren gemiddeld genomen hun financiën redelijk op orde hadden, zijn de vooruitzichten de laatste tijd verslechterd. Veel gemeenten kampen met oplopende tekorten, onder meer door stijgende kosten in de jeugdzorg en onzekerheid over toekomstige rijksbijdragen. De VNG waarschuwde in 2024 en 2025 herhaaldelijk voor de financiële druk die hierdoor ontstaat. Vanaf 2026 daalt de omvang van het gemeentefonds aanzienlijk door een wijziging in de verdeelsystematiek van het Rijk. In de Voorjaarsnota 2025 heeft het vorige kabinet weliswaar cumulatief € 3 miljard extra beschikbaar gesteld tot en met 2027 om de grootste klappen te verzachten en onder andere de jeugdzorgtekorten te compenseren, maar de structurele onzekerheid blijft bestaan. Het is de verwachting dat pas in 2027 een nieuw, stabieler financieringssysteem voor gemeenten kan worden ingevoerd.
We hebben de klimaatimpact van onze kredietverlening aan gemeenten volledig in beeld. Eind 2024 bedroeg deze 181 kiloton CO2-equivalent (2023: 185 kiloton). Dat levert een emissie-intensiteit op van 31,4 ton CO2-equivalent per € 1 miljoen (2023: 31,3 ton). Bij de gemeenten is de absolute klimaatimpact in ton CO2e dus iets gedaald, terwijl de relatieve impact in ton CO2e per gefinancierde € 1 miljoen is toegenomen. Wij concluderen dat de sector niet opereert in lijn met het klimaatimpactreductiepad van ons ESG-transitieplan. Dat betekent dat we in 2026 opnieuw extra aandacht moeten besteden aan vermindering van de klimaatimpact bij gemeenten.
We hebben bij de klantgroep gemeenten een groot deel van de klimaatplannen beoordeeld. Het valt op dat gemeenten over het algemeen een aardige reductiedoelstelling hebben, maar dat het monitoren van de impact en definiëren van vervolgstappen te wensen over laten. We zullen gemeenten er blijvend op wijzen dat ze ook transparant moeten zijn over de impact van de eigen organisatie en het vastgoed dat in eigendom of beheer is.
Als essentieel onderdeel van het publieke domein zijn ook zorginstellingen een belangrijke klantgroep voor ons. In 2025 verstrekten we € 118 miljoen aan kredieten aan zorginstellingen met een garantie van het Waarborgfonds voor de Zorgsector (WfZ) (2024: € 233 miljoen). De borging van het WfZ, vergelijkbaar met die van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw, ondersteunt de betaalbaarheid en toegankelijkheid van de zorg. Onze totale uitstaande kredietportefeuille aan zorginstellingen, inclusief universitair medisch centra (umc’s), bedroeg eind 2025 € 1,9 miljard, tegenover bijna € 2 miljard eind 2024.
De vraag naar zorg blijft de komende jaren toenemen, vooral door de vergrijzing en de stijgende levensverwachting. Hierdoor blijven de zorguitgaven structureel oplopen. Tegelijkertijd kampt de sector met een hardnekkig personeelstekort: het wordt steeds moeilijker om voldoende gekwalificeerde zorgprofessionals te werven en behouden. De financiële positie van zorginstellingen staat daarnaast onder druk door stijgende kosten voor energie, materialen en diensten. Deze kostenstijgingen werken door in de premies en tarieven, die zorgverzekeraars en burgers maar beperkt kunnen opvangen. Dit alles maakt het investeringsklimaat in de zorg uitdagender, wat ook het Waarborgfonds voor de Zorgsector signaleert. Zorgorganisaties worden daarom gestimuleerd om samen met ketenpartners versneld werk te maken van de transitie naar passende zorg, waarbij digitalisering, innovatie en samenwerking centraal staan. Het doel blijft om de zorg toegankelijk en betaalbaar te houden.
De zorgsector heeft een aanzienlijke milieu-impact. Het RIVM schat dat de sector verantwoordelijk is voor ongeveer 7% van de nationale uitstoot van broeikasgassen en voor circa 4% van het totale afvalvolume. Om deze impact te verkleinen, sloten zorginstellingen, overheid, zorgverzekeraars en banken in 2022 de Green Deal Duurzame Zorg 3.0. Hierin zijn afspraken gemaakt om de CO₂‑uitstoot, afvalstromen en milieubelasting door medicatie substantieel te verminderen. In 2024 heeft NWB Bank zich aangesloten bij dit akkoord. De Green Deal bevat ambitieuze doelen, waaronder een CO₂‑reductie van minimaal 55% in 2030 en een route richting een klimaatneutrale zorgsector in 2050. Deze afspraken moeten bijdragen aan een toekomstbestendige, duurzame en veerkrachtige zorgsector.
Voor 99% van onze financiering aan de zorg hebben we de klimaatimpact in beeld. Eind 2024 bedroeg deze 43 kiloton CO2-equivalent (2023: 63 kiloton). Dat levert een emissie-intensiteit op van 21,9 ton CO2-equivalent per € 1 miljoen (2023: 32,7 ton). De klimaatimpact van onze klanten in de zorgsector is in 2024 enorm afgenomen, wat geldt voor zowel de absolute als de relatieve impact. Dit komt deels door een methodologische wijziging in berekening van de klimaatimpact, maar ook door het terugdringen van energieverbruik door onze klanten. De sector opereert in lijn met ons beoogde klimaatimpactreductiepad. Van een groot deel van onze klanten in de zorgsector hebben we inmiddels de klimaatplannen beoordeeld. Het valt op dat de Green Deal Duurzame Zorg 3.0 een positief effect heeft op deze plannen: de zorginstellingen stellen over het algemeen heldere reductiedoelen op. De klimaatimpact jaarlijks monitoren en rapporteren kan beter en is belangrijk om op de lange termijn doelen te kunnen sturen.
Stichtingen, verenigingen en andere rechtspersonen met een garantie van een (de)centrale overheid kunnen eveneens bij ons terecht voor financiering. Naast grotere organisaties gaat het vaak om klanten met een beperkte financieringsbehoefte maar een duidelijke maatschappelijke functie, zoals sportverenigingen en bibliotheken die hun gebouwen willen verduurzamen of renoveren. In 2025 verstrekten we in totaal € 42 miljoen aan kredieten onder overheidsgarantie (2024: € 365 miljoen).
Als promotional bank dragen we indirect bij aan de financiering en betaalbaarheid van particuliere woninghypotheken. Dat doen we door te investeren in NHG RMBS-obligaties. Dit zijn residential mortgage-backed securities gedekt door Nederlandse woninghypotheken met een Nationale Hypotheek Garantie.
In 2025 investeerden we voor in totaal € 495 miljoen in NHG RMBS-obligaties (2024: € 225 miljoen). De onderliggende hypotheekleningen kennen langere looptijden, maar omdat de hypotheekmarkt door de steilere rentecurve naar kortere looptijden is opgeschoven, kent een deel van de investeringen een kortere looptijd. De gehanteerde labels werken in 2025 met een lager rentepercentage voor energielabel A of beter. Aan het einde van het jaar bedroeg onze portefeuille € 3.287 miljoen (2024: € 2.864 miljoen). Ook de komende jaren willen we op deze manier blijven bijdragen aan de betaalbaarheid en verduurzaming van koopwoningen voor onder anderen starters en mensen met lagere inkomens. De klimaatimpact van onze investeringen in NHG RMBS-obligaties bedroeg 54 kiloton CO2-equivalent en de emissie-intensiteit was 21,3 ton CO2-equivalent per € 1 miljoen.
Het zal niemand ontgaan zijn: Nederland kampt met een groot tekort aan betaalbare woningen. Dat geldt zelfs voor heel Europa. Gelukkig wordt er hard aan gewerkt om dit op te lossen. Een speerpunt daarbij is het European Affordable Housing Plan, dat in 2026 in werking treedt.
Cijfers woningmarkt2,4 miljoen woongelegenheden in bezit van woningcorporaties
30.000 sociale huurwoningen per jaar te bouwen vanaf 2029
1 op de 3 sociale woningen door NWB Bank gefinancierd
€ 100 miljard borgingsvolumegrens doorbroken door WSW
Jo van Kalsbeek is lid van de raad van bestuur van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW), met de portefeuille bedrijfsvoering, finance, informatiemanagement en risicomanagement. Het WSW borgt leningen van financiers aan woningcorporaties en zorgt zodoende voor gunstige financieringsvoorwaarden. Het heeft net als NWB Bank een triple A-rating. “Wettelijk is nu bepaald dat het primair gaat om woningen die vallen onder de socialehuurgrens van ruim 900 euro. Door de leningen te borgen kunnen de corporaties beter en makkelijker aan betaalbare financiering komen. Gelukkig zijn met het European Affordable Housing Plan de mogelijkheden voor staatssteun verruimd, zodat we ook de bouw van woningen in het middenhuursegment, met een huurprijs tot circa 1.200 euro, mogen gaan borgen. Zodra deze Europese regelgeving in de Nederlandse wetgeving is geïmplementeerd, kunnen we in Nederland 5.000 woningen met WSW-borging meer bouwen per jaar en dat is gunstig voor de doorstroming.”
Want een deel van de woningcrisis is terug te voeren op een gebrek aan doorstroming van sociale naar middenhuur. Weet je dat gat te dichten, dan trek je de woningmarkt een stukje vlot. “Dat kan een vliegwieleffect hebben. We zijn nu in staat om het aanbod middenhuur enkele decennia te laten groeien. De wil en ambitie bij de woningcorporaties zijn groot om aan de Nationale Prestatieafspraken tussen onder meer de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en koepelorganisatie Aedes te voldoen. Zij committeren zich aan de bouw van tienduizenden woningen en het onderhoud, de verbetering en verduurzaming van bestaande woningen. Een enorme opgave als je bedenkt dat Nederland zo’n 2,2 miljoen sociale woningen telt. Daarbij is het zaak om de woningen betaalbaar te houden voor de kleine portemonnee.” Om de grote ambities te realiseren, is er meer financiële armslag. "Het WSW heeft per 1 januari 2026 het maximale borgingsplafond verhoogd van 3,5 miljard euro naar 4,4 miljard euro, waardoor met name grotere woningcorporaties meer investeringsruimte krijgen."
Jo is blij dat nieuwe Europese regelgeving ruimere staatssteun toestaat om de tekorten in het middensegment aan te pakken. “Er is nu ook een Eurocommissaris voor wonen, wat aantoont dat de woningcrisis in de EU een prioriteit is.” Dat is Dan Jørgensen, die naast wonen ook energie in zijn portefeuille heeft. Matthew Baldwin leidt de Housing Task Force, die valt onder de verantwoordelijkheid van de Deen. “Het tekort aan betaalbare woningen krijgt een steeds prominentere plek op de politieke agenda, zowel in Nederland als in de rest van Europa”, vertelt Matthew. “De wensen veranderen en de woningvoorraad is niet mee veranderd. Er is een tekort aan passende woningen voor een redelijke prijs, niet alleen in de grote steden, ook in kleinere gemeenten. Juist daar waar de banen zijn is het probleem groot, waardoor jongeren genoodzaakt zijn bij hun ouders te blijven wonen. In Italië en Kroatië zelfs tot ze in de dertig zijn. Dat leidt ook tot een demografische crisis, doordat het voor jongeren lastiger wordt een gezin te stichten. Duidelijk is dat het systeem niet werkt, dat we niet het volledige potentieel benutten. En het ergste is dat we in de EU kampen met een miljoen daklozen, onder wie 400.000 kinderen. Dat is onacceptabel.”
Alle reden om het over een andere boeg te gooien, iets waarvoor met name Europese Commissievoorzitter Ursula von der Leyen zich sterk heeft gemaakt. Matthew: “Daarom kwam er een Eurocommissaris voor wonen, een Housing Task Force en in december 2025 werd het Affordable Housing Plan gepresenteerd. Dat wilden we eigenlijk in het eerste kwartaal van 2026 opleveren, maar Von der Leyen vond dat het nog in 2025 moest. En terecht, want tempo is nodig. Uitgangspunt is dat huisvesting in de eerste plaats de bevoegdheid is van lidstaten, regio’s en steden. De EU ondersteunt waar nodig. Het plan kent vier pijlers: bevordering van het woningaanbod, investeringen mobiliseren, onmiddellijke steun mogelijk maken en hervormingen stimuleren, en bescherming van de zwaarst getroffenen.” Alles moet uit de kast, met naast de klassieke methodes ook nieuwe technieken als modulair en offsite bouwen, innovatieve materialen en bouwtechnieken gericht op huisvesting die kosteneffectief, milieuvriendelijk en van hoge kwaliteit is. Verdere stappen: herbestemming van bestaande bouw, digitalisering van processen en vooral: veel leren van elkaar. Het gat in de woningmarkt dichten vergt een investering van 150 miljard euro per jaar, volgens de Commissie. En het vergt maximale flexibiliteit, geen obstructie door overregulering. Vandaar de herziening van de staatssteunregels die snellere en eenvoudigere overheidssteun voor investeringen in sociale en betaalbare huisvesting mogelijk maken. Een herziening waar NWB Bank zich samen met partners, waaronder WSW, Aedes, het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, Housing Europe en de EAPB, hard voor heeft gemaakt. Matthew: “Daarnaast gaat de Commissie in kaart brengen waar EU-regels het aanbod van betaalbare huisvesting beperken, nadrukkelijk zonder de onderliggende doelstellingen te ondermijnen. Ook de lidstaten, steden en regio’s zouden hun eigen regels moeten bekijken, inclusief de manier waarop zij EU-regelgeving implementeren.”
Om de inspanningen EU-breed te stroomlijnen, praat de Commissie nu met de lidstaten over de European Housing Alliance, die in 2026 van start gaat. “Een plek waar de EU-instituten, lidstaten, steden, regio’s en alle andere stakeholders best practices uitwisselen en streven naar synergie en samenwerking", vertelt Matthew. "Duidelijk is dat een bouwvergunning regelen zo makkelijk mogelijk moet worden, met snelle procedures, met oog voor het feit dat de 27 lidstaten niet allemaal dezelfde woningmarkt hebben en zonder het milieu uit het oog te verliezen. Dat moet huizen opleveren die duurzaam, kwalitatief en betaalbaar zijn. Want we moeten met z’n allen bouwen aan klimaatneutrale steden en zorgen voor weerbaarheid wat betreft water en klimaat.” Ook voor de financiële opgave wordt alles uit de kast getrokken. “We hebben een langetermijnbudget in de EU voorgesteld voor dit specifieke doel, waarover nu onderhandelingen plaatsvinden met de lidstaten en het Europees Parlement. Verder lanceren we het Pan-European Investment Platform, met een coalitie van financiële spelers om samenwerking te bevorderen en ervaringen te delen. Daarbij spelen national promotional banks, waaronder NWB Bank in Nederland, een doorslaggevende rol. Ze hebben te kennen gegeven om tegen 2029 gezamenlijk zo'n 375 miljard euro te willen besteden. Dat is een substantieel bedrag en een heel welkom signaal dat deze banken en instituten de woningopgave uiterst serieus nemen.”
Matthew ziet het Nederlandse socialewoningbouwsysteem met de woningcorporaties en borgstelling van het WSW als zo’n best practice waar andere landen iets van kunnen leren. “Ons stelsel wordt in Europees verband zeker met belangstelling bekeken”, vertelt Jo. “Het zijn de sectorbanken, waaronder NWB Bank, die dit mede mogelijk maken en dat waarderen wij zeer. NWB Bank heeft een goede positie in de markt, werkt adequaat en financiert de sector zo scherp mogelijk. We hebben een hechte samenwerking met de bank, ze is heel aanwezig en heel belangrijk als partner. Erg fijn dat de relatie zo open en constructief is.” Hij noemt als voorbeeld Vestia, destijds de grootste woningcorporatie van het land, die in de problemen raakte. “Er kwam een oplossing in het belang van de sector: het kon verder in de vorm van drie corporaties, waarbij de leningen werden opgeknipt. NWB Bank werkte daar volop aan mee vanuit haar maatschappelijke rol.”
“Het waarborgstelsel van het WSW maakt de samenwerking ook voor ons aantrekkelijk”, vertelt Leonieke Blaauwgeers. Zij onderhoudt als hoofd Public Finance van NWB Bank regelmatig contact met het fonds. “Waar we nu samen op inzetten is een aanzienlijke stimulering van de bouw van duurzame, betaalbare woningen. Daarbij lopen de woningcorporaties tegen grenzen aan, zoals de noodzakelijke verlaging van de stikstofuitstoot en netcongestie. Nu al worden er woningen opgeleverd die nog niet op het elektriciteitsnet kunnen worden aangesloten.” Het onderstreept de visie van Matthew om vanuit de EU alles eraan te doen om de woningvoorraad in de gehele Unie te vergroten, maar dat zij de precieze invulling aan de individuele lidstaten moet overlaten. Immers: geen land en zelfs geen regio is hetzelfde. Leonieke: “Het is heel bijzonder hoe NWB Bank en het WSW op alle verschillende niveaus en terreinen, zowel bestuurlijk als operationeel, nauw samenwerken. We streven dan ook hetzelfde doel na: zo goedkoop mogelijke financiering om de woningbouw in Nederland snel vooruit te helpen.”
De zorgsector is in Nederland verantwoordelijk voor circa
7 procent van de CO2-emissies. Onder de vlag van de Green Deal Duurzame Zorg zetten zorgorganisaties zich in om die voetafdruk drastisch te verkleinen. In het noorden laat het Groningse Martini Ziekenhuis indrukwekkende resultaten zien. “Met een speciaal filter filteren wij bij de apotheek en de radiologie zelf 99 procent van de medicijnresten en contrastmiddelen uit het afvalwater.”
€ 463 miljoen omzet, resultaat € 12,1 miljoen
3.549 medewerkers, van wie 2.753 in de zorg
en 796 adviserend en ondersteunend
526 bedden, 24.177 klinische opnamen
€ 45 miljoen totaal openstaande lening
17,5% reductie ziekenhuisafval (2025 t.o.v. 2024)
Het Martini Ziekenhuis is een belangrijke spil voor de zorg in Noord-Nederland. Het is een groot topklinisch ziekenhuis, dat met zijn groene ambities een wezenlijk verschil kan maken. Al jaren zetten afdelingen zich in voor verduurzaming, met zichtbaar resultaat in bijvoorbeeld energieverbruik en het verkleinen van de afvalberg. “Met meer centrale sturing verwachten we de komende jaren nog meer goede slagen te maken”, vertelt Karen de Vries. Sinds oktober 2025 vervult ze een sleutelpositie als strategisch adviseur duurzaamheid. Samen met haar collega van financiën, Nena Tans, vertelt ze enthousiast over de koers, aanpak en resultaten.
De eerste focus gaat nu uit naar een goed doortimmerd plan. “Wij zijn niet verplicht om een CSRD-rapportage op te leveren, maar werken wel aan een ‘light’-versie”, vertelt Nena. Met dit instrument wil de EU organisaties stimuleren tot meer transparantie en betere investeringen in duurzaamheid. Omdat het best een puzzel is om de rapportage goed op te zetten, doen ze dat samen met zeven andere Nederlandse topklinische ziekenhuizen in een traject onder begeleiding van adviesbureau BDO. Met collega’s zijn Karen en Nena ondertussen ook volop aan de slag om de CSRD-thema’s voor hun eigen organisatie uit te werken. Wat willen ze de komende jaren bereiken als het gaat om milieu, sociale impact en goed bestuur en wie wordt waarvoor verantwoordelijk?
Frans van der Werf van NWB Bank is onder de indruk van de daadkracht van de organisatie. De bank gaat met klanten altijd actief het gesprek aan over duurzaamheid. “Afvalscheiding, duurzame mobiliteit, verantwoord inkopen, energiebesparing: op al die vlakken zet het ziekenhuis goede stappen”, zegt hij. Een mooi concreet voorbeeld vindt hij het speciale toilet op de afdeling Radiologie. Patiënten die voor een CT- of MRI-scan contrastmiddel met radioactieve stoffen krijgen toegediend, wordt gevraagd daarna op dit toilet hun eerste plas te doen. Het toilet is namelijk voorzien van een filter dat uit de urine de schadelijke stoffen opvangt, zodat die niet via het riool in het milieu belanden. “Een vergelijkbaar filter is ontwikkeld voor het opvangen van medicijnresten van onze ziekenhuisapotheek”, vult Karen aan. “Met dit speciale filter filteren wij daar zelf 99 procent van de medicijnresten uit het afvalwater. Daarnaast zijn er nu ook al afdelingen, zoals de OK en de SEH, die in een pilot overgebleven vloeibare medicatie naar onze apotheek brengen, speciaal om door dit filter te spoelen in plaats van in een speciaal vat dat op hoge temperatuur verbrand moet worden. Bovendien staan de ontwikkelingen niet stil; we doen samen met ziekenhuis Isala onderzoek naar meer mooie toepassingen voor het filter, zoals het filteren van oncolytica uit urine, waarbij dure bestanddelen van de medicatie mogelijk zelfs teruggewonnen kunnen worden. ”
Wat belangrijk is voor een succesvolle aanpak? Volgens Karen helpt het enorm om alle medewerkers goed te betrekken bij het proces. “We werken met green teams om iedereen te stimuleren zelf met ideeën te komen voor de eigen afdeling. Dat levert veel mooie, zinvolle maatregelen op vanuit een echt intrinsieke motivatie. Om een voorbeeld te geven: het dialysecentrum vond een manier om dialyseslangen voortaan af te voeren met het reguliere afval, zodat ze niet meer met specifiek ziekenhuisafval mee hoeven. Eerder werden de slangen op hoge temperatuur in speciale vaten verbrand, wat zorgde voor veel CO2-uitstoot. Nog een ander voorbeeld: de Kinderafdeling vraagt ouders voortaan zelf flessen voor flesvoeding mee te nemen. Continu kijken afdelingen wat ze anders, slimmer of met minder verspilling kunnen doen.”
Nena beaamt dat, ook zij ziet veel motivatie bij de medewerkers. Bijvoorbeeld bij de duurzaamheidswedstrijd die ze sinds 2024 jaarlijks organiseren. Medewerkers kunnen ieder jaar een idee inbrengen dat bijdraagt aan een duurzamer ziekenhuis. Het leidt tot tientallen voorstellen en bovendien veel medewerkers die hun stem uitbrengen op hun favoriete inzending. Dat stemmen is niet onbelangrijk, want de winnaar krijgt 10.000 euro om het plan uit te voeren. Het Endoscopiecentrum en de afdeling Medische Techniek konden zo aan de slag met het ontwikkelen van beschermers voor medische instrumenten, zodat deze veel minder snel slijten in het sterilisatieproces en dus langer meegaan. Het betekende weer een mooie stap en bij dat initiatief bleef het niet. De wedstrijd geeft echt ziekenhuisbreed een boost, want ook veel andere voorstellen zijn al gerealiseerd. In 2025 was het winnende idee om alle vloeibare zeep in het ziekenhuis te vervangen door zeep in vaste vorm. Door gebruik van natuurlijke grondstoffen in de zeep, de kleine omvang van de nieuwe blokzeep en het gewicht dat bespaard wordt in het transport kan het ziekenhuis hiermee ook veel CO2-uitstoot besparen.
Continu kijken afdelingen wat ze anders, slimmer of met minder verspilling kunnen doen.Naast het interne enthousiasme is er nog een ander vliegwiel. Ook regionale en landelijke samenwerking helpen de duurzaamheidsmissie vooruit, vertelt Karen. De ziekenhuizen in Drenthe, Friesland en Groningen weten elkaar op dit thema goed te vinden; elke maand hebben de duurzaamheidscoördinatoren overleg met elkaar om ideeën uit te wisselen. Daarnaast is er het mooie initiatief Care2Change: een brede regionale samenwerking om te onderzoeken hoe de gezondheidszorg de CO2-uitstoot kan terugdringen en meer circulaire zorgproducten kan introduceren. Vrijwel alle noordelijke ziekenhuizen nemen hieraan deel, maar ook veel andere partners, zoals Rijksuniversiteit Groningen, de Hanzehogeschool, gemeenten en provincies. Het grootschalige onderzoek is in volle gang en Karen en Nena kijken uit naar de adviezen.
Vanaf 1 januari 2026 is bouwconsortium GelreGroen officieel gestart met de realisatie van project ViA15. De komende jaren gaat het consortium aan de slag om de doorstroming van het verkeer bij Arnhem aanzienlijk te verbeteren. Een groot, uitdagend infrastructureel project, mede gezien de nabijheid van Natura 2000-gebied. “Wij kijken naar veel meer dan de automobilist.”
Kerncijfers ViA15Op delen van de A15, A18 en A12 kan de verkeersintensiteit
met 20-35% omhoog
Het project staat 4% meer voertuigkilometers in
het hele gebied toe
Ondanks flink toenemend verkeer tot aan 2030 zullen er
niet meer files zijn dan nu
Wie vanuit Rotterdam de A15 richting Arnhem neemt, moet nu nog bij Bemmel, net onder Arnhem, de snelweg verlaten. “De snelweg houdt daar op”, vertelt Hans Oude Nijhuis. Bevlogen maakt de projectdirecteur van GelreGroen het belang van het project duidelijk. Door de A15 door te trekken naar de A12 en de A12 en A15 te verbreden, verbetert de doorstroming in de regio Arnhem-Nijmegen en wordt het sluipverkeer er teruggedrongen. Dat is niet alleen belangrijk voor de regio zelf, onderstreept Hans. “Het projectgebied betreft een belangrijke corridor, parallel aan de Betuweroute. Met ViA15 zorgen we tegelijk voor een sterkere verbinding tussen Rotterdam en Duitsland.”
Bij dit op zichzelf al omvangrijke project speelt meer. Aangezien het gebied dicht bij beschermd natuurgebied ligt, moet het projectontwerp aan extra eisen voldoen. Op alle mogelijke manieren houdt het ontwerp rekening met de beschermde natuur. “Het was een van de doorslaggevende redenen voor de overheid om het project aan ons te gunnen. Niet voor niets draagt het consortium de naam GelreGroen”, zegt Hans.
In nauwe samenwerking met Rijkswaterstaat zijn de eerste werkzaamheden gestart. Het consortium zet vol de schouders eronder. Al in 2020 zou het project van start gaan, maar de stikstofopgave stak een stok in het wiel. Najaar 2024 kwam er alsnog groen licht van de Raad van State, waarbij het consortium de draad direct weer
oppakte. Zo gaven ze vervolg aan gesprekken met NWB Bank voor een deel van de financiering. “Plezierige gesprekken”, zegt Hans. “Ze toonden meteen weer commitment.” Vanzelfsprekend, vindt Rutger Beekhof van NWB Bank. “Wijzigingen zijn inherent aan dergelijke grote projecten en wij denken dan graag met de klant mee.”
NWB Bank financiert vaker grote infrastructuurprojecten waarin overheid en markt samenwerken. Publiek-private samenwerking biedt veel maatschappelijke voordelen, vertelt Rutger. GelreGroen is bij ViA15 verantwoordelijk voor de bouw, financiering en twintig jaar onderhoud. De risico’s liggen zo bij een partij die veel ervaring heeft in het managen van projecten in de wegenbouw. De ervaring leert dat dankzij deze vorm van samenwerken projecten vaker binnen de planning blijven. Bij budgetoverschrijdingen door en als gevolg van de private partij neemt deze partij bovendien de kosten op zich. Een voordeel is ook dat de overheid bij aanvang minder kapitaal nodig heeft dan bij een traditionele aanbesteding en zo meerdere grote projecten tegelijk kan starten. De periodieke betalingen voor de bouw en het onderhoud vinden pas plaats na de volledige realisatie.
ViA15 is een meerjarenproject; de nieuwe infrastructuur is naar verwachting eind 2031 helemaal gereed. In de loop van 2026 zal steeds meer van het werk buiten zichtbaar worden. “Er is al een start gemaakt met onder meer damwandproeven. Een deel van het stuk nieuwe weg komt dieper te liggen om hinder voor de omgeving te voorkomen", legt Hans uit. Enthousiast vertelt hij verder over de ontwerpkeuzes; keuzes die voordeel bieden aan de automobilist, maar net zo goed aan fietsers en de natuur. “We zorgen bijvoorbeeld voor nestplekken voor zwaluwen en andere vogels en op diverse locaties herplanten we bomen en struiken. Omwonenden betrekken we actief erbij, zodat ze voorbereid zijn op de werkzaamheden en kunnen meedenken.”
Het fundament dat in 2020 al is gelegd, geeft Hans vertrouwen in een voortvarende start. Hij is blij met de ervaren mensen in zijn team en de goede samenwerking met opdrachtgever Rijkswaterstaat. Stap voor stap werken ze toe naar de diverse mijlpalen, zoals nu eerst
de verlegging van kabels en leidingen voor een tunnelbak en de aanleg van tijdelijke bouwwegen. Het is een flinke puzzel, waarbij GelreGroen samen met veel partners nauwkeurig steeds weer een stukje van die puzzel legt.
Een huzarenstukje wordt de aanleg van een fraaie brug over het Pannerdensch Kanaal. Er komt een brug van circa 2,5 kilometer lang, met onder het wegdek een aparte fiets- en loopbrug. Het is nog even geduld hebben, maar Hans kijkt al uit naar de opening. Wat hem betreft wordt dat een mooi feestelijk fietsritje met het hele team betrokkenen.
De komende decennia moet volop worden geïnvesteerd in de verdere verduurzaming van Nederland. Wij zien daar een belangrijke rol voor onze organisatie weggelegd. Niet alleen met leningen aan partijen die van oudsher klant bij ons zijn, zoals waterschappen en woningcorporaties, maar juist ook met gunstige financiering van duurzame-energieprojecten zoals windparken, zonneparken, geothermie en warmtenetten. Zo leveren wij onze bijdrage aan een betaalbare energietransitie in Nederland en geven wij concreet invulling aan ons commitment aan het klimaatakkoord. Ook bij de opslag van hernieuwbare energie zien we een groei en daarmee een groeiende financieringsbehoefte. Wij verkennen op welke wijze wij hier een rol in kunnen vervullen. Met de formulering van ons gewaagd doel hebben we de financiering van duurzame-energieprojecten nog prominenter op de eigen agenda gezet: onze kredietportefeuille is in 2035 energiepositief, op weg naar klimaatneutraal in 2050.
We zijn enkele jaren geleden begonnen met de financiering van duurzame- en hernieuwbare-energieprojecten. Projecten en organisaties die in aanmerking komen voor een subsidie Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++) kunnen bij ons terecht voor financiering. SDE++ is de opvolger van SDE+. Daar waar laatstgenoemde draaide
om de productie van duurzame energie, stimuleert SDE++ sinds de invoering in 2020 de CO2e-reductie. Sindsdien komen technieken als aquathermie en aardwarmte in aanmerking voor de subsidieregeling. Ook als een project publieke aandeelhouders heeft of als een lagere overheid een garantie stelt voor de lening, kunnen wij financiering verstrekken. De betrokkenheid van de overheid is voor ons als publiekesectorbank een belangrijke voorwaarde.
In 2025 hebben we onze kredietportefeuille voor duurzaamheidsprojecten verder versterkt. De bank verstrekte € 227 miljoen aan financiering voor duurzame‑energieprojecten, een duidelijke toename ten opzichte van € 110 miljoen in 2024. Hoewel het totale financieringsvolume groeide, nam het aantal nieuwe projecten met een financieringsvraag af, evenals de gemiddelde projectomvang. Deze ontwikkeling werd mede veroorzaakt door uitdagende marktomstandigheden, zoals netcongestie, complexere vergunningstrajecten en een toenemend aantal uren met negatieve elektriciteitsprijzen voor producenten van hernieuwbare energie. Wij zullen in 2026 verkennen of uitbreiding van onze kredietverlening mogelijk is naar financiering van initiatieven voor de opslag van hernieuwbare energie, aangezien deze steeds vaker in aanmerking komen voor SDE++ en/of een overheidslink hebben. Bovendien kunnen dergelijke initiatieven de businesscase van nieuwe en bestaande projecten in onze portefeuille optimaliseren door bijvoorbeeld de netcongestie te verminderen en door de opslag van (overtollige) energieproductie. In algemene zin is de verwachting dat de projecten in gemiddelde omvang iets zullen afnemen. In lijn met onze wens van verdere diversificatie vanuit maatschappelijke impact breiden we naar verwachting in 2026 onze portefeuille uit met projecten in andere sectoren. Met het (gedeeltelijk) in werking treden van de Wet collectieve warmte in 2026 is de verwachting dat financiering van warmtenetten zal aantrekken. Onze totale uitstaande kredietportefeuille van duurzame-energieprojecten bedroeg eind 2025 € 1.178 miljoen (2024: € 1.088 miljoen).
De transitie van fossiele naar hernieuwbare energie financieren is een belangrijk speerpunt van onze organisatie. Naast onze doelstelling om in 2050 een klimaatneutrale kredietportefeuille te hebben, kwamen we in 2022 tot het volgende aanvullende gewaagd doel: onze kredietportefeuille is in 2035 energiepositief. Het uitspreken van deze ambitie zorgt voor focus op een belangrijk onderdeel van onze financieringsimpact: optimalisering van de energiebalans van de door ons gefinancierde organisaties en projecten. Aan de ene kant moedigen we onze klanten aan om energie te besparen en aan de andere kant stimuleren we de productie van hernieuwbare energie met passende (project)financiering. De definitie van energiepositief is zo gesteld dat de productie van hernieuwbare (klimaatneutrale) energie van door ons gefinancierde klanten en projecten vanaf 2035 groter is dan het fossiele-energieverbruik door onze overige klanten en projecten. We richten onze aandacht daarbij op zowel de warmtetransitie als de elektriciteitstransitie. Sinds de introductie van dit gewaagd doel zorgde het meteen voor meer focus in onze financierings- en engagementaanpak.
Vergeleken met het jaar ervoor kunnen we een grote voortgang laten zien op weg naar ons gewaagd doel. De data waarmee we het gewaagd doel monitoren hebben net als de data over onze klimaatimpact betrekking op het boekjaar 2024. Onze klanten en projecten hebben in 2024 samen 6.999 terajoule (TJ) aan hernieuwbare energie geproduceerd, een stijging van ruim 30%. Hun fossiele-energieverbruik kwam uit op 6.593 TJ, een daling van bijna 4%.
Sinds 2024 zijn vier operationele windparken nieuw in onze portefeuille en ook één nieuw operationeel zonnepark. Daarnaast zijn de waterschappen meer groen gas, biogas en elektriciteit gaan opwekken en doorleveren. Ook de door ons gefinancierde warmteproducenten leveren meer duurzame warmte. Onze kredietportefeuille is nu energiepositief: hij produceert meer hernieuwbare energie dan dat hij fossiele energie verbruikt. Tot 2035 zijn er nog wel twee grote uitdagingen. Enerzijds moeten we de portefeuille aan energieprojecten in stand houden door nieuwe leningen te blijven verstrekken, omdat onze klanten blijvend aflossen. Anderzijds is het zaak om de markt voor duurzame warmte op te zoeken. We zien dat het fossiel warmtegebruik nauwelijks daalt en de mogelijkheden voor financiering van onder meer warmtenetten waren in 2025 beperkt.
Net als bij het bepalen van onze klimaatvoetafdruk wordt de energieproductie en -consumptie van door ons gefinancierde klanten en projecten toegekend op basis van de ratio van uitstaande financiering en totale passiva van de klant of het project.
De verbruiksdata zijn afkomstig van kennisonderneming Het PON & Telos, die dit meeneemt bij de jaarlijkse klimaatimpactuitvraag. De productiecijfers van de waterschappen ontvangen we van ingenieursbureau Arcadis, dat deze data verzamelt in het kader van de jaarlijkse Klimaatmonitor Waterschappen. Van de hernieuwbare-energieprojecten en warmtenetten verzamelen we zelf klantspecifieke data. Daarbij kijken we onder andere naar rapporten van technisch adviseurs. We gebruiken dus deels klantspecifieke data en deels sectorgemiddelden. Daarmee heeft de datakwaliteit van het gewaagd doel gemiddeld een score van 3 uit 5 in lijn met de PCAF-methodologie.
Wat begon met een idee in een Delfts café, mondde uit in een ambitieus geothermieproject. Met de bron midden op de campus van TU Delft en de afnemers van warmte op de campus zelf en aan de andere kant van kanaal de Schie.
Kerncijfers Geothermie DelftConsortium: Gaia Energy, Energie Beheer Nederland, TU Delft
€ 76 miljoen investering
2,3 kilometer diep aardwarmte aangeboord
80 procent uitstootreductie
1.800 ton CO2-e besparing per jaar
15.000 woningequivalenten verwarmd
1 jaar klant van NWB Bank
Geothermie Delft is een samenwerkingsproject van TU Delft, Energie Beheer Nederland (EBN) en Gaia Energy. Dat laatste bedrijf richt zich al een decennium op de productie van aardwarmte ter vervanging van gasverwarming. Rass Butt, als directeur namens Gaia Energy bij het project betrokken, vertelt over de ontstaansgeschiedenis ervan. “In 2007 zaten een paar studenten in het café toen ze op het idee kwamen om de TU Delft van aardwarmte te voorzien. In 2018 werd dat concreet met de vorming van het consortium, waar eerst ook Shell bij hoorde, maar zij zijn eruit gestapt. Geothermie als techniek voor warmtewinning bestond al langer en het is niet overal mogelijk, maar in Nederland is de diepe ondergrond deels goed in kaart gebracht dankzij de data van olie- en gasboringen. En ja, de universiteitscampus bleek een geschikte locatie.”
Neemt niet weg dat er nog veel geologisch onderzoek nodig was om tot de exacte locatie te komen. “Op basis daarvan zijn we de boring gestart. Je weet niet exact wat je aantreft tot je gaat boren. In die fase zijn we één boorkop verloren, maar het risico was minimaal en acceptabel voor de investering. Inmiddels hebben we twee putten, op 2,3 kilometer diepte. Op de campus ligt al een warmtenet. NetVerder legt nu de leiding aan van de campus naar de stad, onder de Schie en een drukke weg door. Vanaf begin 2026 kan Geothermie Delft warmte aan de campus leveren en vanaf eind 2026 aan woningcorporatieflats. Daarbij gaat het uiteindelijk om 15.000 woningequivalenten.” Geothermie komt er simpelweg op neer heet water uit de diepe ondergrond op te pompen, de warmte eraan te onttrekken en het water dan keurig terug te brengen naar waar het vandaan kwam. Althans, bijna: in dezelfde aardlaag, 1,5 kilometer verderop, in de buurt van de bron. Dat klinkt als een perpetuum mobile, een eindeloze energiecirkel, maar is het niet helemaal. Rass: “Het raakt na een aantal decennia uitgewerkt, maar de schatting is dat Geothermie Delft zeker vijftig tot zestig jaar kan draaien.”
En dat is goed nieuws voor de energietransitie, want de uitstoot bij aardwarmte scheelt een slok op een borrel vergeleken met gas. “Je bespaart een enorme hoeveelheid CO2: 1.800 ton per jaar, zo’n 275.000 ton in vijftien jaar. Dat komt neer op 80 procent minder uitstoot.” Het oorspronkelijke idee van de studenten staat ook nog overeind: de universiteit verwarmen, al is het dan ten dele, want de TU Delft wil daarnaast andere vormen van duurzame warmte produceren. Daar staat tegenover dat er een ambitie bij is gekomen. Geothermie Delft afficheert zich namelijk als bron van duurzame energie én kennis. “De TU Delft doet allerlei onderzoek rond de bron”, vertelt Rass. “Het is niet zo dat Geothermie Delft een blauwdruk biedt voor soortgelijke projecten, maar we leren er wel veel van en we delen die kennis met overheden en andere partijen.” De bedoeling is om gezamenlijk te komen tot optimalisatie van de winning van aardwarmte.
Niet de bedoeling: dat de Delftenaren in de kou komen te zitten. Vandaar dat de lokale warmtekrachtcentrale van de TU Delft als back-up dient voor het geval er bij Geothermie Delft een keer een kink in de kabel zit. Ook komt er op termijn een Hoge Temperatuur Opslag (HTO), om de gewonnen warmte buiten het stookseizoen op te slaan en als extra capaciteit in te zetten wanneer dat nodig is. “Geothermie Delft is een heel mooi project voor NWB Bank als financier van de energietransitie”, vertelt Peter Borghstijn, project finance manager bij NWB Bank. “De publieke sector is erbij betrokken, de staat via EBN, de TU Delft en dan zijn de woningcorporaties klant. Wij zijn blij met deze verduurzaming in de gebouwde omgeving. Geothermie heeft zich als warmtebron bewezen, met name in de glastuinbouw, waar de warmtevraag enorm is. Deze techniek kan een belangrijke rol spelen bij de uitrol van de nieuwe warmtenetten. Geothermie Delft draagt ook bij aan ons hogere doel van een energiepositieve kredietportefeuille in 2035.”
“De maatschappelijke opgaven zijn groot,
er is veel te doen”
De rvc van NWB Bank kijkt terug op een jaar met veel beweging. Onder meer wisselingen in de directie en in de raad zelf en de verdere versterking van de interne controle vroegen veel aandacht.
Met de organisatie weer op volle sterkte kan het vizier vooruit. Belangrijk, constateert voorzitter Joanne Kellermann.
Het was voor NWB Bank en de rvc een intensief jaar. Zo waren we vanuit de rvc nauw betrokken bij het versterken van de interne controle en verbeteringen voor IT-processen. Daarnaast hadden we twee directiewisselingen en een opvolging van een commissaris. We zijn blij dat het in alle gevallen is gelukt goede opvolgers te vinden. Als eerste namen we in augustus afscheid van CFO Wilma Schouten, die in overleg met de rvc besloot na een jaar haar termijn niet vol te maken en een nieuwe stap te zetten in haar loopbaan. Op het moment van dit interview kijken we uit naar de aanstaande benoeming van haar opvolger, iemand die over veel kennis en kunde voor deze rol beschikt en een uitstekende aanvulling is op de andere directieleden.
In 2025 eindigde daarnaast na veertien jaar de termijn van Frenk (van der Vliet, red.). Als CCO heeft hij enorm veel voor de ontwikkeling van de bank betekend en onze dank is groot voor de bergen werk die hij voor de organisatie heeft verzet. Het is niet niks als iemand met zo veel ervaring vertrekt; bovendien zullen we zijn fijne persoonlijkheid missen. Tegelijkertijd zijn we blij met de komst van Elvira Eurlings die hem op 19 januari 2026 is opgevolgd. Met haar gedegen treasury-expertise en grote hart voor duurzaamheid is ook zij een grote aanwinst voor het team.
In het voorjaar hadden we inderdaad een wisseling. We namen afscheid van Frida (van den Maagdenberg, red.), omdat zij ook haar maximale zittingstermijn bereikte. We zullen de plezierige samenwerking met haar en haar goede inbreng en scherpe blik zeer missen. Vanuit haar rol als ziekenhuisbestuurder bracht zij een schat aan ervaring mee, bijvoorbeeld op het gebied van risicomanagement. Maarten (Otto, red.) is haar opgevolgd en sinds april 2025 samen met ons gedreven en enthousiast aan de slag. We hebben veel profijt van zijn kennis van de energiesector, waarin hij dagelijks actief is als CEO van Alliander. We zijn ook op bezoek geweest bij afvalverwerkingsbedrijf en energieproducent HVC, een van de klanten van de bank, waar we in juni een indrukwekkende rondleiding kregen. We kregen uitgebreid uitleg hoe zij met duurzaam afvalbeheer en groene energie waterschappen en gemeenten helpen duurzamer te worden. Heel leerzaam, ook omdat we echt ter plekke een kijkje konden nemen. Een kijkje bij de afvalverwerking maakt je nederig. Weliswaar recyclen we in Nederland steeds meer afval, maar we leerden die dag ook dat er nog veel meer winst te behalen is: maar liefst 70 procent van het restafval heeft nog de potentie tot hergebruik. Het is mooi om te zien hoe een bedrijf als HVC zich daar hard voor maakt.
Het was een intensief en vruchtbaar jaarAan het eind van de zomer bezochten we Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden in Houten. Het winterse weer waarmee we in januari in Nederland verrast werden, deed me weer aan die dag denken. We maakten er namelijk kennis met de mooie samenwerking tussen het waterschap en het KNMI. Met het oog op de klimaatverandering wisselen zij data uit om zo de regio beter voor te bereiden op de extremere weersomstandigheden waarmee we in Nederland helaas steeds vaker te maken krijgen. Het waterschap regelt het waterbeheer in het zuidelijke deel van de provincie Utrecht en een klein deel van Zuid-Holland. In dat werkgebied meten ze de regenval en sturen die gegevens door naar het weerinstituut. Mede met de hulp van AI maakt het KNMI vervolgens analyses en brengt dan vice versa het waterschap op de hoogte van de inzichten. Maarten van Aalst, hoofddirecteur van het KNMI, gaf ons een bijzonder boeiend inkijkje in dit belangrijke werk.
Zeker, want zo ontstaat de ruimte om de nieuwe medewerkers goed in de organisatie te laten landen en ook anderen verder in hun rol te laten groeien. We zien bijvoorbeeld dat het developmentprogramma voor managers al zijn vruchten begint af te werpen.
Ik dacht dat 2025 een turbulent jaar was, maar het blijft turbulent, het begin van dit nieuwe jaar belooft niet veel goeds. In zo’n woelige wereld is het belangrijk goed voorbereid te zijn, snel te kunnen schakelen wanneer dat nodig is. Daarnaast is samenwerking in Europa belangrijker dan ooit. NWB Bank zoekt die samenwerking actief op. Denk bijvoorbeeld aan de financiering van kleinere Nederlandse waterprojecten vanuit het mooie partnerschap met de Europese Investeringsbank. Ook is de Europese Vereniging van Publieke Banken, waar Lidwin voorzitter van is, een belangrijk orgaan. De overleggen met de andere leden helpen goed voeling te houden met wat speelt bij de partners in Europa.
Stabiel vaarwater, zodat de volle aandacht kan uitgaan naar de mooie missie van de bank. De maatschappelijke opgaven zijn groot, er is veel te doen. Als rvc kijken we ernaar uit daar samen met directie en medewerkers weer een steentje aan bij te dragen.
Samenwerking in Europa isAls raad van commissarissen (rvc) zijn wij toezichthouder, adviseur en werkgever voor de directie van NWB Bank. Wij opereren overeenkomstig letter en geest van de Nederlandse en Europese wet- en regelgeving, richtlijnen en codes.
In 2025 voerden wij ons toezicht uit in lijn met onze Toezichtsvisie 2025-2029. Wij opereren onafhankelijk en controleren het beleid proactief en positief-kritisch. Dit gebeurt vanuit vertrouwen, met inbreng van eigen kennis en ervaring en met het oog op waardecreatie voor de lange termijn. Met een jaarlijkse toezichtagenda geven wij richting aan onze werkzaamheden, waarbij we zorgen voor een goede balans tussen controlerende taken, adviserende taken en de werkgeversrol.
De raad van commissarissen voerde in 2025 zeven keer regulier overleg met de directie. Ook voerden we regulier overleg met de aandeelhouders, het Joint Supervisory Team van DNB en ECB en de ondernemingsraad. Aan het eind van de zomer brachten we ons jaarlijkse werkbezoek aan een waterschap. We bezochten Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, waar dijkgraaf Jeroen Haan ons en de directie nader liet kennismaken met het werkgebied van het waterschap in het zuidelijke deel van de provincie Utrecht en een klein deel van Zuid-Holland.
De raad van commissarissen kwam in 2025 zeven keer regulier bijeen voor overleg met de directie, inclusief een strategiedag.
In de vergaderingen spraken we onder meer over verdere versterking van de interne controles, successieplanning en nieuwe benoemingen voor de rvc en directie.
Tijdens de algemene vergadering van 17 april 2025 trad commissaris Frida van den Maagdenberg af wegens het bereiken van de maximale termijn. In diezelfde vergadering volgde Maarten Otto haar op. In de tweede helft van het jaar begonnen we met de werving van een nieuwe commissaris ter vervanging van Toon van der Klugt, die in 2026 zijn maximale termijn bereikt.
In de zomer van 2025 namen we afscheid van Wilma Schouten als directielid en CFO van NWB Bank. Gelijk na de zomer startte de rvc met het zoeken van een opvolger. De portefeuille is tijdelijk verdeeld; de CCO neemt waar voor Operations en de CEO voor Finance & Control. Daarnaast is een interim IT-directeur aangesteld die verantwoordelijk is voor de aansturing van de IT-organisatie en specifieke projecten voor de versteviging van de IT-organisatie en -processen. We verwachten binnenkort de nieuwe CFO ter benoeming voor te dragen, wanneer DNB en ECB hiermee hebben ingestemd.
Afgelopen jaar zijn de interne controles bij de bank verder versterkt met procesverbeteringen, specifieke tooling en personele uitbreiding. De rvc monitorde deze versterking mede met oog voor de verbeterpunten die voortkwamen uit interne audits en audits vanuit de toezichthouder. De resultaten van de eerstelijns monitoring en het tweedelijns testen van de key controls werden integraal gerapporteerd in de risicocommissie.
De rvc stelt vast dat de organisatie aandacht heeft voor de groei van de organistaie in de afgelopen jaren. We spraken met de directie over de strategische personeelsplanning en het belang van risicobewustzijn bij het aantrekken van nieuwe medewerkers. De organisatie maakte in 2025 een pas op de plaats wat betreft uitbreiding van de formatie, met uitzondering van functies die voortvloeien uit nieuwe regelgeving en marktontwikkelingen. Ook rolde NWB Bank afgelopen jaar een functiehuis conform de Hay-methode uit, een veelgebruikt systeem in de financiële sector voor functiewaardering. Daarnaast is een start gemaakt met beleid voor succession planning, om zo de opvolging van medewerkers in sleutelposities goed te borgen en de continuïteit van de organisatie verder te versterken.
Een permanent onderwerp op de rvc-agenda is het toezicht van de ECB. Afgelopen jaar stonden we in het bijzonder stil bij stresstests, on-site-inspecties en deep-dives van de toezichthouder en de opvolging van aanbevelingen die hieruit voortkwamen. We constateerden wederom dat het ECB-toezicht behoorlijk intensief is voor significante banken en het toezicht een aanzienlijke inzet van capaciteit vergt.
Ook behandelden we in de overleggen de volgende onderwerpen:
geopolitieke ontwikkelingen en de invloed op financiele markten;
ontwikkelingen in relevante sectoren;
beleidsontwikkelingen in Den Haag en Brussel;
de financiële resultaten;
ontwikkelingen in risicobeheer, waaronder de risk appetite;
ICT-beheer, digitalisering en DORA, de wetgeving voor digitale weerbaarheid;
verduurzaming, oftewel de verdere integratie van ESG-principes in de organisatie en de overgang op verslaglegging volgens de CSRD-standaard.
Voorafgaand aan elke reguliere vergadering overleggen we altijd eerst zonder de directie. We benutten de tijd om van gedachten te wisselen over externe ontwikkelingen, individuele observaties te delen en personele zaken te bespreken. Ook stellen we de doelen van de vergadering vast. De uitkomsten van het besloten deel delen we aan het begin van de vergadering met de directie.
Naast de reguliere vergaderingen, heeft de voorzitter van de rvc een tweewekelijks overleg met de directievoorzitter en hebben de voorzitters van rvc-commissies regelmatig overleg met het directielid waarmee zij een funtionele lijn hebben. Ook heeft de rvc minstens een keer per maand informeel overleg.
Jaarlijks houden directie en rvc samen een strategiedag. Op deze dag, halverwege 2025, spraken we uitgebreid over de strategie van de duurzame waterbank, waarbij we reflecteerden op de maatschappelijke ontwikkelingen in Nederland en de geopolitieke ontwikkelingen wereldwijd. We stonden stil bij de financieringsbehoeften van onze klantgroepen de komende vijf jaar en de ontwikkeling van de winst en kapitaalpositie van de bank. Ook besteedden we aandacht aan de duurzaamheidsagenda en de ontwikkelingen in de interne organisatie.
Onze commissaris Maarten Otto gaf een presentatie over de ontwikkelingen en uitdagingen in de energiesector, waar hij dagelijks mee van doen heeft vanuit zijn functie als algemeen directeur van Alliander. Hij benadrukte de relevantie van energie als fundament van de samenleving en het belang van de transitie naar groene energie.
Op basis van de besprekingen deze dag concludeerde de rvc dat de strategie van de duurzame waterbank nog steeds stevig staat en de bank op koers ligt om de strategische doelen te behalen. Ook onderschrijven we de maatschappelijke rol van de bank bij urgente opgaven als klimaatadaptatie, klimaatmitigatie en natuurbescherming en de toenemende investeringsbehoefte van de publieke watersector en de woningcorporaties.
Joanne Kellermann1 | André ten Damme | Geert | Toon van | Frida van den | Annette | Caroline Oosterloo | Maarten Otto3 | |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Raad van commissarissen (7) | 100% | 100% | 100% | 100% | 100% | 86% | 100% | 75% |
Auditcommissie (6) | 83% | 100% | 100% | 100% | 100% | 40% | ||
Risicocommissie (6) | 100% | 100% | 83% | 100% | 100% | 33% | ||
Remuneratie- en benoemingscommissie (4) | 75% | 100% | 100% | |||||
Totaal | 90% | 100% | 94% | 100% | 100% | 93% | 100% | 49% |
Naast de vergaderingen met de directie voerden we regulier overleg met de aandeelhouders, het Joint Supervisory Team van ECB en DNB en de ondernemingsraad.
Buiten de officiële aandeelhoudersvergaderingen hielden we in 2025 ook meerdere keren overleg met de aandeelhouders. Zo spraken we tweemaal met de afdeling Deelnemingen van het Ministerie van Financiën en eenmaal met de vertegenwoordiging van de aandeelhouders-waterschappen. De gesprekken richtten zich vooral op twee onderwerpen: 1. de werving en selectie van twee directieleden en een nieuwe commissaris, en 2. de voorbereidingen voor de evaluatie van het beloningsbeleid directie door de aandeelhouderscommissie. We zijn tevreden over deze overleggen en ervaren ze als constructief.
In maart 2025 hadden we een eerste introductiegesprek met het grotendeels nieuwe Joint Supervisory Team (JST) van ECB en DNB. Vervolgens hielden we, net als de directie, in oktober in Frankfurt overleg met het senior management van de ECB. We spraken over de belangrijkste ontwikkelingen bij NWB Bank en over de governance en de prioriteiten vanuit ons als rvc en over die vanuit het JST.
Zoals ieder jaar sloot een vertegenwoordiging van de rvc tweemaal aan bij een overlegvergadering met de ondernemingsraad (OR). Belangrijke onderwerpen waren de overgang naar een nieuw pensioencontract in verband met de nieuwe pensioenwet, de opzet van het functiehuis, huisvesting, personele groei, verzuim en verloop. De rvc waardeert het enthousiasme en de professionaliteit waarmee de OR zich voor de organisatie en haar medewerkers inzet.
De raad van commissarissen heeft drie commissies: de auditcommissie, de risicocommissie en de remuneratie- en benoemingscommissie. De leden van de raad die geen lid zijn van een commissie hebben een standing invitation om een commissievergadering bij te wonen. De commissies bereiden conform eigen reglementen (charters) besluitvorming voor en adviseren de raad van commissarissen.
De auditcommissie bespreekt de financiële en operationele ontwikkelingen aan de hand van de kwartaalrapportage van de directie, de kwartaalrapportage van de interne accountant en de (half)jaarrapportage van de externe accountant. Naar de volgende onderwerpen ging in 2025 extra aandacht uit:
de implementatie van de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD), die een jaar eerder dan destijds verplicht reeds over boekjaar 2024 werd ingevoerd;
ICT, inclusief cyber security en processen;
operations;
kostenbeheer;
de kapitaalratio's van de bank;
de versterking van de interne governance en controls;
de overdracht van EY naar PWC als externe accountant vanaf boekjaar 2026.
De auditcommissie bestaat uit André ten Damme (voorzitter), Geert Embrechts, Joanne Kellermann en Caroline Oosterloo. Maarten Otto (en tot medio april Frida van den Maagdenberg) maakte standaard gebruik van de standing invitation voor de auditcommissie. De commissie kwam vier keer regulier bijeen in een vergadering, die wordt bijgewoond door de directie, de externe accountant, het hoofd Internal Audit en het hoofd Finance & Control. Aanvullend werden twee themagewijze calls gehouden. De commissievoorzitter had regelmatig overleg met de externe accountant, het hoofd Internal Audit en de CFO van de bank.
De risicocommissie kijkt naar de kaders voor het risicobeheer en de mate waarin de organisatie erin slaagt binnen die kaders te opereren. De commissie stond in 2025 uitgebreid stil bij de jaarlijkse update van het Risk Appetite Statement. Vanwege de versterking van de interne controles ging veel aandacht uit naar operationeel risicobeheer en de rapportage daarover. Daarnaast besprak de commissie ESG-risico's aan de hand van een materialiteitsanalyse en de ESG-specifieke stresstests die de organisatie heeft ontwikkeld. Ook stond de commissie stil bij de vraag hoe ESG verder in het risicomanagement geïntegreerd kan worden. Vaste onderwerpen waren de thema-inspecties van de toezichthouder en de opvolging van de bevindingen uit die inspecties.
De risicocommissie was in het begin van 2025 samengesteld uit Caroline Oosterloo (voorzitter), André ten Damme, Geert Embrechts en Frida van den Maagdenberg. Na het aftreden van Frida van den Maagdenberg in de algemene vergadering van 17 april 2025, werd zij in de commissie opgevolgd door Maarten Otto. Joanne Kellermann maakte standaard gebruik van de standing invitation voor de risicocommissie. De commissie kwam in 2025 vijf keer regulier samen in het bijzijn van de directie, het hoofd Internal Audit, het hoofd Compliance en de externe accountant. Ook werd nog een themagewijze call gehouden. De commissievoorzitter had regelmatig overleg met de CRO en met het hoofd Compliance. Zoals gebruikelijk maakte een lid van de auditcommissie afgelopen jaar gebruik van de standing invitation.
De remuneratie- en benoemingscommissie bereidt besluitvorming over remuneratie en benoemingen voor. In haar vergaderingen in 2025 had de commissie aandacht voor de volgende onderwerpen:
de evaluatie van het beloningsbeleid medewerkers, in lijn met de vijfjaarlijkse evaluatie van het beloningsbeleid directie, die begeleid wordt vanuit een vertegenwoordiging uit de aandeelhouders;
HR-riskrapportages;
overgang naar het nieuwe pensioenstelsel;
evaluatie van het managementdevelopmentprogramma en succession planning;
de werving, selectie en herbenoeming van directieleden en een commissaris.
Voor de werving van een directielid of commissaris stelt de commissie separaat voor iedere vacature een selectiecommissie in, die is samengesteld uit rvc-leden. Elvira Eurlings werd in een buitengewone algemene vergadering op 8 januari 2026 benoemd tot CCLO. Ze volgde in de directie Frenk van der Vliet op, die het einde van zijn termijn bereikte. Vanwege het voortijdige vertrek van directielid Wilma Schouten, startte aan het eind van de zomer ook de werving voor een nieuwe CFO. De kandidaat-opvolger is gevonden en zal worden voorgedragen voor benoeming in de algemene vergadering. Ook deed de commissie een voordracht voor de herbenoeming van zowel CEO Lidwin van Velden, als CRO Ard van Eijl. Van beide directieleden loopt de termijn in 2026 af. In de algemene vergadering van 16 april 2026 zullen zij worden voorgedragen voor herbenoeming.
Verder was er in 2025 aandacht voor de werving van een commissaris, omdat Toon van der Klugt zijn eindtermijn bereikte. De aandeelhouders-waterschappen hebben voor deze specifieke commissarissenfunctie een aanbevelingsrecht. Zijn opvolger zal in de algemene vergadering van 16 april 2026 worden voorgedragen voor benoeming, na ontvangst van instemming van DNB en ECB.
De remuneratie- en benoemingscommissie bestaat uit Annette Ottolini (voorzitter), Joanne Kellermann en Toon van der Klugt. De commissie vergaderde het afgelopen jaar drie keer regulier in het bijzijn van de CEO en het hoofd HR & Facility. Ook hield de commissie nog een themagewijze call.
Voor iedere werving van een commissaris of directielid stelt de rvc een aparte selectiecommissie in, die samengesteld wordt uit leden van de rvc met specifieke kennis van het kandidatenprofiel.
Iedere vijf jaar worden het beloningsbeleid directie en de rvc-vergoeding geëvalueerd. Een aandeelhouderscommissie bereidt deze evaluatie voor. Naast een delegatie van aandeelhouders nemen vanuit de rvc de voorzitter en vicevoorzitter aan deze commissie deel als toehoorders. De evaluatie wordt inhoudelijk toegelicht in het remuneratierapport.
De samenstelling en personalia van de raad van commissarissen van NWB Bank zijn weergegeven aan het begin van dit hoofdstuk (zie personalia). Bij de samenstelling van de rvc is rekening gehouden met de complementariteit van het team wat betreft kennis en ervaring. De rvc telt zeven leden en voldoet met drie vrouwen en vier mannen aan de gewenste en vereiste genderdiversiteit. Een toelichting op de diversiteit en onafhankelijkheid van de rvc staat in het hoofdstuk Corporate governance.
KENNISGEBIEDEN | Joanne Kellermann | André ten Damme | Geert Embrechts | Toon van | Frida van den | Caroline Oosterloo | Annette | Maarten Otto |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
bankwezen/financiële markten | X | X | X | X | ||||
Finance/accountancy/ | X | X | X | X | X | |||
Regelgeving | X | X | X | |||||
ICT/cybersecurity | X | X | X | X | ||||
HRM/beloningsbeleid | X | X | X | X | ||||
Corporate governance | X | X | X | |||||
Sociaal-politieke | X | X | X | |||||
Waterschappen/ | X | X | X | X | ||||
Environmental, Social en Governance | X | X | X | X | X | |||
Bedrijfsvoering/uitbesteding | X | X | X | X | ||||
Communicatie | X | X | X |
Voor kwaliteitsborging van het toezicht voeren we jaarlijks een zelfevaluatie uit en zetten we in op permanente educatie.
Ieder jaar maakt de raad van commissarissen gebruik van een online tool voor zelfevaluatie om inzicht te krijgen in de kwaliteiten en verbeterpunten van de raad, met zowel oog voor het interne functioneren als de relatie met stakeholders zoals de directieleden. Als onderdeel van de driejaarlijkse cyclus maakte de rvc in 2024 gebruik van een evaluatie door een extern, onafhankelijk bureau. Eind 2025 vond de reguliere online evaluatie plaats. De uitkomsten van de zelfevaluatie besprak de rvc eerst in het besloten deel van de rvc-vergadering van maart, waarna de hoofdlijnen werden gedeeld met de directie.
Over het algemeen is de rvc tevreden over het functioneren van de raad en de commissies. De rvc kent een diverse samenstelling, zowel wat betreft achtergronden als expertises. In de raad gaat veel aandacht uit naar het maatschappelijke en duurzame karakter van de bank en voor de stabililteit en conitnuïteit. We reflecteerden niet alleen op ons functioneren in het afgelopen jaar, maar keken ook vooruit naar de nabije toekomst. Zoals we ook al eerder hadden vastgesteld, was een van de uitkomsten dat we behoefte hebben aan meer – ook informeel – tussentijds contact met de directie. Er vinden daarom tussentijdse calls plaats tussen (commissie)voorzitters en directieleden en ook hebben de rvc-leden onderling een maandelijkse informele call met elkaar. Dit biedt een extra mogelijkheid om van gedachten te wisselen over niet-geagendeerde onderwerpen.
Eind 2025 stelde de rvc zijn supervisory-agenda voor 2026 vast, een overzicht met de onderwerpen waaraan in de loop van het jaar opvolging wordt gegeven. De toezichtvisie 2025-2029 is te lezen op de website van NWB Bank.
NWB Bank investeert in permanente educatie om de deskundigheid en het omgevingsbewustzijn van de raad van commissarissen doorlopend te versterken. In 2025 verzorgden interne en externe deskundigen presentaties voor leden van onze raad en de directie over de volgende onderwerpen:
Nederlandse politieke omgeving voor banken;
sectoranalyse woningcorporaties (risicocommissie);
sectoranalyse zorginstellingen (risicocommissie);
geopolitieke ontwikkelingen;
ontwikkelingen in de energietransitie;
deepdive HR-ontwikkelingen en medewerkerstevredenheidonderzoek 2025;
sectoranalyse netbeheerders;
Bussines Continuity Management en Recovery Plan.
In 2025 legden de raad van commissarissen en directie gezamenlijk twee werkbezoeken af; we bezochten een waterschap en een bedrijf dat actief is in afvalverwerking en energieproductie. Ook volgden rvc-leden op individuele basis educatieve sessies, onder meer op het gebied van:
klimaat(risico's) en energie;
biodiversiteit;
natuurinclusief financieren;
AI;
geopolitiek en onzekerheid.
We kijken terug op een jaar waarin een wijziging in de directie heeft plaatsgevonden en een commissaris werd opgevolgd. Begin 2026 namen we na veertien jaar afscheid van Frenk van der Vliet en verwelkomden we Elvira Eurlings als zijn opvolger. Ook kunnen we begin 2026 vaststellen dat er binnenkort weer een compleet directieteam is en dat we een opvolger hebben gevonden voor vertrekkend rvc-lid Toon van der Klugt. Er is intensief en goed samengewerkt en de bank heeft zowel intern als extern goede resultaten geboekt. In dialoog met ons als rvc zette de organisatie verdere stappen in de interne controle. Vooruitblikkend blijft het van belang om de meerwaarde van het bedrijfsmodel en de strategie van NWB Bank onder de aandacht te brengen, zowel in Den Haag als in Brussel.
Tot slot dankt de rvc de directie en medewerkers voor hun inspanningen, die ook in 2025 weer hebben geleid tot een mooie impact van de duurzame waterbank.
Den Haag, 23 maart 2026
Joanne Kellermann, voorzitter
André ten Damme
Geert Embrechts
Toon van der Klugt
Caroline Oosterloo
Maarten Otto
Annette Ottolini
Ons beloningsbeleid is eenduidig en transparant, met als inzet gekwalificeerd en deskundig personeel aan te trekken en te behouden. Ons beloningsbeleid weerspiegelt onze maatschappelijke rol als bank van en voor de Nederlandse publieke sector. We kiezen voor een gematigd en duurzaam beloningsbeleid dat past binnen de strategie, het lage risicoprofiel en de risk appetite van onze bank. Daarmee draagt het bij aan de realisatie van onze doelstellingen, die zijn gericht op duurzame waardecreatie voor de lange termijn.
De algemene vergadering van aandeelhouders stelt op voordracht van de raad van commissarissen het beloningsbeleid voor de directie vast. Met dit beloningsbeleid stelt de aandeelhouder de kaders vast waarbinnen de raad van commissarissen een passende en verantwoorde beloning kan toekennen aan de directie. Het beloningsbeleid voor de statutaire directie wordt sinds 2010 iedere vijf jaar geëvalueerd. In lijn met de statuten en het charter van de raad van commissarissen van NWB Bank is in een buitengewone algemene vergadering (bava) van 8 mei 2025 het beloningsbeleid directie herijkt en vastgesteld.
De evaluatie is conform goed gebruik uitgevoerd door een aandeelhouderscommissie, bestaande uit vertegenwoordigers van de Nederlandse Staat en de waterschappen. Als toehoorders namen de voorzitter van de raad van commissarissen en een afgevaardigde van de remuneratie- en benoemingscommissie deel en fungeerde de secretaris van de rvc ook als secretaris van deze aandeelhouderscommissie. De commissie blikte terug op uitgangspunten en afwegingen van eerdere evaluaties en gaf de algemene vergadering een samenvattend advies voor het bepalen van een meerderheidsstandpunt. Bij de evaluatie van het beloningsbeleid is meegenomen wat de directieleden zelf vinden van de hoogte en de structuur van hun eigen beloning. De keuze lag voor om het vigerende beloningsbeleid (zoals vastgesteld in 2020) ongewijzigd te laten of het vigerende beloningsbeleid te herijken op basis van de wegingsformule die aan het beloningsbeleid sinds 2015 ten grondslag ligt. In de bava van 8 mei 2025 is ingestemd met de herijking van het beloningsbeleid directie die gebaseerd is op de actuele waarden voor de publieke (60%) en de private (40%) weging van het karakter van de bank. De uitkomst van de uitgebrachte stemmen resulteerde in 81,42% stemmen voor en 18,58% stemmen tegen herijking. De herijking komt neer op een verhoging van 5%.
Voor de voorzitter van de directie en de directieleden geldt vanaf 2025 een maximale beloning van € 348.778 voor de voorzitter en € 296.461 voor de overige directieleden. Het bedrag bevat een conversie van de variabele beloning die per 1 januari 2019 is afgeschaft. De maximale beloning wordt jaarlijks geïndexeerd conform de structurele inkomensaanpassing zoals vermeld in de CAO Banken. Na vaststelling van het beloningsbeleid directie 2025 en inclusief indexatie over dat jaar, bedraagt de geïndexeerde totale vaste beloning over 2025 € 350.522 voor Lidwin van Velden, en € 297.944 voor de overige directieleden.
Onze directieleden nemen net als onze medewerkers deel aan een collectieve pensioenregeling. De regeling is per 1 januari 2020 ondergebracht bij een premiepensioeninstelling (PPI).
Per genoemde datum is een nieuw vijfjarig contract ingegaan, waarbij de oude middelloonregeling heeft plaatsgemaakt voor een beschikbare premieregeling. We betalen hiervoor als werkgever maandelijks een premie aan de uitvoerder, waarmee de medewerker spaart voor een aan te schaffen pensioenuitkering op de pensioendatum. Voor de premievrije aanspraken van medewerkers, die per 31 december 2019 zijn bepaald en in de toekomst niet meer wijzigen, hebben we een compensatie afgesproken. De pensioenregeling voorziet net als de voorgaande regeling in een eigen bijdrage van de deelnemers van 3%. De pensioenbijdrage van de werkgever is gebaseerd op een leeftijdsafhankelijke staffel.
Met ingang van 1 januari 2026 hebben we een nieuwe pensioenregeling die geldt voor nieuwe medewerkers inclusief directie conform de Wet toekomst pensioenen.
Directieleden krijgen een elektrische auto tot hun beschikking. Indien zij hiervan afzien, ontvangen zij een vergoeding op basis van de autoregeling van NWB Bank. De organisatie neemt alle kosten voor haar rekening die aan de koop en het gebruik van een auto verbonden zijn. De fiscale bijtelling voor privégebruik is voor eigen rekening van de directieleden. Alle overige arbeidsvoorwaarden voor directieleden zijn in lijn met die van de overige medewerkers.
Lidwin van Velden, lid van de directie per 1 januari 2010 en voorzitter van de directie per 19 april 2018, ontvangt onder het beloningsbeleid van 2025 een maximale beloning van € 350.522. Dit bedrag is inclusief verwerking van de conversie van de variabele beloning naar een vaste toeslag, zoals per 1 januari 2019 van toepassing is.
Voor de overige directieleden geldt dat zij een maximale totale beloning ontvangen van 85% van de maximale beloning van de directievoorzitter, wat neerkomt op € 297.944.
(in duizenden euro's) | Vaste beloning | Bijdrage pensioen | Overig |
|---|---|---|---|
2025 | |||
Lidwin van Velden | 345 | 53 | 94 |
Ard van Eijl | 293 | 46 | 50 |
Wilma Schouten1 | 168 | 22 | 257 |
Frenk van der Vliet2 | 298 | 48 | 297 |
Totaal | 1104 | 169 | 698 |
(in duizenden euro's) | Vaste beloning | Bijdrage pensioen | Overig |
|---|---|---|---|
2024 | |||
Lidwin van Velden | 320 | 52 | 84 |
Ard van Eijl | 272 | 45 | 50 |
Wilma Schouten1 | 159 | 22 | 17 |
Frenk van der Vliet | 286 | 48 | 61 |
Totaal | 1037 | 167 | 212 |
Bijdrage pensioen is inclusief compensatie Defined Contribution-regeling 2020. In 2025 is deze voor Lidwin van Velden € 6.000 (2024: € 6.000), voor Frenk van der Vliet € 7.000 (2024: € 6.000) en voor Ard van Eijl € 8.000 (2024: € 8.000). Wilma Schouten ontving een dergelijke vergoeding niet, aangezien zij in 2020 niet in dienst was bij NWB Bank.
Onder overig vallen de volgende beloningen:
een deels belaste onkostenvergoeding van € 2.800 (2024: € 2.800) voor Lidwin van Velden, Ard van Eijl en Frenk van der Vliet. Wilma Schouten ontving € 1.600 naar rato van haar dienstverband;
een vergoeding uit hoofde van de hypotheekrentesubsidieregeling voor het personeel: voor Lidwin van Velden nihil (2024: € 3.000), voor Ard van Eijl nihil (2024: € 4.000) en voor Wilma Schouten € 3.000 (2024: € 3.000). Frenk van der Vliet maakt geen gebruik van deze regeling;
een bijdrage voor de maximering van het pensioengevend inkomen (€ 137.800): voor Lidwin van Velden € 45.000 (2024: € 34.000), voor Frenk van der Vliet € 29.000 (2024: € 27.000), voor Ard van Eijl € 24.000 (2024: € 20.000) en voor Wilma Schouten € 14.000 (2024: € 12.000);
een compensatie voor de harmonisatie van de pensioenregeling per 1 januari 2015: voor Lidwin van Velden € 11.000 (2024: € 10.000), voor Frenk van der Vliet € 13.000 (2024: € 12.000) en voor Ard van Eijl € 4.000 (2024: € 3.000). Wilma Schouten ontvangt deze compensatie niet;
per 31 december 2019 is voor bepaalde premievrije aanspraken van directieleden, die in de toekomst niet meer wijzigen, een compensatie toegekend. Deze bedraagt in 2025 voor Lidwin van Velden € 16.000 (2024: € 15.000), voor Frenk van der Vliet € 9.000 (2024: € 9.000) en voor Ard van Eijl € 8.000 (2024: € 7.000). Voor Wilma Schouten is de compensatie niet van toepassing (2024: n.v.t.);
de waarde die wordt toegekend aan het privé rijden van de ter beschikking gestelde auto. Deze wordt gelijk gesteld aan de fiscale bijtelling, en bedraagt voor Lidwin van Velden € 19.000 (2024: € 18.000) en voor Frenk van der Vliet € 11.000 (2024: € 11.000). Ard van Eijl ontvangt vanuit de autoregeling een geldelijke bijdrage van € 12.000 (2024: € 12.000) en Wilma Schouten had wel een auto tot haar beschikking, maar gebruikte deze niet privé.
Het beloningsbeleid medewerkers is integraal van toepassing op al onze medewerkers, ongeacht functie en niveau. We volgen als werkgever de CAO Banken. De vaste beloning voor onze medewerkers bestaat uit twaalf maandsalarissen, een vakantietoeslag van 8% en een dertiende maand. Indexering gebeurt volgens de structurele inkomensaanpassingen uit de CAO Banken. Medewerkers ontvangen een toeslag van 10,745% naast hun salaris vanwege de afschaffing van variabele beloningen. Deze toeslag is niet pensioengevend.
NWB Bank voert een genderneutraal beloningsbeleid en streeft naar een gelijke beloning voor medewerkers die werkzaam zijn in vergelijkbare functies. In 2025 is een functiehuis ingericht om transparantie te bevorderen. Met het functiehuis kunnen we mogelijke beloningsverschillen tussen mannen en vrouwen beter en structureel monitoren en voldoen we aan de Richtlijn loontransparantie.
Het beloningsbeleid is conform de vijfjaarlijkse cyclus geüpdatet en vastgesteld door de directie. Er zijn geen wezenlijke inhoudelijke wijzigingen behalve het goedkeuringsvereiste van de raad van commissarissen ten aanzien van materiële afwijkingen van het beloningsbeleid, conform wet- en regelgeving.
De collectieve pensioenregeling voor medewerkers is gelijk aan die voor directieleden zoals hiervoor vermeld. De pensioenkosten bestaan uit de componenten 'kosten DC-regeling tot € 137.800 minus werknemersbijdrage', 'eventuele werkgeversbijdrage boven € 137.800 minus werknemersbijdrage', een 'compensatie pensioen (2,8% bijdrage over pensioendragend salaris 2025)', 'compensatie pensioen voor de harmonisatie van de pensioenregeling per 1 januari 2015', 'compensatie DC-regeling' en 'toeslagbudget middelloonregeling'.
Onze medewerkers hebben diverse secundaire arbeidsvoorwaarden, zoals een studiekostenregeling, fietsregeling, hypotheekrentesubsidieregeling en een aanvullende arbeidsongeschiktheidsverzekering. Medewerkers die mede op basis van hun functie in aanmerking komen voor de elektrischeautoregeling van NWB Bank, kunnen hiervan gebruikmaken of aanspraak maken op een vergoeding op basis van deze regeling.
De beloningsverhouding tussen de directievoorzitter, zijnde de hoogst betaalde medewerker, en de mediaan van alle overige medewerkers van de organisatie komt over 2025 uit op 4,4 (2024: 4,1). De totale beloning bestaat uit de vaste beloning en ook alle overige beloningselementen zoals pensioen, pensioencompensaties, autovergoedingen, autobijtelling conform CSRD.
De vergoedingen van de raad van commissarissen zijn laatstelijk in de algemene vergadering op 20 april 2023 geëvalueerd. De evaluatie vindt om de vijf jaar plaats.
Op advies van een daarvoor ingestelde aandeelhouderscommissie heeft de algemene vergadering in 2023 besloten de vergoedingen van de raad van commissarissen aan te passen en daarvoor een ratio te kiezen die een vaste verhouding creëert tussen de beloningen voor de voorzitter van de directie en de raad van commissarissen. De ratio is 15% voor de voorzitter van de raad van commissarissen ten opzichte van de maximale beloning van de voorzitter van de directie
en 10% voor leden van de raad. Deze aanpassing geldt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2023. De volgende evaluatie van de vergoedingen van de raad van commissarissen vindt in 2028 plaats.
Met ingang van 1 januari 2023 geldt aldus voor onze commissarissen de volgende vergoedingenstructuur, waarbij de bedragen geïndexeerd zijn met de structurele inkomensaanpassing volgens de CAO Banken (4% per 1 januari 2025, 1% per 1 juli 2025).
(in duizenden euro’s) | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
Voorzitter + commissies | 52 | 48 |
Vicevoorzitter + remuneratie- en benoemingscommissie | 34 | |
Lid + auditcommissie + risicocommissie | 34 | 32 |
Lid + remuneratie- en benoemingscommissie | 34 | 32 |
Deze bedragen zijn inclusief onkostenvergoedingen en exclusief reiskostenvergoeding.
De vergoedingen van onze raad van commissarissen kennen geen variabele componenten en geen optieregelingen.
Op individuele basis bedroegen de vergoedingen van de leden van de raad van commissarissen naar rato van aanstellingsperiode:
(in duizenden euro’s) | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
Joanne Kellermann | 52 | 48 |
André ten Damme | 34 | 32 |
Geert Embrechts 1 | 34 | 20 |
Toon van der Klugt | 34 | 32 |
Frida van den Maagdenberg2 | 9 | 32 |
Caroline Oosterloo | 34 | 32 |
Maarten Otto3 | 25 | - |
Annette Ottolini | 34 | 32 |
Manfred Schepers4 | - | 9 |
Totaal | 256 | 237 |
Bovenstaande vergoedingen zijn exclusief de reiskostenvergoeding. Sinds 2021 is geen btw meer meegenomen, omdat op 28 april 2021 in een beleidsregel is vastgelegd dat commissarissen geen btw (meer) hoeven te berekenen over de vergoeding die zij ontvangen.
Corporate governance gaat over goed bestuur van bedrijven en het toezicht daarop. Het regelt verhoudingen tussen bestuurders, commissarissen en aandeelhouders. Voor NWB Bank betekent dit soliditeit en transparantie in het ondernemingsbestuur, waarbij we ons richten op langetermijnwaardecreatie en rekening houden met de belangen van al onze stakeholders, temeer omdat we als bank van en voor de publieke sector een bijzondere maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben.
De raad van commissarissen en directie zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor een passende corporate governance en de naleving daarvan. Deze verantwoordelijkheid is deels vastgelegd in wetgeving, waaronder de Wet op het financieel toezicht (Wft), en vloeit deels voort uit zelfregulering. We beschrijven in deze paragraaf de meest relevante bepalingen en lichten toe hoe we deze toepassen.
De Nederlandse Corporate Governance Code (hierna: de Code) bevat principes en bestpracticebepalingen die de verhoudingen regelen tussen de directie, de raad van commissarissen en de (algemene vergadering van) aandeelhouders. De Code is van toepassing op Nederlandse vennootschappen met beursgenoteerde aandelen. De aandelen van onze bank zijn niet beursgenoteerd en daarom hebben we geen wettelijke verplichting om de Code toe te passen. Toch passen we de code zoveel als mogelijk toe, waarbij we in acht nemen dat de aandelen in NWB Bank uitsluitend in handen kunnen zijn van de Nederlandse Staat, waterschappen en andere publiekrechtelijke rechtspersonen. Toepassing van de Code is in overeenstemming met de Nota Deelnemingenbeleid Rijksoverheid, waaraan we als minderheids-staatsdeelneming zoveel mogelijk voldoen.
De charters van onze raad van commissarissen, inclusief commissies, worden ieder jaar beoordeeld. In deze charters staan afspraken over de samenstelling, de taakverdeling en de werkwijze. Ook bevatten ze bepalingen over tegenstrijdig belang en de omgang met de directie en de aandeelhouders en over duurzame langetermijnwaardecreatie, ESG en uitbreiding van de verslaglegging over diversiteit en inclusie. Daarnaast is er aandacht voor gedrag en cultuur in evaluaties van directie en raad van commissarissen, verduidelijking van de rapportagelijnen en beoordeling van de interne auditdienst. Het executive committee charter is eind 2025 op een aantal punten geactualiseerd. De andere charters zijn voor het laatst in maart 2023 geactualiseerd. Met de voorziene update van de EBA Guidelines on internal governance en de voorziene herziening van de statuten zullen de charters van NWB Bank in 2026 voor zover vereist, worden bijgewerkt.
Op de volgende punten wijken we als NWB Bank af van de Code:
Vanwege de two-tierboard van onze bank en het gegeven dat onze aandelen niet gecertificeerd zijn, laten we de principes en bestpracticebepalingen voor de onetierboard en de certificering van aandelen buiten beschouwing.
De bestpracticebepalingen over informatieverschaffing en voorlichting aan de jaarlijkse algemene vergadering zijn niet volledig geformaliseerd, omdat we geen beursgenoteerde aandelen kennen. Zo hebben we als onderdeel van deze bepalingen geen beleid vastgesteld voor bilaterale contacten met aandeelhouders.
Aangezien onze bank alleen aandelen op naam kent, zijn alle aandeelhouders bekend. We houden een aandeelhoudersregister bij met de namen en adressen van onze aandeelhouders, de datum van verkrijging van de aandelen en het op elk aandeel gestorte bedrag. Gedurende het jaar onderhouden we rechtstreeks contact met onze aandeelhouders.
De Corporate Governance Code 2025 breidt de reikwijdte van de verantwoordelijkheid voor risicobeheer uit via een Verklaring Omtrent Risicobeheer (VOR), die voor beursgenoteerde ondernemingen per boekjaar 2025 van kracht wordt. NWB Bank beraadt zich over vrijwillige toepassing.
Vanwege de afwezigheid van variabele beloningen voeren we voor het beloningsbeleid geen scenarioanalyses uit.
Sinds de publicatie in 2014 volgen we het pakket Toekomstgericht Bankieren, zelfregulering van de Nederlandse Vereniging van Banken. Het pakket bestaat uit het Maatschappelijk Statuut, de Code Banken en de Gedragsregels. Het Maatschappelijk Statuut beschrijft de rol die de banken in de samenleving willen vervullen en de gedeelde waarden van de bancaire sector. De Code Banken borgt een goed bestuur binnen alle Nederlandse banken en legt principes vast voor integere en beheerste bedrijfsvoering, goed risicobeleid en de inrichting van de directie en raad van commissarissen. De Gedragsregels bevatten richtlijnen voor medewerkers voor de integere en zorgvuldige uitoefening van hun beroep. De principes van het pakket zijn geïntegreerd in de missie, kernwaarden en gedragscodes van onze organisatie.
De Code Banken 2014 is in 2021 op twee punten aangevuld met bepalingen over de borging van maatschappelijke belangen (Code Banken, pagina 4) en over de totstandkoming van beloningsbeleid (Code Banken, pagina 13). De eerste brengen wij al in de praktijk: de bepaling om de belangen van stakeholders in kaart te brengen en zorgvuldig mee te wegen bij het opstellen van strategie, doelstellingen en beleid. De tweede konden we nog niet in de praktijk brengen, omdat we pas in 2025 een nieuw beloningsbeleid vaststelden.
Naast de Nederlandse Corporate Governance Code en het pakket Toekomstgericht Bankieren passen we de richtlijnen toe van de European Banking Authority, European Securities and Markets Authority, European Central Bank en Bank for International Settlements.
De fiscale strategie van NWB Bank is gericht op het nauwgezet naleven van de fiscale wet- en regelgeving, waarbij niet alleen rekening wordt gehouden met de letterlijke tekst, maar ook met doel en strekking van wet- en regelgeving.
Voor corporate governance hebben we binnen onze organisatie de volgende structuur.
Onze raad van commissarissen houdt onafhankelijk toezicht op de strategie en uitvoering daarvan en heeft daarbij nadrukkelijk oog voor langetermijnwaardecreatie. De rvc is evenwichtig, deskundig en divers samengesteld.
We hebben een algemene profielschets voor de samenstelling van de raad van commissarissen en de benoeming van de leden. Deze is eind 2021 voor het laatst aangepast bij de toetsing van onze corporate governance aan wet- en regelgeving. Daarnaast stellen we voor elke vacature in de raad van commissarissen een individuele profielschets op die past binnen het algemene profiel. Commissarissen moeten oog hebben voor (internationale) sociale, economische, politieke en overige ontwikkelingen die relevant zijn voor NWB Bank. Ook moeten zij in staat zijn deze te beoordelen.
Eind 2025 bestond de raad van commissarissen uit zeven leden, van wie vier mannen en drie vrouwen: een verhouding van 57% mannen en 43% vrouwen. Ieder rvc-lid beschikt over de deskundigheid en achtergrond die noodzakelijk zijn voor de vervulling van zijn of haar rol binnen de raad. De rvc voldoet aan het diversiteits- en inclusiebeleid van NWB Bank. We streven naar een gendersamenstelling van ten minste 30% mannen en ten minste 30% vrouwen met variatie in achtergrond en expertise.
De verdeling van expertise in de raad van commissarissen is als volgt. De commissarissen Joanne Kellermann (voorzitter), Caroline Oosterloo en Geert Embrechts beschikken over uitgebreide financiële expertise, een bancaire achtergrond, kennis van de internationale geld- en kapitaalmarkten, ervaring met prudentieel toezicht en kennis van risicobeheer. André ten Damme heeft een brede expertise in financiële dienstverlening, financieel management en ICT-beheer en hij is bovendien een ervaren toezichthouder met ruime interesse in de financiële sector. Toon van der Klugt beschikt over uitgebreide bestuurlijke ervaring, ruime kennis van overheidsbeleid en een netwerk binnen het overheidsbestuur.
Annette Ottolini, Frida van den Maagdenberg en Maarten Otto beschikken over algemene bestuurlijke ervaring in de semipublieke sector, waarbij ze aanvullend ook kennis van ESG-risico's en kennis van bedrijfsvoering en uitbesteding met zich meebrengen.
In de algemene vergadering van 16 april 2026 treedt Toon van der Klugt af vanwege het bereiken van de maximale zittingstermijn. In diezelfde vergadering zal zijn beoogde opvolger voorgedragen worden voor benoeming. De samenstelling en verdeling van de commissielidmaatschappen van de commissarissen voldoen aan de vereisten in de charters. Een overzicht van kennisgebieden staat in het hoofdstuk Verslag van de raad van commissarissen.
De raad van commissarissen is zodanig samengesteld dat de leden ten opzichte van elkaar en de directie in staat zijn onafhankelijk en kritisch te opereren. De eisen voor onafhankelijkheid staan standaard in de algemene profielschets voor de samenstelling van de raad van commissarissen en de benoeming van zijn leden. De rvc staat bij aanvang van iedere vergadering stil bij de vraag of er in de vergadering een belangenconflict te verwachten valt. Hiermee benadrukt de raad nogmaals het belang van onafhankelijkheid.
Bij de jaarlijkse toetsing van de corporate governance van de bank op de wet- en regelgeving en richtlijnen bleek er in 2025 geen aanleiding om verdere aanscherpingen aan te brengen in de charters van de raad van commissarissen of zijn commissies.
Het dagelijks bestuur van onze bank is in handen van de directie. De algemene vergadering benoemt de statutaire leden van de directie, op voordracht van de raad van commissarissen, voor een periode van vier jaar. De statutaire directie bestaat in beginsel uit vier leden, waaronder Lidwin van Velden (CEO), Ard van Eijl (CRO) en Frenk van der Vliet (CCO)1. CFO Wilma Schouten is in augustus 2025 afgetreden. De kandidaat-opvolger is gevonden en zal worden voorgedragen voor benoeming in de algemene vergadering.
De directie werkt conform het executive committee charter, dat eind 2025 voor het laatst geactualiseerd is. Het charter bevat onder meer regels over de taakverdeling, werkwijze en besluitvorming, bepalingen over gedrag en cultuur, de omgang met en wijze van informatieverschaffing aan de raad van commissarissen, het beloningsbeleid en tegenstrijdig belang. Net als bij de raad van commissarissen dient de samenstelling van de directie te voldoen aan het diversiteits- en inclusiebeleid van de organisatie. Wij streven naar een evenwichtige en gemengde samenstelling, onder meer door diversiteit in gender, kennis en ervaring. Voor de directie en het management streven we naar een gendersamenstelling van ten minste 30% mannen en ten minste 30% vrouwen. De huidige samenstelling van de directie omvat een vrouw, twee mannen en een vacature, waarmee het genderstreefcijfer is behaald. Voor iedere vacature binnen de directie stellen we een individuele profielschets op met vereisten in expertise en competenties. Elk directielid moet kennis hebben van de financiële sector in het algemeen en de bankensector in het bijzonder, de maatschappelijke rol van de organisatie en de belangen van alle stakeholders.
De ondernemingsraad (OR) bestaat uit zeven leden en werkt volgens het reglement ondernemingsraad, waarin bepalingen zijn opgenomen over de samenstelling, zittingsduur, verkiezingen en werkwijze. In 2025 heeft de OR voor haar huidige zittingsperiode een aantal speerpunten vastgesteld, die voor 2026 ongewijzigd zijn gebleven. De OR komt iedere twee weken bijeen om de belangen van het personeel te bespreken. Daarnaast heeft de OR eens per maand een overleg met Human Resources (HR) om elkaar bij te praten over de laatste ontwikkelingen.
In 2025 vonden in totaal vier overlegvergaderingen plaats tussen de OR en de voorzitter van de directie, in aanwezigheid van HR. Bij twee van deze overleggen sloot een delegatie van de raad van commissarissen aan (conform artikel 24, lid 2 van de Wet op de Ondernemingsraden). Van elke overlegvergadering deelt de OR een samenvatting met de achterban. Aansluitend aan die vergadering organiseert de OR een inloopspreekuur.
De interne-auditfunctie binnen onze organisatie is ondergebracht bij de afdeling Internal Audit. Deze afdeling versterkt het vermogen van NWB Bank om waarde te creëren, te beschermen en te behouden en doet dit door de directie te voorzien van onafhankelijke, op risico gebaseerde en objectieve assurance, advies, inzicht en vooruitzichten. De doelstelling, het mandaat, de positie, rapportagelijnen, scope van werkzaamheden, soort diensten en andere specificaties zijn vastgelegd in het internal audit charter, dat door de raad van commissarissen is goedgekeurd. Het hoofd Internal Audit rapporteert aan de CEO en heeft tevens een functionele rapportagelijn naar de auditcommissie en de rvc. Zij heeft in 2025 alle vergaderingen van de auditcommissie en risicocommissie bijgewoond en rapporteert periodiek aan de auditcommissie en de raad van commissarissen. Dit betreft rapportages over de uitkomsten van de uitgevoerde onderzoeken, de voortgang van opvolging van managementacties, realisatie van het risicogebaseerde auditplan, belangrijke ontwikkelingen en emerging risks. Daarnaast vond in 2025 een separaat overleg plaats tussen de auditcommissie en het hoofd Internal Audit zonder aanwezigheid van het bestuur, conform de governance-afspraken.
Internal Audit werkt samen met de tweedelijns-afdelingen, door hun werkzaamheden in acht te nemen, overlap te voorkomen en waar mogelijk voort te bouwen op hun resultaten. Tegelijkertijd blijft het hoofd Internal Audit volledig verantwoordelijk voor de onderbouwing van auditbevindingen en -opinies. Ook onderhoudt Internal Audit een optimale relatie met de externe accountant door auditplannen af te stemmen, bevindingen en rapporten te delen en samen te werken waar nodig. Verder houdt Internal Audit open contact met toezichthouders en verstrekt de afdeling op verzoek rapportages en informatie.
Internal Audit voldoet aan het International Professional Practices Framework (IPPF) van het Institute of Internal Auditors (IIA) en conformeert zich aan de gedragscode van de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants (NBA) en aan de gedragscode en relevante kwaliteitsnormen van de beroepsorganisatie van IT-auditors (NOREA), evenals aan de NWB Bank Gedragscode en andere relevante policies en procedures van NWB Bank. Een programma voor kwaliteitsborging en -verbetering is opgezet en wordt uitgevoerd om de naleving van deze standaarden en codes te evalueren, de effectiviteit van de afdeling te waarborgen en continue verbetering na te streven.
De raad van commissarissen heeft de mogelijkheid om informatie in te winnen bij externe deskundigen als de uitoefening van zijn functie hierom vraagt. In 2025 is hiervan geen gebruikgemaakt. Verder raadpleegt de rvc interne deskundigen en wint de rvc intern infomatie in door overleggen tussen de directie en de ondernemingsraad bij te wonen.
Net als de interne accountant was de externe accountant (EY) in 2025 aanwezig bij alle vergaderingen van de auditcommissie en risicocommissie. Ook was de externe accountant aanwezig bij de rvc-vergadering in maart, waarin de jaarcijfers werden besproken. De auditcommissie voerde in 2025 eenmaal apart overleg met de externe accountant. Vanwege de reguliere roulatie controleerde EY in 2025 voor het laatst de jaarrekening van onze organisatie. Met ingang van boekjaar 2026 start PwC als externe accountant voor NWB Bank, waarvoor reeds in de ava van 4 april 2024 instemming is verkregen.
Op de volgende manieren borgen we een beheerste en integere bedrijfsvoering.
Duurzame langetermijnwaardecreatie zit verankerd in onze strategie van de duurzame waterbank. Voor meer informatie over deze strategie en de uitvoering daarvan in 2025 verwijzen we naar het hoofdstuk Strategie en waardecreatie.
Het beleid voor de beheersing van financiële en niet-financiële risico’s en de toepassing hiervan in 2025 is te vinden in het hoofdstuk Risicomanagement.
De organisatie is de afgelopen jaren flink gegroeid. In 2025 is ingezet op consolidatie en stabilisatie van de groei. Er is ingezet op het uitdagen, versterken en beleven van onze missie, en op verbinding en een open cultuur. Het visievierluik is het fundament waarop we voortbouwen als het gaat om thema’s als leiderschap, diversiteit en inclusie, ontwikkeling en veiligheid. Zo maken we het mogelijk dat medewerkers samen de missie van NWB Bank realiseren: samen investeren we in een waterbewuste en duurzame samenleving.
Met het leiderschapsmodel is vastgelegd wat we bij NWB Bank verstaan onder leiderschap. Managers voerden in 2025 een 360-gradenfeedbackmethode uit om inzicht te krijgen in hun prestaties in relatie tot de waarden van het leiderschapsmodel, en om thema’s te bepalen om zich verder te ontwikkelen.
Directie en medewerkers namen met plezier allemaal deel aan de vierde editie van de Samen NWB Bank-dagen. Tijdens deze twee dagen stond het thema samenwerken centraal. We besteedden veel aandacht aan interne communicatie. Samen met de organisatie van een aantal townhallbijeenkomsten zorgde dit ervoor dat alle medewerkers op de hoogte zijn van de doelen en resultaten van de organisatie.
Een medewerkerstevredenheidsonderzoek is uitgevoerd om te leren wat goed gaat in de organisatie, wat we van elkaar kunnen leren en wat verbeterpunten zijn. Op verschillende manieren spraken we met elkaar over de resultaten: in organisatiebrede sessies, binnen de teams en in focusgroepen rond een aantal thema’s. In 2026 nemen we op basis van de inzichten verdere concrete stappen.
Al onze medewerkers leggen bij indiensttreding de bankierseed af. Dit geldt ook voor externe adviseurs die langer dan drie maanden bij onze organisatie werkzaam zijn. Het afleggen van de bankierseed en de ondertekening ervan onderwerpt hen aan gedragsregels en het tuchtrechtsysteem voor de bankensector. De bankierseed is geïntegreerd in de gedragscode van onze organisatie. Deze gedragscode werd in 2023 geactualiseerd door HR en Compliance, waarbij ook ons visievierluik in het document is verwerkt. De nieuwe gedragscode verkreeg begin 2024 de instemming van de OR en daarna de definitieve goedkeuring van de directie. Ook informeerden we alle collega's over deze nieuwe gedragscode.
Conform het Three Lines of Defence-model, waarin elke lijn een specifieke rol en verantwoordelijkheden heeft, heeft NWB Bank de compliancefunctie in de tweede lijn belegd. De taken van de afdeling Compliance liggen vast in het compliance charter, dat we jaarlijks actualiseren. Met de compliancefunctie richten wij ons op bevordering van en toezicht op de naleving van wetten, regelgeving, interne procedures en gedragsregels die relevant zijn voor de integriteit en reputatie van de organisatie. Compliance handelt onafhankelijk en is niet betrokken bij de uitvoering van eerstelijnsactiviteiten. Organisatorisch valt Compliance onder de CRO, met een directe rapportagelijn naar de directie en een escalatielijn naar de raad van commissarissen. Compliance rapporteert op kwartaalbasis aan de risicocommissie.
In 2025 voerden we opnieuw een gedegen systematische integriteitsrisicoanalyse (SIRA) uit. De resultaten geven een helder en gedetailleerd inzicht in de integriteitsrisico's waaraan de organisatie kan blootstaan. Dit stelt directie en raad van commissarissen in staat te sturen op de beheersing van de risico’s binnen de organisatie om zo de integriteit te waarborgen. Managers en hun relevante teamleden waren en zijn nauw betrokken bij de uitvoering van deze SIRA.
In 2025 verrichtten we tevens de control monitoring & testing-activiteiten, waarmee de belangrijkste beheersmaatregelen voor compliancerisico’s periodiek gemonitord en getest worden, zoals customer due diligence (CDD). Deze korte monitoring-/testingcycli laten zien hoe effectief beheersmaatregelen worden toegepast en waar verbeteringen mogelijk zijn. De resultaten gebruiken we ook bij de SIRA, om de mate waarin de geïdentificeerde integriteitsrisico’s beheerst worden te beoordelen.
Compliance actualiseerde in 2025 het beleid voor CDD en voerde monitoring uit op de insiderregeling van NWB Bank; bovendien werd de gedragscode geactualiseerd. Net als voorgaande jaren verzorgde Compliance in 2025 interne trainingen over diverse thema’s, waaronder CDD en transactiemonitoring. De nieuwe collega’s van Public Finance, Specialised Finance en Treasury en de directie namen deel aan een e-learning over marktmisbruik. Voor collega’s van diverse afdelingen die in hun dagelijkse werk met wet- en regelgeving te maken hebben, was er de training Wegwijs in regelgeving. In samenwerking met Operational Risk Management organiseerde de afdeling ook onboardingsessies voor nieuwe collega’s van de bank. Uiteraard was er daarnaast aandacht voor educatie van de Compliance-teamleden zelf.
Commissarissen en directieleden hebben al hun relevante nevenfuncties bij de organisatie bekendgemaakt. Deze staan elders in dit verslag. Indien er sprake is van een potentieel tegenstrijdig belang in relatie tot de hoofd- en/of nevenfunctie van een commissaris, neemt deze niet deel aan de discussie en besluitvorming. Sinds eind 2021 is de melding van mogelijke belangenverstrengeling een standaardagendapunt in rvc- en commissievergaderingen. In 2025 waren er geen meldingen van (mogelijke) tegenstrijdige belangen.
NWB Bank streeft als werkgever naar een evenwichtige samenstelling van het medewerkersbestand, waarbij medewerkers complementair zijn aan elkaar, vanwege het belang van 'diversity of thought' en het voorkomen van tunnelvisie. Om dit te onderstrepen tekenden we in 2023 het SER-charter Diversiteit in Bedrijf. Op die manier dragen we ook extern ons commitment en het belang van een diverse en inclusieve werkvloer uit.
Een van de belangrijke instrumenten bij diversiteit is gender. De genderstreefcijfers voor directie en raad van commissarissen – minimaal 30% vrouwen en 30% mannen – gelden ook voor het hoger management van de bank. In 2025 werd het streefcijfer voor directie behaald met een verhouding van 66% man en 33% vrouw en voor de managementlaag 46% man en 54% vrouw. We sturen op een evenwichtige verdeling door bij de invulling van vacatures bij gelijke geschiktheid de voorkeur te geven aan kandidaten die bijdragen aan diversiteit en inclusie.
Het beloningsbeleid en de toepassing hiervan in 2025 zijn te vinden in het Remuneratierapport.
Onze strategie stelt hoge eisen aan ons risicomanagement en de interne beheersing. Wij hebben hiervoor een organisatiebrede aanpak. Dit hoofdstuk geeft inzicht in de risicotaxonomie van onze organisatie en hoe deze risico's zich kunnen uiten. De taxonomie hebben we onderverdeeld in financiële risico's, niet-financiële risico's en overige risico's. Jaarlijks evalueren wij deze taxonomie op basis van onze risico-identificatie en materialiteitsassessment.
De financiële risico's betreffen kredietrisico, renterisico, marktrisico en liquiditeitsrisico. Het niet-financiële risico betreft operationeel risico. Onder de overige risico's vallen strategisch risico, ESG-risico (Environmental, Social en Governance) en reputatierisico.
Wij definiëren kredietrisico als de mogelijke impact op winst/kapitaal doordat de kredietwaardigheid van de debiteuren/tegenpartijen verslechtert. Onze risicobereidheid voor dit risico is laag.
Subtype | Definitie |
|---|---|
Credit default risk | Mogelijke impact op winst/kapitaal doordat debiteuren niet voldoen aan hun verplichtingen. |
Credit migration risk | Mogelijke impact op winst/kapitaal doordat de kredietwaardigheid verslechtert, gebaseerd op interne/externe ratings van debiteuren of borgsteller. |
Counterparty credit risk | Mogelijke impact op winst/kapitaal doordat tegenpartijen niet voldoen aan hun verplichtingen in derivatentransacties. |
CVA risk | Mogelijke impact op winst/kapitaal door mark-to-marketverliezen in Credit Valuation Adjustments (CVA) op bilaterale derivatentransacties. |
Settlement risk | Mogelijke impact op winst/kapitaal doordat gedurende de settlement van een transactie de tegenpartij zijn verplichtingen niet nakomt, terwijl de instelling haar eigen verplichtingen wel al is nagekomen. |
Credit concentration risk | Mogelijke impact op winst/kapitaal door significante kredietverliezen die voortvloeien uit een concentratie van blootstellingen op een kleine groep klanten, een groep klanten met dezelfde defaultkarakteristieken of financiële activa die zeer gecorreleerd zijn. |
Ons beleid is erop gericht de zeer hoge kredietwaardigheid van onze kredietportefeuille en liquiditeitsportefeuille te behouden. Wij verstrekken kredieten aan klantgroepen in de Nederlandse publieke sector. Dit betreft voornamelijk kredieten aan of onder garantie van (lagere) overheden. Naast waterschappen en andere lagere overheden zijn onze klanten voornamelijk woningcorporaties, zorginstellingen, drinkwaterbedrijven, duurzaamheidsprojecten en publiek-private samenwerkingen waarbij de overheid als opdrachtgever fungeert. Ook verstrekken wij kredieten aan universitair medische centra en netbeheerders.
Voor onze liquiditeitsportefeuille schaffen wij obligaties aan. Dit betreft rentedragende waardepapieren met onder andere obligaties van of gegarandeerd door Nederlandse overheden, obligaties van internationale organisaties en multilaterale ontwikkelingsbanken en covered bonds. Wij hanteren hierbij dezelfde kwaliteitseisen als voor kredietverlening aan de Nederlandse publieke sector. Ten slotte sluiten wij derivatentransacties (valuta- en renteswaps) af met banken en pensioenfondsen, uit hoofde waarvan counterparty credit risk en credit valuation adjustment risk (CVA) ontstaan, die door collateral grotendeels worden afgedekt.
Net als in alle voorgaande jaren hadden wij in 2025 niet te maken met een kredietverlies. Vanwege het publiekesectorkarakter en het solvabiliteitsvrije karakter van het overgrote deel van onze kredietrelaties is het verliesrisico van onze kredietportefeuille zeer beperkt. Dit komt ook tot uitdrukking in de robuuste kapitaalratio's van onze organisatie.
Voor het beheer van het rente- en valutarisico maken wij gebruik van derivaten. Om het counterparty credit risk van deze derivaten zo beperkt mogelijk te houden, doen wij alleen transacties met tegenpartijen met een rating van minimaal single-A. Dit is van toepassing als deze derivaten niet centraal zijn gecleard. Ook hebben wij limieten gesteld om het risico per tegenpartij met betrekking tot derivaten te spreiden en te maximeren.
Met derivatentegenpartijen maken wij afspraken binnen het raamwerk van de International Swaps and Derivatives Association (ISDA). Deze afspraken hebben minimaal betrekking op enerzijds ISDA-schedules waarmee nettingafspraken van toepassing worden en anderzijds onderpandovereenkomsten (Credit Support Annexes, CSA's) waarmee de marktwaarden van de derivaten worden afgedekt. Voor het overgrote deel zijn deze CSA's zonder drempels (zero thresholds) en met een dagelijkse uitwisseling van onderpand, grotendeels in de vorm van cash.
De sectoren die wij als bank bedienen laten een stabiele ontwikkeling zien, waarbij verduurzaming over de breedte van de portefeuille een gedeelde uitdaging is. Noemenswaardig zijn de uitdagende vooruitzichten bij woningcorporaties, de zorgsector, netbeheerders en de ontwikkelingen in de markt voor hernieuwbare energie. Belangrijke onderwerpen voor de woningcorporatiesector zijn de kosten voor verduurzamen en het realiseren van voldoende nieuwbouw. Nederland kampt met een groot woningtekort, terwijl de doelgroep voor corporatiewoningen alleen maar toeneemt. De investeringen in onderhoud en verbetering, nieuwbouw en verduurzaming zullen de komende jaren verder toenemen, waardoor we in deze jaren een flinke toename van financieringen verwachten. We financieren de woningcorporatiesector met een volledige, onvoorwaardelijke en onherroepelijke garantie van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW). Ook de publieke watersector kent uitdagingen waar het onder andere gaat om de waterkwaliteit en waterbeschikbaarheid.
De Nederlandse zorgsector staat voor grote uitdagingen. Door de vergrijzing neemt de zorgvraag toe. De krapte op de arbeidsmarkt en de betaalbaarheid van de zorg vragen om hervormingen. We financieren enkel zorginstellingen op basis van een volledige, onvoorwaardelijke en onherroepelijke garantie van het Waarborgfonds voor de Zorgsector (WfZ). Daarnaast financieren wij ook academische ziekenhuizen.
De hernieuwbare-energiesector en netbeheerders kennen een aantal uitdagingen. Het piekverbruik en piekaanbod van elektriciteit groeien harder dan de capaciteit van de infrastructuur. Daardoor is er op veel plekken in Nederland sprake van netcongestie: file op het elektriciteitsnet. Deze congestie kan de economische ontwikkeling en de aanleg van nieuwe zon- en windenergieparken vertragen. Slimme oplossingen op het gebied van energieopslag en -omzetting kunnen het probleem van netcongestie verminderen en zorgen voor een nieuw verdienmodel. Daarnaast moet het aantal duurzame warmtenetten in Nederland fors omhoog om de afhankelijkheid van aardgas te verkleinen en de CO₂-uitstoot verder te verlagen. We zien dat het risicoprofiel van warmtenetten gedurende de aanleg hoger is, omdat tijdens deze fase in het warmtenet wordt geïnvesteerd terwijl hier geen of beperkte inkomsten tegenover staan. Daarnaast kan vertraging ontstaan in de realisatie van de aansluitingen en heeft de aanleg van een warmtenet een grote impact op de openbare ruimte. De nieuwe Wet collectieve warmtevoorziening (Wcw) beoogt de warmtetransitie in met name de gebouwde omgeving te bevorderen en tegelijkertijd de publieke belangen duurzaamheid, leveringszekerheid en betaalbaarheid beter te borgen.
Wij definiëren renterisico als het huidige of toekomstige risico voor zowel de winst als de economische waarde van een instelling, als gevolg van ongunstige rentebewegingen die van invloed zijn op rentegevoelige instrumenten. Dit risico wordt ook wel aangeduid als interest rate risk in the banking book (IRRBB). Onze risicobereidheid voor dit risico is medium.
Risico’s door fluctuaties in de rente ontstaan door verschillen in de rente- en looptijdcondities van de uitgezette en opgenomen middelen. Wij voeren ten aanzien van deze risico’s een prudent beleid. We beheersen het renterisico door rentederivaten af te sluiten voor zowel de activazijde als passivazijde van de balans. Hierdoor verplichten wij ons om op vooraf overeengekomen momenten vaste en variabele rentestromen, die zijn berekend op basis van een overeengekomen hoofdsom, uit te wisselen.
Wij zijn als bank bereid een strategische renterisicopositie in te nemen, als dit bijdraagt aan het realiseren van het normrendement op het eigen vermogen dat met onze aandeelhouders is overeengekomen. Dit normrendement is gebaseerd op de opbrengst van een tienjarige voortschrijdende belegging in een tienjarige Nederlandse staatsobligatie, plus een opslag van honderd basispunten. Daarbij wordt een minimum van 3% gehanteerd voor het normrendement. Onze fund transfer pricing voor de beprijzing van nieuwe kredietverlening is mede gebaseerd op dit normrendement. Op kwartaalbasis stellen we de strategische renterisicopositie vast, onafhankelijk van enige visie op de rente. De basis voor de berekening, bewaking en beheersing van de renterisico’s is prudent beleid, aangevuld met een beheersysteem dat rekening houdt met de effectieve rentevoet van de financiële instrumenten. Het Asset & Liability Committee (ALCO) bepaalt de omvang van de risico’s binnen de vastgestelde kaders. Voor het beheer maken wij gebruik van een rentetypische gapanalyse, risicomaatstaven als (spread) DV01, earnings at risk en scenarioanalyses. De uitkomsten van ingenomen posities analyseren wij vervolgens met behulp van winstprognoses, rentemargeanalyse en performanceanalyse. Ook deze managementinformatie is van belang voor het besluitvormingsproces en de monitoring in het ALCO.
Onderdeel van renterisico is refinancing risk. Dit risico vloeit voort uit een van de belangrijkste karakteristieken van een traditioneel bankbedrijf: de looptijdtransformatie. In ons geval vragen onze klanten voornamelijk naar financiering met een relatief lange looptijd. Dit heeft te maken met de langetermijninvesteringen die zij doen. Hoewel onze organisatie in de positie is om ook funding met een lange looptijd aan te trekken, bestaat het risico van een looptijdmismatch tussen de funding en kredietverlening, waardoor bij herfinanciering in de toekomst de funding spread (en de impact daarvan op de rente-inkomsten) mogelijk toeneemt. Wij hanteren daarvoor een limietsysteem, dat verder beschreven is in de jaarrekening.
Subtype | Definitie |
|---|---|
Gap risk | Het risico dat voortvloeit uit de termijnstructuur van rentegevoelige instrumenten, als gevolg van verschillen in het tijdstip van de renteveranderingen; denk aan veranderingen in de rentetermijnstructuur die zich consistent over de rendementscurve voordoen (parallel risico) of per periode verschillen (niet-parallel risico). |
Basis risk | Het risico dat voortvloeit uit de relatieve veranderingen van rentetarieven voor rentegevoelige instrumenten die vergelijkbare looptijden hebben, maar geprijsd zijn op basis van verschillende rente-indices. Basisrisico is het gevolg van de onvolledige correlatie in de afstemming tussen verdiende en betaalde rente op verschillende rentegevoelige instrumenten, met verder vergelijkbare kenmerken ten aanzien van renteveranderingen. |
Option risk | Het risico dat voortvloeit uit opties (ingebed, expliciet dan wel gedragsmatig), wanneer de instelling of haar klant het niveau en de timing van de kasstroom kan veranderen. Het vloeit met name voort uit rentegevoelige instrumenten, waarbij de houder de optie bijna zeker zal uitoefenen wanneer dat in zijn financiële belang is. Ook vloeit het voort uit de flexibiliteit die impliciet of volgens de voorwaarden van rentegevoelige instrumenten is ingebouwd, zodanig dat veranderingen van rentes kunnen leiden tot een verandering van het gedrag van de klant. |
Credit spread risk from non-trading book activities (CSRBB) | Het risico dat voortvloeit uit veranderingen in de perceptie van de markt over de prijs van kredietrisico, liquiditeitspremie en mogelijk andere componenten; denk aan veranderingen die leiden tot fluctuaties in de prijs die niet worden verklaard door IRRBB of verwacht defaultrisico. |
Refinancing risk | Het risico dat bij aflosbare verplichtingen een stijging van de herfinancieringskosten niet wordt gecompenseerd door overeenkomstige activaopbrengsten. |
Wij definiëren marktrisico als het risico op verliezen in on- dan wel off-balanceposities als gevolg van een negatieve verandering in marktprijzen. Onze risicobereidheid voor dit risico is laag.
Subtype | Definitie |
|---|---|
FX risk | De mogelijke impact op winst/kapitaal door veranderingen in de wisselkoersen. |
Ons beleid is erop gericht valutarisico’s volledig af te dekken, zowel voor verstrekte als opgenomen gelden. Mede in het licht van diversificatie van onze funding trekken wij in belangrijke mate funding in vreemde valuta aan; onze kredietverlening daarentegen is enkel in euro's. De valutarisico’s die hieruit voortvloeien worden direct in hun geheel door valutaswaps afgedekt.
Wij definiëren liquiditeitsrisico als de mogelijke impact op winst/kapitaal als niet kan worden voldaan aan aflossingsverplichtingen. Onze risicobereidheid voor dit risico is laag.
Subtype | Definitie |
|---|---|
Funding liquidity risk | Het risico dat we niet kunnen voldoen aan onze aflossingsverplichtingen. Dit risico dekt ook expliciet concentratierisico’s binnen liquiditeit (bijvoorbeeld een concentratie van liquiditeitsbronnen), het risico van opnames van klanten en het liquiditeitsrisico afkomstig uit marginverplichtingen (en bewegingen hierin). |
Market liquidity risk | Het risico dat niet met onmiddellijke ingang op de markt gehandeld kan worden tegen een redelijke prijs. |
Onze organisatie beschikt over dezelfde AAA/Aaa-kredietstatus als de Nederlandse staat. Met deze kredietstatus zijn wij ruimschoots in staat om onder normale omstandigheden huidige en toekomstige liquiditeitsbehoeften in de markt af te dekken. Deze liquiditeitsbehoeften worden vrijwel volledig op de internationale geld- en kapitaalmarkten afgedekt en wij trekken geen deposito’s aan van consumenten. Bij het aantrekken van funding houden wij nadrukkelijk rekening met diversificatie over geografische markten, investeerders, valuta's, fundingprogramma’s en -instrumenten. Mochten de geld- en kapitaalmarkten onverhoopt stagneren, dan beschikken wij altijd over ruime en voldoende mogelijkheden om aflopende obligaties terug te betalen en nieuwe kredieten te financieren. Zo beschikken wij over een ruime liquiditeitsbuffer, waaronder een liquiditeitsportefeuille bestaande uit rentedragende waardepapieren met onder andere obligaties van of gegarandeerd door Nederlandse overheden, obligaties van internationale organisaties en multilaterale ontwikkelingsbanken, en covered bonds van Nederlandse banken. Daarnaast is een groot deel van onze kredietportefeuille beleenbaar bij De Nederlandsche Bank.
Wij definiëren operationeel risico als het risico op verliezen door inadequate of falende processen, of verliezen veroorzaakt door mensen, systemen of externe gebeurtenissen.
Omdat we een robuuste en duurzame bank voor de publieke sector willen zijn, is onze risicobereidheid voor operationele risico's laag. Onze interne organisatie, processen en systemen zijn zo ingericht, dat operationele incidenten en bijbehorende verliezen zoveel als mogelijk tot een minimum worden beperkt.
Om de risico’s te managen hebben we een risicomanagementframework geïmplementeerd. Het framework zorgt voor een consistente terminologie en een riskmanagementcyclus voor het identificeren, analyseren, meten, monitoren, management en rapportage van operationele risico’s. Wij passen ons framework continu aan de interne en externe omgeving aan, om te zorgen dat we goede en effectieve controls hebben.
Als onderdeel van het framework maken we gebruik van de volgende instrumenten om ons actuele risicoprofiel te monitoren:
Risk control self-assessments: jaarlijks voert de eerste lijn een zelfevaluatie uit inzake de risico’s en de effectiviteit van processen en controlemaatregelen;
Key risk indicators (KRIs): voor verschillende subcategorieën van operationeel risico hebben we indicatoren ingericht om onze risicobeheersing te beoordelen;
Incidentenregister en -rapportage: incidenten registreren en rapporteren we aan het Non-Financial Risk Committee (NFRC), dat de incidenten en eventuele maatregelen ter voorkoming van soortgelijke incidenten bespreekt;
Control monitoring & testing: periodiek voert de eerste lijn monitoring uit van gedefinieerde key controls. Compliance en Operational Risk Management testen de werking en de vastlegging van deze uitgevoerde key controls;
Non-financial risk report: we leveren een integrale niet-financiële risicorapportage aan het Non-Financial Risk Committee en de directie.
Het operational risk management (ORM) van onze bank is conform het Three Lines of Defence-principe ingericht, waarbij de eerste lijn verantwoordelijk is voor de beheersing van de operationele risico’s in onze primaire processen. De tweede lijn bewaakt de effectiviteit van het risicomanagement door kaders te stellen, advies te geven en te monitoren. Deze tweede lijn bestaat uit de afdelingen Compliance en Operational Risk Management.
Het Internal Audit Department (IAD) vormt de derde lijn en heeft een onafhankelijke rol binnen de organisatie. Het IAD beoordeelt het beheer van de risico’s in de eerste en tweede lijn die verband houden met onze activiteiten. Gedurende het jaar vindt er een continue dialoog plaats over operational risk. Het resultaat van deze dialoog en de resultaten vanuit het operational risk management worden periodiek gerapporteerd aan de Executive Commitee en de Risk Committee.
De risico's van cybercriminaliteit nemen toe in omvang en complexiteit, gedreven door geopolitieke spanningen en technologische vooruitgang. Het aantal bedreigingsactoren blijft groeien, aangezien de drempels voor het uitvoeren van cyberaanvallen verder afnemen. De opkomst van generatieve AI versterkt dit risico, doordat bedreigingsactoren in staat zijn snel nieuwe aanvalsmethoden te ontwikkelen en te verfijnen.
Om deze risico’s verder te beheersen, implementeerden we in 2025 een Security Operations Center (SOC). Het SOC stelt ons, met ondersteuning van een externe specialist, in staat om beveiligingsdreigingen continu te monitoren, incidenten sneller te detecteren en adequaat te reageren. Door 24/7 real‑time monitoring, geavanceerde detectietechnieken en gestructureerde incidentresponsprocessen vergroten we onze weerbaarheid tegen zowel interne als externe dreigingen.
Regelgevende maatregelen zoals de Digital Operational Resilience Act (DORA) verplichten daarnaast tot proactief beheer van cyber-, ICT- en datagerelateerde risico's. In dit kader is verder gewerkt aan het versterken van het IT‑controlraamwerk, zodat de beheersing van deze risico’s structureel en aantoonbaar wordt verbeterd. Dit omvat het uitbreiden en aanscherpen van controlemechanismen, het verbeteren van diverse IT‑processen en het periodiek toetsen van de effectiviteit van deze maatregelen.
Subtype | Definitie |
|---|---|
Human capital risk | Het risico van het niet kunnen aantrekken, ontwikkelen, behouden en passend compenseren van competente medewerkers, inclusief talenten om de activiteiten van de bank vorm te geven en op te bouwen. |
Business continuity risk | Het risico van directe of indirecte schade als gevolg van discontinuering van (kritieke) bedrijfsprocessen of systemen voor een periode langer dan de gedefinieerde maximale uitvaltijd, door interne of externe gebeurtenissen. |
Business operations risk | Het risico van directe of indirecte schade als gevolg van ontoereikende of falende processen, zowel in het geval van uitvoering als verandering van processen. |
IT risk | Het risico op verstoringen van (IT-)bedrijfssystemen of applicaties als gevolg van ontoereikende of falende IT-systemen, -processen of -infrastructuur. |
Data management risk | Het risico van ontoereikende besluitvorming gebaseerd op onjuiste en/of onvolledige data, als gevolg van het niet effectief en efficiënt beheren van gegevens, beheren van gegevenskwaliteit en/of gegevenskennis gedurende de gehele levenscyclus van gegevens, inclusief wanneer gegevens worden verkregen, gecreëerd, verwerkt, gebruikt, gedeeld, geopend, bewaard en/of verwijderd. |
Regulatory compliance risk | Het risico dat niet tijdig wordt voldaan ((on)opzettelijk of nalatig) aan wetten, regelgeving en andere regels die van toepassing zijn op de organisatie, haar bedrijfsactiviteiten, medewerkers en producten of diensten. |
Conduct risk | Het risico dat voortvloeit uit het onopzettelijk of nalatig niet nakomen van professionele verplichtingen, belangenverstrengeling en/of ongepaste bedrijfs- of marktpraktijken en/of uit ongepaste bestuursstructuren en/of uit ongepast, onethisch of onwettig gedrag van het management of werknemers (sociaal onaanvaardbaar gedrag). |
Model risk | Het risico van ontoereikende besluitvorming op basis van output van modellen, als gevolg van fouten bij de ontwikkeling, implementatie of het gebruik van dergelijke modellen. |
Financial crime risk | Het risico dat voortvloeit uit betrokkenheid bij misdrijven die verband houden met het witwassen van geld, de financiering van terrorisme en het omzeilen van sancties, corruptie en omkoping, fiscale integriteit en marktmisbruik (waaronder handel met voorkennis). Dit risico vloeit vaak voort uit het niet voldoen aan de vereisten om deze overtredingen te voorkomen en op te sporen. Factoren als producten, kanalen, klanten, landen, personeel en derden kunnen een rol spelen bij dit risico. |
Outsourcing and third party risk | Het risico dat een (belangrijke) uitbesteding of derde partij zijn (contractuele) verplichtingen niet nakomt, inclusief maar niet beperkt tot operationeel (risico)beheer, adequate (digitale) veerkracht en/of adequate beveiliging. |
Legal risk | Het risico dat overeenkomsten, claims of openbaarmakingen mogelijk resulteren in schade aan het merk en de reputatie van NWB Bank, juridische sancties of aansprakelijkheid resulterend in financieel verlies. |
(Non-)financial, regulatory reporting and tax risk | Het risico op onjuistheden in de gerapporteerde ((niet-)financiële, toezichthoudende) informatie; het risico dat (in de toekomst) gerapporteerde winsten van de organisatie veranderen zonder dat de (economische) waarde van NWB Bank verandert; en het risico op het niet tijdig voldoen aan de belastingwetgeving op effectieve wijze, resulterend in boetes (sancties), rente en juridische kosten die door de Belastingdienst worden opgelegd over belastingen die voortvloeien uit de activiteiten van de organisatie. |
Fraud risk | Het risico dat voortkomt uit 1. handelingen die bedoeld zijn om te frauderen, eigendommen te verduisteren of regelgeving, de wet of het bedrijfsbeleid te omzeilen, waarbij interne partijen en/of derden betrokken zijn en/of 2. het overschrijden van bevoegdheden bij het aangaan, goedkeuren of niet melden van een transactie, of het opzettelijk verkeerd weergeven van functies en/of 3. het opzettelijk beschadigen van systemen (hardware en/of software) door intern personeel door wel of niet uitgevoerde handelingen of diefstal van gegevens. |
Als onderdeel van het operationeel-risico-raamwerk beoordelen we het frauderisico. Deze beoordeling vindt plaats in de context van de systematische integriteitsrisicoanalyse (SIRA) aan de hand van de risicoscenario's. Deze analyse vindt jaarlijks plaats.
Wij hechten sterk aan onze reputatie van solide en integere bank. Compliance en integriteit zijn binnen onze organisatie dan ook belangrijke aandachtsgebieden. Tegenover onze klanten en investeerders willen wij er geen twijfel over laten bestaan dat zij met een gerust hart gebruik kunnen maken van onze diensten dan wel hun gelden veilig kunnen onderbrengen.
Commissarissen, directieleden en medewerkers hebben de bankierseed afgelegd (met daaraan verbonden gedragsregels en tuchtrecht) uit hoofde van de Regeling eed of belofte financiële sector respectievelijk de Code Banken. Wij hebben ook een gedragscode die deel uitmaakt van de arbeidsovereenkomst van medewerkers.
Wij hebben een tweedelijns compliancefunctie met twee kerntaken: bevorderen van en toezien op de naleving van wet- en (interne en externe) regelgeving en bevorderen van de integriteit. De compliancefunctie rapporteert rechtstreeks aan de chief risk officer en heeft een escalatielijn naar de voorzitter van de raad van commissarissen.
Wet- en regelgeving nemen zowel qua hoeveelheid als complexiteit toe. Daarnaast neemt ook het aantal regels en eisen van de toezichthouders toe. Dit vergroot de druk op de beheersing van compliancerisico’s. Wij hebben een regulatoryteam om ontwikkelingen in wet- en regelgeving te signaleren, kennis daarover te delen en gepaste maatregelen te nemen. De compliancefunctie heeft een coördinerende rol in dat team.
De afgelopen jaren hebben wij de compliancefunctie verder verstevigd en een aantal processen, waaronder customer due diligence en transactiemonitoring, geoptimaliseerd. Dit bevestigt het belang dat wij hechten aan de compliancewerkzaamheden.
Wij definiëren strategisch risico als het risico dat de door ons geformuleerde strategische doelstellingen niet worden gehaald. Strategisch risico kan voortkomen uit ontoereikende doelstellingen, foutieve beslissingen, ondermaatse uitvoering van beslissingen, onvoldoende toewijzing van middelen of niet goed reageren op veranderingen in de omgeving. Onze risicobereidheid voor dit risico is laag.
De directie en de raad van commissarissen hebben een aantal strategische randvoorwaarden geformuleerd waarbinnen de organisatie moet opereren om van toegevoegde waarde te zijn voor haar klanten, aandeelhouders en overige stakeholders. Een belangrijk startpunt bij het beheersen van het strategisch risico is het behoud van ons hoogwaardige risicoprofiel. Om onze klanten optimaal te kunnen blijven bedienen, is het van belang dat onze credit ratings gelijk blijven aan die van de Nederlandse staat. Onze ratings zijn voor een groot deel afhankelijk van het publiekesectorprofiel van onze aandeelhouders en klanten, in combinatie met onze sterke solvabiliteit. Externe factoren die hierop van invloed kunnen zijn, houden we scherp in de gaten. Indien nodig brengt de directie in onze strategie aanpassingen aan. Als promotional bank voor de Nederlandse publieke sector is het van belang om proactief in te spelen op de veranderende behoeften van de publieke sector en de maatschappelijke uitdagingen. Mocht het overheidsbeleid inzake de financiering van de Nederlandse publieke sector veranderen, dan heeft dat ook impact op ons. Wij voeren hierover continu een constructieve dialoog met onze stakeholders. Ten slotte is de veranderende wet- en regelgeving voor financiële instellingen een belangrijk aandachtsgebied. Onze directie is verantwoordelijk voor de beheersing van strategische risico’s.
Naar aanleiding van het veranderende geopolitieke klimaat is in 2025 een interne werkgroep ingesteld met vertegenwoordiging uit verschillende afdelingen. De werkgroep is gevraagd de impact van deze verschuivingen voor de bank te duiden. Als vertrekpunt diende de Strategische Monitor 2025–2030 van Instituut Clingendael. Op basis van deze analyse ontwikkelde de werkgroep scenario’s die relevant zijn voor NWB Bank met binnen elk scenario identificatie van de belangrijkste kwetsbaarheden voor de organisatie.
De inzichten zijn meegenomen in de vaststelling van de risicomaterialiteit en risicobereidheid. Verdere kwantificatie van de kwalitatieve bevindingen vindt plaats in de jaarlijkse ICAAP‑cyclus, onder andere door middel van stresstesten.
ESG staat voor Environmental, Social en Governance. We definiëren ESG-risico, waaronder klimaatrisico, als het risico dat ESG-factoren de strategische doelen, de kapitaalpositie en/of de winst van onze organisatie negatief beïnvloeden. Het concept van dubbele materialiteit is onderdeel van deze definitie, wat inhoudt dat we niet alleen rekening houden met de impact van ESG-risico's op de organisatie, maar nadrukkelijk ook kijken naar de impact die we zelf met onze kredietverlening hebben op mens en milieu, wat vervolgens ook weer een impact kan hebben op de organisatie. ESG-factoren manifesteren zich in financiële en niet-financiële risico’s. Deze paragraaf biedt een overzicht van ons ESG-risicomanagementraamwerk.
ESG-risicomanagement is binnen de organisatie een gedeelde verantwoordelijkheid. Op reguliere basis beoordelen we de processen, capaciteiten en middelen om ESG-risico’s te beheersen. De verantwoordelijkheden omtrent ESG-risicomanagement zijn belegd binnen de directie en het Three Lines of Defence-model. De verantwoordelijkheid voor het opstellen van kaders, beleid en monitoring van ESG-risicomanagement valt expliciet binnen de tweede lijn. De eerste lijn is verantwoordelijk voor analyse, customer due diligence en klantengagement, en monitoring van duurzaamheidsambities alsmede de reporting en disclosures. De derde lijn voert onafhankelijke controles en assessments uit. Besluitvorming over ESG-risico vindt plaats op directieniveau en in commissies, waaronder de Credit Committee, Asset & Liability Committee en Non-Financial Risk Committee. De Sustainability Advisory Board houdt zich vooral bezig met strategisch advies over verschillende aan duurzaamheid gerelateerde onderwerpen. De bank-brede ESG Accelerator-werkgroep functioneert daarnaast als denktank en samenwerkingsorgaan voor afstemming over afdeling-overstijgende duurzaamheidsvraagstukken en ESG-databehoeften.
Als dé duurzame waterbank zit duurzaamheid in ons DNA. De financiering aan belangrijke sectoren als de waterschappen en drinkwaterbedrijven betekent dat wij al sinds onze oprichting 70 jaar geleden bijdragen aan klimaatadaptatie en -mitigatie. In sociale zin draagt onze financiering aan woningcorporaties bij aan de beschikbaarheid van betaalbare woningen voor de Nederlandse samenleving. We hebben zo concreet mogelijke doelstellingen en ambities opgenomen in ons ESG-transitieplan en de voorloper ervan, het Klimaatactieplan. Uiteraard kijken we ook regelmatig naar onze organisatiebrede duurzame strategie. In 2022 heeft dat geleid tot het formuleren van ons gewaagd doel: een energiepositieve kredietportefeuille in 2035, op weg naar klimaatneutraal in 2050. De duurzaamheidsstrategie van de organisatie vertaalt zich rechtstreeks door in de ESG-risicostrategie, waarbij we kiezen voor een macro-economische visie ofwel systeemvisie. Zo zien we bijvoorbeeld de financiering van de investeringen van de waterschappen als belangrijke mitigatie voor klimaatrisico’s van de woningcorporaties. De waterschappen zorgen met het bouwen en onderhouden van dijken, gemalen en keringen dat woningcorporaties en bewoners van sociale woningen droge voeten houden. Concreet nemen we ESG-risico-overwegingen mee in onze duurzaamheidsdoelstellingen, waaronder in ons ESG-transitieplan.
De ESG-risicomanagementcyclus is het raamwerk met de verschillende processen en procedures dat is gericht op het identificeren, beoordelen, mitigeren en monitoren van ESG-risico’s.
De cyclus begint met de ESG-risico-identificatie en het materialiteitsassessment. Tijdens dit proces identificeren we de potentiële materiële ESG-risico’s voor onze organisatie. Net als bij het vaststellen van onze impact maken we daarbij gebruik van wetenschappelijke bronnen, ESG-data die we zelf verzamelen, input van klanten (externe stakeholders) en input uit stakeholderworkshops met interne experts. We identificeren risico’s voor de korte (< 3 jaar), middellange (3-10 jaar) en lange (> 10 jaar) termijn, waarna we de impact op onze traditionele risicocategorieën beoordelen via transmissiekanalen. Transmissiekanalen zijn de manieren waarop ESG-risico's impact hebben op ons en onze klanten. Wij voorzien een potentiële materiële impact op het strategisch risico, operationeel risico en financiele risico's als kredietrisico, renterisico en liquiditeitrisico van de bank. Zo kan droogte bijvoorbeeld leiden tot funderingsschade aan sociale huurwoningen en het verminderen van de kredietkwaliteit van woningcorporaties. Anderszins kan bijvoorbeeld reputatieschade in de watersector, of het inadequaat reageren van de organisatie op ESG- en duurzaamheidsontwikkelingen, het halen van onze strategische doelstellingen bemoeilijken of het aantrekken van funding bemoeilijken.
Mogelijke materiële ESG-risico's die we identificeren op basis van het ESG-risicomaterialiteitsassessment (ESG-RMA), betreffen op de korte termijn (< 3 jaar) het fysieke risico omtrent biodiversiteitsverlies. Qua transitierisico’s op de korte termijn identificeren we verplichtingen omtrent energielabels van onroerendgoed-objecten, de uitstoot van broeikasgassen, stikstofemissies, oppervlaktewaterkwaliteit en verplichtingen uit hoofde van de energietransitie. Op de middellange termijn (> 3-10 jaar) identificeren we biodiversiteitsverlies en een tekort aan grondstoffen als materieel fysieke risico's en een tekort aan sociale huurwoningen en gezondheidszorg als sociale risico's. Qua transitierisico’s identificeren we onder andere de energietransitie, energielabels, broeikasgassen en kwaliteit van het oppervlaktewater. Vooral op de lange termijn (> 10 jaar) zien we een toename aan materialiteit van ESG-risico's. Hieronder vallen de fysieke risico's van grondstoffenschaarste, droogte, overstroming, biodiversiteitsverlies en extreme weersomstandigheden. Qua transitierisico’s denken we naast de eerdergenoemde transitierisico's ook aan de kwaliteit van grondwater en verdergaande regelgeving voor ketenbeheer van economische activiteiten. Mogelijk materiële sociale risico's zijn dan met name een slecht toegankelijk en duur zorgsysteem, onvoldoende (betaalbare) woningen en energiearmoede.
De impact van de potentiële materiële ESG-risico’s op onze bank analyseren we nader door middel van stresstests en scenarioanalyses. Stresstests vinden jaarlijks plaats in het kader van de Internal Capital en Liquidity Adequacy Assessment Process (ICAAP & ILAAP), het algemene jaarlijkse proces van risicobeoordeling voor significante financiële instellingen, om de impact van ESG-risico’s op de balans te onderzoeken en te kwantificeren. Dit gebeurt met kortetermijnstressscenario’s (< 3 jaar), gebaseerd op de geidentificeerde materiële ESG-risico’s. Naast het bepalen van de impact van deze stress-scenario’s op onze kapitaal- en liquiditeitspositie, voerden we de afgelopen twee jaar een deep dive uit op de gevolgen van overstromingsrisico voor onze grootste klantgroep, namelijk de woningcorporaties. Deze kwantitatieve exercities vinden plaats op basis van ESG-data en locatiedata van onze klanten.
Met betrekking tot de middellange (> 3-10 jaar) en lange (> 10 jaar) termijn voeren we ESG-scenarioanalyses uit. Dat is een grotendeels kwalitatieve exercitie, waar mogelijk onderbouwd met data, om de langetermijngevolgen van ESG-risico’s op de strategie, het businessmodel en de omgeving (business environment) van onze organisatie en onze klanten te bepalen. Aan deze exercitie liggen wetenschappelijke scenario’s ten grondslag, gedefinieerd door onder andere het Network for Greening the Financial System (NGFS), het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) en het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI), en toegespitst op onze specifieke klantgroep en mogelijk materiële ESG-risico’s. In 2024 is deze analyse uitgevoerd op basis van de KNMI'23-klimaatscenario's, waaronder zowel hoge-uitstoot- als lage-uitstootscenario's en rekening houdend met de vernattende dan wel verdrogende effecten op het Nederlandse klimaat. In 2025 zijn deze uitkomsten voor de organisatie en onze portefeuille nog steeds representatief.
Scenarioanalyses dienen vooral om de impact van fysieke ESG-risico's en transitie-ESG-risico’s te bepalen in de context van de strategische en operationele risico’s die worden geraakt. De uitkomsten wegen mee in onze strategiecyclus, in beleid en in rapportages zoals het ESG-transitieplan. Stresstesting stelt voornamelijk de impact vast van ESG-risico’s op de financiële risico’s, waaronder kredietrisico, renterisico en liquiditeitsrisico. Bij beide exercities breiden wij stap voor stap de scope uit van fysieke klimaatrisico’s naar transitie-, natuur- en sociale risico’s, ze zijn dus nog volop in ontwikkeling.
Daarbij is het gebruik van ESG-data van groot belang. Er wordt daarom periodiek aandacht besteed aan het in kaart brengen van de ESG-databehoeften en het in gang zetten van processen om ESG-data te verzamelen en te controleren op kwaliteit en volledigheid.
De uitkomsten van het ESG-risicoassessment zijn het startpunt voor de DMA. Het jaarlijkse ESG-risicomaterialiteitsassessment identificeert voor de organisatie en onze portefeuille de ESG-risico's, die mogelijk een impact kunnen hebben op zowel financiële (krediet-, renterisico) en niet-financiële risico's (strategisch, operationeel risico). Uit de DMA blijkt enkel de impact van ESG-risico’s, meer specifiek klimaatrisico’s (E1), op ons kredietrisico materieel, in de zin dat de ESG-risico’s op basis van beschikbare ESG-data daadwerkelijk zouden kunnen leiden tot een verhoogd kredietrisico van onze portefeuille. Daarmee is de DMA feitelijk een vervolgstap op de RMA, alleen met een beperktere scope. Uiteindelijk is het netto kredietrisico voor het gros van de portefeuille echter niet materieel, met name vanwege de achterliggende garanties. De risicoassessment van de DMA is daarnaast aangevuld met ESG-factoren die onze organisatie zelf raken, en geen onderdeel zijn van het ESG-risicomaterialiteitsassessment. Meer hierover is opgenomen in het duurzaamheidsverslag.
Om de materieel geïdentificeerde en geanalyseerde ESG-risico’s te managen, is adequaat beleid noodzakelijk. Het beleid voor ESG-risicomanagement bepaalt de processen die we inrichten om ESG-risico’s te mitigeren en monitoren, en de verantwoordelijkheden hierin van de verschillende afdelingen en het management. Onderlinge afstemming van de ESG-risicomanagementstrategie en de algemene commerciële strategie en duurzame-impactstrategie van de organisatie is van vitaal belang. Zo zien wij onze kredietverlening aan de klantgroepen als een van de belangrijkste manieren om enerzijds positieve duurzame impact mogelijk te maken en anderzijds ESG-risico’s te mitigeren. Dit beschrijven we onder andere in ons ESG-transitieplan en blijkt ook duidelijk uit de vervolgstappen die we hebben gedefinieerd om ESG-risico’s te mitigeren en monitoren.
Een belangrijk component zijn de key risk indicators (KRI’s). Wij stellen KRI’s op in het jaarlijkse Risk Appetite Statement om de ESG-risicobereidheid te bepalen. Deze KRI’s definiëren transitiepaden en doelstellingen voor de belangrijkste klantgroepen met betrekking tot de ESG-risico’s die voor deze klantgroepen materieel zijn. De KRI’s hebben betrekking op de totale CO2e-reductie van de portefeuille, energielabels binnen portefeuilles van woningcorporaties, natuur binnen gemeenten en verschillende doelstellingen van de waterschappen. Zij sluiten aan bij duurzaamheidsnormen en -regelgeving en algemene duurzaamheidsdoelstellingen van onze organisatie. Ook zien we bij deze KRI's toe op de materiële klimaat- en milieugerelateerde fysieke risico's en transitierisico’s die we hebben geïdentificeerd voor de woningcorporaties, gemeenten, waterschappen en de gehele portefeuille.
De ESG-KRI’s spelen ook een belangrijke rol in het monitoren van ESG-risico’s. De KRI’s zijn gebaseerd op data die wij jaarlijks verversen en worden gemonitord in een dashboard, wat ons in staat stelt om de voortgang van onze gehele portefeuille, de belangrijkste klantgroepen en individuele klanten te monitoren. Dit dashboard komt op reguliere basis terug in interne rapportages richting onze risico-comités en de directie. Mede op basis van de KRI’s bepalen wij jaarlijks met welke klanten en koepelorganisaties wij in gesprek gaan, bijvoorbeeld wanneer een sector of klant achterloopt of juist bij grote, vooroplopende klanten. Meer over onze engagementstrategie is te vinden in de beschrijving van'onze invloed'.
Naast de KRI’s stellen we op sectorniveau analyses op van onze belangrijkste klantgroepen, waarin we ook de duurzaamheidsontwikkelingen en -risico’s belichten. Deze sectoranalyses zijn eveneens belangrijke input voor de individuele klantrevisies. Met de jaarlijkse analyses van nieuwe en bestaande klanten, bestaande uit kwantitatieve scorecards en kwalitatieve revisies, monitoren we het kredietrisico van de klanten in onze portefeuille. Materiële ESG-risico’s vertalen we op basis van beschikbare ESG-data in ESG-risicovariabelen, die worden meegenomen in de scorecards en zodoende integraal meewegen in de kredietrisicoscore van de klant. Voorbeelden hiervan zijn klimaat- en milieugerelateerde indicatoren als CO2e-uitstoot, energielabels in portefeuilles van woningcorporaties, en sociale indicatoren als patiënttevredenheid in relatie tot zorginstellingen en verkiezingsopkomsten bij gemeenten. Daarnaast lichten we mogelijke ESG-risico’s en andere duurzaamheidsaspecten toe in de kredietanalyses en -revisies.
Reputatierisico is het risico van schade aan de reputatie van onze bank als gevolg van een concrete gebeurtenis. Dat kan iedere soort gebeurtenis zijn, wat betekent dat dit type risico moet worden beheerd in de context van alle andere risico’s. Reputatierisico kan ertoe leiden dat wij minder goed in staat zijn om onze (strategische) doelstellingen te behalen, omdat wij niet meer voldoen aan de verwachtingen van onze klanten, toezichthouders, ratingbureaus, investeerders of andere belanghebbenden. De directie is verantwoordelijk voor de beheersing van het reputatierisico. Ook voor dit risico is onze risicobereidheid laag.
De manier waarop we ons risicobeheer hebben georganiseerd, ook wel de risk governance genoemd, hebben we vastgelegd in onderstaand risicomanagementraamwerk. Dit raamwerk verenigt verschillende elementen die een rol spelen in het risicomanagement van onze organisatie.
Onze strategie stelt hoge eisen aan het risicomanagement en de interne beheersing. Voor onze risicobeheersing en de controle daarop hanteren we een organisatiebrede aanpak. De directie stelt de kaders voor het risicobeheer vast en binnen deze kaders nemen het Asset & Liability Committee (ALCO), Credit Committee en Non-Financial Risk Committee beslissingen over de risico's van de organisatie. Om mogelijke belangenconflicten verder te voorkomen, zijn aanvullende maatregelen genomen met betrekking tot het ALCO, waaronder het overdragen van het voorzitterschap aan de CFO, het onderbrengen van kapitaalmanagement bij Finance& Control binnen het CFO-domein en aanscherping van het ALCO-charter.
De raad van commissarissen, en in het bijzonder de risicocommissie van de raad, evalueert de beheersing van de risico's. Dit is een belangrijk onderdeel van zijn toezichthoudende taak.
Wij voeren twee typen risk assessments uit.
Voor het bepalen van de minimumkapitaaleisen is er het internal capital adequacy assessment process (ICAAP). In dit proces beoordelen we op kwartaalbasis per risicosoort de kapitaaltoereikendheid van onze organisatie. Het vormt daarmee een belangrijke activiteit binnen het kapitaalmanagement. Onderdeel ervan is het uitvoeren van stresstests waarmee de robuustheid van onze kapitalisatie op de proef wordt gesteld.
In het internal liquidity adequacy assessment process (ILAAP) beoordelen we intern de toereikendheid van de liquiditeitspositie en het liquiditeitsrisicomanagement. Dit is bepalend voor onze interne liquiditeitseisen.
Met ingang van 2024 actualiseren we iedere twee jaar ons recovery plan en dienen we dit in bij de ECB en DNB. In dit herstelplan staat welke maatregelen een bank kan nemen in een ernstige stresssituatie en op welke manier de bank daarna een herstel kan realiseren. Een belangrijk onderdeel van het recovery plan vormen de recovery triggers waarop we als bank actie ondernemen. Deze recovery triggers zijn in lijn met onze risk appetite.
De directie is verantwoordelijk voor het inrichten en onderhouden van adequate interne risicobeheersings- en controlesystemen binnen NWB Bank. Een effectieve werking hiervan is een continu punt van aandacht voor de directie.
Het jaarverslag geeft in voldoende mate inzicht in de werking van de interne risicobeheersings- en controlesystemen en eventuele tekortkomingen. Deze systemen bieden een dusdanige mate van zekerheid dat de financiële verslaggeving geen onjuistheden van materieel belang bevat. Daarbij wordt opgemerkt dat aan elk risicobeheersings- en controlesysteem inherente beperkingen zijn verbonden, waardoor niet alle onjuistheden kunnen worden voorkomen.
Er zijn geen materiële risico’s en onzekerheden geïdentificeerd die relevant zijn ter zake van de verwachte continuïteit van de organisatie voor een periode van twaalf maanden na opstelling van het verslag. De directie is derhalve van mening dat het gerechtvaardigd is dat de jaarrekening is opgesteld op going-concernbasis.
De directie verklaart dat, voor zover haar bekend, de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de activa, de passiva, de financiële positie en de winst van de organisatie. Daarnaast verklaart de directie dat het jaarverslag een getrouw beeld geeft van de organisatie omtrent de toestand op de balansdatum, de gang van zaken gedurende het boekjaar en dat in het jaarverslag de wezenlijke risico’s zijn beschreven waarmee de organisatie wordt geconfronteerd.
Den Haag, 23 maart 2026
Lidwin van Velden
Ard van Eijl
Elvira Eurlings
We lichten eerst onze strategie en governancestructuren toe, voordat we ingaan op de milieu-thema's en sociale informatie.
Het is onze missie samen met onze stakeholders te investeren in een waterbewuste en duurzame samenleving. Waterbewustzijn en duurzaamheid zitten in het DNA van onze bank. Wij willen een bijdrage leveren aan ecologische en sociaal-maatschappelijke doelen voor de lange termijn en zetten onze financieringskracht hier optimaal voor in. De uitwerking van onze missie en strategie is opgenomen in het directieverslag.
NWB Bank heeft transparantie hoog in het vaandel staan. Daarom rapporteren wij op basis van de Corporate Sustainability Reporting Directive (CSRD-EU) van de Europese Unie, terwijl wij daartoe niet verplicht zijn. Deze richtlijn behelst criteria voor gestandaardiseerde en uitgebreide duurzaamheidsrapportages over milieu (Environment), sociale aspecten (Social) en bestuur (Governance), ook bekend als ESG-criteria. Deze richtlijnen zijn ondergebracht in de European Sustainability Reporting Standards (ESRS). Het
onderscheidende kenmerk van de CSRD is de eis van dubbele materialiteit. Dubbele materialiteit gaat niet alleen om impactmaterialiteit maar ook om financiële materialiteit. Impactmaterialiteit heeft betrekking op de impact van een onderneming op mens en omgeving en financiële materialiteit gaat over de (ESG-)kansen en risico’s van een onderneming die zich vertalen in een financiële impact, zoals omzetgroei, winst of verlies.
In februari 2025 is het Omnibus-initiatief van de Europese Commissie gepubliceerd, dat de vereisten voor duurzaamheidsrapportage (CSRD) moet vereenvoudigen. Eind februari 2026 heeft de Europese Raad zijn definitieve groen licht gegeven voor een vereenvoudiging van de duurzaamheidsrapportage voor bedrijven. De reikwijdte van de CSRD wordt beperkt door de drempels te verhogen naar bedrijven met meer dan 1.000 werknemers en een netto jaaromzet van meer dan € 450 miljoen. Lidstaten kunnen ondernemingen die buiten de reikwijdte vallen vrijstellen van de rapportageplicht. Hierdoor valt NWB Bank op basis van de huidige drempels niet onder de wettelijke CSRD‑rapportageplicht. Verankering in Nederlandse wetgeving moet nog plaatsvinden.
De grondslagen voor dit verslag zijn opgenomen in de appendix grondslagen. Hier geven we meer informatie over belangrijke aannames en gehanteerde methodes, zoals de gebruikte tijdshorizon.
We maken in het duurzaamheidsverslag gebruik van enkele verwijzingen naar ons ESG-transitieplan en andere delen van ons jaarverslag.
Het ESG-transitieplan beschrijft welke stappen we willen zetten om bij te dragen aan een waterbewuste en duurzame samenleving en hoe we ESG-risico’s voor de samenleving en onze organisatie beperken. Het plan bevat impactdoelen op het gebied van de materiële onderwerpen klimaat, biodiversiteit en waterbeheer en actieplannen per sector. Dit beleidsstuk bevat uitsluitend aanvullende informatie en valt buiten de reikwijdte van de assurance‑verklaring van EY.
Om de informatie over onze bedrijfsvoering zo integraal mogelijk te presenteren, komen de volgende aspecten aan bod in het directie- en corporate-governanceverslag.
Requirement | Omschrijving | Artikel | Referentie |
|---|---|---|---|
ESRS 2 GOV-1 | Corporate governance | 21 c | |
22 a | |||
ESRS 2 GOV-2 | Corporate governance | 24 | |
ESRS 2 GOV-3 | Renumeratie rapport | 29a, b, c, d, e, | |
ESRS 2 SBM-1 | Strategie en waardecreatie | 40g | |
42 |
Het duurzaamheidsverslag van dit jaarverslag betreft de rapportage over NWB Bank voor het financiële jaar dat eindigt op 31 december 2025. Het directieverslag, het duurzaamheidsverslag en de jaarrekening zijn opgesteld op niveau van de eigen onderneming. Behalve de eigen onderneming gaat het duurzaamheidsverslag in enkele secties in op onze waardeketen en onze klanten. Aangezien voor onze organisatie geen sprake is van ondergestelde ondernemingen, maken we geen gebruik van de uitzonderingsgrond geformuleerd in artikel 19 bis of 29 bis van richtlijn 2013/34/EU. Evenmin maken we gebruik van de uitzonderingsgrond omtrent bedrijfsgevoelige informatie.
We voelen een grote verantwoordelijkheid om zo uitgebreid en gedegen mogelijk over onze duurzaamheidsprestaties te rapporteren. Dit verwachten onze stakeholders ook van ons. Dit doen we met een doorlichting van de hele waardeketen: niet alleen voor onze eigen instelling, maar ook voor de situatie van klanten en andere stakeholders brengen wij nauwgezet in kaart waar impact, risico's en kansen liggen.
Voor enkele bepalingen en rapportage-eisen (E1-09 en S1-16) uit de CSRD maken we gebruik van de quick fix voor de phase in-bepalingen. Dit betekent dat de implementatie en rapportage van deze specifieke vereisten is uitgesteld.
In deze paragraaf gaan we in op onze strategie in relatie tot onze duurzaamheidsdoelen.
De waarde die wij aan de maatschappij toevoegen en het proces dat daaraan ten grondslag ligt, hebben we in beeld gebracht met ons waardecreatiemodel. Onze strategie komt terug in de verschillende onderdelen van dit model: Input, Businessmodel, Output, Outcome en Impact. Het waardecreatiemodel wordt besproken in het directieverslag.
Onze strategie hebben we vertaald in doelstellingen. De directie stelt deze doelstellingen vast, in afstemming met de raad van commissarissen. We communiceren op een transparante manier over onze aanpak en leggen verantwoording af, onder andere met dit jaarverslag, ten behoeve van al onze stakeholders. Duurzaamheidsdoelstellingen maken integraal deel uit van onze strategische doelen. Maatschappelijke impact en het beheersen van duurzaamheidsrisico's zijn geïntegreerd in onze organisatie en processen.
Duurzaamheid is een terugkerend onderwerp op de agenda van de directie en raad van commissarissen. Voor het opstellen, controleren en wijzigen van plannen en beleid met een directe relatie tot duurzaamheid hebben we een Sustainability Advisory Board (SAB). Deze commissie is ook verantwoordelijk voor de formulering van ons duurzaamheidsbeleid. In de commissie zitten ESG-experts van verschillende afdelingen en de chief capital markets and lending officer (CCLO) is voorzitter. De SAB adviseert en legt verantwoording af aan de directie, die eindverantwoordelijk is voor beleid, sturing en beheersing van alles wat met duurzaamheid te maken heeft.
ESG-risico's zijn integraal ingebed in onze risicocommissies: de Credit Committee, de Non-Financial Risk Committee en de Asset & Liability Committee. Dit biedt het management inzicht in de ESG-risico's die wij lopen, in het bijzonder klimaatrisico’s. In onze interne governance en in ons risicomanagement nemen we ESG-risico's expliciet mee. Alle hieraan gerelateerde taken beleggen we binnen het zogenoemde Three Lines of Defence-model:
De eerste lijn wordt mede gevormd door de afdelingen Public Finance, Specialised Finance, Treasury, Finance & Control en Legal en is verantwoordelijk voor onder andere due diligence, individuele klantbeoordelingen, engagement met klanten, (duurzaamheids)rapportages en openbaarmaking van informatie. ESG-risicobeheer wordt in de praktijk uitgevoerd door de eerste lijn, binnen de kaders ontwikkeld door de tweede lijn, die tevens de ontwikkeling van ESG-risico's beoordeelt en monitort alsmede de eerste lijn adviseert.
De tweede lijn bestaat uit de afdelingen Financial Risk Management, Operational Risk Management en Compliance, en is verantwoordelijk voor het bepalen van de kaders en het beleid voor ESG-risicomanagement en het waarborgen van navolging van ESG-regelgeving. Ook monitoren en constateren zij of de eerste lijn binnen de afgesproken kaders opereert en hoe de risico's zich ontwikkelen. Voor deze tweede lijn is de chief risk officer (CRO) verantwoordelijk.
De derde lijn is de afdeling Internal Audit, die de beheersmaatregelen op het gebied van duurzaamheid beoordeelt en daarover een objectief, onafhankelijk oordeel velt met mogelijkheden tot verbetering.
Duurzaamheid en ESG-risicomanagement zijn met deze governance expliciet belegd en geïntegreerd binnen alle relevante lijnen en afdelingen van de organisatie, waarbij het gehele management betrokken is. Voor onze algemene governance verwijzen we naar hoofdstuk 2. Daarin worden de ESG-verantwoordelijkheden van de directie, raad van commissarissen en ondernemingsraad nader beschreven.
Om te rapporteren over de impact die wij hebben en om hierop te kunnen sturen, verzamelen we ESG-data, analyseren we deze en slaan ze ook op. We hebben op dat gebied verschillende projecten lopen en om die te coördineren, kennis samen te brengen en prioriteiten te stellen, hebben we de ESG Accelerator-werkgroep. Vorig jaar heeft de ESG-accelerator bijgedragen aan de implementatie van de CSRD. Dit jaar is dat proces binnen de reguliere werkzaamheden rond het jaarverslag geïntegreerd. Daarin zijn alle relevante afdelingen van de organisatie vertegenwoordigd. De ESG Accelerator-werkgroep rapporteert aan de SAB, waarin de directie is vertegenwoordigd.
De ESG-impacts, -risico's en -kansen (IRO's) die we hebben geïdentificeerd, komen vooral voort uit onze financiering aan klanten. Onze financiering is de belangrijkste manier om klanten te stimuleren de gewenste impact te maken, risico's te mitigeren en kansen te benutten. Wij zien vier mogelijke instrumenten om klanten in beweging te krijgen en daarmee bij te dragen aan onze doelen: engagement, positief en negatief beprijzen, actief financieren en uitsluiten. Deze mogelijkheden hebben we ook beschreven in ons ESG-transitieplan. Het zijn als het ware hefbomen, manieren om met indirecte invloed resultaten te behalen.
We onderhouden voortdurend contact met onze klanten en met sectorpartijen zoals koepelorganisaties, toezichthouders en garantiefondsen. Ook bij het opstellen van het ESG-transitieplan hebben we partijen uit elk van deze groepen om hun inzichten gevraagd. We voeren gesprekken met hen om op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen en uitdagingen waarvoor ze staan en om te overleggen hoe we hun opgaven samen verder kunnen brengen. Tijdens deze gesprekken kunnen we ook duidelijk maken welke ESG-ontwikkelingen wij belangrijk vinden en wat we daarin van onze klanten verwachten, zoals het stellen en monitoren van doelen. We richten ons in eerste instantie op klanten bij wie onze financiering het zwaarst weegt. Immers: als wij de volledige of een aanzienlijk deel van de financieringsbehoefte van een klant vervullen, krijgen we eerder een stoel aan tafel om mee te praten over het duurzaamheidsbeleid. Daarnaast prioriteren we klanten die koploper zijn, achterblijven of om een andere reden veel impact hebben op ESG-thema’s.
Engagement helpt onze risico’s te mitigeren en onze positieve impact te vergroten. Normaal vindt engagement plaats met klanten die de meeste impact hebben, maar in de toekomst kunnen we ook ervoor kiezen intensiever engagement te voeren wanneer we de indruk hebben dat klanten te veel achterlopen. De overgang van normaal naar intensief engagement bepalen we dan aan de hand van KPI’s en KRI’s (key risk indicators).
Afgelopen jaar werkten we uit hoe deze overgang van normaal naar intensief engagement eruitziet (Engagementladder). Als een klant een hoger risico vormt, zal het hoofd Public Finance of de duurzaamheidsanalist een gesprek initiëren. Als dit ontoereikend blijkt, wordt met de klant een actieplan voor twee jaar en een halfjaarlijks overleg afgesproken. Mocht de klant na deze twee jaar nog steeds een hoog risico vormen, dan wordt overgegaan op een gesprek op bestuurlijk niveau, indien van toepassing samen met het desbetreffende waarborgfonds. Een laatste maatregel is nadenken over de voorwaarden voor nieuwe financiering. Voor ieder van deze stappen zijn drempelwaardes gedefinieerd om te bepalen wanneer tot de volgende stap wordt over gegaan.
Om klanten te helpen verduurzamen bieden we sustainability linked loans (SLL's) aan. In 2025 zijn we met 14 klanten een nieuwe SLL overeengekomen (2024: 8). Eind 2025 waren in totaal 22 leningen gekoppeld aan duurzaamheidsvoorwaarden (2024: 8). Bij deze aan duurzaamheid gekoppelde leningen spreken we met de klant van tevoren KPI’s op het gebied van duurzaamheid af. Haalt de klant die doelstellingen, dan geven we een korting op de rente. Zo stimuleren we klanten om te verduurzamen. We hanteren indicatoren en doelstellingen die ambitieus en goed verifieerbaar zijn. Ook sluiten we zo veel mogelijk aan bij de ambities van onze klanten zelf.
We hebben nu met 22 klanten drie KPI’s afgesproken. Van dat totaal aan 66 KPI’s heeft ongeveer twee derde betrekking op milieugerelateerde thema’s en een derde op sociale thema’s. De meeste prestatieafspraken hebben betrekking op de energietransitie en sociale huisvesting. Daarna volgen respectievelijk klimaatmitigatie, circulariteit, biodiversiteit, klimaatadaptatie en eigen personeel.
ESG-factoren zijn een integraal onderdeel van onze risicoafwegingen en worden meegenomen in de analyses en periodieke revisies van onze klanten. Afhankelijk van de kredietwaardigheid kunnen ESG-factoren ook leiden tot hogere kredietopslagen voor klanten. Waar sprake is van een garantstelling, is het belangrijk te waarborgen dat het garantiestelsel is voorbereid op eventuele ESG-risico’s. Hierover voeren we met relevante stakeholders regelmatig gesprekken.
Conform onze statuten verstrekken we uitsluitend financiering aan activiteiten binnen het Nederlandse publieke domein of activiteiten die daaraan gelieerd zijn. We kunnen daarom in principe concluderen dat onze klanten het publiek belang dienen, wat maakt dat de ruimte om uitsluiting toe te passen per sector verschilt. We hanteren wel uitsluitingscriteria om te verduidelijken wat we zeker niet bereid zijn te financieren. We kiezen er niet voor om afscheid te nemen van klanten die nog achterlopen bij de verduurzaming. Onze klanten dienen immers het publiek belang en hebben oog voor verduurzaming, maar staan soms voor dilemma's inzake prioritering, capaciteit, tijd en kosten. Zo kan zorgverlenen op korte termijn meer prioriteit hebben dan verduurzaming. Dit wegen wij mee in onze beoordeling.
We zijn actief in de financiering van projecten en infrastructuur die essentieel zijn voor de energietransitie, zoals windparken, warmtenetten en regionale netbeheerders. Cruciaal voor ons als bank voor de publieke sector is dat er bij dergelijke financieringen een duidelijke link met de overheid is. Dit kan in de vorm van een garantie of aandeelhouderschap zijn, maar ook in de vorm van bijvoorbeeld een SDE++ subsidie (Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie). Om de energietransitie actief te financieren hebben we in 2021 ons gewaagde doel in het leven geroepen: in 2035 willen we evenveel duurzame als grijze energie financieren.
De uitvoering van deze vier maatregelen is volledig geïntegreerd in de organisatie. Daarnaast hebben we in 2025 € 0,4 miljoen besteed aan ESG-data (2024: 0,6 mln). Om alle ESG-data te kunnen verwerken is een datawarehouse ingericht. Hierin hebben we in 2025 € 0,4 miljoen geïnvesteerd (2024: 0,5 mln).
Tot onze stakeholders rekenen wij in ieder geval onze aandeelhouders, klanten, investeerders, medewerkers, toezichthouders en de overheid, maar ook de 'stille stakeholders' natuur en milieu. Om te weten wat bij onze stakeholders speelt, zoeken we regelmatig contact met ze. Het netwerk van stakeholders onderhouden, intensiveren en uitbreiden is een doorlopende taak van de directie en relevante afdelingen. Vanuit hun eigen verantwoordelijkheden hebben ook de afdelingen en hun managers regelmatig contact met stakeholders.
Het aantal aandeelhouders is beperkt en overzichtelijk, wat regelmatig persoonlijk contact mogelijk maakt. Formeel vindt eenmaal per jaar een algemene vergadering van aandeelhouders plaats. In deze vergadering legt de directie verantwoording af over de resultaten en het beleid van het voorgaande jaar. Ook licht zij dan de strategische ontwikkelingen van de bank toe. Met de waterschappen vindt minstens eenmaal per jaar tussentijds een informeel overleg plaats.
Met het Ministerie van Financiën heeft de directie ieder kwartaal een overleg. Maatschappelijk verantwoord ondernemen en de energietransitie zijn speerpunten in de Nota Deelnemingenbeleid Rijksoverheid 2022, de meest recente nota, waarin staat hoe het ministerie zijn aandeelhouderschap invult bij staatsdeelnemingen als NWB Bank.
Wij hebben circa 1.000 klanten en met allemaal willen we een duurzame relatie onderhouden die, waar mogelijk, verder gaat dan alleen kredietverlening. Al onze klanten maken deel uit van of opereren in de Nederlandse publieke sector. Zij voelen daardoor intrinsiek een grote maatschappelijke verantwoordelijkheid, zeker waar het gaat om verduurzaming. Het duurzame karakter van onze organisatie vloeit mede daaruit voort. Omgekeerd laten wij niet na om in gesprekken met klanten extra aandacht te vragen voor hun verantwoordelijkheid voor duurzaamheid en in het bijzonder het klimaat. Daarbij heeft het kredietbeheerteam van de afdeling Public Finance een belangrijke rol.
Intern streven wij naar een open dialoog tussen medewerkers onderling en tussen medewerkers, managers en directie. We hechten veel waarde aan een informele, inclusieve en open cultuur. Zo staat de deur van de directie letterlijk en figuurlijk open. Een aantal keer per jaar is er voor alle medewerkers een townhallsessie, waarbij de directie iedereen informeert over onder andere de jaarcijfers, halfjaarcijfers en de uitkomsten van de jaarlijkse strategiecyclus.
Het officiële overlegorgaan tussen directie en medewerkers is de ondernemingsraad (OR). Het afgelopen jaar spraken ze onder andere over de pensioenregeling, het functiehuis en huisvesting. Bij de vergaderingen schuiven twee keer per jaar leden van de raad van commissarissen aan.
Als medewerkers in de organisatie onverhoopt misstanden signaleren, kunnen zij terecht bij een (externe) vertrouwenspersoon. Ook hebben wij een klokkenluidersregeling, die medewerkers in staat stelt zonder gevaar voor hun rechtspositie een vermeende misstand te melden.
Naast het contact met onze klanten zelf hebben we periodiek contact met brancheorganisaties en borgingsinstituten van klantgroepen, evenals met de ministeries waar onze klantsectoren onder vallen.
Voor het overgrote deel financieren wij ons op de internationale geld- en kapitaalmarkt door de uitgifte van obligaties en commercial paper. Daarbij proberen we ook investeerders aan ons te binden die in hun besluitvorming niet alleen financieel-economische aspecten meewegen, maar ook duurzaamheid. Sinds 2014 zijn we daarom actief in de uitgifte van ESG-obligaties.
Regelmatig gaan we in gesprek met (mogelijke) investeerders, wat de afdeling Treasury organiseert. Doel is enerzijds toelichting te geven op het bedrijfsmodel, de strategie en de activiteiten van onze organisatie, en anderzijds te luisteren naar wat de investeerders belangrijk vinden.
Met onze investeerders zoeken wij actief de dialoog over duurzaamheid en zij ook met ons. Investeerders houden ons scherp en gebruiken onderzoeks- en ESG-ratingbureaus om ons te beoordelen op duurzaamheid en transparantie in onze activiteiten en organisatie.
De directie, managers en sommige medewerkers hebben regelmatig overleg met de toezichthoudende instanties. Wij staan onder toezicht van de Europese Centrale Bank, De Nederlandsche Bank en de Autoriteit Financiële Markten. Het prudentieel toezicht is intensief, waarbij de toezichthouders steeds meer aandacht vragen voor klimaat- en milieurisico’s. Over ontwikkelingen in het toezicht gaan we zowel zelf de dialoog aan met de toezichthoudende instellingen als in gezamenlijk verband via de European Association of Public Banks en de Nederlandse Vereniging van Banken.
Wij zijn een bank van en voor de publieke sector en mede daarom zijn de contacten met zowel de decentrale overheden als de rijksoverheid belangrijk. We hebben regelmatig overleg met ministeries en leveren waar mogelijk en indien gevraagd deskundigheid in beleidsdiscussies. Een voorbeeld is het periodieke overleg over de sociale volkshuisvesting met het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
Als instelling met een bankvergunning moeten wij voldoen aan specifieke wet- en regelgeving. Voorbeelden zijn de prudentiële regelgeving op het gebied van kapitaal, beloningsbeleid en fiscaliteit. Regelmatig voeren we daarom overleg met instanties op nationaal en Europees niveau. Hierbij trekken we vaak samen op met andere (publieke) banken, onder andere via de Nederlandse Vereniging van Banken en de European Association of Public Banks. Op die manier proberen we ervoor te zorgen dat in nieuwe of veranderende wet- en regelgeving rekening wordt gehouden met het specifieke bedrijfsmodel van promotional banks zoals NWB Bank.
Ons handelen heeft direct dan wel indirect impact op de natuur en het milieu. Andersom vragen de natuur en het milieu dat wij ons handelen aanpassen, hetgeen onder andere duidelijk wordt door klimaatverandering. Wij vinden dat we expliciet rekening moeten houden met natuur en milieu en daarom hebben we besloten ze te erkennen als zogenoemde 'stille stakeholders'. Aangezien de natuur en het milieu niet een eigen stem kunnen laten horen, onderhouden we contact met milieuorganisaties.
In deze paragraaf geven we toelichting op de materialiteitsanalyse en waardeketenanalyse en de resultaten in 2025.
De waardenketenanalyse helpt om significante impacts, risico’s en kansen (IRO’s) binnen de waardeketen te identificeren en prioriteren door zowel bij leveranciers als eindgebruikers relevante factoren in kaart te brengen. Dit omvat interne processen, toeleveringsketens, distributie en de bredere omgeving, waaronder regelgeving en geopolitieke factoren. Zowel upstreamacties (zoals in relatie tot leveranciers) als downstreamacties (in relatie tot klanten en hun waardeketen) wegen mee.
De waardeketenanalyse van onze organisatie is gebaseerd op financiële relaties en identificeert inputs, outputs en relaties met kernactoren. De analyse beoogt inzicht te bieden in de interacties van het bedrijfsmodel met externe factoren, als basis voor accurate rapportage en strategische besluitvorming.
Onze uitgebreide waardeketenanalyse toont aan dat wij vooral invloed hebben op en beïnvloed worden door de volgende sectoren: waterschappen, drinkwaterbedrijven, woningcorporaties, gemeenten en decentrale overheden en diensten, zorg- en welzijnsinstellingen en duurzame-energieprojecten. Wij verstrekken financiering aan deze sectoren, zowel project- als balansfinanciering. Voor een volledig beeld nemen we ook sectoren met potentiële impact, zoals havenbedrijven en onderwijsinstellingen, in beschouwing. Daarnaast houden we rekening met derivatentegenpartijen, leveranciers van goederen en diensten, al is de impact wat betreft leveranciers zeer beperkt, omdat we een compacte organisatie zijn met een geringe directe afname van goederen en diensten. Voor onze klanten zijn ook weer hun leveranciers en klanten belangrijk om uiteindelijk te kunnen schetsen hoe wij als financiële instelling invloed hebben in de hele keten van kapitaal tot aan de reëele economie. Door de analyse konden we de belangrijkste thema’s beter afstemmen op de verwachtingen en behoeften van stakeholders.
De afbeelding hieronder geeft de waardeketen van de organisatie schematisch weer. Hieruit volgt de identificatie van materiële onderwerpen en het gevoerde beleid, waaronder doelen, maatregelen en maatstaven. In 2025 zijn geen significante wijzigingen opgetreden in de omvang, de structuur of het eigenaarschap van en in de keten van onze organisatie.
De materialiteitsanalyse bepaalt over welke onderwerpen we rapporteren in het duurzaamheidsverslag. De ESRS hanteren het begrip dubbele-materialiteitsanalyse. Dubbele materialiteit gaat niet alleen om impactmaterialiteit maar ook om financiële materialiteit. Impactmaterialiteit heeft betrekking op de impact van een onderneming op mens en omgeving en financiële materialiteit gaat over de kansen en risico’s van een onderneming die zich vertalen in een financieel effect, zoals omzetgroei, winst of verlies. Zodoende kunnen duurzaamheidsthema’s zich manifesteren als impact (impact), risico (risk) of kans (opportunity), samen afgekort als IRO’s.
Naast de assen van financiële materialiteit en impactmaterialiteit en de breedte van de waardeketen onderscheidt de CSRD zich met het voorschrift om thema's over verschillende termijnen te beschouwen. Buiten de termijn van de jaarrekening komen ook korte-, middellange- en langetermijneffecten aan bod. Als kredietverstrekker met een langetermijnhorizon sluit dit goed aan bij onze interne strategieprocessen. Wij hanteren de volgende termijndefinities: 'kort' < 1 jaar (HT), 'kort-middellang' 1-3 jaar (KT), lang-middellang' 3-10 jaar (MT), en 'lang' > 10 jaar (LT).
De materialiteitsanalyse betrekt zowel directe als indirecte stakeholders bij de verslaglegging en dient zo de volledige waardeketen scherp te krijgen. Zo kijken we niet alleen naar directe stakeholders, maar naar alle partijen in onze gehele waardeketen. Bovendien hebben we oog voor effecten op stille stakeholders, zoals bijvoorbeeld de natuur, die vertegenwoordigd worden door niet-gouvernementele organisaties (ngo's).
We hebben een update gedaan van de materialiteitsanalyse 2024. In 2024 is een volledige analyse uitgevoerd, we hebben deze herijkt.
Met de dubbele-materialiteitsanalyse identificeren wij in vier stappen de materiële thema's en kansen, risico's en impacts. We beschrijven per stap de methode en aannames.
Om inzicht te krijgen in de materiële thema’s analyseerden we eerst uitgebreid onze waardeketen. Dit is cruciaal om de relaties en invloeden binnen het ecosysteem van klanten en stakeholders beter te begrijpen. De scope van de waardeketen is in meer detail beschreven in het volgende hoofdstuk.
Het materialiteitsproces omvatte de analyse van documentatie, zoals risicobeoordelingen en sectorspecifieke analyses waaronder klantscorecards. Daarnaast waren sectorpublicaties en nieuwsberichten een belangrijke bron. Deze analyse deden we vanuit de vaststelling dat we vooral impact maken door onze kredietverlening aan onze klanten in de (semi-)publieke sector, financiering die ze helpt bij het uitvoeren van hun publieke taken en activiteiten. Op basis van de financieringsomvang kunnen we dus vaststellen waar een groot deel van de IRO's (impact, risk, opportunities) zich waarschijnlijk bevinden. Vanuit de waardeketenanalyse identificeerden we sectoren met een significante omvang wat betreft de verstrekte financiering. Daarnaast identificeerden we activiteiten, relaties en andere factoren die specifieke aandacht vragen vanwege een hoger risico op negatieve impacts of financiële effecten. Een voorbeeld is de financiering van havengebieden die intensieve industriële activiteiten onderdak bieden. Omdat stakeholderengagement een vast onderdeel is van onze ESG-werkzaamheden, lag de focus op het raadplegen van publicaties van onderzoeksinstituten en belangenbehartigers en onderbouwen van inzichten die voortkwamen uit diverse gesprekken.
Impacts zijn geidentificeerd aan de hand van informatie uit onze waardeketen en van derde partijen. Denk hierbij aan sectorpublicaties, nieuwsberichten, jaarverslagen, publicaties van onderzoeksinstituten en stakeholderengagement. Op basis van deze informatie koppelden we een lijst met potentiële impacts aan de onderwerpen van de ESRS. Deze lijst vulden we aan met de entiteitspecifieke onderwerpen die uit onze materialiteitsanalyse van 2024 kwamen.
Financiële risico's identificeren is een sleutelactiviteit van een gezonde en sterke financiële instelling. Het ESG-risicomaterialiteitsassessment (RMA), waaronder de klimaatweerbaarheidsanalyse, diende als startpunt voor identificatie van de RMA ESG-risico’s. De materialiteit in de RMA is gedefinieerd als de kans en impact van het optreden van ESG-risico's voor onze organisatie en portefeuille en de impact hiervan op onze traditionele financiële en niet-financiële risico's. De eerste stap was het koppelen van de materiële ESG-risico’s aan de ESRS-thema's en -subthema's. Vervolgens maakten we op basis van data die meewegen in de kredietrisicoanalyses een inschatting van de mate waarin klanten en sectoren gevoelig zijn voor de verschillende risico's. Zo koppelden we data over energielabels en energieprestaties van het volkshuisvestelijke vastgoed van woningcorporaties aan het thema klimaatverandering, subthema energie, en maakten we een inschatting van het risico per klant. Op basis van dit risico van de klant namen we de uitstaande kredietverlening mee om uiteindelijk een kwantitatieve inschatting te maken.
Financiële kansen zijn voornamelijk afkomstig uit klant- en sectorinformatie. De analyse volgt de sector- en klantanalyses en commerciële prognoses van de organisatie met betrekking tot beide. Op basis van de omvang en de verwachte ontwikkelingen binnen een sector kijken we naar het potentieel aan toenemende financieringsvraag in die sector. Als er sprake is van een toenemende financieringsvraag, kunnen wij daarop inspringen en in die behoefte voorzien. Hierdoor kunnen we meer omzet en impact maken en mogelijk ook meer winst, waarbij we in acht nemen dat we als publiekesectorbank niet streven naar winstmaximalisatie.
Onderlinge samenhang is een belangrijk aspect van dubbele materialiteit. De uitkomsten van de processen voor impacts, risico’s en kansen legden we naast elkaar om eventuele overlap en tekortkomingen te bepalen.
Onze ESG-specialisten deden de beoordeling en stelden de materiële thema's vast. Voor impacts hanteerden we de aspecten schaal, reikwijdte, herstelbaarheid en waarschijnlijkheid en voor risico's en kansen omvang en waarschijnlijkheid. Per criterium is een Likert‑schaal van 1 tot en met 5 toegepast. De scores op deze criteria zijn per IRO met elkaar vermenigvuldigd, wat resulteert in één totaalscore per IRO. Op basis van deze totaalscore is de materialiteit vanuit impactperspectief bepaald. Hierbij is een grenswaarde van 12 gehanteerd: IRO’s met een score gelijk aan of hoger dan 12 zijn als materieel aangemerkt.
Impacts hebben we zo veel mogelijk gekwantificeerd. Op basis van beschikbare onderzoeken en informatie stelden we per IRO drempelwaardes voor schaal en rijkweidte vast. Zo is de schaal van de positieve impact op waterveiligheid de mate waarin keringen voldoen aan wettelijke beoordelingscriteria, en de rijkweidte de mate waarin de waterschappen in onze portefeuille daaraan bijdragen. Deze genormaliseerde scores worden vervolgens met elkaar vermenigvuldigd, waarna correcties voor herstelbaarheid en waarschijnlijkheid tot een definitieve materialiteitsscore leidden. Alle onderwerpen met een score boven de gecombineerde drempelwaarde beoordelen we als materieel.
Financiële risico's zijn gekwantificeerd aan de hand van bestaande scorecard-indicatoren. Op klantniveau vertaalden we deze naar een exposure-at-risk-score, waarmee een portfolio-totaal vast te stellen is die een indicatie geeft van de omvang van het risico in een tijdsperiode per thema en klantgroep. Deze waarde is gerelateerd aan een Likert-schaal.
ESG-risico's uit de RMA kunnen afvallen in de DMA voor materiële duurzaamheidsonderwerpen. De materialiteit in de RMA is gedefinieerd als de kans en impact van het optreden van ESG-risico's voor onze organisatie en portefeuille en de impact hiervan op onze traditionele financiële en niet-financiële risico's.
Naast de financiële risico's die voortkomen uit ESG-gerelateerd kredietrisico, hebben we dit jaar ook aandacht besteed aan de operationele risico's van de organisatie. Dit heeft ertoe geleid dat het thema 'Financial & Economic Crime' als materieel is beoordeeld. In komende jaren zullen we aanvullend onderzoek doen naar de potentiële financiële effecten van dergelijke risico's.
Financiële kansen berusten op een kwalitatieve inschatting van de eventuele toename van de financieringsvraag bij onze huidige en mogelijk toekomstige klanten. Om te differentiëren tussen laag-, midden- en hoogmateriële onderwerpen hebben we dezelfde drempelwaardes gebruikt als bij de financiële risico's.
Als financiële instelling monitoren we voortdurend de potentiële effecten van ESG-thema's. Hoewel we het belang van waakzaamheid en de impact van onder andere klimaatverandering onderschrijven, zagen we dit boekjaar geen financiële effecten die hier direct aan relateren. Ook verwachten we geen materiële vereffening in het komende boekjaar.
De geïdentificeerde thema’s zijn in 2024 gevalideerd met de feedback van interne en externe stakeholders. Daarvoor benaderden we onder andere waterschappen, woningcorporaties en drinkwaterbedrijven in onze klantenportefeuille. De uitkomst van deze validatiefase was dat de eerder gedefinieerde thema’s ongewijzigd konden blijven. Dit blijft een iteratief proces.
Stakeholdervalidatie vond plaats onder de sectoren die geïdentificeerd waren als de belangrijkste sectoren en onder een aantal andere belangrijke stakeholders, waaronder zogenoemde stille stakeholders. Het uitgangspunt bij de stakeholdervalidatie was om zo veel mogelijk informatie op te halen, door zowel een enquête te doen als een inhoudelijk gesprek te voeren. Naast een gesprek over de materiële onderwerpen die de stakeholder zelf had geïdentificeerd, lag de nadruk op het samenspel met onze organisatie en hoe wij de stakeholder kunnen ondersteunen bij het vergroten of juist mitigeren van de IRO's. In de gesprekken gaven alle stakeholders te kennen zich te kunnen vinden in de gepresenteerde thema's.
Controle en interne validatie vormden een belangrijk onderdeel van het proces, naast opstelling en verwerking van de resultaten van de materialiteitsanalyse. In een volgende feedbackcyclus legden we onze dubbele-materaliteitsanalyse (DMA) voor aan de ESG Accelerator-werkgroep, waarna interne auditprofessionals een adviesrapport uitbrachten over het gevolgde traject en de methodologie. Na medeneming van de adviezen en opmerkingen valideerde de Sustainability Advisory Board de DMA, waarna het resultaat werd voorgelegd aan de directie. Bij het opstellen van het verslag is nog een aanpassing gemaakt in de DMA, die is goedgekeurd door de CEO.
Voor de update van de materiaiteitsanalyse in 2025 hebben de Internal Audit Department en de raad van commissarissen hier, gezien de beperkte omvang van de wijzigingen, geen verdere rol in gehad.
Aan de hand van de materialiteitsanalyse identificeerden we verschillende materiële onderwerpen, die we in de volgende alinea's toelichten. Telkens gaan we kort in op de relevantie van het onderwerp en de manier waarop wij het onderwerp addresseren. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen I (impacts), R (risico's) en O (kansen). Daarnaast is aangegeven waar in de waardeketen de IRO's zitten - D (downstream) of E (eigen organisatie), en op welke termijn deze plaatsvinden - HT (< 1 jr), KT (1-3 jr), MT (3-10 jr), LT (< 10 jr).
Onderwerp | Omschrijving impact, risico of kans | Type | Plaats waardeketen | Tijdshorizon |
|---|---|---|---|---|
ESRS E1 | ||||
Klimaatadaptatie | ||||
Beperking wateroverlast | Impact: Wateroverlast is potentieel een grote bron van schade voor grote delen van Nederland. Wij hebben een positieve impact op het beperken van wateroverlast door het financieren van de waterveiligheid via de waterschappen. Waterschappen investeren ieder jaar zo'n €1.7 miljard in waterveiligheid. Wij streven naar een marktaandeel van 90% in de financiering van waterschappen. | D | HT, KT, MT, LT | |
Adaptatierisico's - Overstroming, droogte en extreem weer | Risico's door de blootstelling van klanten aan adaptatierisico's (overstroming, droogte en extreem weer), leidend tot kredietrisico: Klanten zijn op meerdere manieren blootgesteld aan adaptatierisico's die gepaard gaan met de fysieke locatie van hun activiteiten. Wanneer calamiteiten als overstromingen, periodes van droogte of anderszins extreem weer optreden, kan dit tot verstoringen leiden. Wanneer dit de financiële gezondheid van een organisatie raakt, leidt dit tot een potentieel kredietrisico voor ons. Doordat overheden de door ons verstrekte financiering veelal garanderen, is dit risico grotendeels gemitigeerd. | D | HT, KT, MT, LT | |
Investeringen waterkeringen | Kansen doordat de financieringsbehoefte van waterschappen groeit door de noodzakelijke investeringen in waterkeringen: Wij hebben een groot aandeel in het voorzien in de financieringsbehoeften van de waterschappen. Aangezien deze partijen in de toekomst veel moeten investeren in het verbeteren en veilig houden van waterkeringen, verwachten we hier financiële kansen te realiseren. De waterkeringen zijn een van de belangrijkste preventieve maatregelen voor waterveiligheid. Als onderdeel van waterveiligheid investeren de waterschappen ieder jaar zo'n € 1,2 miljard in waterkeringen. Wij streven naar een marktaandeel van 90% in de financiering van waterschappen. | D | HT, KT, MT, LT | |
Klimaatmitigatie | ||||
Emissie(-reductie) broeikasgassen | Impact op klimaatmitigatie door de gefinancierde emissies en hun potentiële reductie: Onze kredietverlening draagt bij aan economische activiteiten die een bron zijn van de uitstoot van broeikasgassen. Dit valt voornamelijk samen met het energieverbruik van woningbouwcoöperaties voor het verwarmen van woningen en de activiteiten van waterschappen op het gebied van rioolwaterzuivering. Op termijn verwachten we dat de negatieve impact kleiner wordt en we een grotere positieve impact hebben door de financiering van reductiemaatregelen. Voor woningcorporaties gaat 38% van hun jaarlijkse investeringen naar verduurzamingsmaatregelen, voor waterschappen 35% van hun jaarlijkse investeringen naar rioolwaterzuivering; wij financieren deze investeringen | D | HT | |
Emissie(-reductie) broeikasgassen | Risico's door de blootstelling van klanten aan de transitierisico's rond emissie(-reductie), leidend tot kredietrisico: Reductie van de uitstoot van broeikasgassen vergt van verschillende organisaties in onze klantenportefeuille grote investeringen. Grote reductieopgaven liggen onder andere bij de waterschappen en de woningbouwcoöperaties. Deze investeringen kunnen ten koste gaan van de financiële gezondheid van de organisaties. Zo lopen wij op basis van het kredietrisico van klanten een financieel risico. Doordat overheden de door ons verstrekte financiering veelal garanderen, is dit risico grotendeels gemitigeerd. | D | HT, KT, MT, LT | |
Emissie(-reductie) broeikasgassen | Kansen doordat de financieringsbehoefte van klanten groeit door de investeringen in isolatiemaatregelen en het elektrificeren of anderszins verduurzamen van processen: In de (semi-)publieke sector worden steeds meer investeringen gedaan om broeikasgasuitstoot te mitigeren. Zo financieren wij naast de renovatie- en isolatie-inspanningen van woningbouwcorporaties ook warmtenetten. Een toename van de vraag vergroot de markt voor onze financieringsmogelijkheden. Als significante partij in deze sector verwachten we hier financiële kansen te realiseren. | D | HT, KT, MT, LT | |
Energie | ||||
Gefinancierde duurzame energieproductie | Impact op duurzame energieproductie door de financiering van duurzame-energieprojecten: Over de jaren heen hebben wij een steeds grotere hoeveelheid zon- en windparken alsook warmtenetten in de portefeuille opgenomen. Door deze projecten langdurig te financieren neemt de zekerheid en daarmee investeerbaarheid van de sector toe. Zo hebben wij een positieve impact op de beschikbaarheid van duurzame energie. | D | LMT, LT | |
Hoog/fossiel energieverbruik | Mogelijk kredietrisico doordat klanten transitierisico lopen door de energietransitie: Er kunnen risico's ontstaan bij klanten door hoog energieverbruik alsmede door fossiel energieverbruik. Bovendien wordt deze transitie verder bemoeilijkt door netcongestie. Het aanpassen van operaties van de klant en daarmee gepaard gaande investeringen kunnen de financiële positie van die organisatie onder druk zetten. Zo lopen wij op basis van het kredietrisico van klanten een financieel risico. Doordat overheden de door ons verstrekte financiering veelal garanderen, is dit risico grotendeels gemitigeerd. | D | HT, KT, MT, LT | |
Energietransitie | Kansen doordat de financieringsbehoefte van klanten groeit door de investeringen in duurzame energieproductie en aanpassingen van het elektriciteitsnet: In de (semi-)publieke sector worden steeds meer investeringen gedaan om duurzame energie op te wekken en het verbruik hierop af te stemmen. Ook het elektriciteitsnet moet hierop aangepast worden, zodat de piek in duurzame-energieproductie en -consumptie opgevangen kan worden. Zo financieren wij naast warmtenetten en zon- en windprojecten ook netbeheerders. Een toename van de vraag vergroot de markt voor onze financieringsmogelijkheden. Als significante partij in deze sector verwachten we hier financiële kansen te realiseren. | D | HT, KT, MT, LT | |
ESRS E | Entiteit-specifiek | ||||
Waterbeheer | ||||
Verbetering oppervlaktewater | Positieve impact op de verbetering van de oppervlaktewaterkwaliteit door het financieren van waterschappen: Door waterschappen te financieren dragen wij bij aan de operaties en innovaties die de kwaliteit van het oppervlaktewater verbeteren. Waterschappen zuiveren afvalwater, wat de kwaliteit van het oppervlakte water tengoede komt. Daarnaast werken waterschappen aan het behalen van de doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Waterschappen investeren ieder jaar zo'n 14% van hun totale investeringsagenda aan waterkwaliteit. Wij financieren 90% van de financieringsvraag van de waterschappen. | D | HT, KT, MT, LT | |
Kwaliteit drinkwater | Positieve impact op een goede drinkwaterkwaliteit door het financieren van drinkwaterbedrijven: Drinkwaterbedrijven zorgen voor betrouwbaar en een hoge kwaliteit drinkwater door het zuiveren van grond- en oppervlaktewater. Wij financieren minimaal 33% van de financiering van de drinkwaterbedrijven. | D | HT, KT, MT, LT | |
ESRS E | Entiteit-specifiek | ||||
Biodiversiteit & ecosystemen | ||||
Kwaliteit ecosysteem van het oppervlaktewater | Impact op het ecosysteem van het oppervlaktewater door het financieren van maatregelen door waterschappen om op termijn aan de KRW te voldoen: Het is slecht gesteld met de kwaliteit van het Nederlandse oppervlaktewater. Als belangrijkste financier van de waterschappen maken wij de verbetering van de waterkwaliteit mede mogelijk. | D | MT, LT | |
Kwaliteit van land-gebaseerde ecosystemen | Negatieve impact op land-gebaseerde ecosystemen door de gebrekkige soortenrijkdom in de beheerde gebieden van klanten: Als publieke bank financieren we klanten die grote stukken (natuur-)gebied in beheer hebben. Op dit moment is het vaak slecht gesteld met de kwaliteit van de ecosystemen in dergelijke gebieden. Door onze financiering zijn wij hier medeverantwoordelijk voor. | D | HT, KT, MT, LT | |
Kwaliteit van land-gebaseerde ecosystemen | Positieve impact door klanten te financieren die op land-gebaseerde ecosystemen vergroten en verbeteren in hun beheerd beschermd natuurgebied: De financiering stelt onze klanten in staat om beschermd natuurgebied te beheren, te vergroten en te verbinden. Dit heeft een positieve impact op de kwaliteit van ecosystemen in dergelijke gebieden. | D | MT, LT | |
Investeringen biodiversiteit | Kansen doordat de financieringsbehoefte van klanten groeit door de noodzakelijke investeringen in het waarborgen van biodiversiteit, voornamelijk bij waterschappen, drinkwaterbedrijven en gemeenten. | D | LT | |
ESRS S1 | ||||
Eigen personeel | ||||
Gendergelijkheid | Impact op de gelijke behandeling van werknemers onafhankelijk van gender: Als werkgever hebben wij een plicht om gendergelijkheid te waarborgen voor onze medewerkers. Het beleid en de resultaten van de organisatie op het gebied van gendergelijkheid hebben een positieve impact op de werknemers. | E | HT, KT, MT, LT | |
Werkomstandigheden - ziekteverzuim | Impact op de werkomstandigheden van de werknemers gerelateerd aan ziekteverzuim: de afgelopen jaren hebben wij te maken gehad met een hoger ziekteverzuim; inmiddels ligt het ziekteverzuimcijfer weer binnen de doelstelling. | E | HT, KT | |
Werkomstandigheden - arbeids-voorwaarden | Impact op de werkomstandigheden van de werknemers gerelateerd aan arbeidsvoorwaarden zoals de cao, medezeggenschap en klachtenmechanismen: door goede arbeidsvoorwaarden te bieden aan de medewerkers heeft de organisatie een positieve impact op haar werknemers. | E | HT, KT, MT, LT | |
Werkomstandigheden - performance & development | Impact op de werkomstandigheden van de werknemers gerelateerd aan arbeidsvoorwaarden zoals performance & development die de ontwikkeling van werknemers bevorderen. | E | HT, KT, MT, LT | |
Key person risk | Risico op het voldoende aantrekken en behouden van medewerkers die nodig zijn voor het bankbedrijf: De afhankelijkheid die de organisatie heeft van haar hoog opgeleide werknemers is een potentieel financieel risico. Mogelijk vertrek en het aantrekken en inwerken van nieuw personeel brengt hoge kosten met zich mee. | E | HT, KT, MT, LT | |
ESRS S | Entiteit-specifiek | ||||
Sociale huisvesting | ||||
Woningbouw | Impact op het gebrek aan woonruimte door de financiering van woningcorporaties en hun bouwwerkzaamheden: Door woningcorporaties te financieren dragen wij bij aan hun ambitie om zoveel mogelijk gepaste woningen te realiseren. Woningcorporaties besteden jaarlijks 52% van hun investeringen aan nieuwbouwwoningen. | D | HT, KT | |
Kwaliteit woningen | Impact op de kwaliteit van woonruimte door de financiering van woningcorporaties: De kwaliteit van sociale huurwoningen stelt mensen in staat goed te wonen en goed te leven. De financiering aan woningcorporaties maakt dit mede mogelijk. woningcorporaties besteden jaarlijks zo'n 38% van hun investeringen aan verduurzaming en verbetering van hun woningen. | D | HT, KT | |
ESRS G | Entiteit-specifiek | ||||
Governance | ||||
Financial & Economic Crime | Risico op betrokkenheid bij overtredingen gerelateerd aan witwassen, de financiering van terrorisme en het omzeilen van sancties, corruptie en omkoping, belastingintegriteit en marktmisbruik (waaronder insider trading): Het risico op deze vormen van financiële criminaliteit is inherent aan het bankbedrijf, en manifesteert zich mogelijk door boetes en reputatieschade die financieel risico met zich meebrengen. Het residuele risico is laag en valt binnen de risicobereidheid van de organisatie. | E | HT, KT, MT, LT | |
Ten opzichte van de materialiteitsanalyse voor het duurzaamheidsverslag van 2024 zijn beperkte verschillen opgetreden. Omdat uit de vergelijkende analyse met de bredere financiële sector bleek dat governance-thema's daar vaker materieel worden verklaard, is daar verder onderzoek naar gedaan. Door operationele risico's met mogelijke financiële effecten gerichter mee te nemen in de analyse van financiële risico's treedt een verschuiving op. Op basis hiervan is het entiteit-specifieke materiële thema 'Financial & Economic Crime' toegevoegd.
Daarnaast is op basis van het aanscherpen van de omschrijving van impacts, risico's en kansen een aantal IRO's komen te vervallen. Dit had voornamelijk te maken met het definiëren van waargenomen problemen in de keten die niet of in zeer beperkte mate aan het handelen van ons of onze klanten toegerekend konden worden. Zodoende zijn de negatieve impacts 'gebrek aan woningen' en 'gebrek aan drinkwater' nu geëxcludeerd.
Het vaststellen van materiële onderwerpen is het startpunt van het duurzaamheidsverslag. Na het bepalen van waarover we rapporteren volgt het wat, de materialiteit van te rapporteren informatie, en uiteindelijk het hoe, oftewel de keuzes die we maken in het sturen op duurzaamheidsonderwerpen. Naast de algemeen vereiste informatie rapporteren wij relevante gegevens over ons beleid en onze actieplannen, doelen en maatstaven ten aanzien van de materiële thema's. Uitgangspunt zijn de rapportage-eisen van de CSRD, waarbij sommige rapportage-eisen niet aansluiten bij de praktijk van onze organisatie en waardeketen. We passen dan entiteit-specifieke rapportage-eisen toe, waarbij onze afweging vermeld wordt in de index.
In dit deel gaan we nader in op onze ESG-kansen en -risico's en risicomanagement.
Onze strategie is erop gericht dat wij de kansen optimaal benutten om verantwoord rendement en maatschappelijke impact te maken. Tegelijkertijd moeten we de risico’s voor onze organisatie beheersen. Het benutten van kansen en beheersen van risico’s gaan hand in hand. In het kader van onze strategie van de duurzame waterbank hebben we de afgelopen jaren expliciet gekeken waar de kansen en risico’s liggen op het gebied van duurzaamheid (ESG). Per materieel onderwerp zijn de impacts, risico's en kansen (IRO's) verder uitgewerkt.
ESG-risicomanagement is een integraal onderdeel van ons algemeen risicomanagementframework. Dit raamwerk wordt beschreven in de ESG-risicomanagementparagraaf van het Governance-hoofdstuk van het jaarverslag. Dit is een overkoepelend hoofdstuk voor wat betreft ons ESG-risicomanagement.
Onze klimaatweerbaarheidsanalyse bestaat uit stresstests en scenarioanalyses. Met stresstests beoordelen we de mogelijke impact van ESG-risico's op korte termijn op de financiering en kredietverlening vanuit de organisatie en of daarvoor meer kapitaal moet worden aangehouden. Met scenarioanalyses brengen we de impact van ESG-risico’s op de middellange en lange termijn in kaart en onderzoeken we welke maatregelen wij en onze klanten kunnen nemen om deze risico’s te beheersen. Vooralsnog richten onze stresstests en scenarioanalyses zich vooral op klimaatrisico’s, maar geleidelijk willen wij hier ook natuurgerelateerde risico’s in meenemen. Om de scenario’s voor klimaatverandering te bepalen, gebruiken we wetenschappelijke inzichten uit rapporten van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC), het Network for Greening the Financial System (NGFS) en het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI).
In 2024 verrichtten we de langetermijnscenarioanalyse op basis van de KNMI'23-klimaatscenario's, die zijn gestoeld op hoge en lage uitstootscenario's van het IPCC, in combinatie met een meer vernattend en verdrogend klimaat in Nederland als gevolg van lage- en hogedrukgebieden. Deze weerbaarheidsanalyse voerden we samen met de directie, de raad van commissarissen en klantvertegenwoordigers uit, om een zo breed mogelijk beeld te krijgen van de manier waarop de scenario's onze organisatie en klanten kunnen raken op de lange termijn, dat wil zeggen over minimaal tien jaar. Het toonde hoezeer de problematiek rond klimaatverandering samenhangt met achteruitgang van de natuur en zowel een tekort als een teveel aan water, waarbij een veranderend politiek klimaat en sociale gevolgen mogelijk ook een rol spelen. Tegelijk keken we naar manieren waarop wij en onze klanten hierop kunnen inspelen om te zorgen dat onze strategie overeind blijft. Samenwerking binnen de Nederlandse publieke sector lijkt essentieel, waarbij onze rol als unieke financier binnen de publieke sector en watersector alleen maar groter wordt. In 2025 is geen nieuwe analyse uitgevoerd; de uitkomsten van de scenarioanalyse van 2024 blijven representatief.
We sluiten de Algemene verklaring af met informatie over onze due-diligence-aanpak en beheersing van het ESG-rapportagerisico.
Met het duurzaamheidsverslag leggen wij verantwoording af over de identificatie, beoordeling en aanpak van materiële duurzaamheidsthema's voor de organisatie. Het sustainability-due-diligence-proces dat hieraan ten grondslag ligt, beslaat het in kaart brengen, meten en beoordelen van (potentieel) negatieve impacts, het hiernaar handelen en het (mogelijk) aanpassen van de overkoepelende strategie.
Ongeacht het risicoprofiel hanteren we zowel bij nieuwe klanten als periodiek bij bestaande klanten ons beleid voor customer due diligence (CDD). Dit om onder andere witwassen, terrorismefinanciering en het omzeilen van sancties te bestrijden. Op grond van de OESO-richtlijnen, de richtlijnen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling, toetsen wij als onderdeel van de CDD-procedure de daadwerkelijke en mogelijke negatieve impact van activiteiten van onze klanten en hun waardeketen ten aanzien van mensenrechten, met het doel misstanden te beperken of, beter nog, te voorkomen. Daarnaast toetsen we de activiteiten van klanten op de uitsluitingscriteria zoals benoemd in ons duurzaamheidsbeleid. Het generieke CDD-beleid is gericht op klanten (en hun waardeketen) waaraan we krediet verstrekken, partijen waarvan we rentedragende waardepapieren kopen voor de liquiditeitsportefeuille en financiële tegenpartijen waarmee we derivatentransacties afsluiten. Voordat een transactie met een nieuwe klant plaatsvindt, doorlopen we altijd het CDD-beleid.
Bij onze duurzame financiering en projectfinanciering vindt een uitgebreider onderzoek plaats in de vorm van een extern rapport, waarbij we sociale en duurzame overwegingen meenemen en deze projecten aan de Equator Principles toetsen.
De verantwoordelijke medewerkers binnen onze organisatie krijgen regelmatig training in customer due diligence. Met de systematische integriteitsrisicoanalyse identificeren we integriteitsrisico’s en beoordelen we de mate waarin die beheersbaar zijn. Waar nodig volgt er actie, die ons Non-Financial Risk Committee monitort. Gedurende dit intensieve proces is er grote betrokkenheid van management en directie. Directie en raad van commissarissen ontvangen een rapportage om gericht te sturen op de beheersing van integriteitsrisico’s.
Klimaatmitigatie is voor ons een materieel thema, omdat we met onze kredietverlening een grote impact hebben op de uitstoot van broeikasgassen. Alle sectoren die we bedienen, op de hernieuwbare energieprojecten na, dragen significant bij als netto-uitstoter.
De impact van de organisatie betreft de gefinancierde emissie van klanten en hun potentiële reductie. Onze kredietverlening draagt bij aan economische activiteiten die een bron zijn van de uitstoot van broeikasgassen. Dit valt voornamelijk samen met het energieverbruik van woningcorporaties voor het verwarmen van woningen en de activiteiten van waterschappen op het gebied van rioolwaterzuivering. Op termijn verwachten we dat de negatieve impact kleiner wordt.
Er zijn ook risico's voor de organisatie door de blootstelling van klanten aan de transitierisico's rond emissie(-reductie), leidend tot kredietrisico. Reductie van de uitstoot van broeikasgassen vergt van verschillende organisaties in onze klantenportefeuille grote investeringen. Grote reductieopgaven liggen onder andere bij de waterschappen en de woningcorporaties. Deze investeringen kunnen ten koste gaan van de financiële gezondheid van de organisaties. Zo lopen wij op basis van het kredietrisico van klanten een financieel risico. Doordat de door ons verstrekte financiering veelal gegarandeerd wordt door overheden, is dit risico grotendeels gemitigeerd.
Met onze KPI's geven we een compleet beeld van de emissies van onze organisatie en onze klanten. Dit is een indicatie van onze negatieve impact door emissies en het gerelateerde transitierisico van onze klanten, maar ook van het restpotentieel voor verduurzaming en dus onze kansen, waarbij we mogelijkheden zien in de financiering van klimaatmitigatie.
We gaan hier nader in op ons beleid en onze maatregelen en doelen voor klimaatmitigatie.
In 2019 committeerden we ons samen met vrijwel de gehele Nederlandse financiële sector aan de klimaatdoelen van de overheid. Als vooraanstaande bank voor de publieke sector onderschrijven we de waarde van het akkoord van Parijs. Daarom vinden wij het belangrijk dat onze bedrijfsvoering bijdraagt aan het beperken van de opwarming van de aarde en het bereiken van klimaatneutraliteit in 2050. Deze doelen en het pad erheen hebben we voor het eerst geformuleerd in 2022.
Om onze doelen te behalen hebben we ons ESG-transitieplan opgesteld. Daarin beschrijven we in detail wat onze bijdragen en doelen zijn om de opwarming van de aarde tot 1,5°C te beperken. De decarbonisatie-hefbomen, een technische term voor de maatregelen en manieren waarop wij willen bijdragen aan klimaatmitigatie, staan hieronder beschreven onder het kopje Maatregelen. We hebben daarvoor onder meer aansluiting gezocht bij het Science Based Targets initiative (SBTi). Voor 221 (2024: 269) klanten analyseerden we op basis van publiek beschikbare beleidsstukken en rapportages in hoeverre hun reductiedoelstellingen voor klimaatimpact in de geest zijn van het SBTi. Ons doel is dat in 2030 al onze relevante klanten met goed beleid en duidelijke doelstellingen hun klimaatimpact verminderen. Voor de interpretatie en beoordeling hanteerden we vier criteria, gebaseerd op SBTi-methodieken:
een doel dat in lijn is met het Parijs-akkoord;
een heldere afbakening van de processen die het doel beïnvloeden;
kwantificering en monitoring van de klimaatimpact;
het gebruik van tussendoelstellingen om ook op korte of middellange termijn commitment te tonen.
Als de doelstellingen en tussendoelstellingen goed zijn, en de afbakening en kwantificering in ieder geval niet slecht, dan zijn we tevreden met de plannen voor het terugdringen van klimaatimpact. Van de 221 analyses in 2025 zien we dat 43 klanten daaraan voldoen. De meerderheid van onze klanten heeft goede doelstellingen, maar het ontbreekt vaak aan (publiek beschikbare) kwantificering en monitoring. De prestaties van onze klanten op het tweede en vierde criterium (afbakening en tussendoelstellingen) zijn over het algemeen redelijk te noemen.
Dankzij de analyses hebben we beter in beeld hoe goed onze klanten op weg zijn om hun klimaatimpact consistent terug te dringen en op welke manier ze dat doen. We gebruiken de resultaten om – waar nodig – specifieke klanten of sectoren extra intensief te benaderen. Daarnaast kunnen we met de inzichten ons doel beter faciliteren met kennis, betrokkenheid en (financiële) producten.
Het ESG-transitieplan is te vinden op onze website, wat we ten tijde van de publicatie ook actief hebben gecommuniceerd aan onze stakeholders. Verschillende afdelingen vervullen een rol in de uitvoering van het ESG-transitieplan, in lijn met onze algemene ESG-governance. Het ESG-transitieplan gaat voor wat betreft de klimaatgerelateerde onderwerpen in op klimaatmitigatie, klimaatadaptatie en energietransitie.
Ons klimaatdoel is om in 2050 over een kredietportefeuille te beschikken die per saldo geen CO2e-uitstoot veroorzaakt. Tot de kredietportefeuille behoren ook onze investeringen in NHG RMBS waarmee we willen bijdragen aan verduurzaming van woningen. Op weg naar dat doel willen we dat onze kredietportefeuille in 2035 energiepositief is: ons gewaagd doel. Om ervoor te zorgen dat onze doelen ambitieus zijn en overeenkomen met het klimaatakkoord van Parijs, volgen we waar mogelijk de richtlijnen en criteria van het SBTi. Onze klimaatdoelen voor woningcorporaties, hernieuwbare energie en de liquiditeitsportefeuille (financiële instellingen) heeft het SBTi in 2024 gevalideerd, waarmee we kunnen stellen dat deze zo veel mogelijk op wetenschap zijn gebaseerd. Om de uitstoot van de portefeuille te beperken, proberen we door engagement, beprijzing, uitsluiting en (actieve) financiering invloed uit te oefenen op de decarbonisatietrajecten in de waardeketen. Dit zijn ook de acties waarover wij rapporteren.
NWB Bank moet voldoen aan de EU Paris-Aligned Benchmarks (EU-PAB). We voldoen aan de criteria voor opname in deze maatstaven van de EU doordat we wetenschappelijk onderbouwde doelen hebben gesteld voor scope 1-, 2- en 3-emissies, die onze activiteiten en waardeketen omvatten. Een deel van onze doelen zijn gevalideerd door het SBTi en in lijn met het GHG Protocol van het World Resources Institute (WRI) om te voldoen aan het ambitieuze 1,5°C-emissiescenario.
In lijn met onze strategie en ons transitieplan hebben we eerder als doel gesteld ons kantoorpand toekomstbestendig te maken en te verduurzamen. Met maatregelen als gevelisolatie, triple glas, geïsoleerde kozijnen, convectoren ter vervanging van radiatoren, een decentraal en CO2-gestuurd ventilatiesysteem en ledverlichting hebben we nu een duurzaam pand met energielabel A. Ons wagenpark is volledig uitstootvrij, terwijl we medewerkers stimuleren auto en vliegtuig zo veel mogelijk te mijden en in plaats daarvan het openbaar vervoer te nemen. Verder zijn er tal van kleinere initiatieven, zoals afval scheiden voor recyclingdoeleinden. We streven naar een zo laag mogelijke uitstoot in de bedrijfsvoering. De CO2e-uitstoot die resteert, compenseren we, zodat we per saldo klimaatneutraal opereren. Om medewerkers te betrekken zijn er regelmatig lunchsessies (brownbag-sessies), waarin in- en externe deskundigen toelichting geven op milieugerelateerde zaken.
Voor decarbonisatie in onze waardeketen zetten we in op engagement, beprijzing, uitsluiting en (actieve) financiering. Deze maatregelen dragen bij aan het verminderen van onze negatieve impact en het verlagen van het gerelateerde risico. Hierbij hanteren we geen specifieke tijdslijnen voor de maatregelen, aangezien deze van een voortdurende aard en relevantie zijn. Het is lastig om aan onze acties en maatregelen concrete cijfers te verbinden. Dat geldt vooral voor het klantengagement bij de vermindering van scope 3-uitstoot. De reductie van uitstoot in de waardeketen is vaak niet direct toe te rekenen aan specifieke acties, wat verder onderscheid maken bemoeilijkt. De komende jaren zullen we de relatie tussen onze maatregelen en het effect daarvan verder uitwerken. Voor de doelen binnen de eigen organisatie verwachten we geen nieuwe technologieën toe te passen op de korte of middellange termijn. Bij het opstellen van de doelen hebben we geen additionele scenarioanalyses gedaan; we hanteren de uitgangspunten van het SBTi voor een 1,5°C-conform pad.
Afgelopen jaar analyseerden we de klimaatreductiedoelstellingen van 222 klanten. Dat is ongeveer een kwart van het totale aantal klanten dat we in portefeuille hebben. We kozen ervoor om ons te blijven richten op de klanten met de grootste uitstoot en op klanten met de grootste uitstaande leningen. We keken of de doelen van klanten in lijn zijn met het Parijs-akkoord en of klanten zich committeren aan gepaste sectordoelstellingen. Ook stelden we vast of de afbakening van de processen die het doel beïnvloeden goed gedefinieerd zijn en of de impact duidelijk gerapporteerd wordt en er tussendoelstellingen zijn. Zodra de doelstelling en tussendoelstelling goed zijn, en de andere twee criteria ten minste niet slecht, vinden we de klimaatplannen voldoende. Van de 222 geanalyseerde klanten scoorden er 43 klanten een voldoende. We hebben nu van alle klanten waar we een flink bedrag hebben uitstaan (meer dan € 10 miljoen) een beeld. De komende jaren werken we eraan dat al deze klanten een acceptabel klimaatplan hebben. We zullen niet veel meer (kleinere) klanten analyseren, maar vooral de onderzochte groep actiever gaan betrekken bij het onderwerp.
In 2025 voerden we circa tachtig individuele klantgesprekken, leverden we een bijdrage aan meerdere externe evenementen zoals symposia en rondetafelgesprekken, en organiseerden we zelf ook een aantal evenementen voor klanten en stakeholders. Het belang van het terugdringen van klimaatimpact kwam in vrijwel alle gevallen aan de orde.
In 2025 zijn in vier sustainability linked loans klimaatreductiedoelen opgenomen. Door middel van de prestatieafspraken zetten onze klanten zich in om hun algehele klimaatimpact (scope 1 en 2) terug te dringen. We hebben voor het eerst ook afspraken gemaakt over het terugdringen van gebouwgebonden klimaatimpact.
We zijn zeer actief als financier van de energietransitie, waarmee we klimaatimpact indirect mitigeren. Zie ook ons gewaagd doel bij het materiële thema 'energie'.
In 2024 hebben we aan één klant geen offerte verstrekt vanwege een hoge mate van afhankelijkheid van bedrijven in de fossiele sector. In 2025 was dit niet aan de orde.
Voor onze uitstoot en de uitstoot in onze keten hanteren we de volgende reductiedoelstellingen (in CO2e). De reductiedoelstellingen zijn vastgesteld voor scope 1, 2 en 3 op brutobasis, waarbij removals, avoided emissions en aan te kopen carbon credits niet meetellen. De rapportagebegrenzing betreft voor scope 1 en 2 de eigen onderneming en voor scope 3 onze liquiditeit- en kredietportefeuille. Dit komt overeen met de in tabel E1-6 weergegeven categorieën Gross scope 1 emissions, Gross scope 2 emissions en Financed emissions.
De doelen voor woningcorporaties, zorginstellingen en gemeenten zijn opgesteld aan de hand van CO2e-reductiepaden, gebaseerd op de scenario's van het International Energy Agency. In deze gevallen hebben we de doelen niet met stakeholders afgestemd. Voor de waterschappen zijn de doelen waar mogelijk in overeenstemming met de sectordoelstellingen, dus hadden zij op die manier invloed op onze doelstellingen. Met de drinkwaterbedrijven hebben we de CO2e-reductiedoelstellingen niet besproken. Van de overige klantsectoren zijn geen reductiescenario's beschikbaar en in die gevallen volgen we een lineair reductiepad. Als we projectfinanciering verstrekken voor elektriciteitsopwekking, doen we dit alleen als het hernieuwbare elektriciteit is (wind en zon).
Voor gemeenten heeft een methodewijziging in het berekenen van de gefinancierde emissies geleid tot het bijstellen van het referentiejaar 2018. Eerder werd de uitstoot van de klantgroep hoger ingeschat dan daadwerkelijk het geval was. Dit hebben we in 2025 gecorrigeerd, waarbij met terugwerkende kracht de vergelijkende cijfers van 2024 en 2018 ook aangepast zijn. Een overzicht van de wijzigingen en hun effect is onderdeel van de appendix. Naast het bijstellen van de basiswaarde hanteren we ook een nieuw IEA-transitiepad, conform de update van de SBTi-tool voor doelstellingen. De combinatie van de aanpassing in het basisjaar en het transitiepad leidt tot bijstelling van het sectordoel voor 2030 (15,7 -> 23,1 tCO2-e / EUR mln, + 47%). Dit werkt ook door in de absolute doelstelling voor het portfolio (843 MtCO2-e -> 888 MtCO2-e, + 5,3%).
Naast een wijziging voor gemeenten is de methode voor zorginstellingen herzien, waarbij meer daadwerkelijke data gebruikt kan worden. Door beperkingen in de databeschikbaarheid kan het basisjaar niet opnieuw berekend worden. De doelstelling voor deze sector blijft ongewijzigd.
Onderdeel | Maatstaf | Basisjaar | Basiswaarde | 2025 | 2024 | Target 2030 | Scenario / transitiepad | Methode doelstelling |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Scope 1 en 2 (Marktgebaseerd) | tCO2e | 2018 | 133 | 20 | 30 | -65,5% | IEA NZE | SBTi gevalideerd |
Inkoop duurzame elektriciteit | % ingekochte elektriciteit 'groen' | 2018 | 100% | 100% | 100% | 100% | SBTi traject | SBTi gevalideerd |
Scope 3 | tCO2e | 2018 | 1.571.062 | 1.419.087 | 1.496.231 | |||
Liquiditeitsportefeuille (corporate bonds)1 | % liquiditeits- portefeuille SBTi-gecertificeerd | 2023 | 23% | 46% | - | 45,6% (2028) | SBTi traject | SBTi gevalideerd |
Projectfinanciering elektriciteitsopwekking | % projecten duurzaam | 2018 | 0% | 100% | 100% | 100% | SBTi traject | SBTi gevalideerd |
Gefinancierde emissies totale kredietportefeuille | ||||||||
Absolute doelstelling | tCO2e | 2018 | 1.570.942 | 1.419.003 | 1.496.151 | 888.126 | Consolidatie van sectordoelen | |
Relatieve financiële doelstelling | tCO2e / EUR mln | 2018 | 35,3 | 23,1 | 25,4 | 16,9 | Consolidatie van sectordoelen | |
Sectoraal - relatieve financiële doelstellingen (tCO2e / mln EUR) | ||||||||
Woningbouwcorporaties | tCO2e / EUR mln | 2018 | 16,5 | 8,6 | 10,2 | 7,8 | IEA NZE | SBTi gevalideerd |
Waterschappen | tCO2e / EUR mln | 2018 | 120,4 | 50,6 | 59,0 | 82,0 | Sectoraal | Eigen |
Gemeenten | tCO2e / EUR mln | 2018 | 32,2 | 36,1 | 31,4 | 23,1 | IEA NZE | Op SBTi gebaseerd |
Zorginstellingen | tCO2e / EUR mln | 2018 | 49,1 | 20,3 | 21,9 | 17,6 | IEA NZE | Op SBTi gebaseerd |
Drinkwaterbedrijven | tCO2e / EUR mln | 2020 | 44,8 | 30,4 | 33,7 | 29,9 | Lineair | Eigen |
Sectoraal - relatieve fysieke doelstellingen Scope 1 + 2 (tCO2e / m2 vastgoed) | ||||||||
Woningbouwcorporaties | tCO2e / m2 | 2018 | 29,0 | 21,4 | 22,3 | 10,9 | IEA NZE | SBTi gevalideerd |
Gemeenten | tCO2e / m2 | 2018 | 35,4 | 20,7 | 22,3 | 12,5 | IEA NZE | Op SBTi gebaseerd |
Zorginstellingen | tCO2e / m2 | 2018 | 98,4 | 42,0 | 44,4 | 26,2 | IEA NZE | Op SBTi gebaseerd |
In de tabel leggen we verantwoording af over de emissies die met onze bedrijfsvoering gepaard gaan. We berekenen de klimaatimpact van onze kredietportefeuille volgens de methodologie van Partnership for Carbon Accounting Financials (PCAF, 2022). Het basisjaar voor de berekening en doelstellingen is 2018. Dit is de basis voor onze doelstellingen en klimaataanpak. Relevante aannames, nauwkeurigheid en de methode worden toegelicht in de appendix. Aanvullende informatie is onderdeel van het los beschikbaar gestelde PCAF-rapport 2025. Ook een overzicht van de wijzigingen en hun effect is onderdeel van de appendix.
Voor het referentiejaar 2018 hanteren we dezelfde definities en afbakening, waarbij de data herberekend worden indien de methode wijzigt in latere jaren. In 2025 is voor de categorie 'gefinancierde emissies' een methodewijziging opgetreden.
Naast sectorspecifieke emissiefactoren maken we voor een groot deel gebruik van daadwerkelijke energieverbruikgegevens en gerapporteerde emissies van partijen in de waardeketen. De gebruikte data voor de waardeketen zijn voor een groot deel afkomstig uit indirecte bronnen.
We bepalen het aandeel van onze totale uitstaande elektriciteitsgeneratie-gerelateerde projectfinanciering dat duurzaam is aan de hand van de methode van opwekking. Wanneer een project wind- of zonne-energie betreft wordt dit gerekend als duurzaam. In 2025 was 100% van de relevante uitstaande financiering gerelateerd aan zon of wind (2024: 100%).
Voor het aandeel van de liquiditeitsportefeuille dat SBTi-gevalideerde emissiedoelstellingen heeft bepalen we van de uitstaande corporate bonds welk aandeel geaccrediteerd is.
Formeel zijn alleen de gefinancierde emissies (scope 3 - waardeketen) materieel. Voor de volledigheid brengen we ook andere scope 1-, 2- en 3-emissies in kaart.
De scope 1-emissies betreffen de verwarming van het eigen pand en de brandstoffen voor eigen voertuigen. Onder scope 2 valt de inkoop van stroom voor het eigen pand. We wijken niet af van het principe van 'operational control', behalve voor de gefinancierde emissies die conform de PCAF-methode toegerekend worden aan de uitstaande financiering. De begrenzing van deze categorieën komt overeen met die gehanteerd voor de 'doelen uitstoot'.
In 2025 is de methode voor gezondheidszorginstellingen herzien. Reden voor de wijziging was de wens de datakwaliteit voor deze sector te verbeteren. In samenwerking met het Waarborgfonds voor de Zorgsector, het PON & Telos, Republiq en de BNG Bank hebben we zorginstellingen gevraagd data over hun daadwerkelijke energieverbruik te delen. Daarnaast hebben we op basis van deze data nieuwe kengetallen kunnen vaststellen. De datascore is verbeterd (2.6, 2024: 3.2) en de gefinancierde emissies zijn afgenomen.
Het elektriciteitsverbruik van onze organisatie wordt volledig afgedekt met een duurzaam contract, gebaseerd op 100% Nederlandse windenergie; hiervoor hebben we certificaten ontvangen. Voor de berekening van de locatiegebaseerde scope 2-emissies hanteren we de relevante emissiefactor van CO2emissiefactoren.nl op nationaal niveau.
2025 | 2024 | % Nt / Nt -1 | 2018 | |
|---|---|---|---|---|
Totale emissies (locatiegebaseerd) | 1.419.174 | 1.496.349 | -5,2% | 1.571.195 |
Totale emissies (marktgebaseerd) | 1.419.106 | 1.496.261 | -5,2% | 1.571.195 |
Bruto scope 1-emissies | 20 | 30 | -34,1% | 133 |
Gasconsumptie | 20 | 30 | -34,1% | 47 |
Totale hoeveelheid benzinebedrijfsauto's | - | - | 86 | |
Totale hoeveelheid dieselbedrijfsauto's | - | - | ||
Bruto scope 2-emissies | 68 | 88 | -23,0% | |
Locatiegebaseerd | 68 | 88 | -23,0% | |
Marktgebaseerd | - | - | ||
Bruto scope 3-emissies | 1.419.087 | 1.496.231 | -5,2% | 1.571.062 |
Aangekochte goederen, papierverbruik | 2 | 2 | -3,3% | 6 |
Zakelijk vervoer | 22 | 34 | -34,6% | 114 |
Personeelsvervoer | 59 | 44 | 35,2% | |
Gefinancierde emissies | 1.419.003 | 1.496.151 | -5,2% | 1.570.942 |
Door de relatief beperkte omvang van scope 1, scope 2 en de bedrijfsvoeringsgerelateerde emissies van scope 3 zijn deze in principe niet materieel. De enige materiële uitstoot van NWB Bank betreft de gefinancierde emissies in scope 3. Om een volledig beeld te schetsen nemen we de andere categorieën wel op, conform het tabel-voorschrift van de ESRS-vereisten.
De 'gefinancierde emissies' betreft de toegerekende scope 1, 2 en 3 van onze klanten. Deze is uitgesplitst weergegeven in de tabellen 'Gefinancierde emissies in 2025' en 'Gefinancierde emissies in 2024'. De gefinancierde emissies zijn de som van 'scope 1 en 2' en 'scope 3'.
Veel belangrijke bedrijfsprocessen die wij in de publieke sfeer financieren, hebben uitstoot van broeikasgassen (GHG) tot gevolg. Tegenover deze gefinancierde uitstoot staan gefinancierde verwijderde emissies. Binnen de huidige berekening gaat dit om het waterzuiveringsproces van drinkwaterbedrijven, waarbij door de toevoeging van calcium aan het water CO2 uit de atmosfeer wordt opgenomen en duurzaam (biogeen) wordt vastgelegd. De verwijderde emissies zijn conform de PCAF-methode vastgesteld.
Wij kopen ook carbon credits aan. Die dienen ter compensatie van de scope 3-uitstoot van de eigen operatie. De carbon credits zijn gecertificeerd door Syntraal B.V. en geregistreerd door de Stichting Nationale Koolstofmarkt (SNK) en hebben betrekking op (technische) mitigatieprojecten in de Nederlandse publieke sector. SNK borgt de additionaliteit van en onafhankelijke controle op de gecertificeerde projecten.
Hoewel we de eigen uitstoot in scope 1 en 2 compenseren met carbon credits, volgt hieruit geen claim van klimaatneutraliteit. We blijven ons inspannen voor verdere verduurzaming van onze bedrijfsvoering. Het al dan niet aankopen van carbon credits heeft geen invloed op de gestelde doelen en paden om tot netto-nul klimaatimpact te komen in 2050.
Voor deze maatstaf hebben we uitsluitend direct gerapporteerde informatie uit de waardeketen gebruikt. Er zijn geen redenen om aan te nemen dat er een hoge mate van meetonzekerheid is.
2025 | 2024 | % Nt / Nt -1 | 2018 | |
|---|---|---|---|---|
Totalen verwijderde GHG in de upstream en downstream waardeketen (tCO2e) | 924 | 855 | 8,1% | - |
Waterzuiveringsprocessen drinkwaterbedrijven | 924 | 855 | 8,1% | - |
Totalen GHG-mitigatie van projecten gefinancierd door middel van koolstofkredieten (tCO2e) | 84 | 80 | 5,0% | - |
Aandelen uitgegeven EU-projecten | 84 | 80 | 5,0% | - |
Aandeel dat kwalificeert als 'corresponding adjustment' onder A6 van de Overeenkomst van Parijs | - |
Scope 1, 2 | Scope 3 | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Balanspost, Sector / Klantgroep | Uitstaand / boekwaarde (EUR mln) | Gefinancierde emissies (tCO2e) | Emissie-intensiteit | Datakwaliteit | Dekkingsgraad (%) | Gefinancierde emissies (tCO2e) | Emissie-intensiteit | Datakwaliteit | Dekkingsgraad (%) | |
Totaal | 72.868 | 1.032.440 | 16,8 | 2,4 | 94,0% | 386.562 | 6,3 | 3,1 | 32,4% | |
Kredieten en vorderingen | 54.968 | |||||||||
Kredieten en vorderingen (subtotaal) | 56.926 | 947.310 | 16,7 | 2,3 | 99,4% | 339.136 | 6,0 | 3,0 | 34,0% | |
Volkshuisvesting | Woningbouwcorporaties | 36.607 | 314.736 | 8,6 | 2,0 | 99,8% | - | - | - | - |
Overheid | Waterschappen | 8.563 | 385.088 | 45,0 | 2,9 | 100% | 48.056 | 5,6 | 2,0 | 100% |
Gemeenten | 4.294 | 21.820 | 5,1 | 3,0 | 100% | 133.232 | 31,0 | 4,0 | 100% | |
Provincies | 291 | 345 | 1,2 | 4,0 | 100% | 7.480 | 25,7 | 4,0 | 100% | |
Anderen | 20 | - | - | - | - | - | - | - | 0% | |
Gezondheidszorg | Zorginstellingen | 1.886 | 26.278 | 14,0 | 2,8 | 99,4% | 11.732 | 6,3 | 2,1 | 79,7% |
Onderwijs | Onderwijsinstellingen | 66 | 846 | 12,7 | 3,0 | 100% | - | - | - | - |
Netwerken en nutsbedrijven | Duurzame energie | 1.178 | - | - | - | 100% | 23.033 | 20,5 | 3,0 | 95,6% |
Drinkwaterbedrijven | 1.433 | 27.387 | 20,1 | 2,0 | 95,2% | 14.106 | 10,3 | 3,0 | 95,2% | |
Anders | Anderen | 2.567 | 170.810 | 71,2 | 4,5 | 93,5% | 101.497 | 42,3 | 5,0 | 86,0% |
Financieel | Kredietinstellingen | 21 | - | - | - | - | - | - | - | - |
Waardeveranderingen, expected credit loss en opgelopen rente | -1.958 | |||||||||
Rentedragende waardepapieren | 8.114 | |||||||||
Rentedragende waardepapieren (subtotaal) | 8.450 | 85.130 | 17,6 | 3,0 | 57,8% | 47.426 | 25,5 | 3,6 | 22,0% | |
Financieel | NHG RMBS | 3.288 | 59.741 | 19,8 | 3,0 | 92,0% | - | - | - | - |
Overheid | Waterschappen | 400 | 17.989 | 45,0 | 2,9 | 100% | 2.245 | 5,6 | 2,0 | 100% |
Gemeenten | 1.456 | 7.400 | 5,1 | 3,0 | 100% | 45.181 | 31,0 | 4,0 | 100% | |
Netwerken en nutsbedrijven | Netwerkbedrijven | 337 | - | - | - | - | - | - | - | - |
Anders | Anderen | 2.969 | - | - | - | - | - | - | - | - |
Waardeveranderingen, expected credit loss en opgelopen rente | -336 | |||||||||
Kasmiddelen en tegoeden bij de centrale bank | 1.432 | |||||||||
Vorderingen uit hoofde van onderpand | 2.726 | |||||||||
Derivaten | 5.436 | |||||||||
Overige activa | 193 | |||||||||
We berekenen de emissies over de hoofdsommen. Om aansluiting te maken met de balans zijn de waardeveranderingen, expected credit loss en opgelopen rente afzonderlijk weergegeven. De post overige activa bestaat uit: immateriële vaste activa, materiële vaste activa, overige activa, vorderingen op kredietinstellingen onder garantie van de Nederlandse overheid en overlopende activa.
Scope 1, 2 | Scope 3 | |||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Balanspost, Sector / Klantgroep | Uitstaand / boekwaarde (EUR mln) | Gefinancierde emissies (tCO2e) | Emissie-intensiteit | Datakwaliteit | Dekkingsgraad (%) | Gefinancierde emissies (tCO2e) | Emissie-intensiteit | Datakwaliteit | Dekkingsgraad (%) | |
Totaal | 78.769 | 1.141.640 | 19,3 | 2,4 | 96,9% | 354.511 | 6,0 | 3,0 | 35,0% | |
Kredieten en vorderingen | 59.158 | |||||||||
Kredieten en vorderingen (subtotaal) | 55.127 | 1.058.251 | 19,4 | 2,3 | 99,1% | 317.542 | 5,7 | 2,9 | 35,5% | |
Volkshuisvesting | Woningbouwcorporaties | 34.522 | 352.202 | 10,2 | 2,0 | 99,8% | - | - | - | - |
Overheid | Waterschappen | 8.545 | 447.408 | 52,4 | 2,9 | 100% | 57.102 | 6,6 | 2,0 | 100% |
Gemeenten | 4.408 | 26.859 | 6,1 | 3,0 | 100% | 111.487 | 25,3 | 4,0 | 100% | |
Provincies | 317 | 442 | 1,4 | 4,0 | 100% | 9.616 | 30,4 | 4,0 | 100% | |
Anderen | 20 | - | - | - | - | - | - | - | - | |
Gezondheidszorg | Zorginstellingen | 1.985 | 32.327 | 16,4 | 2,7 | 99,4% | 10.885 | 5,5 | 2,1 | 80,9% |
Onderwijs | Onderwijsinstellingen | 70 | 1.056 | 15,1 | 3,0 | 100% | - | - | - | - |
Netwerken en nutsbedrijven | Duurzame energie | 1.045 | - | - | - | 100% | 17.357 | 18,7 | 3,0 | 86,5% |
Drinkwaterbedrijven | 1.445 | 32.747 | 22,9 | 2,0 | 98,9% | 15.477 | 10,8 | 3,0 | 98,9% | |
Anders | Andere klanten | 2.577 | 165.212 | 69,8 | 4,5 | 91,9% | 95.618 | 40,4 | 4,8 | 91,1% |
Financieel | Kredietinstellingen | 194 | - | - | - | - | - | - | - | |
Waardeveranderingen, expected credit loss en opgelopen rente | 4.031 | |||||||||
Rentedragende waardepapieren | 5.584 | |||||||||
Rentedragende waardepapieren (subtotaal) | 5.733 | 83.389 | 19,0 | 3,0 | 76,6% | 36.970 | 21,0 | 3,5 | 30,6% | |
Financieel | NHG RMBS | 2.864 | 54.182 | 20,6 | 3,0 | 92,0% | - | - | - | - |
Overheid | Waterschappen | 400 | 20.944 | 52,4 | 2,9 | 100% | 2.673 | 6,6 | 2,0 | 100% |
Gemeenten | 1.356 | 8.262 | 6,1 | 3,0 | 100% | 34.297 | 25,3 | 4,0 | 100% | |
Netwerken en nutsbedrijven | Netwerkbedrijven | - | - | - | - | - | - | - | - | |
Anders | Anderen | 1.113 | - | - | - | - | - | - | - | - |
Waardeveranderingen, expected credit loss en opgelopen rente | -149 | |||||||||
Kasmiddelen en tegoeden bij de centrale bank | 6.623 | |||||||||
Vorderingen uit hoofde van onderpand | 2.514 | |||||||||
Derivaten | 4.740 | |||||||||
Overige activa | 150 | |||||||||
Vergeleken met de vorig jaar gepubliceerde extrapolatie wijken de daadwerkelijke emissies voor 2024 af. Dit heeft te maken met de methodeverschillen. Om aansluiting te maken met de balans zijn de waardeveranderingen, expected credit loss en opgelopen rente afzonderlijk weergegeven. De post overige activa bestaat uit: immateriële vaste activa, materiële vaste activa, overige activa, vorderingen op kredietinstellingen onder garantie van de Nederlandse overheid en overlopende activa.
Klimaatadaptatie is voor ons een materieel thema vanwege onze financieringsactiviteiten aan waterschappen.
We hebben een positieve impact op de beperking van wateroverlast in Nederland, een potentieel grote bron van schade, door het financieren van de waterveiligheid via de waterschappen. Waterschappen investeren ieder jaar zo'n € 1,7 miljard in waterveiligheid. Wij streven naar een marktaandeel van 90% in de financiering van waterschappen.
Wel zijn er risico's voor NWB Bank door de blootstelling van klanten aan adaptatierisico's (overstroming, droogte en extreem weer), leidend tot kredietrisico. Klanten zijn op meerdere manieren blootgesteld aan adaptatierisico's die gepaard gaan met de fysieke locatie van hun activiteiten. Wanneer calamiteiten als overstromingen, periodes van droogte of anderszins extreem weer optreden, kan dit tot verstoringen leiden. Wanneer dit de financiële
gezondheid van een organisatie raakt, leidt dit voor onze organisatie tot een potentieel kredietrisico. Doordat overheden de door ons verstrekte financiering veelal garanderen, is dit risico grotendeels gemitigeerd.
Samenhangend met de impact en het risico zien we kansen voor de organisatie, doordat de financieringsbehoefte van waterschappen groeit door de noodzakelijke investeringen in waterkeringen. Wij hebben een groot aandeel in het voorzien in de financieringsbehoeften van de waterschappen. Aangezien deze partijen in de toekomst veel moeten investeren in het verbeteren en veilig houden van waterkeringen, verwachten we financiële kansen te realiseren. Als onderdeel van waterveiligheid investeren de waterschappen ieder jaar zo'n € 1,2 miljard in waterkeringen. Zoals eerder gesteld zijn wij hierin een belangrijke partner.
Met onze KPI's geven we inzicht in verbeteringen van de Nederlandse waterveiligheid waaraan wij bijdragen, en de risico's rond gebied dat nog niet voldoet aan de norm.
We gaan hier in op ons beleid en onze maatregelen en doelen voor klimaatadaptatie.
We proberen onze uitstoot zo veel mogelijk te verminderen en daarmee een bijdrage te leveren aan de strijd tegen de opwarming van de aarde. Tegelijk moeten we ons en onze klanten er wel op voorbereiden dat de aarde opwarmt en ons aanpassen aan een veranderend klimaat. Het proces waarmee samenlevingen de kwetsbaarheid voor klimaatverandering verminderen of zelfs profiteren van de kansen die een veranderend klimaat biedt, noemen we klimaatadaptatie. Als voornaamste financier van de waterschappen staan we op de kaart bij de financiering van oplossingen voor overstromingsrisico's en andere waterbeheerskwesties die spelen door een veranderend klimaat. Klimaatadaptatie is voor ons als bank van en voor de publieke watersector de kern van ons bestaan. NWB Bank is in 1954 opgericht na de dramatische Watersnoodramp van 1953, om de noodzakelijke investeringen in het waterbeheer te financieren. Investeringen in klimaatadaptatie financieren is dus al 70 jaar lang de kernactiviteit van onze organisatie.
Voor Nederland betekent wereldwijde klimaatverandering hogere temperaturen, een grotere kans op langere periodes van droogte of juist langere periodes met meer neerslag, een stijgende zeespiegel, hogere waterstanden in rivieren en andere waterwegen, maar ook meer periodes met lagere (grond)waterstanden. Na de droge jaren 2018, 2019, 2020 en 2022 waren 2023 en 2024 extreem nat. In 2025 viel een hoeveelheid van circa 670 millimeter neerslag. Dat is minder dan het langjarig gemiddelde. De verwachting is dat dergelijke extreme weersomstandigheden vaker zullen voorkomen. Er moeten dus maatregelen worden genomen om het watersysteem aan te passen aan klimaatverandering. Alleen dan kunnen we de veiligheid van mensen waarborgen en schade zo veel mogelijk voorkomen. De waterschappen hebben hierin een belangrijke rol en maken de waterkeringen en watersystemen die zij beheren klimaatbestendig.
Ons beleid op klimaatadaptatie, onderdeel van het ESG-transitieplan, voorziet in zo laag mogelijke financieringslasten voor onze klanten, passende financiering, continue beschikbaarheid van financiering en een zo groot mogelijk marktaandeel (i.e. > 90%) in de financiering van de waterschappen; hiermee dragen we bij aan het doel dat 100% van de waterkeringen in 2050 klimaatbestendig is. Door onze kredietverlening aan de waterschappen kunnen zij doen waar ze goed in zijn.
Voor klimaatadaptatie zetten we in op engagement en actief financieren. Hiermee dragen we bij aan het mitigeren van risico's en het vergroten van positieve impact. Door actief te financieren realiseren we bovendien financiële kansen.
We voeren een breed engagement op klimaatadaptatie. In de financiële sector is de aandacht voor klimaatadaptatie groeiende en in 2022 is er binnen het Platform voor Duurzame Financiering van De Nederlandsche Bank een speciale werkgroep voor opgericht waarvan wij lid zijn. Daarin onderzoeken we samen met andere banken, verzekeraars, investeerders en overheden hoe de financiële sector kan meebouwen aan een klimaatbestendig Nederland. Eind 2023 bood de werkgroep het rapport 'Klimaatadaptatie in een stroomversnelling' aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan, met een pleidooi voor duidelijkheid over hoe klimaatadaptief te bouwen en waar wel en niet te bouwen. Ook vinden we dat de overheid moet aangeven waar ruimte is voor landbouw en andere economische functies in Nederland.
De afgelopen twee jaar zijn we, tevens als voorzitter van de European Association of Public Banks, ook betrokken geweest bij de Reflection Group on Finacing Climate Resilience op Europees niveau. Op 2 december 2025 overhandigde de groep haar rapport met bevindingen en adviezen aan eurocommissaris Hoekstra.
We werken samen met vijf andere partijen – woningcorporatie Ymere, drinkwaterbedrijf PWN, Gemeente Haarlem, Provincie Noord-Holland en Hoogheemraadschap van Rijnland – aan een waterrobuuste, klimaatbestendige nieuwbouwwijk.
We onderzoeken gezamenlijk hoe we volop kunnen inzetten op waterbesparing, waterhergebruik en slim waterbeheer, zonder in te leveren op snelheid van de bouw en gericht op het bereiken van synergievoordelen. Met deze elementen wordt rekening gehouden bij zowel het ontwerp, als ook bij de inrichting en het wonen in dit gebied. Met deze pilot proberen we onze klanten samen te brengen om pro-actief en integraal de maatschappelijke vraagstukken aan te pakken en zo onze centrale spil als financier van de publieke sector ten volle in te zetten.
In 2025 zijn in twee sustainability linked loans doelstellingen met betrekking tot klimaatadaptatie opgenomen (2024: 0). Door middel van de afspraken zetten onze klanten zich vooral in om vastgoed op een klimaatadaptieve manier te ontwikkelen of renoveren.
We streven naar een zo groot mogelijk marktaandeel in de financiering van de waterschappen. Zodoende financieren wij actief klimaatadaptatie, waarvan ook onze andere klantgroepen voordeel hebben; het helpt ons de klimaatrisico's voor onze totale kredietportefeuille deels te mitigeren.
We hanteren voor klimaatadaptatie de volgende maatstaven.
KPI's | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
Aandeel primaire en regionale waterkeringen (km's) getoetst/voldoet | 67,9% | 73,9% |
Aantal hectare dat niet voldoet aan wateroverlastnormen | 0,31% | 0,36% |
Goed waterbeheer betekent ook de aanleg en het onderhoud van infrastructuur om de kans op overstromingen door zeespiegelstijging en extreme neerslag te verkleinen. Een belangrijk onderdeel daarvan zijn de primaire waterkeringen. In 2017 is een nieuwe veiligheidsnorm voor overstromingsgevaar vastgesteld. Deze veiligheidsnorm stelt dat iedere Nederlander een kans van 1 op 100.000 per jaar mag hebben om te verdrinken bij een overstroming. In 2050 moeten alle waterkeringen aan deze norm voldoen en in 2024 voldeed al 67,9% (8.148 km) aan de norm. Wij zijn een belangrijke financier van de waterschappen en daarmee van de waterkeringen.
Als er niet genoeg en/of niet snel genoeg water afgevoerd wordt, ontstaat wateroverlast, met alle schadelijke gevolgen van dien. De kwetsbaarheid van een gebied voor wateroverlast wordt gemeten aan de hand van het aantal hectare dat nog niet aan de normen van het nationaal waterakkoord voldoet. De waterschappen zijn er in grote gebieden verantwoordelijk voor om te zorgen voor voldoende waterafvoer.
Indicatoren voor waterkeringen en wateroverlast zijn afkomstig van de Klimaatmonitor Waterschappen; ze zijn gebaseerd op data die zijn gemeten door de waterschappen en zijn zeer nauwkeurig.
Energie is voor ons een materieel thema, omdat onze financiering aan twee kanten van de balans doorwerkt. Waar we aan de ene kant kredieten verstrekken aan energieverbruikers, zijn we aan de andere kant een steeds grotere financier van duurzame-energieprojecten in Nederland.
We hebben impact op duurzame-energieproductie door de financiering van duurzame-energieprojecten. Over de jaren heen hebben we een steeds grotere hoeveelheid zon- en windparken alsook warmtenetten in de portefeuille opgenomen. Door deze projecten langdurig te financieren neemt de zekerheid en daarmee investeerbaarheid van de sector toe. Zo heeft de organisatie een positieve impact op de beschikbaarheid van duurzame energie.
Een mogelijk kredietrisico wordt gevormd door klanten die risico lopen door de energietransitie. Deze risico's ontstaan door hoog energieverbruik alsmede door fossiel energieverbruik. Ook wordt de transitie verder bemoeilijkt door netcongestie. Het aanpassen van
operaties van de klant en daarmee gepaard gaande investeringen kunnen de financiële positie van die organisatie onder druk zetten. Zo loopt NWB Bank op basis van het kredietrisico van klanten een financieel risico. Doordat de door ons verstrekte financiering veelal gegarandeerd wordt door overheden, is dit risico grotendeels gemitigeerd.
Kansen zien we doordat de financieringsbehoefte van klanten groeit door de investeringen in duurzame-energieproductie en aanpassingen van het electriciteitsnet. In de (semi-)publieke sector worden steeds meer investeringen gedaan om duurzame energie op te wekken en het verbruik hierop af te stemmen. Ook het electriciteitsnet moet hierop aangepast worden, zodat de piek in duurzame-energieproductie en -consumptie opgevangen kan worden. Zo financiert NWB Bank naast warmtenetten en zon- en windprojecten ook netbeheerders. Een toename van de vraag vergroot de markt voor onze financieringsmogelijkheden. Als significante partij in deze sector verwachten we financiële kansen te realiseren.
Onze doelstelling een energie-positieve portefeuille te realiseren, de KPI voor ons gewaagd doel, geeft inzicht in zowel de blootstelling aan het transitierisico rond energieverbruik als het verzilveren van kansen en de positieve impact van de gefinancierde duurzame-energieproductie.
We gaan hier in op ons beleid en onze maatregelen en doelen rondom het thema energie.
We streven ernaar dat onze kredietportefeuille in 2035 energiepositief is, op weg naar klimaatneutraal in 2050. Dit is ons gewaagd doel. Energiepositief betekent dat de duurzame-energieprojecten die we financieren meer hernieuwbare energie opwekken dan onze klanten verbruiken aan fossiele energie. Hierbij zetten we fossiele warmte af tegen duurzame warmte en fossiele elektriciteit tegen hernieuwbare elektriciteit. Enerzijds willen we onze klanten stimuleren hun energieverbruik te verlagen en waar dat kan hernieuwbare energie te gebruiken. Anderzijds willen we meer financiering aan duurzame-energieprojecten verstrekken, zodat er zo veel mogelijk hernieuwbare energie beschikbaar komt.
Bij de financiering van duurzame-energieprojecten passen we, waar relevant, de Equator Principles toe. Deze zijn opgesteld door financiële instellingen en bieden een kader voor risicobeheer bij het vaststellen, beoordelen en beheren van sociale en milieurisico’s bij de financiering van projecten. Terugkerende onderwerpen van gesprek zijn de complexe ketens van duurzame energie en de impact op mensenrechten bij de winning van grondstoffen voor duurzame-energieprojecten.
Ons eigen energieverbruik is niet materieel, gezien de compacte organisatie. Hiervoor hebben we geen materiële impacts, risico's en kansen geïdentificeerd.
Voor energie zetten we in op actief financieren en positief beprijzen. Hiermee dragen we bij aan het mitigeren van risico's en het vergroten van positieve impact. Door actief te financieren realiseren we bovendien financiële kansen.
In 2025 zijn in dertien sustainability linked loans doelen met betrekking tot energie opgenomen (2024: 7). Het is daarmee het meest gebruikte thema om prestatieafspraken over te maken. Door middel van de afspraken zetten onze klanten zich vooral in om fossiel energieverbruik terug te dringen.
We hanteren voor energie de volgende maatstaven en doelstellingen.
Wat betreft de energiepositieve kredietportefeuille in 2035 - ons gewaagd doel - verstaan we onder energiepositief dat de productie van hernieuwbare (klimaatneutrale) energie van door ons gefinancierde klanten en projecten vanaf 2035 groter is dan het fossiele-energieverbruik door onze overige klanten en projecten. Vergeleken met vorig jaar kunnen we een grote voortgang laten zien op weg naar dit gewaagd doel, eind 2025: 106,2% (2024: 78,2%) energiepositief. De KPI energiepositief betekent dat het fossiele gebruik van de portefeuille wordt afgezet tegen de opwekking van duurzame energie van onze portefeuille, voornamelijk uit de financiering van wind- en zonneparken. Voor de berekening van de verbruikte energie uit fossiele brandstoffen gebruiken we de data van de klimaatvoetafdruk, berekend door Het PON & Telos, zoals ook beschreven in de sectie Voortgang gewaagde doel. Ondanks de mooie stijging hebben we nog altijd een stevige uitdaging om onze kredietportefeuille in 2035 energiepositief te houden, boven de 100%. Voor het gewaagd doel is de energieproductie vastgesteld op basis van gerapporteerde historische data van klanten of bepaald aan de hand van de theoretische energieopbrengst van het project in kwestie.
Ons eigen energieverbruik (elektriciteit) is duurzaam. Hieronder geven we een overzicht van de emissies (equivalenten) voor 2025. Verbruikte elektriciteit in deze periode kwam uit hernieuwbare bronnen zonder directe koolstofuitstoot. Het gas werd geleverd door het nutsbedrijf, inclusief CO2-compensatie. Zoals gesteld is het eigen energieverbruik niet materieel. We rapporteren deze maatstaf in het kader van vergelijkbaarheid.
2025 | 2024 | % Nt / Nt -1 | |
|---|---|---|---|
Totale energieconsumptie (MWh) | 425,0 | 503,8 | -15,6% |
Waarvan fossiele brandstoffen | 117,2 | 176,5 | -33,6% |
Waarvan hernieuwbare energie | |||
Waarvan consumptie van hernieuwbare energie | 307,8 | 327,3 | -6,0% |
De informatie over ons energiegebruik is direct afkomstig van de energieleverancier. Er zijn geen redenen om aan te nemen dat er een hoge mate van meetonzekerheid is.
De Green Asset Ratio (GAR) is een kernprestatie‑indicator (KPI) onder de Taxonomie-verordening en geeft inzicht in de mate waarin banken bijdragen aan de groene transitie en de klimaatdoelstellingen van de Europese Unie. Wij rapporteren de GAR op basis van de oudere EU‑rapportagetemplates die momenteel nog van toepassing zijn. Deze templates zijn opgenomen in de appendix. De GAR wordt in belangrijke mate bepaald door de structuur en vereisten van deze voorgeschreven templates. De Europese Commissie werkt momenteel, onder het Omnibus‑pakket, aan een vereenvoudiging van de rapportagetemplates en een herziening van onder meer de technische screeningcriteria en DNSH‑criteria binnen de taxonomie. Deze ontwikkelingen kunnen gevolgen hebben voor toekomstige rapportageverplichtingen, inclusief de uitkomst van de GAR.
Het grootste deel van onze kredietportefeuille valt niet onder de Non‑Financial Reporting Directive (NFRD). Daardoor zijn deze exposures volgens de EU‑taxonomie uitgesloten van de teller, maar wel opgenomen in de noemer van de ratio. Dit is inherent aan ons bedrijfsmodel, waarin veel klanten niet onder de wettelijke duurzaamheidsrapportageplicht vallen.
Daarnaast beschikt een deel van onze klanten nog niet over taxonomie-informatie. Door het ontbreken van gerapporteerde gegevens kunnen deze niet worden meegenomen als eligible of aligned. Hierdoor valt onze GAR op dit moment zeer laag uit.
Tegelijkertijd is een aantal klanten, waaronder drinkwaterbedrijven, regionale netbeheerders en een windpark, volledig eligible onder de EU-taxonomie. Voor één klant (windpark) hebben wij daarnaast kunnen vaststellen dat deze ook aligned is met het Do No Significant Harm-criterium (DNSH) en de Technical Screening Criteria. Ten slotte is de blootstelling aan kredietinstellingen meegenomen, nu verschillende instellingen waaraan wij zijn blootgesteld reeds onder de EU-taxonomie rapporteren. Op basis van hun gepubliceerde rapportages hebben wij hun eligibility en, waar beschikbaar, hun alignment meegenomen in onze rapportage. De tabellen voor de Green Asset Ratio zijn opgenomen in de appendix.
In 2026 zijn nieuwe, versimpelde templates goedgekeurd. In dit verslag passen wij de oude templates toe (per EU 2023/2486). Templates 4, 6 en 7 betreffende off-balance-sheet- KPI's, trading- en commercial fees, zijn niet op ons van toepassing. Over 2024 zijn de capex-KPI's niet berekend. Deze kolom is daarom leeggelaten in het onderstaande overzicht.
Voor de taxonomie-vereisten omtrent de financiering van activiteiten op het gebied van nucleair- en fossiel-gas-gedreven energieopwekking zijn enkel de onder de taxonomie eligible-klanten meegenomen. De relevante tabel is opgenomen in de appendix.
2025 | 2024 | |||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Totaal ecologische duurzame activa | KPI turnover | KPI capex | % dekking (over totaal activa) | % activa uitgesloten van de noemer van de GAR (Artikel 7(2) en (3) en sectie 1.1.2 van Annex V) | % activa uitgesloten van de teller van de GAR (Artikel 7(1) en (3) en sectie 1.2.4 van Annex V) | Totaal ecologische duurzame activa | KPI turnover | KPI capex | % dekking (over totaal activa) | % activa uitgesloten van de noemer van de GAR (Artikel 7(2) en (3) en sectie 1.1.2 van Annex V) | % activa uitgesloten van de teller van de GAR (Artikel 7(1) en (3) en sectie 1.2.4 van Annex V) | |
Main KPIs | ||||||||||||
Green asset ratio (GAR) stock | 220.061.428 | 0,41% | 0,17% | 74,2% | 62,8% | 25,8% | 158.909.912 | 0,22% | - | 91,6% | ||
Additional KPIs | ||||||||||||
GAR (flow) | 44.635.949 | 0,47% | 0% | 85,2% | 80,8% | 14,8% | - | 0,00% | - | 100,0% | ||
Trading book | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | ||
Financial guarantees | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | ||
Assets under management | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | ||
Fees and commissions income | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | ||
Waterbeheer is een materieel thema dat voortvloeit uit onze kredietverlening aan waterschappen en drinkwaterbedrijven. Er zijn behoorlijke uitdagingen bij de Nederlandse watervoorziening die investeringen vergen, waarbij onze kredietverlening een belangrijke rol speelt.
De eerste positieve impact van onze organisatie, op de verbetering van de oppervlaktewaterkwaliteit, komt voort uit de financiering van waterschappen. Door waterschappen te financieren dragen we bij aan de operaties en innovaties die de kwaliteit van het oppervlaktewater verbeteren. Waterschappen zuiveren afvalwater wat de kwaliteit van het oppervlakte water ten goede komt. Daarnaast werken waterschappen aan het behalen van de Kaderrichtlijn Water-doelstellingen. Zo'n 14% van de totale investeringsagenda van de waterschappen komt ten goede aan de waterkwaliteit. Ons streven is een marktaandeel van minimaal 90% in de financiering van waterschappen.
Ook dragen we bij aan de kwaliteit van het drinkwater door het financieren van drinkwaterbedrijven. Drinkwaterbedrijven zorgen voor betrouwbaar en een hoge kwaliteit drinkwater door het zuiveren van grond- en oppervlaktewater. We streven naar een marktaandeel van minimaal 33% in de financiering van de drinkwaterbedrijven. De omvang van onze kredietverlening aan de watersector wordt toegelicht bij de behandeling van de jaarresultaten.
Door de waterkwaliteit in brede zin te vatten in KPI's, laten we zien waar de Nederlandse waterkwaliteit knelt. Daar maakt onze financiering verschil.
We gaan hier in op ons beleid en onze maatregelen en doelen voor waterbeheer.
Voor schoon water en sanitair is een hoofdrol weggelegd voor waterschappen en drinkwaterbedrijven.
De kwaliteit van het oppervlaktewater laat in Nederland flink te wensen over. Geen van onze rivieren, sloten, meren, kanalen en beken voldoet nog aan de Kaderrichtlijn Water (KRW), die stelt dat al ons oppervlaktewater in 2027 gezond moet zijn. Om de KRW-doelstelling te halen, moet een waterlichaam voor elke parameter 'op groen staan', dat wil zeggen in de klasse 'goed' vallen. Is dat bij een of meer parameters niet het geval, dan verkeert het waterlichaam niet in een goede staat (one out, all out). De ecologische kwaliteit is dusdanig dat oppervlaktewateren niet aan de KRW-eisen voldoen. Wel laat de waterkwaliteit in 2025 een verbetering zien wat betreft chemische samenstelling.
Ook wat betreft drinkwater staat Nederland voor grote uitdagingen. Door onder andere bevolkingsgroei en klimaatverandering neemt de vraag naar drinkwater de komende jaren toe, terwijl de beschikbaarheid en kwaliteit van bronnen afneemt. De afname van drinkwaterbronnen is te wijten aan droogte en verzilting door klimaatverandering, de afname in kwaliteit aan de steeds grotere hoeveelheden medicijnresten, PFAS en andere chemische stoffen in het drinkwater. Dit is meegenomen als negatieve impact in de IRO, die op de langere termijn afneemt door onze financiering.
Duurzaam waterbeheer heeft onze volle aandacht. Ons beleid is om met competitieve financiering waterschappen en drinkwaterbedrijven in staat te stellen te investeren in voldoende water van goede kwaliteit, alhoewel we geen formeel beleidsstuk hanteren. Naast onze gebruikelijke financiering hebben we het Waterinnovatiefonds (WIF) opgericht om risicodragend kapitaal te verstrekken aan innovatieve projecten. Dergelijke financiering past niet binnen de risicobereidheid van NWB Bank zelf en daarom hebben we in samenspraak met onze aandeelhouders een zelfstandig fonds opgericht. Ook in de toekomst blijven we zoeken naar nieuwe financieringskansen om een bijdrage te leveren aan de verduurzaming van Nederland.
Door de financieringskosten voor waterschappen zo laag mogelijk te houden, waarbij we streven naar een marktaandeel van minimaal 90%, faciliteren wij de transitie om de waterkwaliteit te verbeteren. Daarnaast delen de waterschappen in de winst van NWB Bank bij de uitkering van dividend. Van onze kredietverlening gaat ongeveer 16% naar waterkwaliteit, op basis van de financieringsagenda van de waterschappen. Door de financieringskosten voor drinkwaterbedrijven laag te houden en passende financiering te verstrekken, dragen wij bij aan kwalitatief goed en voldoende beschikbaar drinkwater. We streven naar een marktaandeel van minimaal 33%. De CCLO is verantwoordelijk voor de implementatie van het beleid.
We gaan hier kort in op onze maatregelen voor drinkwater en oppervlaktewater, onderhevig aan de eerder behandelde afkadering van 'onze invloed'. Op dit moment zijn onze maatregelen een combinatie van actief financieren en engagement gericht op drinkwaterbedrijven en waterschappen. Deze maatregelen en actieplannen op waterkwaliteit en -beschikbaarheid zijn meer algemeen dan specifiek van aard. We hebben daarom ook geen concrete tijdspaden gekoppeld aan de maatregelen die we uitvoeren. Het effect van de maatregelen gaan we de komende jaren evalueren.
Wij proberen actief de omvang van de financiering te vergroten, tegen aantrekkelijke tarieven. We verwachten dat zo de positieve impact op de kwaliteit en de beschikbaarheid van drinkwater toeneemt. Om de drinkwatervoorziening voor de toekomst te waarborgen, verwachten de drinkwaterbedrijven de komende jaren een sterke stijging van noodzakelijke investeringen in de drinkwaterinfrastructuur en het natuurbeheer. Deze investeringen bekostigen zij met inkomsten uit de levering van drinkwater, maar ze trekken ook externe financiering aan, onder andere bij NWB Bank.
In 2020 lanceerden we het NWB Waterinnovatiefonds (WIF), waarmee we innovatieve projecten van waterschappen ondersteunen die breed toepasbaar zijn en bijdragen aan de verduurzaming van Nederland. Het WIF is een revolverend fonds, dat op afstand staat van NWB Bank, met een eigen bestuur en investment committee. Het WIF verstrekt risicodragend vermogen in de vorm van een lening. Het gaat altijd om cofinanciering: het fonds draagt maximaal 50% van het totaal benodigd risicodragend vermogen bij en minimaal een derde van het totaal benodigd risicodragend vermogen wordt door een of meerdere waterschappen ingebracht. De maximale financieringsbijdrage van het fonds bedraagt € 2 miljoen per aanvraag.
We gaan het gesprek aan met zowel de waterschappen en drinkwaterbedrijven als relevante stakeholders in hun directe omgeving, om de kwaliteit en beschikbaarheid van drinkwater en oppervlaktewater te verbeteren. De omvang en aanpak verschilt voor de twee sectoren.
Oppervlaktewater, en dan met name zijn gebrekkige kwaliteit, is een belangrijk dossier voor de waterschappen. We zetten in gesprekken met waterschappen in op de noodzaak om proactief de waterkwaliteit te verbeteren, omdat we op dit moment niet voldoen aan de vereisten van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Een aantal subdoelen voor chemische en ecologische waterkwaliteit wordt wel gehaald, maar versnipperd over locaties, waardoor de doelstelling buiten bereik blijft. De oorzaken waardoor de KRW-doelen niet gehaald worden, zijn divers en complex. Zo kan het zijn dat er hard gewerkt wordt aan ecologisch herstel, maar dat exoten als de Amerikaanse rivierkreeft dit werk tenietdoen.
We kijken in de klantbeoordelingen naar de zekerheid van de drinkwatervoorziening. Aan de hand van deze beoordelingen worden de kredietvoorwaarden voor deze klanten opgesteld en gaan we met ze in gesprek. Hierbij gebruiken we de kaart voor het zekerstellen van de drinkwatervoorziening van de vereniging van drinkwaterbedrijven Vewin. Om de financierbaarheid van drinkwaterbedrijven te vergroten, heeft het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat de gereguleerde maximale vermogenskostenvoet (WACC) voor de periode 2025-2027 verhoogd.
Komend jaar onderzoeken we alternatieve doelen in samenwerking met de waterschappen. Voor nu meten we de voortgang aan de hand van de onderstaande maatstaven en met 2023 als basisjaar.
Voor drink- en oppervlaktewater hebben we in ons ESG-transitieplan nog geen doelstelling geformuleerd, hier is ook geen concrete tijdslijn voor. Voor nu meten we de voortgang aan de hand van de onderstaande maatstaven met 2023 als basisjaar. De huidige kwaliteit voldoet en we streven geen directe verbetering na.
In de appendix beschrijven we de datakwaliteit en brongegevens voor de gerapporteerde maatstaven. Aanvullende informatie is onderdeel van het los beschikbaar gestelde ESG-impactrapport.
KPI's | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
Kwaliteit drinkwater | 99,8% | 99,9% |
Kwaliteit oppervlaktewater biologisch | 12,8% | 12,8% |
Kwaliteit oppervlaktewater chemisch | 4,9% | 0,7% |
Kwaliteit oppervlaktewater totaal | 0,0% | 0,0% |
De maatstaf voor kwaliteit drinkwater beoordeelt op nationaal niveau de kwaliteit van het drinkwater en is daarmee van toepassing op alle gefinancierde drinkwaterbedrijven. Het drinkwater in Nederland voldoet in 99,8% van de gevallen (2024: 99,9%) aan de normen van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). In 2025 werden slechts 1.081 van de meer dan 682.000 metingen als onvoldoende aangemerkt.
Voor de kwaliteit van het drinkwater gebruiken we informatie die direct afkomstig is van de drinkwaterbedrijven. De informatie is middels een proxy toegerekend waardoor sprake is van een bron van hoge meetonzekerheid.
De kwaliteit van het oppervlaktewater wordt zowel ecologisch als niet-ecologisch (biologisch en chemisch) getoetst aan de hand van het aandeel van de wateren dat voldoet aan de KRW-normen. Voor schoon water is een hoofdrol weggelegd voor waterschappen. In het kader van het materiële thema 'kwaliteit oppervlaktewater' kijken we daarbij naar de totale kwaliteit en specifiek naar de niet-ecologische factoren. De KRW gaat over de hoeveelheid vervuilende stoffen in het water, of er goede omstandigheden zijn voor een divers planten- en dierenleven, en over de hoeveelheid grondwater die geschikt is voor drinkwaterwinning. De totale kwaliteit is een combinatie hiervan. Als een van de indicatoren niet voldoet, is het totaal onvoldoende. De toets van het water wordt elk jaar uitgebreid met nieuwe chemische stoffen, hierdoor zijn de uitkomsten niet direct vergelijkbaar.
De kwaliteit van het oppervlaktewater chemisch is gestegen van 0,7% naar 4,9%. Dit komt voornamelijk door twee waterschappen.
Voor de mate waarin aan KRW-doelstellingen voldaan wordt en voor de kwaliteit van het oppervlaktewater gebruiken we informatie die direct afkomstig is van de waterschappen. Er is geen sprake van een bron van hoge meetonzekerheid.
Biodiversiteit en ecosystemen is een materieel thema dat gelinkt is aan onze kredietverlening aan drinkwaterbedrijven en overheden die een rol spelen in het beheer van de natuur in het landelijk gebied. De staat van de biodiversiteit en veel ecosystemen is in Nederland nog niet voldoende.
We constateren een negatieve impact op land-gebaseerde ecosystemen door de gebrekkige soortenrijkdom in de beheerde gebieden van klanten. Als publieke bank financieren we klanten die grote stukken (natuur-)gebied in beheer hebben. Op dit moment is het vaak slecht gesteld met de kwaliteit van de ecosystemen in dergelijke gebieden. Door onze financiering zijn wij hier medeverantwoordelijk voor.
Verbonden aan deze impact zien we kansen. Breder bewustzijn draagt bij aan de groei van de financieringsbehoefte van klanten door de noodzakelijke investeringen in het waarborgen van biodiversiteit, voornamelijk bij waterschappen, drinkwaterbedrijven en gemeenten.
Wij hebben een positieve impact op de kwaliteit van het ecosysteem van het oppervlaktewater en land-gebaseerde ecosystemen. Zo financieren we maatregelen van waterschappen om op termijn aan de KRW te voldoen. Als belangrijkste financier van de waterschappen maken wij zo de verbetering van de waterkwaliteit mede mogelijk. Daarnaast financieren we klanten die land-gebaseerde ecosystemen vergroten en verbeteren in hun beheerd beschermd natuurgebied. Onze financiering stelt klanten in staat om beschermd natuurgebied te beheren, te vergroten en te verbinden via groenblauwe dooradering. Met groenblauwe dooradering bedoelen we de groenstroken en kleine waterwegen in het landelijk gebied die dieren kunnen gebruiken om zich veilig te verplaatsen.
Door de staat van de biodiversiteit in brede zin en de door klanten beheerde gebieden te vatten in KPI's laten we zien waar de staat van de Nederlandse natuur knelt. Daar maakt onze financiering verschil. De omvang daarvan is uitgewerkt in het hoofdstuk De duurzame waterbank: resultaten in 2025 van dit jaarverslag. De CCLO is verantwoordelijk voor de kredietverlening.
We gaan hier in op ons beleid en onze maatregelen en doelen rondom het thema biodiversiteit en ecosystemen (bedrijfsspecifiek).
Voor ons gaat duurzaamheid verder dan alleen het klimaat. Onderdeel van ons duurzaamheidsbeleid is daarom het biodiversiteitsbeleid. Dit werken we verder uit in het ESG-transitieplan, waar biodiversiteitsverlies voorkomen en biodiversiteitsherstel bevorderen belangrijke speerpunten van zijn. De teloorgang van natuur voltrekt zich in hoog tempo en steeds sneller dreigen soorten uit te sterven, met alle nadelige gevolgen van dien. Biodiversiteit betreft alle soorten planten, dieren en micro-organismen, maar ook de enorme genetische variatie binnen die soorten en de variatie aan ecosystemen waarvan ze deel uitmaken. Als we niet snel actie ondernemen, kunnen tot wel een miljoen soorten verdwijnen. Veel sectoren van onze economie zijn afhankelijk van de variatie aan planten, dieren en insecten in de wereld. Voor toekomstige generaties is het dan ook cruciaal dat we volop investeren in behoud en herstel van de biodiversiteit.
Samen met ingenieursbureau Arcadis deden we in 2023 onderzoek naar passende doelen en databronnen voor het monitoren van de natuurimpact van onze kredietportefeuille. Een ambitie die hieruit voortkwam, is dat we richting 2030 het natuur- en biodiversiteitsverlies in door klanten beheerde gebieden willen tegengaan en willen werken aan herstel. Het streven is dat in 2050 onze kredietportefeuille in balans is met de natuur, in lijn met de doelstelling van het Kunming-Montreal-protocol, waarbij we het concept 'in balans met de natuur' nog nader moeten definiëren. We volgen de internationale ontwikkelingen op de voet. Op dit moment behelst dit protocol in ieder geval biodiversiteitsverlies stoppen vóór 2030 en het herstel van ecosystemen wereldwijd in de loop naar 2050.
We zien de impact van de klant als de indirecte impact van onze organisatie. Deze mitigeren we, of vergroten we juist, door in gesprek te gaan met klanten en hen te motiveren. Door aan engagement te doen met relevante klanten en sectorpartijen zetten we biodiversiteit op de agenda en stimuleren we klanten om concrete beleidsstukken op te stellen die biodiversiteit in hun beheerde gebied of hun impact adresseren. Onze directie is eindverantwoordelijk voor ons biodiversiteitsbeleid.
Naast het ecosysteemgedeelte vinden we ook de soortenrijkdom van dieren en planten in het beheerde gebied erg belangrijk. Samen met Het PON & Telos kijken we naar manieren om de soortenrijkdom te kwantificeren en te monitoren voor het natuurgebied waarop onze waardeketen zich richt. Volgend jaar verwachten we hiervoor een maatstaf te rapporteren.
In 2025 hebben we een bankbrede training verzorgd op het gebied van biodiversiteit.
Drinkwaterbedrijven hebben veel baat bij het behoud en herstel van biodiversiteit. Een aantal drinkwaterbedrijven beheert zelf natuurgebieden, omdat zij voor de waterwinning afhankelijk zijn van natuurlijke ecosystemen die beschermd moeten worden. We vinden het belangrijk dat drinkwaterbedrijven beleid hebben voor natuur en biodiversiteit, met maatregelen waaronder groenblauwe dooradering.
Door financieringskosten voor drinkwaterbedrijven en decentrale overheden (DCO’s) laag te houden (marktaandeel > 30%; voorwaarde opgenomen in SLL met decentrale overheden), faciliteren wij de transitie van de groenblauwe dooradering. Voor het behoud en herstel van biodiversiteit is het belangrijk om natuurgebieden met elkaar te verbinden, wat de leefgebieden van planten en dieren vergroot.
De kwaliteit van het oppervlaktewater laat flink te wensen over. Geen van de oppervlaktewateren voldoet nog aan de normen van de Kaderrichtlijn Water (KRW), die stelt dat ze schoon en gezond moeten zijn in 2027. De KRW gaat over alle aspecten van water: chemie (vervuilende stoffen in het water), ecologie (goede omstandigheden voor een divers planten- en dierenleven) en voor grondwater ook over de hoeveelheid en geschiktheid voor drinkwaterwinning. De waterschappen krijgen de laagst mogelijke financieringskosten van al onze klantgroepen. Het marktaandeel van NWB Bank bij de waterschappen ligt boven de 90%. Door middel van de kredietverlening aan waterschappen faciliteren wij de transitie om de waterkwaliteit te verbeteren. Daarnaast delen de waterschappen in onze winst bij de uitkering van dividend.
Voor biodiversiteit richten we ons wat maatregelen betreft vooral op gesprekken met klanten over gedegen biodiversiteitsbeleid en het ondersteunen en activeren van sectorinitiatieven. Overeenkomstig onze doelen committeren we ons aan tijdslijnen voor bijvoorbeeld het vaststellen van biodiversiteits-actieplannen door onze klanten (zie ook de paragraaf 'doelstellingen en maatstaven'). Bredere initiatieven, zoals onze activiteiten binnen de financiële sector, zijn van algemene aard en niet gebonden aan specifieke tijdslijnen. Met de algemene maatregelen willen we klanten stimuleren. We voeren voornamelijk gesprekken met ze in het kader van engagement. Het effect van de maatregelen gaan we de komende jaren evalueren.
Als onderdeel van ons streven naar een duurzame toekomst ondertekenden we in 2020 de Finance for Biodiversity Pledge, een initiatief van financiële instellingen om biodiversiteit te ondersteunen en natuurverlies tegen te gaan. Samen met ruim 190 andere financiële instellingen committeerden we ons daaraan. Concreet beloven we om onze impact op biodiversiteit in kaart te brengen, daaraan doelen te koppelen en daarover publiekelijk te rapporteren. Daarnaast zijn we betrokken bij de Agenda Natuurinclusief, een initiatief om tot een natuurinclusieve Nederlandse samenleving te komen in 2050, geïnitieerd door het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (nu Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN)).
Om binnen de financiële sector het belang van biodiversiteit breder te adresseren, is ons in 2018 gevraagd een werkgroep Biodiversiteit op te zetten als onderdeel van het Platform voor Duurzame Financiering van De Nederlandsche Bank. We zijn sponsor van deze werkgroep die bestaat uit vertegenwoordigers van verzekeraars, assetmanagers, pensioenuitvoerders en andere banken. De werkgroep wordt gesponsord door onze directievoorzitter en voorgezeten door onze sustainability officer. We zijn daarnaast voorzitter van de Werkgroep Natuur van de Nederlandse Vereniging van Banken waar we samen met andere banken werken aan het in kaart brengen van aan waterkwaliteit gerelateerde financiële risico's. Tot slot zijn we ook domeinleider financiële sector van de Agenda natuurinclusief, die zich richt op een natuurinclusief Nederland, een initatief van het Ministerie van LVVN.
Met het oog op ons ESG-transitieplan voeren we gesprekken met onze klanten, waarbij we niet nalaten het onderwerp biodiversiteit aan te snijden. Onderdeel van deze gesprekken is het adresseren van ons doel dat relevante klanten in 2030 een natuur- en biodiversiteitsbeleid hebben. Tussen 2025 en 2028 analyseren we stapsgewijs hun biodiversiteits- en natuurdoelstellingen, waarbij we bepalen of deze in lijn zijn met het Kunming-Montreal-akkoord. In 2025 hebben we een analyse gedaan van de plannen van drinkwaterbedrijven en waterschappen. We zijn met de biodiversiteitsexperts van de waterschappen in gesprek gegaan om groenblauwe dooradering bij waterschappen beter in kaart te kunnen brengen. Dit heeft ertoe geleid dat dit datapunt aankomend jaar door de waterschappen gerapporteerd zal worden, waardoor wij er beter op kunnen sturen. Dit is een goed voorbeeld van hoe wij met onze klanten samenwerken en van engagement dat tot concrete resultaten leidt.
Met de sponsoring van Future Dikes dragen wij daarnaast bij aan de ontwikkeling van een kansenscan voor kruiderijkgrasland voor dijken, wat potentieel bijdraagt aan het verbeteren van ecosystemen.
In 2025 zijn in vier sustainability linked loans doelstellingen met betrekking tot biodiversiteit en ecosystemen opgenomen (2024: 0). Door middel van de afspraken zetten onze klanten bijvoorbeeld erop in om infrastructuur of vastgoed natuurvriendelijk te ontwikkelen of renoveren, of nemen ze actieve maatregelen om knelpunten voor biodiversiteit weg te nemen. Dit draagt bij aan het verbeteren van ecosystemen, het verminderen van negatieve impacts, en is een manier waarop we kansen realiseren.
Onze doelstelling voor groenblauwe dooradering is 5% in de door onze klanten beheerde gebieden in 2030 en 10% in 2050. We hanteren deze doelstelling voor gemeenten. De percentages zijn afgeleid van de doelstelling uit het 'aanvalsplan landschap' van het deltaplan biodiversiteitsherstel, waarbij de huidige stand de eerste doelwaarde overtreft. Omdat het een nieuwe indicator is, is de basiswaarde geijkt op 2023 (5,6%). Hierbij tekenen we aan dat deze verbetering onder druk staat, onder meer door het stopzetten van het Nationaal Programma Landelijk Gebied. Het overtreffen van de eerste doelwaarde biedt dus geen garanties voor de toekomst. Ook is er naar 2050 nog een lange weg te gaan. Afstemming van deze doelstelling met de stakeholders heeft nog niet plaatsgevonden. Het verbeteren van de groenblauwe dooradering vormt een solide basis voor het behouden en vergroten van de biodiversiteit in Nederland. Hiermee draagt de doelstelling bij aan het in balans brengen van de portefeuille met de natuur (beleid).
Voor de KRW-doelstelling (ecologisch) en beheerd beschermd natuurgebied hebben we nog geen concrete doelstellingen geformuleerd. We toetsen de effectiviteit van onze maatregelen op dit moment aan de hand van de uitkomsten van de KPI's.
In de appendix beschrijven we de datakwaliteit en brongegevens. Aanvullende informatie is onderdeel van het los beschikbaar gestelde ESG-impactrapport.
Zoals bij ons waterthema omschreven, gaat de KRW-maatstaf over de kwaliteit van het door waterschappen beheerde oppervlaktewater in een aantal subcategorieën. Voor het thema 'biodiversiteit en ecosystemen' kijken we specifiek naar de mate waarin aan de ecologische eisen voldaan is. Dit betreft het waarborgen van goede omstandigheden voor een divers planten- en dierenleven. De sector hanteert hiervoor de doelstelling dat in 2027 alle wateren voldoen, al lijkt dit vooralsnog niet haalbaar.
We rapporteren het aandeel van het beheerde natuurgebied dat een beschermde status heeft. Om van het beheerd beschermd natuurgebied de omvang te bepalen, maken we gebruik van indirecte informatie: kaarten die in het publieke domein beschikbaar zijn. Aangezien dit kaarten van hoge kwaliteit zijn en de omvang van het beheerd natuurgebied slechts beperkt varieert van jaar op jaar, is dit geen bron van hoge meetonzekerheid.
Om de groenblauwe dooradering te bepalen, maken we gebruik van indirecte informatie over de waardeketen. Het kaartmateriaal voor de berekeningen is verbeterd, maar loopt achter op de daadwerkelijke situatie. Dit is een bron van meetonzekerheid. In 2026 verwachten we beter materiaal tot onze beschikking te hebben, wat de onzekerheid verder gaat beperken. Doordat een andere methodiek is gebruikt, zijn de uitkomsten van 2025 niet goed te vergelijken met 2024. Het was niet mogelijk om de uitkomsten 2024 op basis van het verbeterde kaartmateriaal te herberekenen.
Sociale huisvesting is een materieel thema dat voortvloeit uit onze kredietverlening aan woningcorporaties. Naar omvang is dit de grootste klantgroep in de kredietportefeuille. Wij maken impact door gunstige en passende financiering te verstrekken aan woningcorporaties. Met deze financiering doen woningcorporaties uitgaven die bijdragen aan het aantal en de kwaliteit van woningen. De omvang daarvan is uitgewerkt in het directieverslag. Het streven is een marktaandeel van minimaal 33% in de kredietverlening aan woningcorporaties. De CCLO is verantwoordelijk voor de kredietverstrekking.
We zien positieve impacts rond de staat van de woningvoorraad. Door een gebrek aan sociale huurwoningen moeten veel Nederlanders lang wachten op gepaste woonruimte. Wij hebben een positieve impact op het gebrek aan woonruimte door de financiering van woningcorporaties en hun bouwwerkzaamheden.
Door woningcorporaties te financieren dragen wij bij aan hun ambitie om zoveel mogelijk gepaste woningen te realiseren. Woningcorporaties besteden jaarlijks 52% van hun investeringen aan nieuwbouwwoningen.
Tot slot hebben we een positieve impact op de kwaliteit van woonruimte door de financiering van woningcorporaties. De kwaliteit van sociale huurwoningen stelt mensen in staat goed te wonen en goed te leven. Onze financiering aan woningcorporaties maakt dit mede mogelijk. Woningcorporaties besteden jaarlijks zo'n 38% van hun investeringen aan verduurzaming en verbetering van hun woningen.
We monitoren de impact die onze financiering heeft door te kijken naar de bijdrage van gefinancierde corporaties aan zowel de omvang als de kwaliteit van de woningvoorraad. De corporatiesector is een belangrijk onderdeel van onze kredietportefeuille. We verstrekken alleen kredieten aan deze klantgroep als die worden geborgd door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw.
We gaan hier in op ons beleid en onze maatregelen en doelen rondom het thema sociale huisvesting (bedrijfsspecifiek).
Woningcorporaties zorgen voor beschikbaarheid en betaalbaarheid van voldoende sociale huurwoningen voor mensen die deze nodig hebben. Samen beheren ze ruim 2,3 miljoen huurwoningen, waarin vier miljoen mensen wonen. Dat is 28% van de Nederlandse woningvoorraad. Vanwege de omvang van hun woningvoorraad en hun maatschappelijke opdracht wordt van woningcorporaties een voortrekkersrol verwacht in de verduurzaming.
Door afschaffing van de verhuurdersheffing per 1 januari 2023 is er bij woningcorporaties jaarlijks circa € 1,7 miljard aan extra investeringsruimte vrijgekomen. Daartegenover staan bindende Nationale Prestatieafspraken tussen de sector, gemeenten, de Woonbond en het Rijk. Naast de verdubbeling van de bouwproductie van sociale huurwoningen omvatten deze afspraken ook vergaande verduurzaming van meer dan 675.000 sociale huurwoningen. Dat vereist grote investeringen. De verwachting is dat woningcorporaties de komende jaren meer gaan lenen vanwege de verduurzamingsopgave en woningtekorten in ons land en de investeringen die hiermee gemoeid zijn. Door financieringskosten voor woningcorporaties laag te houden en een marktaandeel van minimaal 33% na te streven, faciliteren wij de mogelijkheid om in elk geval vanaf 2029 30.000 nieuwe woningen per jaar te bouwen tot 2035. In aanvulling hierop financieren we de aanleg van warmtenetten met als doel een jaar op jaar nominale groei van de uitstaande kredietportefeuille warmtenetten. Hiermee dragen we bij aan het doel dat eind 2028 geen enkele huurwoning nog een EFG-label mag hebben, met uitzondering van onder andere monumenten en woningen met een tijdelijk gebruik.
Met voordelige financiering willen wij de socialewoningcorporaties ondersteunen in het beschikbaar stellen van kwalitatief goede woningen aan de kerndoelgroep. Daarbij hanteren we geen formeel beleid op de impact die deze financiering heeft op de eindgebruikers. We hebben geen formeel beleid, omdat het tot onze statutaire taak behoort om woningcorporaties van financiering te voorzien. Dit beperkt onze ruimte om aanvullende eisen te hanteren of beleidsmaatregelen te treffen. Alhoewel niet geformaliseerd als beleid, hanteren we wel doelstellingen en handelen we om onze positieve impact te vergroten en te waarborgen. De voortgang monitoren we met onze vier impact-KPI's en in nauw contact met de sector.
Onze maatregelen bestaan uit engagement en de financieringskeuzes die we maken. Hiermee dragen we bij aan het verkorten van wachtlijsten en het beschikbaar maken van meer en kwalitatief goede sociale huurwoningen.
We financieren bepaalde activiteiten wel of niet en passen sinds kort positieve beprijzing toe. Onze IRO's richten zich alleen op de DAEB-activiteiten; de delen van de operatie van woningbouwcorporaties die als 'sociaal' gedefinieerd zijn. Daarnaast bieden we in het kader van SLL's kortingen aan voor het behalen van bepaalde doelstellingen. Alle maatregelen hebben betrekking op de financiering van de corporatiesector en beïnvloeden hun (potentiële) huurders. De maatregelen lopen door voor onbepaalde tijd.
Onder de sectie 'onze invloed' gaan we verder in op hoe wij met onze maatregelen bijdragen aan de materiële onderwerpen. We willen onze klanten stimuleren om bij te dragen aan de doelstellingen, maar directe invloed hebben we niet. Het effect van de maatregelen gaan we de komende jaren evalueren.
In 2025 zijn in tien sustainability linked loans doelstellingen met betrekking tot sociale huisvesting opgenomen (2024: 5). Het is een veelgebruikt thema om prestatieafspraken over te maken. Door middel van de afspraken zetten onze klanten erop in om specifieke doelgroepen te huisvesten, of bijvoorbeeld de leefbaarheid van woningen en wijken van een extra impuls te voorzien.
Wij financieren alleen dat deel van de schuld van woningcorporaties dat onder de borging van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw valt. Dit zijn de DAEB-activiteiten: diensten van algemeen economisch belang. Het verzekert ons ervan dat al onze kredietverlening aan woningcorporaties bijdraagt aan het creëren van maatschappelijke meerwaarde. Woningcorporaties zorgen voor goede en betaalbare sociale woningen voor mensen die deze nodig hebben. In veel gevallen gaat het om huishoudens met een bescheiden inkomen. Verder hebben corporaties bijzondere aandacht voor mensen die door een sociale, medische of psychische oorzaak geen woonruimte kunnen vinden en voor statushouders.
Het schrijnende tekort aan betaalbare woningen zal niemand onbekend zijn. Om het tekort aan woningen aan te pakken, hebben de woningcorporaties in hun prestatieafspraken het doel vastgelegd om vanaf 2029 ten minste 30.000 nieuwe woningen per jaar te bouwen, naar een totaal van 180.000 in 2035. We kijken op jaarbasis of aan deze bouwopgave voldaan wordt. Het bouwtempo zal de komende jaren flink omhoog moeten om het doel te halen.
Naast het voorzien in voldoende woningen is de kwaliteit van de woningen van groot belang voor de (potentiële) huurders. Achterstallig onderhoud is een uitdaging, maar er zijn ook grote uitdagingen op het gebied van verduurzaming. In ons klimaatbeleid bespreken we het verbruik- en uitstootprobleem. Bij verduurzaming speelt daarnaast een sociaal probleem. Er is sprake van toenemende energiearmoede en ook duurzamere woningen moeten betaalbaar blijven voor mensen met beperkte financiële middelen. Met ons beleid dragen we bij aan het doel dat eind 2028 geen enkele huurwoning nog een EFG-label mag hebben, met uitzondering van onder andere monumenten en woningen met een tijdelijk gebruik. Wij sluiten aan bij dit doel dat de corporaties in hun prestatie-afspraken hebben vastgelegd.
We hanteren deze doelstellingen voor alle woningcorporaties die klant bij ons zijn, met 2023 als basisjaar (toename sociale huurwoningen: 7.300, EFG-labels: 9,3%). We hebben stakeholders niet geraadpleegd over deze doelen, aangezien we aansluiten bij bestaande afspraken of wettelijke kaders. In 2024, twee jaar na ondertekening van de Nationale Prestatieafspraken 2022, zijn de afspraken opnieuw bekeken en waar nodig aangepast. Aan de doelstellingen hebben we geen beleid gekoppeld.
Voor toewijzing van sociale huurwoningen en uitgaven van woningcorporaties aan onderhoud, leefbaarheid en energie hebben we nog geen concrete doelstellingen geformuleerd. We toetsen de effectiviteit van onze maatregelen op dit moment aan de hand van de uitkomsten van de KPI's.
KPI's | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
Toename sociale huurwoningen | 7.890 | 5.832 |
Toewijzing sociale huurwoningen | 65,7% | 67,0% |
Uitgaven woningcorporaties aan onderhoud, leefbaarheid en energie | 9.7 mld | 7.9 mld |
EFG-labels | 6,0% | 7,0% |
Voor de maatstaven omtrent onze sociale impact gebruiken we informatie die direct afkomstig is van woningcorporaties; daarom is dit geen bron van hoge meetonzekerheid. In bovenstaande gevallen lopen de gerapporteerde data één jaar achter bij het meest recente boekjaar. In de appendix beschrijven we de datakwaliteit en brongegevens per indicator. We voeren gesprekken met koepelorganisatie Aedes om de levering van informatie te bespoedigen. Naar verwachting kunnen we binnen enkele jaren deze bron van meetonzekerheid wegnemen. Aanvullende informatie is onderdeel van het los beschikbaar gestelde ESG-impactrapport.
De indicator 'toename sociale huurwoningen' hanteren we voor de beschikbaarheid van sociale huurwoningen. Lange wachtlijsten voor sociale huurwoningen zijn in Nederland inmiddels gemeengoed geworden. Terwijl de vraag toeneemt, lukt het nog maar mondjesmaat om de grote bouwopgave te realiseren. Lange bestemmingsplanprocedures, tekort aan beschikbare bouwgrond en gestegen bouwkosten spelen hierbij een rol. In 2025 nam de hoeveelheid woningen in handen van door ons gefinancierde corporaties toe met 7890 woningen (2024: 5832 woningen).
De indicator 'toewijzing sociale huurwoningen' hanteren we voor de doelgerichtheid rond het toewijzen van de beschikbare sociale huurwoningen. Om onze impact vast te stellen, kijken we naar het aantal toewijzingen per jaar van huurwoningen binnen de inkomensgrenzen van de door ons gefinancierde woningcorporaties. De belangrijkste doelgroep van woningcorporaties vormen huishoudens met een inkomen beneden de DAEB-inkomensgrens. Voor eenpersoonshuishoudens ligt deze grens op € 46.669 per jaar per 1 januari 2025. Voor meerpersoonshuishoudens is die € 54.847 per jaar per 1 januari 2025.
Waar in eerdere jaren circa 80% van de beschikbare woningen aan de primaire doelgroep werd toegewezen, wordt in regionale afspraken vaak een richtlijn van 70/30 gehanteerd. Met de huidige percentages van 66% (2025) en 67% (2024) zitten de corporaties dichter bij de gewenste toewijzingsverhouding.
De indicator 'uitgaven corporaties aan onderhoud, leefbaarheid en energie' hanteren we voor de kwaliteit van sociale huurwoningen. Woningcorporaties investeren steeds meer in onderhoud, leefbaarheid en energie. Zeker de toename in bestedingen aan leefbaarheid en energiezuinigheid of zelfs -opwekking is een goede graadmeter voor kwaliteitsverbetering. Onder leefbaarheid valt voornamelijk woning- en omgevingsverbetering. Energie betreft onder meer investeringen in zonnepanelen. In totaal stegen investeringen 17,7% in de periode 2023-2024 (2022-2023: 7,3%). De stijging komt voornamelijk door toegenomen bouwkosten, maar niettemin betreft het ook uitgaven aan onderhoud, leefbaarheid en energie. Onze verwachting voor 2025 is een verdere stijging, op basis van de driejaars-gemiddelde toename, inflatie en de noodzakelijke investeringen.
De indicator 'EFG-labels' hanteren we voor de kwaliteit van sociale huurwoningen. De aanwezigheid van een E-, F- of G-label is een goede indicator voor de energiezuinigheid van een woning, met een grote invloed op mogelijke energiearmoede en het wooncomfort van huurders. Na 2028 moeten corporaties huurkortingen geven op woningen met deze labels. Tussen 2024 en 2025 is een grote afname in het aantal EFG-labels in de woningvoorraad van de corporaties opgetreden van meer dan 10%. Het percentage woningen met een E-, F of G-label is daarmee op 6% beland (2024: 7%).
We kunnen onze rol in de financiering van de Nederlandse publieke sector alleen vervullen als we daartoe als organisatie goed zijn geëquipeerd. Dit is het fundament van onze strategie. Onze medewerkers zijn gemotiveerd en gekwalificeerd om op hun eigen manier het publiek belang te dienen. Met het oog op duurzaamheid en maatschappelijke betrokkenheid geven we als organisatie het goede voorbeeld.
De kracht van onze organisatie zit voor een belangrijk deel in de compacte en overzichtelijke organisatiestructuur. Hoewel we ook afgelopen jaar flink zijn gegroeid, van 145 interne medewerkers eind 2024 naar 172 interne medewerkers eind 2025, houden we zo veel mogelijk vast aan onze compacte organisatiestructuur en open cultuur.
We hebben een positieve impact via ons beleid ten aanzien van gendergelijkheid, arbeidsvoorwaarden en performance & development. Als werkgever heeft NWB Bank ook een plicht om gendergelijkheid te waarborgen voor zijn medewerkers. Het beleid en de resultaten van de organisatie op het gebied van gendergelijkheid hebben een positieve impact op de werknemers. Ook biedt de bank goede arbeidsvoorwaarden zoals de cao, medezeggenschap en klachtenmechanismen. Door goede arbeidsvoorwaarden te bieden aan de medewerkers heeft de organisatie een positieve impact op haar werknemers. Tot slot bevorderen we de ontwikkeling van werknemers door begeleiding te bieden in performance & development. Een mogelijk negatieve impact van de organisatie op de werkomstandigheden van de werknemers kan zich uiten in het ziekteverzuim, ziekteverzuim kent echter meerdere factoren.
De afgelopen jaren heeft de organisatie, net als andere bedrijven in Nederland, te maken gehad met een wat hoger ziekteverzuim, inmiddels is het ziekteverzuim gedaald tot binnen onze doelstelling van maximum verzuimpercentage.
Tot slot identificeren we een risico rond de compacte vorm van de organisatie. Om key-person-risico te mitigeren is het van belang toe te zien op het voldoende aantrekken en behouden van medewerkers die nodig zijn voor het bankbedrijf. De afhankelijkheid die de organisatie heeft van haar hoog opgeleide werknemers is een potentieel financieel risico. Mogelijk vertrek en het aantrekken en inwerken van nieuw personeel brengt namelijk kosten met zich mee.
Om het fundament van onze strategie te borgen is het belangrijk om de risico's, kansen en impacts op de eigen werknemers te monitoren. Hiervoor hebben we per materiële IRO een of meerdere KPI's ingericht.
We hebben veel aandacht voor het welzijn van het personeel en ontwikkeling van de kennis en vaardigheden. Ons beleid, onze maatregelen en onze doelen en maatstaven lichten we hier nader toe. Het beleid richt zich primair op het eigen personeel en niet op de externe medewerkers. Tot het eigen personeel rekenen we de fulltime- en parttime medewerkers.
Wat betreft beleid richten we ons op welzijn, ontwikkeling en een gezonde en sociale werkomgeving. De afdeling HR is binnen de bank verantwoordelijk voor het personeelsbeleid, waar de hieronder genoemde aandachtsgebieden onderdeel van uitmaken. Zij stellen ook de doelstellingen voor en monitoren resultaten. De afdeling valt onder de CEO, die daarmee de eindverantwoordelijkheid draagt.
We zetten ons in om de mentale en fysieke gezondheid van onze medewerkers te bevorderen, een veilige omgeving te bieden en gezond gedrag te stimuleren. Zo wordt verzuim preventief gemitigeerd om de negatieve impact op medewerkers en organisatie te beperken. Door het relatief beperkte personeelsbestand hebben individuele casussen naar verhouding een groot effect. Ons beleid bundelt alle maatregelen om een gezonde en veilige werkplek te garanderen. We krijgen ondersteuning op het gebied van gezondheid en veiligheid van een externe arbodienst. Hierdoor kunnen we goed onderbouwd verzuimadvies en re-integratiebegeleiding bieden. De Wet verbetering poortwachter (Wvp) dient als leidraad. Alle medewerkers kunnen preventief en anoniem op spreekuur bij de bedrijfsarts. Bovendien bieden we periodiek de mogelijkheid om op vrijwillige basis een preventief medisch onderzoek te laten uitvoeren. Hoewel ongelukken op de werkvloer in een kantoorbedrijf minder evident zijn, beschikken we uiteraard over een bhv-organisatie. De preventiemedewerker (medewerker HR) monitort het ziekteverzuim per kwartaal.
Onze maatregelen richten zich op bewustzijn en ondersteuning. We hebben meegedaan aan de Nationale Vitaliteitsweek 2025, waarin medewerkers meerdere masterclasses en e-learnings konden volgen op het gebied van veerkracht, focus, leefstijl, werk-privébalans en energiemanagement.
Daarnaast is er aandacht voor mentaal welzijn en gaan managers met regelmaat met hun medewerkers in gesprek. Daar waar het de ontwikkeling of de persoonlijke situatie betreft, bieden we de mogelijkheid om een ontwikkel- en/of coachingtraject te volgen. We hebben een preventiemedewerker, die op constante basis werkt aan het creëren van een gezonde werkomgeving om welzijn te bevorderen en stress te verminderen. Met deze activiteiten dragen we proactief bij aan de gezondheid van onze medewerkers.
We stimuleren onze medewerkers om hun kennis en vaardigheden te ontwikkelen, zodat zij optimaal kunnen bijdragen aan het realiseren van onze strategische doelen. Hiervoor is een opleidingsbudget beschikbaar, een formeel beleid is niet aanwezig. De personeelsontwikkeling zorgt voor positieve impact. Managers en medewerkers zijn regelmatig samen in gesprek over hun doelstellingen, rekening houdend met de kerncompetenties van de organisatie en de competenties die nodig zijn voor de uitvoering van de functie.
Een belangrijke maatregel die we getroffen hebben, is het herzien van de prestatiemanagementcyclus, die in 2024 van start ging. De herziene cyclus bestaat uit een kick-off, minimaal twee catch-up-gesprekken en een eindejaarsevaluatie. Deze stelt de medewerker centraal en richt de aandacht op feedback vragen en ontvangen van directe collega’s.
Daarnaast maken wij gebruik van HR-instrumenten als strategische personeelsplanning (SPP) en talentmanagement (9 box grid). Deze instrumenten geven inzicht in de langetermijnbehoeften van de organisatie en het ontwikkelingspotentieel van medewerkers, wat helpt bij het managen en ontwikkelen van talent binnen de organisatie.
Ons beloningsbeleid is gericht op het aantrekken en behouden van gekwalificeerd en deskundig personeel en weerspiegelt de maatschappelijke rol die wij hebben als bank van en voor de publieke sector. Dit vereist een gematigd en helder beloningsbeleid dat past bij onze strategie, ons risicoprofiel en onze risicobereidheid. We houden ons aan de collectieve arbeidsovereenkomst voor de banksector en voldoen aan de nationale en internationale wet- en regelgeving. Het beleid is onverkort van toepassing op alle medewerkers, ongeacht functie, geslacht en niveau. We geven gelijke beloning aan medewerkers die in vergelijkbare functies werken. Aandacht voor gelijke beloning voor medewerkers werkzaam in vergelijkbare functies blijft belangrijk. Om transparantie en gelijke beloning te bevorderen hebben we in 2025 als maatregel een functiehuis ingericht.
Het beloningsbeleid van de directie wordt toegelicht in het remuneratierapport in de governance-paragraaf van het directieverslag.
De cao en het klachtenmanagement van de organisatie hebben betrekking op de arbeidsvoorwaarden die we voor de werknemers creëeren. Dit is integraal beleid, waarnaast recent geen losse maatregelen getroffen zijn.
In de cao voor het Nederlandse bankwezen staan aanvullende afspraken om medewerkers te beschermen en afspraken over ziekte, werkloosheid, arbeidsongeschiktheid, ouderschapsverlof en pensioen. Medewerkers kunnen extra verlof kopen en er is een speciale regeling voor onbetaald verlof. Met de cao en de naleving van de Nederlandse wet- en regelgeving voldoet NWB Bank aan de regelgeving rond mensenrechten. De cao heeft een positieve impact op de arbeidsvoorwaarden.
Wij willen een moderne werkgever zijn die medewerkers toelaat om hybride te werken, met uitzondering van degenen die betrokken zijn bij operationele transactieprocessen. We hebben een hybride werkregeling, die optimale werkprestaties mogelijk maakt door een combinatie van werken op kantoor en vanuit huis. Bovendien optimaliseren we de organisatie van de werkweek qua activiteiten en overlegstructuren. Medewerkers kunnen gebruikmaken van (bijzondere) verlofregelingen voor hun persoonlijke situatie, zoals de wettelijke ouderschapsverlofregelingen. Ons pand is goed bereikbaar voor mensen met een handicap.
Als medewerkers onverhoopt misstanden signaleren, kunnen zij terecht bij een externe vertrouwenspersoon. Een formele klacht over ongewenst gedrag kan een medewerker indienen bij onze externe klachtencommissie. Ook hebben wij een klokkenluidersregeling, die medewerkers in staat stelt zonder gevaar voor hun rechtspositie een vermeende misstand te melden.
In ons beleid ongewenst gedrag, dat in 2024 is herzien, hebben we verankerd dat we geen ongewenst gedrag tolereren. Een medewerker die op enigerlei wijze slachtoffer is van ongewenste omgangsvormen kan intern melding maken bij de leidinggevende of HR, onze externe vertrouwenspersoon benaderen of een klacht indienen bij een onafhankelijke externe commissie, waarna zij zorgdragen voor afhandeling van de klacht. Dit kan bijvoorbeeld gaan om zaken als discriminatie en pesten. Klachten hebben ook een risico van reputatieschade. De directie bewaakt de regeling ongewenst gedrag.
Op intranet zijn de klokkenluidersregeling en de regeling ongewenst gedrag beschikbaar voor de medewerkers, met een zorgvuldige uitleg over het proces. De afdeling Compliance verwerkt de meldingen vanuit de klokkenluidersregeling.
Wij hebben als significante bank een grote verantwoordelijkheid naar klanten en het financieel bestel. Tegelijkertijd is de omvang van het personeelsbestand enigszins beperkt, met 172 werknemers eind 2025. Een relatief beperkte groep medewerkers met vrij belangrijke (operationele) verantwoordelijkheden kan leiden tot key person risk, waarbij de uitval van specifieke werknemers behoorlijke operationele gevolgen kan hebben. Om dit risico te mitigeren brengen we het key person risk in beeld en treffen we maatregelen.
Key person risk kan leiden tot verhoogde (operationele) risico's, hogere kosten of verliezen dan wel reputatieschade. Met het key-person-risk-beleid beheren en monitoren we dit risico met als doel om key person risk te mitigeren. Per afdeling is key person risk geïnventariseerd. Er zijn vier kwalificaties die het niveau van key person risk duiden:
Low: geen reden tot bezorgdheid, geen mitigerende maatregelen nodig;
Medium: enige reden tot bezorgdheid, mitigerende maatregelen nodig binnen zes maanden;
High: reden tot bezorgdheid, mitigerende maatregelen nodig binnen drie maanden;
Critical: ernstige reden tot bezorgdheid, onmiddellijke mitigerende maatregelen nodig.
Als maatregel om key person risk te mitigeren leggen we processen vast in werkomschrijvingen en handleidingen en werven we personeel om kritieke afhankelijkheden te beperken. Het onderwerp key person risk is als bedrijfsspecifiek meegenomen.
Met verschillende onderzoeken en overleggen houden wij een vinger aan de pols.
Om feedback van medewerkers te verkrijgen, voeren wij medewerkerstevredenheids- en werkbelevingsonderzoek uit. Dit onderzoek richt zich op de ervaringen van medewerkers met hun werk en de organisatie. Medewerkers vullen een vragenlijst in over verschillende onderwerpen, zoals tevredenheid, betrokkenheid, invloed, werkdruk en veiligheid. De resultaten van het onderzoek bespreken we intern en we maken een actieplan om de situatie waar nodig te verbeteren. In 2025 heeft zo'n onderzoek plaatsgevonden.
Het officiële overlegorgaan tussen directie en medewerkers is de ondernemingsraad (OR). Het afgelopen jaar voerde de directie vier keer formeel overleg met de OR. Er werd gesproken over onder andere de pensioenregeling, medewerkerstevredenheidsonderzoek, organisatiewijzigingen, functiehuis en huisvesting. Bij de vergaderingen sluiten twee keer per jaar leden van de raad van commissarissen aan. Per kwartaal vindt met de OR een bespreking plaats over de HR-performance, onder andere over het ziekteverzuim. Hierbij worden de werkelijke cijfers afgezet tegen de targets. De OR kan dan advies geven.
Voor de maatstaven omtrent het eigen personeel hebben we enkel gebruikgemaakt van informatie binnen onze organisatie. Er is daardoor ook geen sprake van een bron van hoge meetonzekerheid, aangezien data direct uit onze systemen voortkomen en vrij zijn van aannames. Op de IRO's rond performance & development, arbeidsvoorwaarden, key person risk en klachten hanteren we geen formele doelstellingen, maar monitoren we de ontwikkeling van de relevante KPI's. Onze KPI's geven een goed beeld van de ontwikkelingen op personeelsgebied. We zijn daarbij van mening dat concrete doelstellingen geen meerwaarde bieden bij monitoring en sturing.
2025 | 2024 | |||
|---|---|---|---|---|
Aantal | % | Aantal | % | |
Medewerkers 50 tot 70 jaar | 57 | 33% | 43 | 30% |
Medewerkers 30 tot 50 jaar | 95 | 55% | 85 | 59% |
Medewerkers 20 tot 30 jaar | 20 | 12% | 17 | 12% |
Aantal | 2025 | 2024 |
|---|---|---|
Mannen | 107 | 85 |
Vrouwen | 65 | 60 |
Anders | 0 | 0 |
Niet gerapporteerd | 0 | 0 |
Totaal medewerkers | 172 | 145 |
In 2025 trokken we 46 nieuwe medewerkers aan (2024: 39 medewerkers), 19 medewerkers verlieten onze organisatie (2024: 25 medewerkers). Voor het verloop hanteren we het aantal vertrokken medewerkers als noemer en het gemiddeld aantal medewerkers in het boekjaar als teller. Het verloop komt hiermee op 12% (2024: 17%) op basis van het aantal medewerkers per 31 december 2025. Het percentage is hiermee weer genormaliseerd. In de jaarrekening staat een uitsplitsing van de personeelskosten.
Het topmanagement van de organisatie bestaat uit de directie en het managementteam.
Aantal | % | |
|---|---|---|
Aantal managementteam | 15 | |
Waarvan mannen | 8 | 53% |
Waarvan vrouwen | 7 | 47% |
Aantal directie | 3 | |
Waarvan mannen | 2 | 67% |
Waarvan vrouwen | 1 | 33% |
De bovenstaande data komen uit het HR-systeem van AFAS. Het betreft hier de data per jaareinde, op basis van het aantal interne medewerkers.
Een van de belangrijke instrumenten bij diversiteit is gender. De genderstreefcijfers voor directie – minimaal 30% vrouwen en 30% mannen – gelden ook voor het hoger management van NWB Bank. In 2025 werd het streefcijfer voor directie behaald met 33% vrouw/67% man (2024: 50% vrouw / 50% man) en voor de managementlaag 47% vrouw / 53% man (2024: 54% vrouw / 46% man). Een evenwichtige verdeling realiseren we door bij de invulling van vacatures bij gelijke geschiktheid de voorkeur te geven aan kandidaten die bijdragen aan diversiteit en inclusie.
Wij maken gebruik van externe medewerkers bij lijnactiviteiten en voor projecten. Eind 2025 ging het om 56 personen (2024: 47), van wie 16 voor lijnactiviteiten (2024: 15). Van hen waren 47 externen (2024: 36) afkomstig van een dienstverlener en 9 zelfstandig (2024: 11). Deze informatie is afkomstig van het leveranciersmanagementsysteem. De regelingen van NWB Bank (met uitzondering van arbeidsvoorwaarden) zijn in de basis op iedereen van toepassing, dus ook op externe medewerkers. In principe hebben zij geen materiële impact op de bedrijfsactiviteiten. De stijging van het aantal externe medewerkers ultimo 2025 ten opzichte van 2024 is grotendeels te verklaren door extra inzet op projecten.
Eind 2025 vielen alle medewerkers onder de CAO Banken (2024: 100%). De drie leden van de directie vallen niet onder de CAO Banken, al zijn de meeste arbeidsvoorwaarden die voortvloeien uit de cao wel op hen van toepassing. De belangrijkste uitgangspunten van de arbeidsvoorwaarden voor de directie zijn te vinden in het beloningsbeleid directie.
Alle medewerkers hebben wettelijk recht op sociale bescherming bij inkomensverlies als gevolg van arbeidsongeschiktheid/ziekte (WIA), werkloosheid (WW) en pensioen (AOW). Aanvullende afspraken zijn gemaakt in de CAO Banken, zoals over de doorbetaling in de eerste twee ziektejaren en deelname aan de PAWW-regeling voor het derde ziektejaar. Wij hebben aanvullend voor alle medewerkers een pensioenregeling en een arbeidsongeschiktheidsverzekering afgesloten.
Alle medewerkers kunnen gebruikmaken van regelingen voor (bijzonder) verlof, zoals de wettelijke regeling voor zwangerschapsverlof, ouderschapsverlof en zorgverlof. De CAO Banken voorziet in extra afspraken, waaronder een aanvulling op het betaald ouderschapsverlof en aanvullend geboorteverlof. Medewerkers kunnen ook extra verlof kopen en er is een speciale regeling voor onbetaald verlof. In totaal hebben 17 medewerkers, 11 mannen en 6 vrouwen, gebruikgemaakt van zwangerschaps- en/of ouderschapsverlof (2024: 8 medewerkers: 5 mannen en 3 vrouwen), dit is 11% (2024: 6%).
Mannen | Vrouwen | Anders | Niet gerapporteerd | Totaal | |
|---|---|---|---|---|---|
Aantal medewerkers | 107 | 65 | 0 | 0 | 172 |
Medewerkers met een vast contract | 85 | 57 | 0 | 0 | 142 |
Medewerkers met een tijdelijk contract | 22 | 8 | 0 | 0 | 30 |
Medewerkers met niet-gegarandeerde uren | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 |
Fulltime-medewerkers | 91 | 47 | 0 | 0 | 138 |
Parttime-medewerkers | 16 | 18 | 0 | 0 | 34 |
De bovenstaande data komen uit het HR-systeem van AFAS. Het betreft hier de data per jaareinde, op basis van het aantal medewerkers. In 2024 hadden 65 mannen en 45 vrouwen een vast contract, 20 mannen en 15 vrouwen hadden een tijdelijk contract. In 2024 waren er 77 mannen en 46 vrouwen full-time in dienst, parttime waren dat 8 mannen en 14 vrouwen.
2025 | 2024 | |
|---|---|---|
Aantal kick-off-formulieren mannen (in %) | 54% | 58% |
Aantal kick-off-formulieren vrouwen (in %) | 38% | 41% |
Gemiddeld aantal trainingsuren per medewerker (mannen) | 34 | |
Gemiddeld aantal trainingsuren per medewerker (vrouwen) | 23 |
In 2025 werd per medewerker gemiddeld € 3.305 aan scholing uitgegeven, inclusief incompanytraining (2024: € 4.057), met een overschrijding van het budget (€ 3.000) met € 305 (2024: € 1.057). Het managementdevelopment-programma is omgezet naar individuele ontwikkelprogramma's. Learning on the job is bij ons een belangrijk onderdeel van leren en ontwikkelen. Naast deze individuele ontwikkeling organiseerden we het afgelopen jaar incompanytrainingen over risk awareness. Ook bieden we mogelijkheden voor interne doorgroei en stellen we vacatures open voor interne medewerkers. Het aantal trainingsuren is gebaseerd op de individuele trainingsuren uit het opleidingsformulier. In 2024 werd de informatie over de opleidingsuren niet opgenomen op het opleidingsformulier, deze informatie ontbreekt daarom in bovenstaande tabel. De collectieve trainingsuren zijn hierin niet meegenomen. Alle medewerkers doorlopen het performanceprogramma. 92% van de medewerkers vulde het kick-off-formulier in voor de performancecyclus, gebaseerd op het aantal medewerkers aan het eind van het jaar (2024: 99%).
2025 | 2024 | Doelstelling 2025 | |
|---|---|---|---|
Percentage ziekteverzuim lang | 3,4% | 2,8% | < 4% |
Percentage ziekteverzuim kort | 0,5% | 0,7% | < 1% |
Het verzuim ligt binnen de doelstellingen op basis van de rapportage van de arbodienst. Het onderwerp ziekteverzuim is als bedrijfsspecifiek meegenomen.
Van alle afdelingen (100%) inventariseerden we het key person risk (2024: 100%). Hieruit komt geen kritisch key person risk. Dit is uitgevraagd aan de managers eind september 2025.
Voor dit jaarverslag beroepen we ons op de quick fix voor S1-16. In de huidige analyse ontbreken factoren die invloed kunnen hebben op de beloning, zoals leeftijd en functie. Hierdoor is er geen goed beeld van het aspect 'gelijk loon voor gelijk werk'. In 2026 zullen we de analyse verbeteren.
De beloningsverhouding tussen de directievoorzitter, zijnde de hoogst betaalde medewerker, en de mediaan van alle overige medewerkers komt over 2025 uit op 4,4 (2024: 4,1). De totale beloning bestaat uit alle relevante elementen uit de ESRS (salaris, pensioen en overige secundaire arbeidsvoorwaarden) en is gebaseerd op het HR-systeem van AFAS.
In 2025 is er één melding gedaan onder de klokkenluidersregeling (2024: 0). Uit extern onderzoek is gebleken dat er geen sprake is van een misstand of onregelmatigheid krachtens deze regeling. Ook is er één keer een klacht ingediend over ongewenst gedrag (2024: 0). Het gaat hier om de geregistreerde klachten op basis van het beleid. De raad van commissarissen houdt toezicht op de werking van de klokkenluidersregeling. Door een eventuele klacht goed af te handelen, kunnen wij leren over ongewenste gebeurtenissen en hoe je die kunt voorkomen.
Financial and Economic Crime (FEC) is een specifiek materieel thema dat breed van belang is in de financiële sector. Financieel criminaliteitsrisico is het risico dat voortvloeit uit betrokkenheid bij strafbare feiten op het gebied van witwassen, financiering van terrorisme (AML/CFT) en omzeiling van sancties, corruptie en omkoping, fiscale integriteit en marktmisbruik, waaronder handel met voorkennis. We identificeren hier geen impacts of kansen, maar zien wel een risico.
Het risico van financiële overtredingen komt voort uit mogelijke betrokkenheid bij witwassen, terrorisme-financiering, sanctieontwijking, corruptie en omkoping en marktmisbruik. Deze kunnen op hun beurt leiden tot financiële schade door boetes, opgelegd op basis van incidenten of omwille van het niet voldoen aan wet- en regelgeving. NWB Bank heeft een lage risicobereidheid om betrokken te raken bij relaties en
transacties die de organisatie kunnen blootstellen aan risico's op het gebied van financiële criminaliteit.
Wij streven ernaar om deelname aan, facilitering van of anderszins betrokkenheid bij deze risico's te voorkomen. De algemene principes voor risicobeheer en het 'three lines model' staan omschreven in de paragraaf over managementbenadering. De CCLO is verantwoordelijk voor de naleving van relevante wet- en regelgeving.
Het risico op deze vormen van financiële criminaliteit is inherent aan het bankbedrijf. Het residuele risico is laag en valt binnen de risicobereidheid van de organisatie.
Voor het beperken van het financieel criminaliteitsrisico hanteren we het volgende beleid en de volgende maatregelen.
Als poortwachter nemen we onze rol om de integriteit van het financiële stelsel te beschermen serieus. Deze toewijding komt tot uiting in drie beleidsregels met betrekking tot financiële criminaliteit: het beleid inzake financiële criminaliteit (FCR-beleid), het beleid inzake omkoping en corruptie en het beleid inzake marktmisbruik. De afdeling Compliance is verantwoordelijk voor het actueel houden van deze beleidsregels.
Financiële criminaliteit - Het beleid inzake financiële criminaliteit (FCR-beleid) – gebaseerd op de Wwft, santiewetgeving en de toepasselijke EU-wetgeving en -richtlijnen – beschrijft de aanpak voor het opsporen van witwassen, terrorismefinanciering, belastingontduiking en schending of omzeiling van toepasselijke sanctieregelingen. Het FCR-beleid is van toepassing op alle afdelingen. Elk afdelingshoofd en/of proceseigenaar moet de vereisten van het FCR-beleid implementeren en integreren in zijn bedrijfsprocessen.
Omkoping en corruptie - Het doel van het beleid inzake omkoping en corruptie is om principes en normen vast te stellen voor het beheer van het risico op corruptie en omkoping, en om medewerkers die een vermoeden hebben van omkoping of andere vormen van corruptie binnen of in verband met NWB Bank, aan te moedigen dit vermoeden te melden. We streven ernaar al onze bedrijfsactiviteiten op een eerlijke, integere, transparante en ethische manier uit te voeren en willen ervoor zorgen dat alle toepasselijke wet- en regelgeving op het gebied van anti-omkoping en corruptie, waaronder die in het Wetboek van Strafrecht worden nageleefd. Als financiële instelling vallen we tevens onder de integriteitseisen van de Wft, die een beheerste en integere bedrijfsvoering vereisen, waaronder het tegengaan van corruptie. Het beleid is van toepassing op alle interne en externe medewerkers.
Marktmisbruik - Het beleid inzake marktmisbruik stuurt het streven naar integer gedrag in de financiële markten via vier belangrijke bepalingen ter voorkoming van marktmisbruik: 1. het verbod op handel met voorkennis / insider trading, 2. het verbod op het onrechtmatig bekendmaken van voorwetenschap aan derden, 3. de verplichting voor emittenten om koersgevoelige informatie tijdig openbaar te maken en 4. het verbod op marktmanipulatie. Het beleid inzake marktmisbruik – gebaseerd op de Wft en EU-regelgeving – is van toepassing op alle insiders en heeft tot doel een hoog niveau van begrip en bewustzijn te creëren met betrekking tot marktmisbruik en hoe dit zich verhoudt tot de praktijken van NWB Bank.
Als compacte organisatie houden we de aanpak van financiële criminaliteit actueel en passend. Een goed inzicht in de effectiviteit van het beleid en de stand van zaken met betrekking tot capaciteitsopbouw op het gebied van financiële criminaliteit is noodzakelijk. Daartoe voeren we jaarlijks een Systemic Integrity Risk Analysis (SIRA) uit. Bovendien zijn alle medewerkers verplicht de Gedragscode en de Bankierseed te ondertekenen en is er een trainingsprogramma operationeel. Met een Internal Control Framework wordt het FEC-risico gemonitord en beheerst. De eerste lijn test de controles, wat gemonitord wordt door de tweede lijn. Aan bevindingen en incidenten wordt opvolging gegeven.
Opleidingsplan - Er is een opleidingsplan om ervoor te zorgen dat het FCR-beleid en de daaruit voortvloeiende procedures in de organisatie worden verankerd. Het opleidingsplan omvat: 1. initiële en regelmatige opleidingen, 2. gedefinieerde doelgroepen, frequentie van de opleidingen en de juiste inhoud, en 3. communicatie van het opleidingsplan aan relevante medewerkers en het management.
Processen & controles - Er zijn processen en een controlekader opgezet om de implementatie en effectiviteit van het beleid periodiek te toetsen en te monitoren. Daartoe hanteert NWB Bank een geïntegreerde aanpak met betrekking tot de niet-financiële risico's, waaronder zowel de operationele risico's als het integriteitsrisico van financiële criminaliteit. Controles rond CDD, transactiemonitoring en de training van medewerkers en betrokken specialisten worden getest door de eerste lijn binnen het AO/IC-proces. De afdeling Compliance monitort de processen en controles die aangeduid zijn als 'key control', conform de toepasselijke standaard. De CCLO is – als lid van de directie – benoemd als verantwoordelijke voor de naleving van de Wwft, de Sanctiewet en de EBA-richtlijnen inzake de rol van de AML/CFT compliance officer.
Als gevolg van het beleid en deze maatregelen is het residuele risico laag en valt het binnen de risicobereidheid van de organisatie. Op deze wijze wordt ook de effectiviteit van het beleid en de maatregelen getoetst.
Op het gebied van FEC hebben we geen maatstaven of doelstellingen voor externe publicatie, omdat dit niet geprioriteerd is.
We geven hier een toelichting op de grondslagen die we hanteren voor de niet-financiële informatie.
De informatie over onze bedrijfsvoering komt voort uit onze informatiesystemen. Daarnaast maken we gebruik van Het PON & Telos, een kennisonderneming gelieerd aan Tilburg University, voor toepassing van de PCAF-methodologie van het Partnership for Carbon Accounting Financials (PCAF) om de CO2e-voetafdruk van onze kredietportefeuille te bepalen. Zij hebben ook de KPI's voor de impact in de waardeketen berekend. Voor beide calculaties is een methodologie voorhanden, die in onze jaarlijkse Engelstalige PCAF- en Impact-verslagen toegelicht worden, ook wel aangeduid als respectievelijk GHG-footprint en ESG-impactrapportage.
De KPI's en maatstaven in dit verslag zijn enkel door de betrokken accountant geverifieerd. De gehanteerde basisjaren en overkoepelende doelstellingen zijn vastgesteld voor 2024 en daarmee voor de start van rapportage in overeenstemming met de ESRS.
Naast informatie over het afgesloten boekjaar bieden we in dit verslag inzicht in vergelijkende data van het jaar ervoor. Bij methodewijzigingen worden de vergelijkende cijfers gecorrigeerd om de data vergelijkbaar te houden. Dit is het geval voor een deel van onze CO2e-voetafdruk. Wanneer van toepassing vermelden we dit in een voetnoot.
Bij het toepassen van de vereisten van de ESRS ontkomen we er niet aan aannames te doen en benaderingen te gebruiken die fundamenteel zijn voor de gerapporteerde informatie. De toepassingsgrond voor en uitvoering van deze keuzes zijn per datapunt gedocumenteerd in bovenstaande PCAF- en Impact-verslagen. De volgende indicatoren hebben we geïdentificeerd als zijnde onderhevig aan meetonzekerheid:
Klimaatmitigatie: Gefinancierde emissies
Energie: Gewaagd doel
Waterbeheer: Kwaliteit drinkwater
We zien nog veel potentie voor het verder verbeteren van de informatievoorziening. We proberen de datakwaliteit continu te verbeteren door het meest recente bronmateriaal te gebruiken, aannames te beperken en eventuele nieuwe, kwalitatief betere bronnen te benutten. Bij voorkeur zijn onze data afkomstig van directe bronnen of bevestigd door de relevante stakeholders.
In het duurzaamheidsverslag van 2024 is de scope 1 & 2 emissiereductie van de bank verkeerd gerapporteerd. De correcte reductie in eigen scope 1 en 2 emissie voor 2024 was 77,4% (verslag 2024: 27,7%). Dit is in het verslag van 2025 gecorrigeerd.
Bij het bepalen van de tijdshorizon van impacts, risico's en kansen sluiten we voor de korte termijn aan bij de ESRS. Voor de middellange en lange termijn wijken we hiervan af om aan te sluiten bij ons ESG-risicomanagementraamwerk, waarin de middellange termijn 1-3 jaar en de lange termijn 3-10 jaar is. Deze termijnen zijn gebaseerd op prudentiële wet- en regelgeving. Dit betreft de CRR (Capital Requirements Regulation), CRD (Capital Requirements Directive) en ECB- en EBA-richtlijnen, waaronder de ECB Guide on Climate-related and Environmental Risks. De door ons gehanteerde tijdshorizonnen zijn langer dan de in ESRS voorgeschreven tijdshorizonnen, wat het langetermijnperspectief van ons bedrijfsmodel onderstreept. Vooruitkijkend hanteren we twee periodes voor de middellange termijn van 1-3 jaar (KMT), 3-10 jaar (LMT) en een lange termijn van > 10 jaar (LT). Risico’s, kansen en impacts brengen we voor al deze termijnen in kaart. De korte oftewel de huidige termijn (< 1 jaar) definiëren we als KT.
Voor enkele bepalingen en rapportage-eisen uit de CSRD maken we gebruik van de quick fix voor de phase-in-bepalingen. Dit betekent dat de implementatie en rapportage van deze specifieke vereisten is uitgesteld. Pas na een of meerdere jaren moeten we aan de volgende (volledige) voorschriften voldoen:
DR E1-09 over geanticipeerde financiële effecten van materiële fysieke risico's en transitierisico's en potentiële klimaatgerelateerde kansen. De komende periode werken we hiervoor scenario's verder uit, zodat we in de toekomst aan deze vereisten kunnen voldoen.
DR S1-16 over, onder andere, de gender pay gap. Voor ondernemingen met minder dan 750 medewerkers is een infasering mogelijk. Wij nemen vanaf volgend jaar een analyse op. Op dit moment werken we aan een een methode om functies beter met elkaar te kunnen vergelijken, zodat we een evenwichtiger gender pay gap kunnen rapporteren.
We onderschrijven de UN Global Compact-principes en hebben deze ondertekend. We hebben ons zodoende uitgesproken om belangrijke thema’s zoals mensenrechten, arbeidsrechten, milieu en anticorruptie mee te wegen in onze bedrijfsprocessen. Daarnaast betekent dit dat we onze stakeholders – waar mogelijk en relevant – op de inhoud van deze principes aanspreken.
Voor de berekening van de klimaatimpact van de kredietverlening passen we de PCAF-methodiek toe. In december 2025 is de nieuwe versie van de methodologie gepubliceerd, deze wordt volgend jaar voor het eerst toegepast. PCAF staat voor het Partnership for Carbon Accounting Financials en biedt een raamwerk en geharmoniseerde methodologie die de transparantie en het bewustzijn over broeikasgasuitstoot(-equivalenten) vergroot. Kennisinstituut Het PON & Telos, gelieerd aan Tilburg University, heeft ons geholpen bij het toepassen van de PCAF-methodologie. De toepassing is verwerkt in het Engelstalig rapport GHG Emissions of NWB Bank's Loan Portfolio: The GHG footprint of 2024. In het duurzaamheidsverslag zijn alle vereisten uit de ESRS verwerkt. Het rapport bevat uitsluitend aanvullende informatie en valt buiten de reikwijdte van de assurance‑verklaring van EY.
Een belangrijk element voor de berekening is de kwaliteit van gegevens over de uitstoot met betrekking tot leningen. Een toelichting hierover is onderdeel van het Engelstalig methodologiedocument. Voor de berekening gelden de volgende scores.
PCAF onderscheidt vijf kwaliteitsniveaus voor de uitstoot.
Klasse 1 betreft individuele emissiegegevens of actuele energieverbruiksgegevens die onderwerp van controle zijn geweest.
Klasse 2 betreft niet-gecontroleerde emissiegegevens of andere primaire verbruiksgegevens.
Klasse 3 betreft gemiddelde gegevens die specifiek zijn voor de sector of vergelijkbare instellingen.
Klasse 4 zijn benaderde gegevens op basis van regio of land.
Klasse 5 behelst ruwe schattingen.
Ons aandeel in de emissies van een klant of project berekenden we door vast te stellen wat in de balansomvang van die klant of dat project ons aandeel is in financiering en dat percentage te vermenigvuldigen met de totale emissie van broeikasgassen (equivalenten) van de klant. De emissiegegevens zijn onder andere ontleend aan of berekend aan de hand van openbare gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek, de Inspectie Leefomgeving en Transport, de Klimaatmonitor Waterschappen en duurzaamheidsrapportages van de gefinancierde instellingen. De CO2e-voetafdruk van de kredietportefeuille is berekend voor 2024. Granulaire data over verbruiksgegevens van klanten lopen namelijk vaak een jaar achter. Voor 2025 is deze voetafdruk geëxtrapoleerd aan de hand van de toename van de kredietportefeuille, gewijzigde emissiefactoren en een inschatting van de verandering in het gas- en elektraverbruik van klanten.
Indien er aanpassingen in de methodiek zijn, vindt hercalculatie plaats van eerder gerapporteerde cijfers. Dit is het geval voor gemeenten en onderwijsinstellingen. De nulmeting wordt opnieuw berekend (2019, over de portefeuille van 2018), evenals het huidige jaar en afgelopen jaar.
Er zijn nog onvoldoende gegevens beschikbaar voor inzicht in de omvang van de vermeden of tenietgedane emissies door projecten die wij hebben gefinancierd. Ook is het nog niet mogelijk voor woningcorporaties de scope 3-emissies te berekenen, zoals de emissies die het gevolg zijn van de bouw en groot onderhoud van corporatiebezit. Tot slot geldt eveneens voor NHG pass-through RMBS, gemeenschappelijke regelingen en gezondheidszorginstellingen dat er nog geen berekeningen of gegevens beschikbaar zijn voor een redelijke schatting van deze emissies.
Vergeleken met de vorig jaar gepubliceerde extrapolatie wijken de daadwerkelijke emissies voor 2024 af. Dit heeft te maken met de methodeverschillen tussen de volledige PCAF-berekening en de extrapolatie die voor het huidige boekjaar uitgevoerd wordt. De herberekening gebruikt zoveel mogelijk daadwerkelijke data en geeft daarom een beter beeld van de emissies van de portefeuille.
2024 - oud | 2024 - nieuw | Verschil (δ) oud/nieuw | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Totaal | Scope 1, 2 | Scope 3 | Totaal | Scope 1, 2 | Scope 3 | δ totaal | δ scope 1, 2 | δ scope 3 | |
Gefinancierde emissies (tCO2e) | 1.511.197 | 1.168.063 | 343.134 | 1.496.151 | 1.141.640 | 354.512 | -1,0% | -2,3% | 3,3% |
Volkshuisvesting | 329.502 | 329.502 | - | 352.202 | 352.202 | - | 6,9% | 6,9% | |
Woningbouwcorporaties | 329.502 | 329.502 | - | 352.202 | 352.202 | - | 6,9% | 6,9% | |
Overheid | 741.674 | 535.101 | 206.573 | 719.090 | 503.915 | 215.175 | -3,0% | -5,8% | 4,2% |
Waterschappen | 543.387 | 485.031 | 58.355 | 528.127 | 468.352 | 59.775 | -2,8% | -3,4% | 2,4% |
Gemeenten | 190.363 | 49.572 | 140.791 | 180.905 | 35.121 | 145.784 | -5,0% | -29,2% | 3,5% |
Provincies | 7.924 | 497 | 7.427 | 10.057 | 442 | 9.616 | 26,9% | -11,2% | 29,5% |
Andere overheidsklanten | |||||||||
Gezondheidszorg | 59.493 | 48.998 | 10.495 | 43.212 | 32.327 | 10.885 | -27,4% | -34,0% | 3,7% |
Zorginstellingen | 59.493 | 48.998 | 10.495 | 43.212 | 32.327 | 10.885 | -27,4% | -34,0% | 3,7% |
Netwerken en nutsbedrijven | 58.562 | 27.935 | 30.626 | 65.580 | 32.747 | 32.834 | 12,0% | 17,2% | 7,2% |
Drinkwaterbedrijven | 43.025 | 27.935 | 15.090 | 48.223 | 32.747 | 15.477 | 12,1% | 17,2% | 2,6% |
Duurzame energie | 15.537 | - | 15.537 | 17.357 | - | 17.357 | 11,7% | 11,7% | |
Onderwijs | 932 | 932 | - | 1.056 | 1.056 | - | 13,3% | 13,3% | |
Onderwijsinstellingen | 932 | 932 | - | 1.056 | 1.056 | - | 13,3% | 13,3% | |
Financieel | 56.027 | 56.027 | - | 54.182 | 54.182 | - | -3,3% | -3,3% | |
Krediet- en andere financiële instellingen | |||||||||
NHG pass-through RMBS | 56.027 | 56.027 | - | 54.182 | 54.182 | - | -3,3% | -3,3% | |
Anders | 265.006 | 169.567 | 95.439 | 260.830 | 165.212 | 95.618 | -1,6% | -2,6% | 0,2% |
Andere klanten | 265.006 | 169.567 | 95.439 | 260.830 | 165.212 | 95.618 | -1,6% | -2,6% | 0,2% |
Voor het jaar 2018 zijn de sectoren 'gemeenten' en 'onderwijs' herberekend met nieuwe kengetallen. Deze geven een beter beeld van de daadwerkelijke emissie van het vastgoed.
2018 - oud | 2018 - nieuw | Verschil (δ) oud/nieuw | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Totaal | Scope 1, 2 | Scope 3 | Totaal | Scope 1, 2 | Scope 3 | δ totaal | δ scope 1, 2 | δ scope 3 | |
Gefinancierde emissies (tCO2e) | 1.590.101 | 1.316.043 | 274.058 | 1.570.942 | 1.296.884 | 274.058 | -1,2% | -1,5% | - |
Overheid | 1.010.853 | 754.613 | 256.240 | 991.640 | 735.399 | 256.240 | -1,9% | -2,5% | - |
Gemeenten | 231.344 | 68.279 | 163.065 | 212.131 | 49.066 | 163.065 | -8,3% | -28,1% | - |
Onderwijs | 271 | 271 | - | 325 | 325 | - | 20,1% | 20,1% | - |
Onderwijsinstellingen | 271 | 271 | - | 325 | 325 | - | 20,1% | 20,1% | - |
De wijzigingen in totale gefinancierde emissie werken ook door voor de relatieve emissie. Hieronder geven we de wijzigingen aan per miljoen euro.
2024 - oud | 2024 - nieuw | Verschil (δ) oud/nieuw | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Totaal | Scope 1, 2 | Scope 3 | Totaal | Scope 1, 2 | Scope 3 | δ totaal | δ scope 1, 2 | δ scope 3 | |
Emissie-intensiteit (tCO2e / mln EUR) | 25,2 | 19,5 | 5,7 | 25,3 | 19,3 | 6,0 | 0,5% | -0,8% | 5,3% |
Volkshuisvesting | |||||||||
Woningbouwcorporaties | 9,5 | 9,5 | - | 10,2 | 10,2 | - | 7,4% | 7,4% | |
Overheid | |||||||||
Waterschappen | 60,7 | 54,2 | 6,5 | 59,0 | 52,4 | 6,6 | -2,8% | -3,3% | 1,5% |
Gemeenten | 33,0 | 8,6 | 24,4 | 31,4 | 6,1 | 25,3 | -4,9% | -29,1% | 3,6% |
Provincies | 25,1 | 1,6 | 23,5 | 31,8 | 1,4 | 30,4 | 26,9% | -12,5% | 29,6% |
Andere overheidsklanten | - | - | - | - | - | - | |||
Gezondheidszorg | |||||||||
Zorginstellingen | 30,0 | 24,7 | 5,3 | 21,9 | 16,4 | 5,5 | -27,0% | -33,6% | 3,8% |
Netwerken en nutsbedrijven | |||||||||
Drinkwaterbedrijven | 30,1 | 19,3 | 10,8 | 33,7 | 22,9 | 10,8 | 11,8% | 18,7% | -0,4% |
Duurzame energie | 17,1 | - | 17,1 | 18,7 | - | 18,7 | 9,4% | 9,4% | |
Onderwijs | |||||||||
Onderwijsinstellingen | 13,4 | 13,4 | - | 15,1 | 15,1 | - | 12,7% | 12,7% | |
Financieel | |||||||||
Krediet- en andere financiële instellingen | - | - | - | - | - | - | |||
NHG pass-through RMBS | 19,6 | 19,6 | - | 20,6 | 20,6 | - | 5,1% | 5,1% | |
Anders | |||||||||
Andere klanten | 104,6 | 66,9 | 37,7 | 110,2 | 69,8 | 40,4 | 5,4% | 4,3% | 7,2% |
2018 - oud | 2018 - nieuw | Verschil (δ) oud/nieuw | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Totaal | Scope 1, 2 | Scope 3 | Totaal | Scope 1, 2 | Scope 3 | δ totaal | δ scope 1, 2 | δ scope 3 | |
Emissie-intensiteit (tCO2e / mln EUR) | 35,7 | 26,1 | 9,6 | 35,3 | 25,7 | 9,6 | -1,1% | -1,5% | 0,0% |
Overheid | |||||||||
Gemeenten | 35,1 | 35,1 | - | 32,2 | 32,2 | - | -8,3% | -8,3% | - |
De prestaties van onze klanten in kaart brengen is voor ons om een aantal redenen belangrijk. Allereerst stelt het ons in staat de trend op deze prestaties te monitoren over de jaren heen en hierover het gesprek aan te gaan met onze klanten, om zo de impact van onze kredietverlening te vergroten. Bovendien helpt het ons de eventuele risico’s in het vizier te krijgen. Een toelichting hierop is onderdeel van het methodologiedocument.
De impactgegevens zijn onder andere ontleend aan of berekend aan de hand van openbare gegevens van het Centraal Bureau voor de Statistiek, de Inspectie Leefomgeving en Transport, de WAVES-database van de waterschappen en de dVi-rapportages van de woningcorporaties.
Om een goede rapportage van datapunten te waarborgen, dient voldoende geborgd te worden dat de data een betrouwbaar beeld geven van onze prestaties in het meest recente boekjaar. Hiervoor heeft Het PON & Telos per indicator een toelichting opgesteld, waarin we de keuze toelichten voor een bepaalde bron en methode bij de bepaling van impacts. Daarnaast is er een kwalitatieve toets om na te gaan of er ontwikkelingen bekend zijn met significante impact die ertoe leiden dat de meest actuele broninformatie geen betrouwbare weergave meer is van onze prestatie in het huidige boekjaar.
Indien uit de toets blijkt dat er mogelijk een significant verschil is tussen de meest actuele brondata en de uitkomst op dit moment, dan dient het datapunt geëxtrapoleerd te worden. Hiervoor wordt in overleg met Het PON & Telos een kwantitatieve inschatting gemaakt van de opgetreden variatie, met een toelichting wat de geïdentificeerde driver is voor de verandering ten opzichte van de brondatadatum en wat het effect op de indicator is.
Naast het gebruik van gedateerde informatie is het gebruik van verschillende datajaren voor delen van de berekening van een indicator een mogelijke bron van meetonzekerheid. We zijn hier transparant over en lichten in de Uitkomsten-tabel toe in hoeverre dit van toepassing is voor de gerapporteerde indicatoren.
In geval van aanpassingen in de methodiek vindt hercalculatie plaats van eerder gerapporteerde cijfers. De nulmeting (2020) wordt opnieuw berekend, evenals het huidige jaar en afgelopen jaar. Indien geen nieuwe meting beschikbaar is, hanteren we het meest recent gerapporteerde jaar als 1-meting.
Een belangrijk element voor de berekening is de kwaliteit van gegevens over de impact. Een toelichting hierop is onderdeel van het methodologiedocument. Voor de berekening gelden de volgende vijf kwaliteitsniveaus:
Klasse 1 betreft individuele gegevens of actuele verbruiksgegevens die onderwerp van controle zijn geweest.
Klasse 2 betreft niet-gecontroleerde gegevens of andere primaire verbruiksgegevens.
Klasse 3 betreft gemiddelde gegevens die specifiek zijn voor de sector of vergelijkbare instellingen.
Klasse 4 zijn benaderde gegevens op basis van regio of land.
Klasse 5 behelst ruwe schattingen.
ESG-impact/Impact KPI | Beschrijving | Datakwaliteit | 2024 datajaar | 2025 datajaar | Bron |
|---|---|---|---|---|---|
Veiligheid waterkeringen | Lengte waterkeringen getoetst (en voldoet aan norm 2050) (km) | 3 | 2023 | 2024 | Unie van Waterschappen |
Wateroverlastnormen | Aantal hectare dat niet voldoet aan wateroverlastnormen | 3 | 2023 | 2024 | Unie van Waterschappen |
Gewaagd doel | % gefinancierd grijs energieverbruik gecompenseerd | 3 | 2023 | 2024 | Republiq, klantinformatie |
Waterkwaliteit oppervlaktewater (biologisch, chemisch, ecologisch en totaal) | % oppervlaktewateren-KRW-doelen behaald | 2 | 2024 | 2025 | Informatiehuis water |
Kwaliteit drinkwater | % meting dat voldoet aan gestelde normen | 4 | 2022 | 2023 | Inspectie Leefomgeving en Transport |
Beheerd beschermd natuurgebied | % beheerd natuurgebied beschermd | 2 | 2021 | PDOK / Ministerie van Landbouw, Visserij, | |
Groenblauwe dooradering | % groenblauwe dooradering in de door onze klanten beheerde gebieden | 2 | 2023 | 2024 | Cobra Groeninzicht |
Toewijzing sociale huurwoningen | % toewijzingen per jaar binnen inkomensgrenzen | 2 | 2023 | 2024 | Aedes |
Gebouwde sociale huurwoningen | Aantal netto gebouwd door woningcorporaties | 2 | 2022 | 2023 | Aedes |
EFG-labels | % EFG-labels in portefeuille | 2 | 2024 | 2025 | Republiq |
Uitgaven corporaties onderhoud en renovatie | Bedrag aan onderhoud, leefbaarheid en energie van woningcorporaties | 2 | 2022 | 2023 | Inspectie Leefomgeving en Transport |
ESRS | DR | Referentie |
|---|---|---|
ESRS 2 | BP-1 | |
BP-2 | ||
GOV-1 | ||
GOV-2 | ||
GOV-4 | ||
GOV-5 | ||
SBM-1 | ||
SBM-2 | ||
SBM-3 | ||
IRO-1 | ||
IRO-2 | ||
ESRS E1 | E1.GOV-3 | |
E1-1 | ||
E1.SBM-3 | ||
E1.IRO-1 | ||
E1-2 | ||
E1-3 | ||
E1-4 | ||
E1-5 | ||
E1-6 | ||
E1-7 | ||
ESRS S1 | S1.SBM-3 | |
S1-1 | ||
S1-2 | ||
S1-3 | ||
S1-4 | ||
S1-5 | ||
S1-6 | ||
S1-7 | ||
S1-8 | ||
S1-9 | ||
S1-11 | ||
S1-13 | ||
S1-14 | ||
S1-15 | ||
S1-16 | ||
S1-17 | ||
| ||
Water | MDR-P | |
MDR-A | ||
MDR-M | ||
MDR-T | ||
Biodiversiteit | MDR-P | |
MDR-A | ||
MDR-M | ||
MDR-T | ||
Sociale huisvesting | MDR-P | |
MDR-A | ||
MDR-M | ||
MDR-T | ||
Governance | MDR-P | |
MDR-A | ||
MDR-M | ||
MDR-T |
Disclosure Requirement and Related Datapoint | SFDR (1) Reference | Pillar 3 (2) Reference | Benchmark Regulation (3) Reference | EU Climate Law (4) Reference | Material / | Page and Paragraph Reference |
|---|---|---|---|---|---|---|
ESRS 2 GOV-1 Board's gender diversity paragraph 21 (d) | Indicator number 13 of Table #1 of Annex 1 | Commission Delegated Regulation (EU) 2020/1816 (5), Annex II | material | |||
ESRS 2 GOV-1 Percentage of board members who are independent paragraph 21 (e) | Delegated Regulation (EU) 2020/1816, Annex II | material | ||||
ESRS 2 GOV-4 Statement on due diligence paragraph 30 | Indicator number 10 Table #3 of Annex 1 | material | ||||
ESRS 2 SBM-1 Involvement in activities related to fossil fuel activities paragraph 40 (d) i | Indicators number 4 Table #1 of Annex 1 | Article 449a Regulation(EU) No 575/2013; Commission Implementing Regulation (EU) 2022/2453 (6 )Table 1: Qualitative information on Environmental risk and Table 2: Qualitative information on Social risk | Delegated Regulation (EU) 2020/1816, Annex II | material | ||
ESRS 2 SBM-1 Involvement in activities related to chemical production paragraph 40 (d) ii | Indicator number 9 Table #2 of Annex 1 | Delegated Regulation (EU) 2020/1816, Annex II | non-material | |||
ESRS 2 SBM-1 Involvement in activities related to controversial weapons paragraph 40 (d) iii | Indicator number 14 Table #1 of Annex 1 | Delegated Regulation (EU) 2020/1818 (7), Article 12(1) Delegated Regulation (EU) 2020/1816, Annex II | non-material | |||
ESRS 2 SBM-1 Involvement in activities related to cultivation and production of tobacco paragraph 40 (d) iv | Delegated Regulation (EU) 2020/1818, Article 12(1) Delegated Regulation (EU) 2020/1816, Annex II | non-material | ||||
ESRS E1-1 Transition plan to reach climate neutrality by 2050 paragraph 14 | Regulation (EU) 2021/1119, Article 2(1) | material | ||||
ESRS E1-1 Undertakings excluded from Paris-aligned Benchmarks paragraph 16 (g) | Article 449a Regulation (EU) No 575/2013; Commission Implementing Regulation (EU) 2022/2453 Template 1: Banking book-Climate Change transition risk: Credit quality of exposures by sector, emissions and residual maturity | Delegated Regulation (EU) 2020/1818, Article12.1 (d) to (g), and Article 12.2 | material | |||
ESRS E1-4 GHG emissions - reduction targets paragraph 34 | Indicator number 4 Table #2 of Annex 1 | Article 449a Regulation(EU) No 575/2013; Commission Implementing Regulation (EU) 2022/2453 Template 3: Banking book – Climate change transition risk: alignment metrics | Delegated Regulation (EU) 2020/1818, Article 6 | material | ||
ESRS E1-5 Energy consumption from fossil sources disaggregated by sources (only high climate impact sectors) paragraph 38 | Indicator number 5 Table #1 and Indicator n. 5 Table #2 of Annex 1 | non-material | ||||
ESRS E1-5 Energy consumption and mix paragraph 37 | Indicator number 5 Table #1 of Annex 1 | non-material | ||||
ESRS E1-5 Energy intensity associated with activities in high climate impact sectors paragraphs 40 to 43 | Indicator number 6 Table #1 of Annex 1 | non-material | ||||
ESRS E1-6 Gross scope 1, 2, 3 and Total GHG emissions paragraph 44 | Indicators number 1 and 2 Table #1 of Annex 1 | Article 449a; Regulation (EU) No 575/2013; Commission Implementing Regulation (EU) 2022/2453 Template 1: Banking book – Climate change transition risk: Credit quality of exposures by sector, emissions and residual maturity | Delegated Regulation (EU) 2020/1818, Article 5(1), 6 and 8(1) | material | ||
ESRS E1-6 Gross GHG emissions intensity paragraphs 53 to 55 | Indicators number 3 Table #1 of Annex 1 | Article 449a Regulation (EU) No 575/2013; Commission Implementing Regulation (EU) 2022/2453 Template 3: Banking book – Climate change transition risk: alignment metrics | Delegated Regulation (EU) 2020/1818, Article 8(1) | material | ||
ESRS E1-7 GHG removals and carbon credits paragraph 56 | Regulation (EU) 2021/1119, Article 2(1) | material | ||||
ESRS E1-9 Exposure of the benchmark portfolio to climate-related physical risks paragraph 66 | Delegated Regulation (EU) 2020/1818, Annex II Delegated Regulation (EU) 2020/1816, Annex II | non-material | ||||
ESRS E1-9 Disaggregation of monetary amounts by acute and chronic physical risk paragraph 66 (a) | Article 449a Regulation (EU) No 575/2013; Commission Implementing Regulation (EU) 2022/2453 paragraphs 46 and 47; Template 5: | non-material | ||||
ESRS E1-9 Location of significant assets at material physical risk paragraph 66 (c) | non-material | |||||
SRS E1-9 Breakdown of the carrying value of its real estate assets by energy-efficiency classes paragraph 67 (c) | Article 449a Regulation (EU) No 575/2013; Commission Implementing Regulation (EU) 2022/2453 paragraph 34;Template 2:Banking book -Climate change transition risk: Loans collateralised by immovable property - Energy efficiency of the collateral | non-material | ||||
ESRS E1-9 Degree of exposure of the portfolio to climate-related opportunities paragraph 69 | Delegated Regulation (EU) 2020/1818, Annex II | non-material | ||||
ESRS E2-4 Amount of each pollutant listed in Annex II of the E-PRTR Regulation (European Pollutant Release and Transfer Register) emitted to air, water and soil, paragraph 28 | Indicator number 8 Table #1 of Annex 1 | non-material | ||||
ESRS E3-1 Water and marine resources paragraph 9 | Indicator number 7 Table #2 of Annex 1 | non-material | ||||
ESRS E3-1 Dedicated policy paragraph 13 | Indicator number 8 Table 2 of Annex 1 | non-material | ||||
ESRS E3-1 Sustainable oceans and seas paragraph 14 | Indicator number 12 Table #2 of Annex 1 | non-material | ||||
ESRS E3-4 Total water recycled and reused paragraph 28 (c) | Indicator number 6.2 Table #2 of Annex 1 | non-material | ||||
ESRS E3-4 Total water consumption in m3 per net revenue on own operations paragraph 29 | Indicator number 6.1 Table #2 of Annex 1 | non-material | ||||
ESRS 2- SBM 3 - E4 paragraph 16 (a) i | Indicator number 7 Table #1 of Annex 1 | non-material | ||||
ESRS 2- SBM 3 - E4 paragraph 16 (b) | Indicator number 10 Table #2 of Annex 1 | non-material | ||||
ESRS 2- SBM 3 - E4 paragraph 16 (c) | Indicator number 14 Table #2 of Annex 1 | non-material | ||||
ESRS E4-2 Sustainable land/agriculture practices or policies paragraph 24 (b) | Indicator number 11 Table #2 of Annex 1 | non-material | ||||
ESRS E4-2 Sustainable oceans/seas practices or policies paragraph 24 (c) | Indicator number 12 Table #2 of Annex 1 | non-material | ||||
ESRS E4-2 Policies to address deforestation paragraph 24 (d) | Indicator number 15 Table #2 of Annex 1 | non-material | ||||
ESRS E5-5 Non-recycled waste paragraph 37 (d) | Indicator number 13 Table #2 of Annex 1 | non-material | ||||
ESRS E5-5 Hazardous waste and radioactive waste paragraph 39 | Indicator number 9 Table #1 of Annex 1 | non-material | ||||
ESRS 2- SBM3 - S1 Risk of incidents of forced labour paragraph 14 (f) | Indicator number 13 Table #3 of Annex I | non-material | ||||
RS 2- SBM3 - S1 Risk of incidents of child labour paragraph 14 (g) | Indicator number 12 Table #3 of Annex I | non-material | ||||
ESRS S1-1 Human rights policy commitments paragraph 20 | Indicator number 9 Table #3 and Indicator number 11 Table #1 of Annex I | non-material | ||||
ESRS S1-1 Due diligence policies on issues addressed by the fundamental International Labor Organisation Conventions 1 to 8, paragraph 21 | Delegated Regulation (EU) 2020/1816, Annex II | non-material | ||||
ESRS S1-1 processes and measures for preventing trafficking in human beings paragraph 22 | Indicator number 11 Table #3 of Annex I | non-material | ||||
ESRS S1-1 workplace accident prevention policy or management system paragraph 23 | Indicator number 1 Table #3 of Annex I | non-material | ||||
RS S1-3 grievance/complaints handling mechanisms paragraph 32 (c) | Indicator number 5 Table #3 of Annex I | material | ||||
ESRS S1-14 Number of fatalities and number and rate of work-related accidents paragraph 88 (b) and (c) | Indicator number 2 Table #3 of Annex I | Delegated Regulation (EU) 2020/1816, Annex II | non-material | |||
ESRS S1-14 Number of days lost to injuries, accidents, fatalities or illness paragraph 88 (e) | Indicator number 3 Table #3 of Annex I | non-material | ||||
ESRS S1-16 Unadjusted gender pay gap paragraph 97 (a) | Indicator number 12 Table #1 of Annex I | Delegated Regulation (EU) 2020/1816, Annex II | non-material | |||
ESRS S1-16 Excessive CEO pay ratio paragraph 97 (b) | Indicator number 8 Table #3 of Annex I | material | ||||
ESRS S1-17Incidents of discrimination paragraph 103(a) | Indicator number 7 Table #3 of Annex I | non-material | ||||
ESRS S1-17 Non-respect of UNGPs on Business and Human Rights and OECD Guidelines paragraph 104 (a) | Indicator number 10 Table #1 and Indicator n. 14 Table #3 of Annex I | Delegated Regulation (EU) 2020/1816, Annex II Delegated Regulation (EU) 2020/1818 Art 12 (1) | non-material | |||
ESRS 2- SBM3 – S2 Significant risk of child labour or forced labour in the value chain paragraph 11 (b) | Indicators number 12 and n. 13 Table #3 of Annex I | non-material | ||||
ESRS S2-1 Human rights policy commitments paragraph 17 | Indicator number 9 Table #3 and Indicator n. 11 Table #1 of Annex 1 | non-material | ||||
ESRS S2-1 Policies related to value chain workers paragraph 18 | Indicator number 11 and n. 4 Table #3 of Annex 1 | non-material | ||||
ESRS S2-1 Non-respect of UNGPs on Business and Human Rights principles and OECD guidelines paragraph 19 | Indicator number 10 Table #1 of Annex 1 | Delegated Regulation (EU) 2020/1816, Annex II Delegated Regulation (EU) 2020/1818, Art 12 (1) | non-material | |||
ESRS S2-1 Due diligence policies on issues addressed by the fundamental International Labor Organisation Conventions 1 to 8, paragraph 19 | Delegated Regulation (EU) 2020/1816, Annex II | non-material | ||||
ESRS S3-1 Human rights policy commitments paragraph 16 | Indicator number 9 Table #3 of Annex 1 and Indicator number 11 Table #1 of Annex 1 | non-material | ||||
ESRS S3-1 non-respect of UNGPs on Business and Human Rights, ILO principles or OECD guidelines paragraph 17 | Indicator number 10 Table #1 Annex 1 | Delegated Regulation (EU) 2020/1816, Annex II Delegated Regulation (EU) 2020/1818, Art 12 (1) | non-material | |||
ESRS S3-4 Human rights issues and incidents paragraph 36 | Indicator number 14 Table #3 of Annex 1 | non-material | ||||
ESRS S4-1 Policies related to consumers and end-users paragraph 16 | Indicator number 9 Table #3 and Indicator number 11 Table #1 of Annex 1 | non-material | ||||
ESRS S4-1 Non-respect of UNGPs on Business and Human Rights and OECD guidelines paragraph 17 | Indicator number 10 Table #1 of Annex 1 | Delegated Regulation (EU) 2020/1816, Annex II Delegated Regulation (EU) 2020/1818, Art 12 (1) | non-material | |||
ESRS S4-4 Human rights issues and incidents paragraph 35 | Indicator number 14 Table #3 of Annex 1 | non-material | ||||
ESRS G1-1 United Nations Convention against Corruption paragraph 10 (b) | Indicator number 15 Table #3 of Annex 1 | non-material | ||||
ESRS G1-1 Protection of whistle-blowers paragraph 10 (d) | Indicator number 6 Table #3 of Annex 1 | non-material | ||||
ESRS G1-4 Fines for violation of anti-corruption and anti-bribery laws paragraph 24 (a) | Indicator number 17 Table #3 of Annex 1 | Delegated Regulation (EU) 2020/1816, Annex II) | non-material | |||
ESRS G1-4 Standards of anti-corruption and anti-bribery paragraph 24 (b) | Indicator number 16 Table #3 of Annex 1 | non-material |
Toelichting | 2025 | 2024 | |
|---|---|---|---|
(x EUR 1.000.000) | |||
Rente en soortgelijke baten | 5.998 | 7.698 | |
Rente en soortgelijke lasten | 5.751 | 7.450 | |
Rente | 247 | 248 | |
Resultaat uit financiële transacties | -3 | -37 | |
Overige bedrijfsopbrengsten | - | - | |
Som der bedrijfsopbrengsten | 244 | 211 | |
Personeelskosten | 30 | 28 | |
Andere beheerkosten | 30 | 27 | |
Personeels- en andere beheerkosten | 60 | 55 | |
Afschrijvingen en waardeveranderingen op immateriële en materiële vaste activa | 5 | 5 | |
Bankenbelasting en resolutieheffing | 19 | 18 | |
Waardeverminderingen van vorderingen en voorzieningen voor onder de balans opgenomen verplichtingen | 1 | - | |
Som der bedrijfslasten | 85 | 78 | |
Resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening voor belastingen | 159 | 133 | |
Belastingen resultaat gewone bedrijfsuitoefening | 46 | 39 | |
Resultaat na belastingen | 113 | 94 |
Toelichting | 2025 | 2024 | |
|---|---|---|---|
(x EUR 1.000.000) | |||
Activa | |||
Kasmiddelen en tegoeden bij de Centrale Bank | 1.432 | 6.623 | |
Vorderingen op kredietinstellingen | 2.810 | 2.622 | |
Kredieten en vorderingen | 54.968 | 59.158 | |
Rentedragende waardepapieren | 8.114 | 5.584 | |
Immateriële activa | 13 | 11 | |
Materiële activa | 4 | 5 | |
Overige activa | 78 | 14 | |
Derivaten | 5.436 | 4.740 | |
Vennootschapsbelasting | - | - | |
Overlopende activa | 13 | 11 | |
Totaal activa | 72.868 | 78.768 | |
(x EUR 1.000.000) | |||
Passiva | |||
Schulden aan kredietinstellingen | 2.692 | 2.658 | |
Toevertrouwde middelen | 6.161 | 7.174 | |
Schuldbewijzen | 57.972 | 62.769 | |
Overige schulden | 19 | 20 | |
Derivaten | 3.520 | 3.710 | |
Vennootschapsbelasting | 3 | - | |
Overlopende passiva | 9 | 6 | |
Voorzieningen | 8 | 10 | |
70.384 | 76.347 | ||
Achtergestelde schulden | 327 | 327 | |
Gestort en opgevraagd kapitaal | 7 | 7 | |
Herwaarderingsreserve | - | - | |
Overige reserves | 2.037 | 1.993 | |
Onverdeelde winst verslagjaar | 113 | 94 | |
Eigen vermogen | 2.157 | 2.094 | |
Totaal passiva | 72.868 | 78.768 | |
Onherroepelijke toezeggingen | 4.592 | 5.037 |
Toelichting | 2025 | 2024 | |
|---|---|---|---|
(x EUR 1.000.000) | |||
Veranderingen in de herwaarderingsreserve | - | - | |
Veranderingen in de overige reserves (actuariële winsten en verliezen voor belastingen) | - | - | |
Vennootschapsbelasting op baten en lasten die rechtstreeks in het eigen vermogen zijn verwerkt | - | - | |
Baten en lasten rechtstreeks verwerkt in het eigen vermogen | - | - | |
Resultaat na belastingen | 113 | 94 | |
Totaalresultaat | 113 | 94 |
Gestort | Herwaarderings- | Overige | Onverdeelde | Totaal | |
|---|---|---|---|---|---|
(x EUR 1.000.000) | |||||
Stand per 1 januari 2024 | 7 | - | 1.927 | 126 | 2.060 |
Winstbestemming voorgaand boekjaar | 126 | -126 | - | ||
Dividend | -60 | -60 | |||
Rechtstreekse waardemutatie in eigen vermogen | - | - | - | ||
Resultaat boekjaar | 94 | 94 | |||
Stand per 31 december 2024 | 7 | - | 1.993 | 94 | 2.094 |
Stand per 1 januari 2025 | 7 | - | 1.993 | 94 | 2.094 |
Winstbestemming voorgaand boekjaar | 94 | -94 | - | ||
Dividend | -50 | -50 | |||
Rechtstreekse waardemutatie in eigen vermogen | - | - | - | ||
Resultaat boekjaar | 113 | 113 | |||
Stand per 31 december 2025 | 7 | - | 2.037 | 113 | 2.157 |
Toelichting | 2025 | 2024 | |
|---|---|---|---|
(x EUR 1.000.000) | |||
Resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening voor belastingen | 158 | 133 | |
Aanpassingen voor: | |||
Afschrijvingen en waardeveranderingen immateriële en materiële activa | 5 | 5 | |
Ongerealiseerde waardemutatie activa en passiva tegen reële waarde hedge | 51 | 12 | |
Mutatie Kredieten en vorderingen op kredietinstellingen niet terstond opeisbaar | -109 | 1.444 | |
Mutatie Kredieten en vorderingen publieke sector | -2.079 | -2.485 | |
Mutatie Toevertrouwde middelen | -499 | 367 | |
Mutatie Overige activa en passiva | 2.169 | -140 | |
Nettokasstroom uit operationele/bancaire activiteiten | -304 | -664 | |
Uitgaven uit hoofde van investeringen in rentedragende waardepapieren | -3.555 | -1.239 | |
Ontvangsten uit hoofde van verkopen en aflossingen van rentedragende waardepapieren | 838 | 795 | |
-2.717 | -444 | ||
Uitgaven uit hoofde van investeringen in materiële activa | - | -1 | |
Ontvangsten uit hoofde van desinvesteringen van materiële vaste activa | - | - | |
- | -1 | ||
Uitgaven uit hoofde van investeringen in immateriële activa | -6 | -4 | |
Nettokasstroom uit investeringsactiviteiten | -2.723 | -449 | |
(x EUR 1.000.000) | |||
Ontvangsten uit hoofde van uitgifte langlopende schuldbewijzen | 10.938 | 9.510 | |
Uitgaven uit hoofde van aflossing langlopende schuldbewijzen | -9.435 | -9.476 | |
Ontvangsten uit hoofde van uitgifte kortlopende schuldbewijzen | 225.291 | 223.629 | |
Uitgaven uit hoofde van aflossing kortlopende schuldbewijzen | -228.794 | -223.549 | |
Ontvangsten uit hoofde van opname langlopende leningen Toevertrouwde middelen | 70 | 135 | |
Uitgaven uit hoofde van aflossing langlopende leningen Toevertrouwde middelen | -131 | -285 | |
Ontvangsten uit hoofde van opname langlopende leningen van kredietinstellingen | - | 397 | |
Uitgaven uit hoofde van aflossing langlopende leningen van kredietinstellingen | -52 | -41 | |
-2.113 | 320 | ||
Uitgaven uit hoofde van betaald dividend | -50 | -60 | |
Nettokasstroom uit financieringsactiviteiten | -2.163 | 260 | |
Nettokasstroom | -5.190 | -853 |
2025 | 2024 | |
|---|---|---|
(x EUR 1.000.000) | ||
Liquiditeiten per 1 januari | 6.623 | 7.476 |
Kasstroom | -5.190 | -853 |
Liquiditeiten per 31 december | 1.433 | 6.623 |
De liquiditeiten omvatten de tegoeden bij de Centrale Bank en de rekening-courantvorderingen bij kredietinstellingen. In 2025 is voor een bedrag van € 5.657 miljoen aan rentebetalingen verricht (2024: € 7.677 miljoen) en een bedrag van € 5.941 miljoen aan rente-inkomsten ontvangen (2024: € 7.880 miljoen). Deze bedragen zijn in het kasstroomoverzicht verantwoord onder de operationele/bancaire activiteiten. In 2025 is per saldo € 43,7 miljoen aan vennootschapsbelasting betaald (2024: € 47,7 miljoen) en € 19,4 miljoen aan bankenbelasting (2024: € 18,3 miljoen).
De jaarrekening van de Nederlandse Waterschapsbank N.V. (hierna: NWB Bank, KVK-nummer 27049562) over 2025 is opgesteld door de directie, goedgekeurd door de raad van commissarissen op 23 maart 2026 en wordt ter vaststelling voorgelegd aan de algemene vergadering van aandeelhouders op 16 april 2026.
NWB Bank is een naamloze vennootschap gevestigd aan het Rooseveltplantsoen 3, 2517 KR in Den Haag, waarvan de aandelen in handen zijn van overheden. De bank is een essentiële speler in de financiering van de publieke sector en financieringspartner voor de verduurzaming van Nederland. Zij financiert waterschappen, gemeenten en provincies, alsmede aan de overheid gelieerde instellingen, zoals woningcorporaties, zorginstellingen, drinkwaterbedrijven, publiek-private samenwerkingsprojecten (PPS) en duurzame-energieprojecten.
De jaarrekening van NWB Bank is opgesteld in overeenstemming met de wettelijke bepalingen zoals opgenomen in Titel 9 Boek 2 BW en de in Nederland aanvaardbare grondslagen voor financiële verslaggeving (NL GAAP). NWB Bank heeft geen deelnemingen en stelt een enkelvoudige jaarrekening op.
De jaarrekening is opgesteld op basis van historische kostprijs met uitzondering van bepaalde rentedragende waardepapieren en derivaten. De bepaalde rentedragende waardepapieren en derivaten zijn gewaardeerd tegen reële waarde. De kosten en opbrengsten worden toegerekend aan de periode waarop ze betrekking hebben. De bedragen in deze jaarrekening zijn in miljoenen euro’s en alle bedragen in de toelichting zijn afgerond naar duizendtallen (€ 000), tenzij anders is vermeld.
De benamingen zoals genoemd in het Besluit Modellen Jaarrekening zijn voor een aantal posten vervangen door benamingen die volgens NWB Bank de inhoud beter aanduiden.
De jaarrekening is opgesteld uitgaande van de continuïteitsveronderstelling.
Een actief wordt in de balans verwerkt als het waarschijnlijk is dat de toekomstige economische voordelen daarvan naar de onderneming toe vloeien en de waarde van het actief op een betrouwbare manier kan worden vastgesteld. Vreemd vermogen wordt in de balans verwerkt als het waarschijnlijk is dat de afwikkeling van een bestaande verplichting gepaard gaat met een uitstroom van middelen die economische voordelen in zich bergen en de omvang van het bedrag waartegen de afwikkeling plaatsvindt op een betrouwbare manier kan worden vastgesteld.
Financiële activa en passiva (met behoud van de hoofdsom van leningen) worden opgenomen op transactiedatum. Dit houdt in dat een financieel actief of financieel passief in de balans wordt opgenomen vanaf het tijdstip dat de vennootschap respectievelijk recht heeft op de voordelen dan wel gebonden is aan de verplichtingen voortkomend uit de contractuele bepalingen van het financieel instrument. De hoofdsom van de leningen wordt opgenomen op de afwikkelingsdatum.
Baten worden in de winst-en-verliesrekening verwerkt als een vermeerdering van het economisch potentieel, dat verband houdt met een vermeerdering van een actief of vermindering van vreemd vermogen, heeft plaatsgevonden en waarvan de omvang op een betrouwbare manier kan worden vastgesteld. Lasten worden in de winst-en-verliesrekening verwerkt als een vermindering van het economisch potentieel, dat verband houdt met een vermindering van een actief of vermeerdering van vreemd vermogen, heeft plaatsgevonden en waarvan de omvang op een betrouwbare manier kan worden vastgesteld.
Een op de balans opgenomen actief of post van het vreemd vermogen blijft op de balans als een transactie niet leidt tot een belangrijke verandering in de economische realiteit met betrekking tot dit actief of deze post van het vreemd vermogen. Dergelijke transacties moeten evenmin aanleiding geven tot verantwoording van resultaten.
Een financieel actief of een post van het vreemd vermogen (of, als het van toepassing is, een deel van een financieel actief of een deel van de groep van soortgelijke financiële activa of passiva) wordt niet langer in de balans opgenomen als de transactie ertoe leidt dat alle of nagenoeg alle rechten op economische voordelen en alle of nagenoeg alle risico’s met betrekking tot het actief of de post van het vreemd vermogen aan een derde zijn overgedragen.
De financiële activa en passiva worden bij eerste opname in de balans gewaardeerd tegen reële waarde, vermeerderd respectievelijk verminderd met de transactiekosten die direct toe te wijzen zijn aan de verwerving of uitgifte van het financieel actief of het financieel passief, met uitzondering van de transacties met waardering tegen reële waarde en verwerking van de resultaten via de winst-en-verliesrekening. De aan deze balansposten direct toerekenbare transactiekosten worden direct verantwoord in de winst-en-verliesrekening.
De reële waarde is het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een verplichting kan worden afgewikkeld, tussen ter zake goed geïnformeerde en tot een transactie bereid zijnde partijen die onafhankelijk van elkaar zijn. Voor zover voor posten een relevante middenkoers beschikbaar is, wordt deze als de beste indicatie voor de reële waarde gehanteerd. Van het merendeel van de financiële instrumenten van NWB Bank kan de reële waarde niet op basis van een relevante middenkoers vastgesteld worden, omdat een beursnotering en/of een actieve markt ontbreekt. NWB Bank berekent de reële waarde van deze overige financiële instrumenten met modellen.
De modellen maken gebruik van diverse veronderstellingen met betrekking tot de disconteringsvoet en het tijdstip en de omvang van de verwachte toekomstige kasstromen. Bij de berekening van de reële waarde van opties is gebruikgemaakt van optiewaarderingsmodellen.
Bij het ontstaan van financiële activa worden deze geclassificeerd als Kredieten en vorderingen, Vorderingen op kredietinstellingen, Rentedragende waardepapieren dan wel Derivaten. Kredieten en vorderingen, Tot het einde van de looptijd aangehouden rentedragende waardepapieren, Overige rentedragende waardepapieren zonder beursnotering evenals Vorderingen op kredietinstellingen worden vervolgens gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs. Overige rentedragende waardepapieren met beursnotering en Derivaten worden gewaardeerd tegen reële waarde.
Bij het ontstaan van financiële passiva worden deze geclassificeerd als Schulden aan kredietinstellingen, Derivaten, Toevertrouwde middelen en Uitgegeven schuldbewijzen. Schulden aan kredietinstellingen, Toevertrouwde middelen evenals Uitgegeven schuldbewijzen worden vervolgens gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs en Derivaten worden vervolgens gewaardeerd tegen reële waarde.
NWB Bank maakt gebruik van de mogelijkheid om de expected loss impairment methodology van IFRS 9 toe te passen. Dit impairmentmodel is van toepassing op alle exposures uit hoofde van financiële activa tegen geamortiseerde kostprijs, tegen reële waarde gewaardeerde rentedragende waardepapieren met waardewijzigingen direct in het eigen vermogen en onherroepelijke toezeggingen en contracten betreffende financiële garanties.
De genoemde exposures worden onder IFRS 9 ingedeeld in drie groepen gebaseerd op de verschillende stadia (‘Stages’) van kredietrisico.
In Stage 1 zitten exposures waarvan het kredietrisico niet significant is gewijzigd ten opzichte van het moment waarop de exposure is ontstaan. Voor deze groep wordt een 12-maands expected credit loss berekend, zijnde het verwachte kredietverlies op basis van de kans dat de exposure binnen 12 maanden na de rapportagedatum in default geraakt.
Stage 2 omvat exposures waarvan het kredietrisico significant is toegenomen ten opzichte van het moment waarop de exposure is ontstaan, maar die nog niet in default zijn geraakt. Voor deze exposures wordt een lifetime expected credit loss berekend, rekening houdend met eventuele garanties en ontvangen zekerheden. Dit betreft de verwachte tekorten op de contractuele kasstromen gedurende de resterende looptijd van de exposure, contant gemaakt tegen het effectieve rentepercentage.
Onder Stage 3 vallen exposures die credit impaired zijn. Voor deze exposures wordt een lifetime expected credit loss bepaald, rekening houdend met eventuele garanties en ontvangen zekerheden.
Voor exposures begrepen in de post Rentedragende waardepapieren past de bank de low credit risk exemption conform IFRS 9 toe op instrumenten die in de categorie 'investment grade' vallen.
De bank dekt aan financiële activa of passiva verbonden rente- en valutarisico’s grotendeels af met behulp van financiële instrumenten. In marktwaardetermen vindt een compensatie plaats van waardeveranderingen als gevolg van rente- en valutamutaties. Hedge accounting maakt het mogelijk de resultaatverantwoording van een afdekkingsinstrument en de bijbehorende afgedekte positie gelijktijdig te laten plaatsvinden, voor zover deze indekking effectief is. Hedge accounting is alleen toegestaan als er afdoende documentatie is opgesteld en de vereiste effectiviteit van de afdekking is aangetoond. NWB Bank gebruikt derivaten als afdekkingsinstrument en deze worden tegen reële waarde op de balans opgenomen. Zowel de waardemutaties van het afgedekte instrument die zijn toe te rekenen aan het afgedekte risico als de waardemutaties van derivaten die deel uitmaken van een reële waardehedge worden in de winst-en-verliesrekening verantwoord als Resultaat uit financiële transacties.
NWB Bank past twee vormen van reële-waarde-hedge accounting toe: micro- en macrohedging. Microhedging heeft betrekking op individuele transacties die voor wat betreft rente- en valutarisico in een economische hedgerelatie zijn betrokken. Er is in geval van microhedging een een-op-eenrelatie tussen de afgedekte positie en het afdekkinginstrument. Macrohedging heeft betrekking op een groep transacties die voor het renterisico door meerdere derivaten wordt afgedekt. Daarbij bestaat niet altijd een relatie tussen afgedekte posities en afdekkingsinstrumenten op individueel niveau, maar wordt op portefeuilleniveau aangetoond dat de betrokken derivaten de reële waardemutaties als gevolg van rentebewegingen van de betrokken activa compenseren.
Monetaire activa en passiva in vreemde valuta worden gewaardeerd in euro’s tegen de middenkoersen op balansdatum (gepubliceerd door de ECB). Hantering van middenkoersen houdt verband met het beleid van NWB Bank, waarbij alle valutaposities een-op-een worden afgedekt en waardoor de dagelijkse geldstromen in vreemde valuta per saldo nihil zijn.
Het saldo van baten en lasten voortvloeiend uit transacties in vreemde valuta wordt gewaardeerd tegen de koers op transactiedatum. Alle valutakoersverschillen van monetaire activa en passiva worden in de winst-en-verliesrekening verantwoord.
Valutaswaps worden gebruikt als afdekkingsinstrument voor valutarisico’s inzake opgenomen en uitgezette gelden. Deze valutaswaps worden gewaardeerd tegen de reële waarde van het instrument per balansdatum. De waardemutaties worden verantwoord onder Resultaat uit financiële transacties.
Kasmiddelen en tegoeden bij de Centrale Bank worden gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode verminderd met een eventuele voorziening voor oninbaarheid.
Kredieten en vorderingen en Vorderingen op kredietinstellingen worden gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode verminderd met een eventuele voorziening voor oninbaarheid van vorderingen.
Rentedragende waardepapieren zijn primair bedoeld om voor onbepaalde tijd te worden aangehouden en kunnen worden verkocht om te voorzien in liquiditeitsbehoeften of als reactie op wijzigingen in het risicoprofiel van de emittent. De rentedragende waardepapieren worden bij eerste verwerking gewaardeerd tegen reële waarde. Voor wat betreft de vervolgwaardering van de rentedragende waardepapieren zijn de volgende twee subcategorieën te onderscheiden.
Gekochte rentedragende waardepapieren met vaste of bepaalbare betalingen waarvan NWB Bank het stellige voornemen heeft, en zowel contractueel als economisch in staat is, deze aan te houden tot het einde van de looptijd, worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode verminderd met een eventuele voorziening voor oninbaarheid.
Overige rentedragende waardepapieren zonder beursnotering worden gewaardeerd conform de Tot het einde van de looptijd aangehouden waardepapieren.
Overige rentedragende waardepapieren met beursnotering worden gewaardeerd tegen reële waarde. Voor zover een waardeverandering van een individueel rentedragend waardepapier positief is, wordt deze tot het moment van realisatie direct in het eigen vermogen verwerkt. Op het moment dat het desbetreffende rentedragende waardepapier niet langer in de balans wordt verwerkt, wordt het cumulatieve ongerealiseerde resultaat van een individueel actief dat in het eigen vermogen was opgenomen verwerkt in de winst-en-verliesrekening. Een eventuele cumulatieve waardevermindering tot onder de kostprijs wordt onmiddellijk in de winst-en-verliesrekening verantwoord. Als vervolgens een ongerealiseerde waardevermeerdering op het betreffende rentedragende waardepapier plaatsvindt, wordt deze in de winst-en-verliesrekening verantwoord voor zover deze lager is dan de geamortiseerde kostprijs. Eventuele waardevermeerdering boven de geamortiseerde kostprijs wordt in het eigen vermogen verwerkt.
Als de rentedragende waardepapieren zijn betrokken in een reële-waarde-hedgerelatie, dan wordt het effectieve deel van de afdekking verwerkt in het resultaat in plaats van in het eigen vermogen.
Onder deze post zijn de kosten en uitgaven die betrekking hebben op computersoftware verantwoord. Na de eerste opname wordt het immaterieel actief gewaardeerd tegen kostprijs verminderd met de geaccumuleerde afschrijvingen en eventuele bijzondere waardeverminderingen. De verwachte gebruiksduur is vijf jaar en de gehanteerde afschrijvingsmethode is lineair over genoemde gebruiksduur. Als hiertoe aanleiding bestaat, worden de afschrijvingsperiode en afschrijvingsmethode herzien.
Materiële vaste activa bestaan uit onroerende zaken en bedrijfsmiddelen. De onroerende zaken en bedrijfsmiddelen worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs verminderd met lineaire afschrijving. De afschrijvingen hierop worden ten laste van de winst-en-verliesrekening gebracht over een periode die overeenkomt met de verwachte economische gebruiksduur.
De afschrijvingen bedragen jaarlijks:
Gebouw | 2,5% |
Installaties | 10% |
Inrichting, inventaris, etc.: | |
| 10% |
| 20% |
Informatieverwerkende apparatuur | 20% |
Personenauto’s | 20% |
Op de waarde van de grond wordt niet afgeschreven.
De restwaarde van het actief, de gebruiksduur en de waarderingsmethodes worden jaarlijks beoordeeld en indien noodzakelijk aangepast.
Een derivaat (afgeleid financieel instrument) is een financieel instrument dat de drie volgende kenmerken bezit.
De waarde verandert als gevolg van veranderingen van marktfactoren zoals een bepaalde rentevoet, prijs van een financieel instrument, valutakoers, kredietwaardigheid of andere variabele (de onderliggende waarde).
Er is geen of een geringe nettoaanvangsinvestering nodig in verhouding tot andere soorten contracten die op vergelijkbare manier reageren op veranderingen in genoemde marktfactoren.
Het wordt op een tijdstip in de toekomst afgewikkeld.
Derivaten worden bij de eerste verwerking gewaardeerd tegen de reële waarde op het moment van het aangaan van het contract. Eventuele verschillen tussen de reële waarde en de door de bank gehanteerde waarderingsmodellen worden geamortiseerd over de looptijd van het financieel instrument. Ook na eerste verwerking wordt het derivaat gewaardeerd tegen reële waarde inclusief opgelopen rente. Derivaten met een positieve marktwaarde worden als activa gepresenteerd, derivaten met een negatieve marktwaarde als passiva. Veranderingen in de reële waarde van deze derivaten worden in de winst-en-verliesrekening verantwoord onder de post Resultaat financiële transacties. Er worden algemeen aanvaarde waarderingsmodellen toegepast, met gebruikmaking van de meest geëigende waarderingscurven, waaronder de €STR-curve. Daarnaast is een credit valuation adjustment en een debt valuation adjustment in de waardering opgenomen.
In contracten besloten derivaten worden als een apart derivaat gewaardeerd als aan de volgende voorwaarden is voldaan.
Er bestaat geen nauw verband tussen de economische kenmerken en risico’s van het in een contract besloten derivaat en die van het basiscontract.
Het basiscontract wordt niet tegen reële waarde – met waardemutaties via het resultaat – gewaardeerd.
Een afzonderlijk instrument met dezelfde voorwaarden zou voldoen aan de definitie van een derivaat.
Derivaten die voldoen aan deze voorwaarden worden gepresenteerd in de balans bij het basiscontract waartoe deze behoren en gewaardeerd tegen reële waarde, waarbij waardemutaties worden verwerkt in het resultaat. Contracten worden alleen op het moment van aangaan van de transactie beoordeeld, tenzij een wijziging in de contractvoorwaarden heeft plaatsgevonden die de verwachte kasstromen aanzienlijk beïnvloedt.
De in de passiefposten Schulden aan kredietinstellingen, Toevertrouwde middelen, Schuldbewijzen en Achtergestelde schulden opgenomen leningen worden bij de eerste opname gewaardeerd tegen de reële waarde van de ontvangen tegenprestatie minus de direct toerekenbare transactiekosten. Na deze eerste opname worden de rentedragende leningen gewaardeerd tegen de geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode. Winsten en verliezen worden opgenomen in het renteresultaat zodra de schulden niet langer op de balans worden opgenomen.
Conform Richtlijn 271 Personeelsbeloningen past NWB Bank voor pensioenen integraal de onder IFRS-EU van toepassing zijnde standaard (IAS 19) inzake pensioenen en andere post retirement benefits toe. Voor de actieve medewerkers geldt vanaf 1 januari 2020 een defined contribution plan. De pensioenregeling voor niet-actieven betreft een defined benefit plan en wordt gefinancierd door premies aan een verzekeringsmaatschappij op basis van periodieke actuariële berekeningen.
Een defined contribution plan is een regeling waarbij de pensioenbijdrage voor de medewerker is vastgelegd (en niet de uitkering). De verantwoorde verplichting voor defined benefit plans is het saldo van de contante waarde van de pensioenverplichtingen op balansdatum, verminderd met de reële waarde van de daarmee verbonden beleggingen. De pensioenverplichtingen worden jaarlijks berekend door een externe actuaris op basis van de projected unit credit method.
Een financieel actief en een financiële verplichting worden gesaldeerd en tegen het nettobedrag in de balans opgenomen als er een juridisch afdwingbaar recht is om de verantwoorde bedragen te salderen en als het voornemen bestaat om de verwachte toekomstige kasstromen op nettobasis te verrekenen, of simultaan het actief te realiseren en de verplichting af te wikkelen.
Opbrengsten worden verantwoord wanneer het waarschijnlijk is dat de economische voordelen ten goede komen aan NWB Bank en de opbrengsten betrouwbaar kunnen worden bepaald.
Rentebaten en -lasten worden in de winst-en-verliesrekening opgenomen volgens de effectieverentemethode. De toepassing van deze methode omvat de amortisatie van een eventueel disagio of agio of andere verschillen (met inbegrip van transactiekosten en daarop betrekking hebbende provisies) tussen de eerste boekwaarde van een rentedragend instrument en het bedrag per vervaldatum, berekend op basis van de effectieve rentevoet.
Winstbelastingen worden gelijktijdig met de winst als last verantwoord. Uitgestelde belastingvorderingen en uitgestelde belastingverplichtingen worden tegen het nominale bedrag gewaardeerd.
Verschuldigde en verrekenbare belastingvorderingen en -verplichtingen voor lopende en voorgaande jaren worden gewaardeerd op het bedrag dat naar verwachting wordt teruggevorderd van of betaald aan de Belastingdienst. Het belastingbedrag wordt berekend op basis van de geldende belastingtarieven en belastingwetgeving.
Uitgestelde belastingvorderingen worden opgenomen voor alle verrekenbare tijdelijke verschillen, onbenutte fiscale faciliteiten en niet-verrekende fiscale verliezen indien het waarschijnlijk is dat er fiscale winst beschikbaar is waarmee de verrekenbare tijdelijke verschillen kunnen worden verrekend en de verrekenbare tijdelijke verschillen, onbenutte fiscale faciliteiten en onbenutte fiscale verliezen kunnen worden aangewend.
De boekwaarde van de uitgestelde belastingvorderingen wordt per balansdatum beoordeeld en verlaagd als het niet waarschijnlijk is dat voldoende fiscale winst beschikbaar is waarmee het tijdelijke verschil geheel of gedeeltelijk kan worden verrekend. Niet opgenomen uitgestelde belastingvorderingen worden per balansdatum herbeoordeeld en opgenomen voor zover het waarschijnlijk is dat in de toekomst fiscale winst aanwezig is waarmee deze uitgestelde vordering kan worden verrekend.
Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen worden gewaardeerd op de belastingtarieven die naar verwachting van toepassing zijn op de periode waarin de vordering wordt gerealiseerd of de verplichting wordt afgewikkeld, op basis van de geldende belastingtarieven en belastingwetgeving.
Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen worden gesaldeerd als er een recht bestaat om deze te salderen.
Het kasstroomoverzicht wordt opgesteld volgens de indirecte methode, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen kasstromen uit operationele/bancaire activiteiten, investerings- en financieringsactiviteiten.
Onder liquiditeiten worden die activa opgenomen die zonder beperkingen kunnen worden omgezet in liquiditeiten, waaronder de aanwezige kasmiddelen evenals de per saldo direct opeisbare tegoeden bij (centrale) banken.
De mutaties in de Kredieten en de Toevertrouwde middelen en die uit hoofde van Vorderingen op kredietinstellingen en Schulden aan kredietinstellingen zijn, gelet op de aard van de activiteiten, opgenomen onder de kasstroom uit operationele/bancaire activiteiten.
Investeringsactiviteiten omvatten de aan- en verkopen en aflossingen inzake tot einde looptijd gehouden rentedragende waardepapieren evenals de aan- en verkopen van onroerende zaken en bedrijfsmiddelen. De opname en aflossing van zowel lang vreemd vermogen (looptijd >1 jaar) als kortlopende schuldbewijzen (looptijd <1 jaar) worden als financieringsactiviteiten aangemerkt.
De inrichting van de bank is niet afgestemd op werkzaamheden in verschillende bedrijfstakken en bij de analyse en besluitvorming ter zake van rendement en inzet van middelen maakt NWB Bank geen onderscheid naar segmenten. In deze jaarrekening is dan ook geen gesegmenteerde informatie opgenomen.
De opstelling van de jaarrekening vereist dat de directie zich oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van grondslagen en de gerapporteerde waarde van activa en verplichtingen, alsmede van baten en lasten. De schattingen en hiermee verbonden veronderstellingen zijn gebaseerd op ervaringen uit het verleden, marktinformatie en andere factoren die gegeven de omstandigheden als redelijk worden beschouwd. De uitkomsten hiervan vormen de basis voor het oordeel over het merendeel van de boekwaarde van activa en passiva van NWB Bank die niet op een eenvoudige manier uit andere bronnen blijkt. De daadwerkelijke uitkomsten kunnen daardoor afwijken van deze schattingen.
De schattingen en onderliggende veronderstellingen worden periodiek beoordeeld. Herzieningen van schattingen worden verantwoord in de periode waarin de schattingen worden herzien als de herziening alleen voor die periode gevolgen heeft. Heeft de herziening ook gevolgen voor toekomstige perioden, dan wordt de herziening verantwoord in zowel de verslagperiode als toekomstige perioden.
De door de directie gevormde oordelen die belangrijke gevolgen kunnen hebben voor de jaarrekening en schattingen die een aanmerkelijk risico in zich bergen van een materiële aanpassing in een volgend jaar, hebben met name betrekking op de waardering van financiële activa en financiële passiva op reële waarde, in het bijzonder op de waardering van de derivaten. Daarnaast ziet ze toe op bijzondere waardeverminderingen met toepassing van de expected loss impairment methodology van IFRS 9.
2025 | 2024 | |
|---|---|---|
(x EUR 1.000) | ||
Rentebaten Kasmiddelen en tegoeden bij de Centrale Bank, Kredietinstellingen en Kredieten en vorderingen tegen geamortiseerde kostprijs | 2.196.975 | 2.725.753 |
Rentebaten Rentedragende waardepapieren | 146.479 | 97.849 |
Derivaten | 3.651.765 | 4.872.621 |
Provisies | 3.113 | 2.202 |
Negatieve rentelasten | - | - |
Rentebaten | 5.998.332 | 7.698.425 |
Rentelasten Kredietinstellingen, Toevertrouwde middelen, Hybride kapitaal en Schuldbewijzen tegen geamortiseerde kostprijs | 1.838.405 | 2.209.248 |
Derivaten | 3.910.663 | 5.238.027 |
Negatieve rentebaten | 2.414 | 3.070 |
Rentelasten | 5.751.482 | 7.450.345 |
Rente | 246.850 | 248.080 |
De post Rentebaten omvat rentebaten uit Kredieten en vorderingen, Rentedragende waardepapieren, Kasmiddelen en tegoeden bij de Centrale Bank evenals ontvangen provisies die het karakter van rente hebben, ontvangen vergoedingen voor vervroegde aflossing van financiële instrumenten waarop geen hedge accounting wordt toegepast, agio’s en disagio’s. Agio’s en disagio’s op Kredieten en vorderingen die niet gewaardeerd worden op reële waarde, zijn samen met de respectievelijke rentebaten verantwoord overeenkomstig de effectieve rentemethode.
De post Rentelasten omvat rentelasten uit al dan niet in schuldbewijzen belichaamde schulden en derivaten, evenals betaalde provisies die het karakter van rente hebben, betaalde vergoedingen voor vervroegde aflossing, agio’s en disagio’s. Agio’s en disagio’s op al dan niet in schuldbewijzen belichaamde schulden die niet gewaardeerd worden op reële waarde, zijn samen met de respectievelijke rentelasten verantwoord overeenkomstig de effectieve rentemethode.
De afname van zowel rentebaten als rentelasten in 2025 ten opzichte van 2024 hangt samen met de gedaalde marktrentes. De toename van de kredietportefeuille heeft geleid tot meer rente-inkomsten, maar doordat de kosten van de kortlopende financiering via commercial paper-uitgifte zijn toegenomen, is het renteresultaat licht lager dan het jaar ervoor. De marktrente, die afgelopen jaar wederom flink in beweging was, heeft slechts zeer beperkt invloed op ons renteresultaat. Dat komt doordat wij ons renterisico nauwgezet afdekken. Als gevolg daarvan beweegt de hoogte van de rente die we onze klanten in rekening brengen nagenoeg een-op-een mee met de rente die wij zelf betalen voor de door ons aangetrokken lange financiering. De toename van de rentebaten op rentedragende waardepapieren is hoofdzakelijk het gevolg van nieuwe investeringen.
De post Negatieve rentebaten betreft de negatieve rente op de financiële activa Kasmiddelen en tegoeden bij de Centrale Bank, Vorderingen op kredietinstellingen en Kredieten en vorderingen. De post Negatieve rentelasten betreft de negatieve rente op de financiële passiva Schulden aan kredietinstellingen, Toevertrouwde middelen en Schuldbewijzen.
NWB Bank past twee vormen van reële-waarde-hedge accounting toe: micro- en macrohedging. Microhedging heeft betrekking op individuele transacties die voor wat betreft rente- en valutarisico in een economische hedgerelatie zijn betrokken. Er is in geval van microhedging een een-op-eenrelatie tussen de afgedekte positie en het afdekkinginstrument. Macrohedging heeft betrekking op een groep transacties die voor het renterisico door meerdere derivaten wordt afgedekt. Daarbij is er niet altijd een relatie tussen afgedekte posities en afdekkingsinstrumenten op individueel niveau, maar wordt op portefeuilleniveau aangetoond dat de betrokken derivaten de reëlewaardemutaties als gevolg van rentebewegingen van de betrokken activa compenseren.
Het resultaat uit financiële transacties is als volgt te specificeren.
2025 | 2024 | |
|---|---|---|
(x EUR 1.000) | ||
Marktwaardeverandering derivaten betrokken in macro hedge accounting | 6.262.982 | -1.382.364 |
Herwaardering financiële activa en passiva betrokken in macro hedge accounting | -6.256.253 | 1.382.361 |
Macro hedge accounting ineffectiviteit | 6.729 | -3 |
Micro hedge accounting ineffectiviteit | 2.541 | -2.935 |
Totaal ineffectiviteit hedge accounting | 9.270 | -2.938 |
Overige marktwaardeverandering geherstructureerde derivaten betrokken in hedge accounting | -31.088 | -33.021 |
Marktwaardeveranderingen van derivaten niet betrokken in hedge accounting | 2.157 | 175 |
Mutatie tegenpartij kredietrisico (CVA/DVA) | 1.408 | 2.944 |
Resultaat looptijdverlengingen en vervroegde aflossingen | 332 | 98 |
Ongerealiseerd kredietresultaat rentedragende waardepapieren | 11.869 | -5.141 |
Overige marktwaardeveranderingen | 3.274 | 1.235 |
Totaal | -2.778 | -36.648 |
De bank investeert in NHG RMBS. Het renterisico op deze investeringen is zo veel mogelijk afgedekt met rentederivaten. De bank past hierop reële-waarde-hedge accounting toe. Het resultaat valt onder de post Macro hedge accounting ineffectiviteit.
De Overige marktwaardeverandering geherstructureerde derivaten betrokken in hedge accounting is onder meer het gevolg van in het verleden uitgevoerde herstructureringen van de derivatenportefeuille met het oog op beheersing van de renterisicopositie. Het renteresultaat wordt per saldo positief beïnvloed (lagere rentelasten) door deze herstructureringen.
De post Marktwaardeveranderingen van derivaten niet betrokken in hedge accounting betreft marktwaardemutaties van derivaten gesloten in het kader van asset & liability management en die niet in een micro- of macrohedgerelatie zijn opgenomen.
De Mutatie tegenpartij kredietrisico (CVA/DVA) ziet met name toe op een niet door collateral gedekte exposure op één financiële tegenpartij ter grootte van € 80 miljoen (2024: € 120 miljoen) uit hoofde van afgesloten derivatencontracten en daarbij behorende collateralovereenkomst. De volatiliteit in het resultaat financiële transacties is voor deze post met name afhankelijk van de mutaties in de credit default swap (CDS) spread voor deze specifieke tegenpartij, waarmee reeds lange tijd geen nieuwe transacties worden afgesloten.
Het Resultaat looptijdverlengingen en vervroegde aflossingen heeft betrekking op aanpassingen van leningen op verzoek van klanten.
Het Ongerealiseerd kredietresultaat rentedragende waardepapieren betreft het ongerealiseerd resultaat uit de rentedragende waardepapieren met beursnotering die gewaardeerd worden op reële waarde.
De Overige marktwaardeveranderingen bestaan onder andere uit marktwaardeveranderingen van financiële instrumenten na het moment van aankoop/verkoop en het aangaan/verbreken van de hedgerelatie, ontvangen en betaalde agio's, disagio's en fees bij afwikkeling van derivatencontracten, gerealiseerde (herwaarderings)resultaten bij verkoop van rentedragende waardepapieren en provisies.
NWB Bank neemt in belangrijke mate middelen in vreemde valuta op. De hieruit voortvloeiende valutarisico’s worden direct geheel door valutaswaps afgedekt. De valutarisico’s voor de bank zijn daardoor nihil.
Het aantal personeelsleden in fte’s (inclusief directie) bedroeg ultimo boekjaar 2025 166,6 (2024: 141,7). Van dit aantal zijn er 3 statutair directielid, 15 managers en 151,6 medewerkers (2024: 4 statutair directieleden, 13 managers en 124,7 medewerkers). Het gemiddelde aantal fte’s (inclusief directie) bedroeg 154,1 (2024: 134,4) en alle personeelsleden zijn werkzaam in Nederland.
2025 | 2024 | |
|---|---|---|
(x EUR 1.000) | ||
Salarissen | 18.004 | 15.519 |
Pensioenlasten | 3.287 | 2.765 |
Overige sociale lasten | 2.243 | 1.689 |
Andere personeelskosten | 6.227 | 8.141 |
Totaal | 29.761 | 28.114 |
De toename van de salariskosten wordt veroorzaakt door zowel personeelsgroei als de cao‑loonsverhoging. De andere personeelskosten nemen af doordat vacatures zijn ingevuld die eerder met tijdelijk personeel werden vervuld.
De beloning van de statutaire directieleden inclusief reguliere pensioenlasten en overige specifieke elementen, zoals weergegeven in onderstaande tabel, bedroeg in 2025 € 1.971 duizend (2024: € 1.416 duizend).
Vaste beloning | Bijdrage pensioen | Overig | |
|---|---|---|---|
(x EUR 1.000) | |||
2025 | |||
Lidwin van Velden | 345 | 53 | 94 |
Frenk van der Vliet | 298 | 48 | 297 |
Ard van Eijl | 293 | 46 | 50 |
Wilma Schouten | 168 | 22 | 257 |
Totaal | 1.104 | 169 | 698 |
2024 | |||
Lidwin van Velden | 320 | 52 | 84 |
Frenk van der Vliet | 286 | 48 | 61 |
Ard van Eijl | 272 | 45 | 50 |
Wilma Schouten | 159 | 22 | 17 |
Totaal | 1.037 | 167 | 212 |
De vaste beloning bestaat uit het vaste salaris over 13 maanden plus 8% vakantiegeld en een toeslag van 11,1%.
Onder Overig vallen de volgende resterende beloningen (in €).
Wilma Schouten is per 1-8-2025 teruggetreden als CFO en heeft een vergoeding ontvangen van € 153.000 over het resterende deel van het jaar. Tevens heeft zij bij haar terugtreding een vergoeding van € 85.000 ontvangen. Frenk van der Vliet is per 31-12-2025 teruggetreden als CCO en heeft een vergoeding ontvangen van € 232.000.
Een onkostenvergoeding; de belaste onkostenvergoeding bedroeg voor Lidwin van Velden € 3.000, Frenk van der Vliet € 3.000, Wilma Schouten € 2.000 en voor Ard van Eijl € 3.000 (2024: voor Lidwin van Velden, Frenk van der Vliet en Ard van Eijl € 3.000 en voor Wilma Schouten € 2.000).
Een hypotheekrentesubsidieregeling voor het personeel; deze belaste vergoeding bedroeg in 2025 voor Lidwin van Velden € nihil, voor Frenk van der Vliet € nihil, voor Wilma Schouten € 3.000 en voor Ard van Eijl € nihil (2024: voor Lidwin van Velden € 3.000, voor Frenk van der Vliet € nihil, voor Wilma Schouten € 3.000 en voor Ard van Eijl € 4.000).
Een bijdrage voor de maximering van het pensioengevend inkomen; deze belaste vergoeding bedroeg in 2025 voor Lidwin van Velden € 45.000, voor Frenk van der Vliet € 29.000, voor Wilma Schouten € 14.000 en voor Ard van Eijl € 24.000 (2024: voor Lidwin van Velden € 34.000, voor Frenk van der Vliet € 27.000, voor Wilma Schouten € 12.000 en voor Ard van Eijl € 20.000). Deze bijdrage van de werkgever boven de maximering van € 137.800 (2024: € 137.800) is gebaseerd op een leeftijdsafhankelijke staffel over het pensioengevend salaris. Hierbij wordt 3% werknemersbijdrage ingehouden.
Een compensatie voor de harmonisatie van de pensioenregeling per 2015; deze belaste vergoeding bedroeg in 2025 voor Lidwin van Velden € 11.000, voor Frenk van der Vliet € 13.000, voor Wilma Schouten € nihil en voor Ard van Eijl € 4.000 (2024: voor Lidwin van Velden € 10.000, voor Frenk van der Vliet € 12.000, voor Wilma Schouten € nihil en voor Ard van Eijl € 3.000).
Een compensatie van per 31 december 2019 bepaalde premievrije aanspraken; deze bedraagt in 2025 voor Lidwin van Velden € 16.000, voor Frenk van der Vliet € 9.000, voor Wilma Schouten € nihil en voor Ard van Eijl € 8.000 (2024: voor Lidwin van Velden € 15.000, voor Frenk van der Vliet € 9.000, voor Wilma Schouten € nihil en voor Ard van Eijl € 7.000).
De forfaitaire bijdrage van de door de bank ter beschikking gestelde auto is gebaseerd op de fiscale bijtelling en bedraagt voor Lidwin van Velden € 19.000, voor Frenk van der Vliet € 11.000 en voor Wilma Schouten € nihil (2024: voor Lidwin van Velden € 18.000, voor Frenk van der Vliet € 11.000 en voor Wilma Schouten € nihil). Ard van Eijl ontvangt vanuit de autoregeling een geldelijke bijdrage van € 12.000 (2024: € 12.000).
Onder Andere beheerkosten zijn begrepen: de kosten van toezicht en advies, huisvesting, kantoorkosten en algemene kosten. De beheerkosten kunnen als volgt worden gespecificeerd.
2025 | 2024 | |
|---|---|---|
(x EUR 1.000) | ||
Advies- en toezichtskosten | 13.798 | 12.827 |
Informatie en communicatie | 8.509 | 8.345 |
Overige kosten | 8.730 | 6.342 |
Totaal | 31.037 | 27.514 |
De toename van de overige beheerkosten is deels het gevolg van de verdere organisatorische groei. Dit betreft onder meer extra capaciteit voor IT‑beheer en de uitbreiding van data‑analyse en datamanagement. Daarnaast is in het kader van diverse projecten gebruikgemaakt van externe adviseurs. De post omvat tevens een bijdrage aan het NWB Waterinnovatiefonds van € 3,0 miljoen (2024: € 1,7 miljoen).
De in de Overige kosten begrepen beloningen van 7 commissarissen (2024: 7) bedroeg € 256.000 (2024: € 237.000).
2025 | 2024 | |
|---|---|---|
(x EUR 1.000) | ||
Joanne Kellermann | 52 | 48 |
André ten Damme | 34 | 32 |
Geert Embrechts | 34 | 20 |
Toon van der Klugt | 34 | 32 |
Frida van den Maagdenberg | 9 | 32 |
Caroline Oosterloo | 34 | 32 |
Annette Ottolini | 34 | 32 |
Maarten Otto | 25 | |
Manfred Schepers | 9 | |
Totaal | 256 | 237 |
Deze bedragen zijn inclusief onkostenvergoedingen en exclusief reiskostenvergoeding.
In het boekjaar zijn de volgende honoraria ten laste gebracht van het resultaat, een en ander zoals bedoeld in artikel 2:382a BW. De kosten voor onderzoek van de jaarrekening hebben betrekking op het betreffende boekjaar. De genoemde bedragen zijn inclusief btw.
2025 | 2024 | |
|---|---|---|
(x EUR 1.000) | ||
Onderzoek van de jaarrekening | 512 | 437 |
Andere controleopdrachten | 1.056 | 881 |
Totaal | 1.568 | 1.318 |
De accountantskosten betreffen het boekjaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, ongeacht of de werkzaamheden door de externe accountant en de accountantsorganisatie reeds gedurende het boekjaar zijn verricht. Naast de wettelijke controle verleent de accountant een aantal andere assurancediensten. Deze diensten bestaan uit de beoordeling van tussentijdse financiële informatie, beoordeling van de niet-financiële informatie zoals opgenomen in dit jaarverslag en de werkzaamheden inzake rapportage aan de toezichthouder. Daarnaast zijn in de andere controleopdrachten extra werkzaamheden begrepen voor de controle van specifieke projecten. De stijging van de kosten in 2025 ten opzichte van 2024 is het gevolg van additionele werkzaamheden voor zowel de jaarrekening als andere controleopdrachten.
De post Afschrijvingen betreft de afschrijvingen op het kantoorgebouw, de installaties, inrichtingskosten, inventaris, informatieverwerkende apparatuur en personenauto’s, zoals vermeld onder de toelichting op de actiefpost Materiële vaste activa. Ook de afschrijvingen op Immateriële vaste activa zijn onder deze post opgenomen.
NWB Bank is belastingplichtig voor de bankenbelasting. De bankenbelasting 2025 en 2024 is gebaseerd op de balans ultimo 2024 respectievelijk 2023 en het bedrag is ten laste gebracht van het resultaat 2025 respectievelijk 2024.
De bankenbelasting wordt berekend op basis van de verhouding van kortlopende schulden aan het einde van het voorgaande boekjaar ter grootte van € 20.113 miljoen (2024: € 18.865 miljoen) en langlopende schulden van het voorgaande boekjaar ter grootte van € 56.561 miljoen (2024: € 54.984 miljoen). In 2025 is een bedrag van € 19,4 miljoen aan bankenbelasting betaald (2024: € 18,3 miljoen). Dit bedrag is hoger dan in 2024 door zowel een toename van de langlopende schulden als de kortlopende schulden. Het tarief is voor het boekjaar 2025 gelijk gebleven aan het tarief voor het boekjaar 2024 (5,8 basispunten voor langlopende schulden en 2,9 basispunten voor kortlopende schulden).
Op basis van de richtlijn voor herstel en afwikkeling van banken (Bank Recovery and Resolution Directive, BRRD) is de bank een resolutieheffing verschuldigd. Op 10 februari 2025 heeft de Single Resolution Board gecommuniceerd dat er voor 2025 geen heffing verwacht wordt omdat het streefniveau van het Single Resolution Fund bereikt is. In 2024 heeft om dezelfde reden ook geen heffing plaatsgevonden.
Cumulatief is van de resolutieheffing tot en met 2025 € 9,2 miljoen (2024: € 9,2 miljoen) voldaan in de vorm van irrevocable payment commitments. De bedragen zijn in de daarop betrekking hebbende jaren ten laste van het resultaat gebracht.
NWB Bank maakt gebruik van de mogelijkheid om de expected loss impairment methodology van IFRS 9 toe te passen. Deze post ziet er als volgt uit.
2025 | 2024 | |
|---|---|---|
(x EUR 1.000) | ||
Kredieten en vorderingen | -589 | -142 |
Rentedragende waardepapieren | -21 | 6 |
Totaal | -610 | -136 |
Een uitgebreide toelichting op het expected credit loss is opgenomen in paragraaf 32.
2025 | 2024 | |
|---|---|---|
(x EUR 1.000) | ||
Winst voor belastingen | 158.429 | 132.625 |
Winstbelastingen tegen 25,8% (2024: 25,8%) | 40.875 | 34.217 |
Niet-aftrekbare kosten (bankenbelasting) | 5.003 | 4.713 |
Aanpassingen voorgaande boekjaren | - | -1 |
Overige niet-aftrekbare kosten en aanpassingen | 5 | 2 |
Totaal winstbelastingen | 45.883 | 38.931 |
Effectieve belastingdruk (%) | 29,0% | 29,4% |
De belastinglast is als volgt te splitsen in acute belastingen en uitgestelde belastingen.
2025 | 2024 | |
|---|---|---|
(x EUR 1.000) | ||
Acute winstbelastingen | 47.326 | 40.436 |
Aanpassingen voorgaande boekjaren | - | -1 |
Vrijval/dotatie uit hoofde van voorziening pensioenen | 25 | 22 |
Fiscaal uitgesteld resultaat basisrenteleningen | -811 | -811 |
Fiscaal uitgesteld resultaat looptijdverlengingen voorgaande jaren | -657 | -715 |
Uitgestelde winstbelastingen | -1.443 | -1.504 |
Totaal winstbelastingen | 45.883 | 38.931 |
Voor banken is een minimumkapitaalregel van toepassing: de thin cap rule. Deze regel beperkt de renteaftrek in de vennootschapsbelasting voor zover de leverage ratio lager is dan 10,6% (2024: 10,6%). Omdat voor de boekjaren 2025 en 2024 de leverage ratio van de bank (met als peildatum 31 december van het voorgaande jaar) voor de berekening van de thin cap rule hoger is dan 10,6% (2024: 10,6%), bedraagt de last uit hoofde hiervan nihil.
Met name als gevolg van de niet-aftrekbaarheid van de bankenbelasting is de effectieve belastingdruk hoger dan het nominale tarief van 25,8%.
NWB Bank heeft geen buitenlandse vestigingen noch deelnemingen en is geen onderdeel van een geconsolideerde groep. Daarom valt NWB Bank niet onder de reikwijdte van internationale belastingwetgeving zoals de Wet minimumbelasting 2024 (ook wel Pillar 2).
De post Kasmiddelen en tegoeden bij de centrale bank gaat over de wettige betaalmiddelen en de direct opeisbare en overige tegoeden bij DNB en ECB.
De post Vorderingen op kredietinstellingen bestaat voornamelijk uit onderpand uit hoofde van collateralafspraken gerelateerd aan derivatencontracten. Dit onderpand staat niet ter vrije beschikking van de bank.
Deze post kan als volgt worden uitgesplitst.
2025 | 2024 | |
|---|---|---|
(x EUR 1.000) | ||
Direct opeisbare tegoeden | 586 | 426 |
Vorderingen uit hoofde van onderpand | 2.727.995 | 2.517.429 |
Vorderingen onder garantie van de Nederlandse overheid | 81.521 | 104.486 |
Totaal | 2.810.102 | 2.622.341 |
De post Kredieten en vorderingen gaat over niet in rentedragende waardepapieren belichaamde kredieten en vorderingen op andere dan kredietinstellingen. De vorderingen, die vrijwel uitsluitend de Nederlandse publieke sector betreffen, vloeien voor het grootste gedeelte voort uit verstrekte langlopende leningen. Tot bedoelde publieke sector zijn gerekend: de vorderingen op of onder garantie van Nederlandse overheden, evenals vorderingen op nv-overheidsbedrijven en andere bedrijven of instellingen met een afgeleide overheidstaak.
Het verloop van de post Kredieten en vorderingen ziet er als volgt uit.
2025 | 2024 | |
|---|---|---|
(x EUR 1.000) | ||
Stand per 1 januari | 59.157.970 | 55.263.557 |
Verstrekkingen langlopende kredieten | 9.858.794 | 10.218.714 |
Verstrekkingen kortlopende kredieten | 4.259.563 | 2.221.579 |
Aflossingen | -12.048.862 | -9.984.460 |
Waardeverandering reële waarde hedge accounting | -6.258.779 | 1.438.722 |
Expected credit loss | -589 | -142 |
Stand op 31 december | 54.968.097 | 59.157.970 |
Specificatie Kredieten en vorderingen naar aard van de vorderingen.
2025 | 2024 | |
|---|---|---|
(x EUR 1.000) | ||
Vorderingen op of onder garantie van de Nederlandse overheid | 56.873.551 | 54.692.729 |
Niet gegarandeerde vorderingen op de overheidssector en diversen | 3.764.024 | 3.875.351 |
Vorderingen uit hoofde van onderpand | - | - |
Waardeverandering reële waarde hedge accounting | -5.668.306 | 590.473 |
Expected credit loss | -1.172 | -583 |
Totaal | 54.968.097 | 59.157.970 |
Niet gegarandeerde vorderingen op de overheidssector betreffen met name vorderingen op drinkwaterbedrijven, netbeheerders, publiek-private samenwerkingsprojecten en duurzame-energieprojecten.
De post Vorderingen op of onder garantie van de Nederlandse overheid kan als volgt gespecificeerd worden.
2025 | 2024 | |
|---|---|---|
(x EUR 1.000) | ||
Waterschappen | 9.189.749 | 9.207.136 |
Gemeenten | 4.740.791 | 4.513.997 |
Sociale woningbouw | 39.086.489 | 37.001.061 |
Overige | 3.856.522 | 3.970.535 |
Totaal | 56.873.551 | 54.692.729 |
Er wordt een voorziening voor oninbaarheid bepaald op basis van de IFRS 9-methodologie voor expected credit loss. Een nadere toelichting hierop bevat de paragraaf Expected credit loss.
De onderpandwaarde van het bij DNB ingebrachte beleenbare deel van de portefeuille Kredieten en vorderingen bedraagt € 15,1 miljard ultimo 2025 (€ 13,4 miljard ultimo 2024).
Van de Kredieten en vorderingen heeft nominaal € 1,6 miljard een resterende looptijd korter dan 12 maanden (2024: € 1,1 miljard).
De bank heeft in 2022 een aanvang gemaakt met de verstrekking van aan duurzaamheid gekoppelde leningen (SLL of sustainability linked loan) aan klanten. In 2025 is deze portefeuille verder uitgebreid. De vergoeding op deze leningen is mede afhankelijk van het behalen van duurzaamheidsdoelstellingen (KPI's) door klanten. Per rapportagedatum is een inschatting gemaakt van de mate waarin deze KPI's behaald zullen worden en het bedrag dat hiermee gemoeid is. De boekwaarde van deze leningen bedraagt € 270,0 miljoen (2024: € 113,0 miljoen).
De post Rentedragende waardepapieren kan als volgt worden uitgesplitst.
2025 | 2024 | |
|---|---|---|
(x EUR 1.000) | ||
Tot het einde van de looptijd aangehouden | 2.218.357 | - |
Overige rentedragende waardepapieren met beursnotering | 978.079 | 862.327 |
Overige rentedragende waardepapieren zonder beursnotering | 4.917.687 | 4.721.260 |
Totaal | 8.114.123 | 5.583.587 |
Het verloop van de rentedragende waardepapieren in 2025 en 2024 was als volgt.
Publiekrechtelijke lichamen | Anderen | Totaal | |
|---|---|---|---|
(x EUR 1.000) | |||
Stand op 1 januari 2025 | 1.984.416 | 3.599.171 | 5.583.587 |
Aankopen | 1.889.500 | 1.665.499 | 3.554.999 |
Verkopen en aflossingen | -449.784 | -387.920 | -837.704 |
Waardeveranderingen Overige rentedragende waardepapieren | -114.449 | -72.289 | -186.738 |
Expected credit loss | - | -21 | -21 |
Stand op 31 december 2025 | 3.309.683 | 4.804.440 | 8.114.123 |
Stand op 1 januari 2024 | 1.729.317 | 3.302.759 | 5.032.076 |
Aankopen | 425.000 | 813.801 | 1.238.801 |
Verkopen en aflossingen | -222.284 | -572.559 | -794.843 |
Waardeveranderingen Overige rentedragende waardepapieren | 52.383 | 55.164 | 107.547 |
Expected credit loss | - | 6 | 6 |
Stand op 31 december 2024 | 1.984.416 | 3.599.171 | 5.583.587 |
In 2025 heeft de bank de portefeuille 'Rentedragende waardepapieren tot einde van de looptijd aangehouden' uitgebreid vanwege een verwachte onderpandbehoefte en toegenomen kosten van gebruik van liquide middelen.
Onderdeel van de rentedragende waardepapieren is de investering in NHG RMBS (gesecuritiseerde hypotheken) in lijn met de tweede pijler van de strategie ‘Essentiële speler in de financiering van de Nederlandse publieke sector’. De onderliggende hypotheken hebben de mogelijkheid om tegen aanzienlijk gereduceerd rentetarief verduurzaming van de woningen te financieren. Hiermee wil NWB Bank bijdragen aan de betaalbaarheid en verduurzaming van koopwoningen met een Nationale Hypotheek Garantie. De totale investering ten bedrage van nominaal € 3.288 miljoen (31 december 2024: € 2.864 miljoen) is opgenomen in de post Overige rentedragende waardepapieren zonder beursnotering.
Er wordt een voorziening voor oninbaarheid bepaald op basis van de IFRS 9-methodologie voor expected credit loss. Een nadere toelichting hierop bevat de paragraaf Expected credit loss.
Er zijn eind 2025 ten bedrage van € nihil (2024: € 30,8 miljoen) rentedragende waardepapieren in onderpand gebracht bij DNB.
Van de rentedragende waardepapieren heeft nominaal € 99 miljoen (2024: € 263 miljoen) een resterende looptijd korter dan 12 maanden.
De post Immateriële activa bestaat uit geactiveerde uitgaven gerelateerd aan de computersoftware. De specificatie van het verloop van deze post in 2025 respectievelijk 2024 is als volgt.
2025 | 2024 | |
|---|---|---|
(x EUR 1.000) | ||
Boekwaarde op 1 januari | 10.736 | 10.055 |
Investeringen | 5.924 | 4.381 |
Afschrijvingen | -3.974 | -3.700 |
Boekwaarde op 31 december | 12.686 | 10.736 |
De cumulatieve bedragen op 31 december waren als volgt.
2025 | 2024 | |
|---|---|---|
(x EUR 1.000) | ||
Investeringen | 40.694 | 34.770 |
Afschrijvingen | -28.008 | -24.034 |
Boekwaarde op 31 december | 12.686 | 10.736 |
De post Materiële activa bestaat uit geactiveerde uitgaven gerelateerd aan het pand en overige bedrijfsmiddelen. De overige bedrijfsmiddelen betreffen voornamelijk inventaris, informatieverwerkende apparatuur en personenauto’s.
De specificatie van het verloop van deze post in 2025 en 2024 is als volgt.
Onroerende zaken voor eigen gebruik | Overige bedrijfsmiddelen | Totaal | |
|---|---|---|---|
(x EUR 1.000) | |||
Boekwaarde per 1 januari 2025 | 3.427 | 1.285 | 4.712 |
Investeringen 2025 | 24 | 308 | 332 |
Desinvesteringen 2025 | - | - | - |
Afschrijvingen 2025 | -336 | -544 | -880 |
Boekwaarde per 31 december 2025 | 3.115 | 1.049 | 4.164 |
Boekwaarde per 1 januari 2024 | 3.839 | 1.325 | 5.164 |
Investeringen 2024 | 11 | 704 | 715 |
Desinvesteringen 2024 | - | -90 | -90 |
Afschrijvingen 2024 | -423 | -654 | -1.077 |
Boekwaarde per 31 december 2024 | 3.427 | 1.285 | 4.712 |
De cumulatieve bedragen ultimo 2025 waren als volgt.
Onroerende zaken voor eigen gebruik | Overige bedrijfsmiddelen | Totaal | |
|---|---|---|---|
(x EUR 1.000) | |||
Investeringen | 12.763 | 12.856 | 25.619 |
Afschrijvingen | -9.648 | -11.807 | -21.455 |
Boekwaarde per 31 december 2025 | 3.115 | 1.049 | 4.164 |
De cumulatieve bedragen ultimo 2024 waren als volgt.
Onroerende zaken voor eigen gebruik | Overige bedrijfsmiddelen | Totaal | |
|---|---|---|---|
(x EUR 1.000) | |||
Investeringen | 12.739 | 12.548 | 25.287 |
Afschrijvingen | -9.312 | -11.263 | -20.575 |
Boekwaarde per 31 december 2024 | 3.427 | 1.285 | 4.712 |
De post Overige activa gaat voornamelijk over te ontvangen bedragen respectievelijk nog te verrekenen bedragen in verband met rente en aflossing en het betalingsverkeer rond de balansdatum.
De post Derivaten omvat renteswaps en valutaswaps, caps, floors en swaptions. Deze producten worden gewaardeerd op reële waarde, inclusief opgelopen rente. De waardering vindt plaats met behulp van algemeen aanvaarde waarderingsmodellen. Daarbij wordt gebruikgemaakt van de meest geëigende waarderingscurven, waaronder de OIS- en €STR-curve die per ultimo 2025 op een hoger niveau lagen ten opzichte van ultimo 2024. In onderstaande specificatie van de derivaten voor 2025 is voor een bedrag van € 312.071 (2024: € 243.671) niet in hedge accounting betrokken.
Specificatie naar resterende looptijd van de reële waarden op 31 december 2025 respectievelijk 2024.
<3 maanden | 3-12 maanden | 1-5 jaar | >5 jaar | Totaal | |
|---|---|---|---|---|---|
(x EUR 1.000) | |||||
2025 | |||||
Renteswaps | 89 | 1.227 | 34.889 | 4.884.913 | 4.921.118 |
Valutaswaps | - | - | 357.962 | 51.140 | 409.102 |
Caps, floors en swaptions | 42 | - | 508 | 105.204 | 105.754 |
Totaal 2025 | 131 | 1.227 | 393.359 | 5.041.257 | 5.435.974 |
2024 | |||||
Renteswaps | 106 | 1.100 | 39.656 | 3.219.077 | 3.259.939 |
Valutaswaps | 269.881 | 274.514 | 575.263 | 141.200 | 1.260.858 |
Caps, floors en swaptions | - | - | 579 | 218.870 | 219.449 |
Totaal 2024 | 269.987 | 275.614 | 615.498 | 3.579.147 | 4.740.246 |
De post Overlopende activa gaat over vooruitbetaalde bedragen voor kosten die ten laste van de volgende periode(n) komen. Ook gaat deze post over de nog te ontvangen, nog niet gefactureerde bedragen wegens baten ten gunste van de huidige of voorgaande periode(n). Ten slotte is in deze post begrepen het gestorte collateral in de vorm van irrevocable payment commitments (IPC's) aan de Single Resolution Board (SRB) voor een bedrag van € 9,2 miljoen (2024: € 9,2 miljoen).
De post Schulden aan kredietinstellingen betreft niet in schuldbewijzen belichaamde schulden aan kredietinstellingen. De post is als volgt te specificeren.
2025 | 2024 | |
|---|---|---|
(x EUR 1.000) | ||
Schulden aan kredietinstellingen kortlopend | 571.921 | 600.000 |
Verplichtingen uit hoofde van onderpand | 1.067.790 | 914.190 |
Exposure central clearing | 6.114 | 11.369 |
Opgelopen rente | 3.711 | 5.168 |
Boekwaarde Schulden aan kredietinstellingen kortlopend | 1.649.536 | 1.530.727 |
Schulden aan kredietinstellingen langlopend | 1.137.880 | 1.190.243 |
Waardeverandering reële waarde hedge accounting | -100.539 | -68.057 |
Opgelopen rente en (dis-)agio | 5.179 | 5.434 |
Boekwaarde Schulden aan kredietinstellingen langlopend | 1.042.520 | 1.127.620 |
Totaal boekwaarde per 31 december | 2.692.056 | 2.658.347 |
Verloop van Schulden aan kredietinstellingen langlopend | ||
Stand per 1 januari | 1.190.243 | 834.431 |
Opname langlopende kredieten aan kredietinstellingen | - | 397.305 |
Aflossingen en valutaherwaarderingen | -52.363 | -41.493 |
Stand per 31 december | 1.137.880 | 1.190.243 |
Het onderpand in deze post komt voort uit collateralafspraken gerelateerd aan derivatencontracten. Van de langlopende schulden aan kredietinstellingen heeft nominaal € nihil miljoen (2024: € 0,5 miljoen) een resterende looptijd korter dan 12 maanden.
De post Exposure central clearing gaat over het saldo van de dagelijkse verrekening van de derivaten met het ontvangen dan wel betaalde collateral met 'central clearing' tegenpartijen.
De post Toevertrouwde middelen gaat over schulden aan anderen dan Schulden aan kredietinstellingen, waaronder Namensschuldverschreibungen en Schuldscheine.
Deze post is als volgt te specificeren.
2025 | 2024 | |
|---|---|---|
(x EUR 1.000) | ||
Toevertrouwde middelen kortlopend | 718.271 | 788.107 |
Verplichtingen uit hoofde van onderpand | 1.207.710 | 1.658.407 |
Opgelopen rente | 3.636 | 5.545 |
Boekwaarde Toevertrouwde middelen kortlopend | 1.929.617 | 2.452.059 |
Toevertrouwde middelen langlopend | 4.881.294 | 4.942.376 |
Waardeverandering reële waarde hedge accounting | -722.709 | -293.173 |
Opgelopen rente en (dis-)agio | 72.385 | 72.573 |
Boekwaarde Toevertrouwde middelen langlopend | 4.230.970 | 4.721.776 |
Totaal boekwaarde per 31 december | 6.160.587 | 7.173.835 |
Verloop van opgenomen langlopende toevertrouwde middelen | ||
Stand per 1 januari | 4.942.376 | 5.092.009 |
Opname langlopende toevertrouwde middelen | 69.509 | 135.363 |
Aflossingen en valutaherwaarderingen | -130.591 | -284.996 |
Stand per 31 december | 4.881.294 | 4.942.376 |
Van de contractueel langlopende toevertrouwde middelen heeft nominaal € 0,5 miljoen (2024: € 120,0 miljoen) een resterende looptijd korter dan 12 maanden.
De post Schuldbewijzen bevat verhandelbare rentedragende waardepapieren en is als volgt te specificeren.
2025 | 2024 | |
|---|---|---|
(x EUR 1.000) | ||
Obligatieleningen | 61.375.085 | 61.437.156 |
Waardeverandering reële waarde hedge accounting | -5.939.182 | -4.904.948 |
Opgelopen rente en (dis-)agio | 463.347 | 474.805 |
Boekwaarde Obligatieleningen | 55.899.250 | 57.007.013 |
Kortlopend waardepapier | 2.054.482 | 5.721.636 |
Waardeverandering reële waarde hedge accounting | 1.272 | -2.790 |
Opgelopen rente | 17.033 | 42.963 |
Boekwaarde Kortlopend waardepapier | 2.072.787 | 5.761.809 |
Totaal boekwaarde per 31 december | 57.972.037 | 62.768.822 |
Verloop van uitgegeven obligatieleningen | ||
Stand per 1 januari | 61.437.156 | 60.684.098 |
Uitgifte obligatieleningen | 10.938.493 | 9.510.086 |
Aflossingen en valutaherwaarderingen | -11.000.564 | -8.757.028 |
Stand per 31 december | 61.375.085 | 61.437.156 |
Van de in totaal uitgegeven langlopende schuldbewijzen heeft nominaal € 0,4 miljard (2024: € 0,5 miljard) een variabele rente. Van de langlopende schuldbewijzen heeft nominaal € 6,7 miljard (2024: € 9,6 miljard) een resterende looptijd korter dan 12 maanden.
Als onderdeel van haar duurzaamheidsstrategie financiert NWB Bank zich (deels) met ESG-obligaties (Environmental, Social en Governance). De ESG-obligaties bestaan uit SDG Housing Bonds voor de financiering van de sociale woningbouw in Nederland en uit Waterobligaties voor de financiering van waterschappen. Deze uitstaande ESG-financiering bedroeg ultimo 2025 nominaal € 26,2 miljard (2024: € 25,3 miljard).
De post Overige schulden is als volgt te specificeren.
2025 | 2024 | |
|---|---|---|
(x EUR 1.000) | ||
Vooruitontvangen rente en aflossingen | 9.957 | 5.004 |
Overige schulden | 9.205 | 15.034 |
Totaal | 19.162 | 20.038 |
De overige schulden 2025 en 2024 betreffen overlopend betalingsverkeer.
De post Derivaten omvat renteswaps en valutaswaps, caps, floors en swaptions. Deze producten worden gewaardeerd op reële waarde, inclusief opgelopen rente. De waardering vindt plaats met behulp van algemeen aanvaarde waarderingsmodellen, waarbij gebruik wordt gemaakt van de meest geëigende waarderingscurven, die per ultimo 2025 op een hoger niveau lagen ten opzichte van ultimo 2024. In onderstaande specificatie van de derivaten voor 2025 is voor een bedrag van € 4.700 (2024: € 260.293) niet in hedge accounting betrokken.
Specificatie naar resterende looptijd van de negatieve reële waarden op 31 december 2025 en 2024.
<3 maanden | 3-12 maanden | 1-5 jaar | >5 jaar | Totaal | |
|---|---|---|---|---|---|
(x EUR 1.000) | |||||
2025 | |||||
Renteswaps | 2.429 | 908 | 35.113 | 1.978.452 | 2.016.902 |
Valutaswaps | 52.103 | 207.247 | 754.146 | 384.003 | 1.397.499 |
Caps, floors en swaptions | - | - | 130 | 105.046 | 105.176 |
Totaal 2025 | 54.532 | 208.155 | 789.389 | 2.467.501 | 3.519.577 |
2024 | |||||
Renteswaps | 744 | 451 | 41.169 | 2.746.080 | 2.788.444 |
Valutaswaps | - | 103.316 | 256.945 | 343.212 | 703.473 |
Caps, floors en swaptions | - | - | 493 | 217.836 | 218.329 |
Totaal 2024 | 744 | 103.767 | 298.607 | 3.307.128 | 3.710.246 |
De specificatie van de te betalen Vennootschapsbelasting in 2025 en 2024 is als volgt.
2025 | 2024 | |
|---|---|---|
(x EUR 1.000) | ||
2023 | - | -5 |
2024 | - | -263 |
2025 | 3.325 | |
Totaal te betalen vennootschapsbelasting | 3.325 | -268 |
De specificatie van de te betalen Vennootschapsbelasting met betrekking tot het huidige boekjaar is als volgt.
2025 | 2024 | |
|---|---|---|
(x EUR 1.000) | ||
Acute belastinglast | 47.326 | 40.436 |
Betaalde voorschotten | -44.001 | -40.699 |
Totaal te betalen vennootschapsbelasting huidig jaar | 3.325 | -263 |
De post Overlopende passiva gaat over vooruitontvangen bedragen voor baten die ten gunste van de volgende periode(n) komen. Daarnaast gaat deze post over nog niet gefactureerde, nog te betalen bedragen ter zake van lasten die aan de verstreken periode(n) zijn toegerekend.
De post Voorzieningen bestaat uit een voorziening voor latente belastingen, een voorziening voor pensioenen en een voorziening voor de bijdrage aan de SRB bestaande uit IPC’s .
Het verloop van de uitgestelde belastingen is als volgt te specificeren.
2025 | 2024 | |
|---|---|---|
(x EUR 1.000) | ||
Saldo per 1 januari | 7.123 | 8.900 |
Vrijval/dotatie uit hoofde van voorziening pensioenen | 147 | 34 |
Mutatie (ongerealiseerde) waarde rentedragende waardepapieren via het eigen vermogen | - | - |
Vrijval/dotatie uit hoofde van waardering onroerende zaken voor eigen gebruik | - | -285 |
Fiscaal uitgesteld resultaat basisrenteleningen | -811 | -811 |
Fiscaal uitgesteld resultaat looptijdverlengingen voorgaande boekjaren | -657 | -715 |
Aanpassing vpb-tarief komende jaren | - | - |
Saldo 31 december | 5.802 | 7.123 |
Het verloop van de voorziening voor pensioenen is als volgt te specificeren.
2025 | 2024 | |
|---|---|---|
(x EUR 1.000) | ||
Rentekosten uitkeringsverplichting | 811 | 770 |
Rente-inkomsten op fondsbeleggingen | -714 | -682 |
Administratiekosten en overige | 4 | 9 |
Nettokosten van de (pensioen)regelingen | 101 | 97 |
2025 | 2024 | |
|---|---|---|
(x EUR 1.000) | ||
Brutoverplichting u.h.v. toegezegde (pensioen)regelingen | 22.212 | 25.058 |
Reële waarde fondsbeleggingen | -19.762 | -22.040 |
Voorziening m.b.t. kosten van de (pensioen)regelingen | 2.450 | 3.018 |
2025 | 2024 | |
|---|---|---|
(x EUR 1.000) | ||
Beginstand brutoverplichting u.h.v. toegezegde (pensioen)regelingen | 25.058 | 26.113 |
Rentekosten | 811 | 770 |
Uitgekeerde bedragen | -966 | -925 |
Actuariële winst (verlies) a.g.v. demografische (assumptie)veranderingen | - | 12 |
Actuariële winst (verlies) a.g.v. financiële (assumptie)veranderingen | -2.691 | -912 |
Eindstand brutoverplichting u.h.v. toegezegde (pensioen)regelingen | 22.212 | 25.058 |
2025 | 2024 | |
|---|---|---|
(x EUR 1.000) | ||
Beginstand reële waarde fondsbeleggingen | 22.040 | 22.964 |
Bijdragen werkgever | 193 | 187 |
Uitgekeerde bedragen | -966 | -925 |
Rente-inkomsten | 714 | 682 |
Rendement excl. Rente-inkomsten | -2.219 | -868 |
Eindstand reële waarde fondsbeleggingen | 19.762 | 22.040 |
De voorziening betreft de opgebouwde rechten van alle deelnemers tot en met 2019 (in 2019 is de pensioenregeling voor medewerkers (actieven) gewijzigd van een defined benefit plan naar een defined contribution plan) en de indexatie van pensioenverplichtingen voor niet-actieven.
De verwachte bijdragen van de werkgever over 2026 aan de toegezegde (pensioen)regelingen ultimo 2025 bedragen € 190 duizend voor de niet-actieven (2024: € 200 duizend).
De belangrijkste veronderstellingen bij het bepalen van de voorziening voor pensioenverplichtingen zijn:
2025 | 2024 | |
|---|---|---|
(x EUR 1.000) | ||
Disconteringsvoet | 4,10% | 3,30% |
Toekomstige indexatie niet-actieven | 1,00% | 1,00% |
NWB Bank heeft gebruikgemaakt van de mogelijkheid om een deel van de bijdrage aan de SRB te voldoen in de vorm van IPC's. Voor deze IPC’s ter grootte van € 9,2 miljoen bestaat tot en met boekjaar 2024 een voorwaardelijke verplichting, die was opgenomen onder de post Onherroepelijke toezeggingen. In 2025 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie in hoger beroep beslist dat een kredietinstelling niet in staat zal zijn om terugbetaling van de IPC’s te eisen in het scenario waarin de bankvergunning wordt ingeleverd. Als gevolg van dit arrest is de classificatie gewijzigd van een voorwaardelijke verplichting naar een voorziening. De maximale last van deze voorziening bedraagt € 9,2 miljoen. Aangezien NWB Bank opereert onder de going concern-veronderstelling als bank, is de huidige waarde van de voorziening niet significant van betekenis. Daarom is er per 31 december 2025 door NWB Bank geen voorziening opgenomen.
Vanwege toenmalige toezichtsvereisten ten aanzien van de leverage ratio is NWB Bank in 2015 gestart met het aantrekken van hybride kapitaal in de vorm van achtergestelde leningen. In september 2015 vond de storting van de eerste tranche van € 200 miljoen plaats. De leningen zijn bedoeld om het Tier 1-kapitaal van de bank te versterken. In 2016 volgde de tweede tranche van € 120,5 miljoen. In de jaren daarna is geen nieuw hybride kapitaal aangetrokken.
De leningen zijn verstrekt door partijen uit de Nederlandse publieke sector en achtergesteld bij de vorderingen van crediteuren met een hogere rangorde dan gewone aandelen. Ook zijn de leningen eeuwigdurend zonder vaststaande terugbetalingsdatum. Vervroegde aflossing is alleen mogelijk met toestemming van de toezichthouder op vooraf overeengekomen data of in specifieke situaties. Het rentepercentage ligt tussen de 2,34% en 4,576% voor de periode tot aan de eerstvolgende vervroegde aflossingsdatum en wordt daarna herzien, mits niet vervroegd afgelost. Rentebetalingen door de bank zijn volledig discretionair. De betaalde vergoeding over het Tier 1-kapitaal is fiscaal aftrekbaar. Als de Tier 1-kernkapitaalratio beneden een vastgesteld minimum (voor € 150 miljoen 11,25% en voor het overige 5,125%) komt, wordt de nominale hoofdsom van deze en alle gelijksoortige leningen verlaagd met een zodanig bedrag dat de Tier 1-kernkapitaalratio weer boven het vastgestelde minimum komt.
Het verloop van de achtergestelde schulden ziet er als volgt uit.
2025 | 2024 | |
|---|---|---|
(x EUR 1.000) | ||
Stand per 1 januari | 327.184 | 325.703 |
Uitgegeven achtergestelde schulden | - | - |
Mutatie opgelopen rente en agio | -25 | 1.481 |
Stand per 31 december | 327.159 | 327.184 |
Wat betreft Gestort en opgevraagd kapitaal zijn te onderscheiden:
De nominale waarde bedraagt € 115, waarop verplicht 100% is gestort. Voor elk aandeel A kan tijdens een aandeelhoudersvergadering één stem worden uitgebracht.
De nominale waarde bedraagt € 460, waarop verplicht 25% is gestort. Verdere stortingen worden overeenkomstig de statuten door de raad van commissarissen bepaald. Voor elk aandeel B kunnen tijdens een aandeelhoudersvergadering vier stemmen worden uitgebracht.
Geplaatst | Gestort | |
|---|---|---|
(x EUR 1.000) | ||
Aandelen A | ||
Stand op 31 december 2025 (50.478 aandelen) | 5.805 | 5.805 |
Aandelen B | ||
Stand op 31 december 2025 (8.511 aandelen) | 3.915 | 1.019 |
Hiervan nog te storten (inzake 8.510 aandelen) | -2.896 | |
Totaal gestort op 31 december 2025 | 6.824 | |
Totaal gestort op 31 december 2024 | 6.824 |
Het verloop van de Herwaarderingsreserves in 2025 en 2024 is als volgt.
Herwaarderings- | Overige herwaarderings- | Totaal | |
|---|---|---|---|
(x EUR 1.000) | |||
Verloop 2025: | |||
Stand per 1 januari 2025 | 23 | 2 | 25 |
Verloop in (ongerealiseerde) waarde rentedragende waardepapieren | - | - | |
Stand per 31 december 2025 | 23 | 2 | 25 |
Verloop 2024: | |||
Stand per 1 januari 2024 | 23 | 2 | 25 |
Verloop in (ongerealiseerde) waarde rentedragende waardepapieren | - | - | |
Stand per 31 december 2024 | 23 | 2 | 25 |
Het verloop van de Overige reserves is als volgt.
Totaal | |
|---|---|
(x EUR 1.000) | |
Verloop 2025: | |
Stand per 1 januari 2025 | 1.993.287 |
Toevoeging uit winstverdeling 2024 | 93.694 |
Uitkering over 2024 | -50.000 |
Actuariële winsten en verliezen na belastingen | 353 |
Stand op 31 december 2025 | 2.037.334 |
Verloop 2024: | |
Stand per 1 januari 2024 | 1.927.501 |
Toevoeging uit winstverdeling 2023 | 125.755 |
Uitkering over 2023 | -60.000 |
Actuariële winsten en verliezen na belastingen | 31 |
Stand op 31 december 2024 | 1.993.287 |
De balans is opgesteld vóór winstverdeling. Het voorstel voor de winstverdeling is als volgt.
2025 | 2024 | |||
|---|---|---|---|---|
(x EUR 1.000) | ||||
Winst boekjaar | 112.547 | 93.694 | ||
Het voorstel tot winstbestemming luidt als volgt: | ||||
Dividend in contanten op aandelen A | 777% | 45.087 | 733% | 42.535 |
Dividend in contanten op aandelen B | 777% | 7.913 | 733% | 7.465 |
53.000 | 50.000 | |||
Door de raad van commissarissen goedgekeurde toevoeging aan de overige reserves | 59.547 | 43.694 | ||
112.547 | 93.694 | |||
De Onherroepelijke toezeggingen betreffen het volgende.
2025 | 2024 | |
|---|---|---|
(x EUR 1.000) | ||
Toegezegde leningen | 905.104 | 743.974 |
Toegezegde aankoop rentedragende waardepapieren | - | 636.600 |
Niet-opgenomen kredietfaciliteiten in rekening courant | 971.310 | 901.203 |
Niet-opgenomen financieringsfaciliteiten | 2.714.514 | 2.745.650 |
Verstrekte garanties | 1.368 | 3 |
Irrevocable payment commitments (IPC's) aan het SRB | - | 9.193 |
4.592.296 | 5.036.623 |
Niet-opgenomen kredietfaciliteiten in rekening-courant hebben een korte looptijd (korter dan of gelijk aan 1 jaar). De overige posten hebben een lange looptijd (langer dan 1 jaar).
Er zijn kredietfaciliteiten (WSW-obligoleningen) aangegaan met 140 (2024: 142) woningbouwcorporaties onder garantie van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) met een omvang van € 1.233 miljoen (2024: € 1.138 miljoen), die vallen onder de post Niet-opgenomen financieringsfaciliteiten. Onder deze kredietfaciliteiten mag alleen getrokken worden onder bepaalde omstandigheden.
De bank heeft in 2025 een huurovereenkomst afgesloten voor een kantoorpand. Het pand zal in 2026 in gebruik genomen worden en de contractuele looptijd van de overeenkomst is tien jaar. De huur wordt per kwartaal voldaan en ten laste van de winst-en-verliesrekening verantwoord als Andere beheerkosten.
NWB Bank heeft gebruikgemaakt van de mogelijkheid om een deel van de bijdrage aan de SRB te voldoen in de vorm van IPC's. Voor dit bedrag is vanwege een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie in 2025 een voorziening gevormd. Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar de noot Voorzieningen. Voor het boekjaar 2024 werd deze nog geclassificeerd als voorwaardelijke verplichting.
NWB Bank maakt gebruik van de mogelijkheid om de expected credit loss impairment methodology van IFRS 9 toe te passen. Onder IFRS 9 neemt NWB Bank voor iedere klant met een krediet(faciliteit) een voorziening op voor verwachte kredietverliezen. Ook voor de verwachte verliezen op kredietverplichtingen en financiële garantiecontracten, de zogenaamde off-balance-sheetposities, wordt een voorziening getroffen. Wel is het zo dat het grootste deel van de exposures van de bank onder overheidsgarantie is. Het kredietrisico is hierdoor beperkt.
De ECL-methodologie die de bank hanteert, bestaat uit een scoring- en ratingmodel, een macro-economisch model, modellen voor probability of default (PD), loss given default (LGD) en exposure at default (EAD), en scenario’s (macro-economische vooruitzichten). Elk van deze componenten dient om de uiteindelijke ECL-voorziening te berekenen.
In kredietvoorstellen vermelden we standaard wat de duurzaamheidsimpacts en -risico's zijn. Voorbeelden zijn het tempo waarop klimaatimpact wordt teruggedrongen en de eventuele blootstelling aan fysieke klimaatrisico's. Deze komen specifiek terug in de scorecards die we voor onze klantsectoren hanteren.
Met de jaarlijkse analyses van nieuwe en bestaande klanten, bestaande uit kwantitatieve scorecards en kwalitatieve revisies, monitoren we het kredietrisico van de klanten in onze portefeuille. Materiële ESG-risico’s uit de RMA vertalen we op basis van ESG-data in ESG-risicovariabelen, die worden meegenomen in de scorecards en zodoende integraal meewegen in de kredietrisicoscore van de klant.
Hieronder wordt het verloop van de expected credit loss in 2025 en 2024 weergegeven.
Stand per 31 december 2024 | 2025 | Stand per 31 december 2025 | |
|---|---|---|---|
(x EUR 1.000) | |||
Kredieten en vorderingen | -583 | -589 | -1.172 |
Rentedragende waardepapieren | -3 | -21 | -24 |
Totaal | -586 | -610 | -1.196 |
Stand per 31 december 2023 | 2024 | Stand per 31 december 2024 | |
|---|---|---|---|
(x EUR 1.000) | |||
Kredieten en vorderingen | -441 | -142 | -583 |
Rentedragende waardepapieren | -9 | 6 | -3 |
Totaal | -450 | -136 | -586 |
Uitgesplitst naar oorzaken is het verloopoverzicht als volgt.
2025 | 2024 | |
|---|---|---|
(x EUR 1.000) | ||
Stand per 1 januari | -586 | -450 |
Update macro-economische projecties | -107 | 129 |
Wijziging in LGD | - | 56 |
Wijzigingen in Credit risk scores | -503 | -321 |
Stand per 31 december | -1.196 | -586 |
De specificatie van de in het boekjaar verantwoorde ECL in de winst-en-verliesrekening is als volgt.
Van 01-01-2025 tot 31-12-2025 | ||||
|---|---|---|---|---|
Stage 1 | Stage 2 | Stage 3 | Totaal | |
(x EUR 1.000) | ||||
Mutatie ECL via W&V: | ||||
- Toename door nieuwe verstrekkingen en overnames | 72 | 116 | 188 | |
- Afname door aflossingen | -2 | -2 | ||
- Veranderingen wegens kredietrisico (per saldo) | 70 | 354 | 424 | |
Totaal | 140 | 470 | - | 610 |
Van 01-01-2024 tot 31-12-2024 | ||||
|---|---|---|---|---|
Stage 1 | Stage 2 | Stage 3 | Totaal | |
(x EUR 1.000) | ||||
Mutatie ECL via W&V: | ||||
- Toename door nieuwe verstrekkingen en overnames | 30 | 30 | ||
- Afname door aflossingen | -17 | -17 | ||
- Veranderingen wegens kredietrisico (per saldo) | -56 | 179 | 123 | |
Totaal | -43 | 179 | - | 136 |
Per saldo is de ECL-voorziening ultimo 2025 gestegen ten opzichte van eind 2024, voornamelijk door een verschuiving van exposures op een aantal hernieuwbare-energieprojecten van stage 1 naar stage 2. Daarnaast heeft de bank de macro-economische parameters in het ECL-model opnieuw beoordeeld en verwerkt aan de hand van recente cijfers van het Centraal Planbureau (CPB).
In 2025 worden de volgende (in 2024 nader verfijnde) LGD-percentages onderscheiden: verstrekkingen aan de overheid of door de overheid gegarandeerde verstrekkingen 0%, verstrekkingen gegarandeerd door niet-overheidsinstellingen 10%, projectfinanciering 20%, verstrekkingen aan nv-overheidsbedrijven 25% en ten slotte overige niet gegarandeerde verstrekkingen 30%.
De volgende tabel geeft een specificatie van de Kredieten en vorderingen en Rentedragende waardepapieren waarop het ECL-model wordt toegepast. De bruto exposures omvatten de op de balans opgenomen Kredieten en vorderingen, de Rentedragende waardepapieren voor zover niet gewaardeerd op beurswaarde en daarnaast de toegezegde leningen, toegezegde rentedragende waardepapieren en krediet- en financieringsfaciliteiten zoals opgenomen onder de post Onherroepelijke toezeggingen. Eventuele garanties blijven buiten beschouwing voor deze analyse.
Stage 1 betreft de performing exposures zonder een significante toename in kredietrisico (significant increase in credit risk (SICR)) sinds de aanvangsdatum.
Stage 2 betreft de performing exposures met een significante toename in kredietrisico sinds de aanvangsdatum.
Stage 3 betreft de non-performing exposures die credit impaired zijn.
Bruto exposure | Performing | Performing | Non-Performing | |
|---|---|---|---|---|
(x EUR 1.000) | ||||
per 31 december 2025 | ||||
Kredieten en vorderingen | 59.172.427 | 58.360.787 | 723.198 | 88.442 |
Rentedragende waardepapieren | 7.136.044 | 7.136.044 | - | - |
Totaal | 66.308.471 | 65.496.831 | 723.198 | 88.442 |
Bruto exposure | Performing | Performing | Non-Performing | |
|---|---|---|---|---|
(x EUR 1.000) | ||||
per 31 december 2024 | ||||
Kredieten en vorderingen | 63.069.801 | 59.779.205 | 3.207.831 | 82.765 |
Rentedragende waardepapieren | 5.357.860 | 5.357.860 | - | - |
Totaal | 68.427.661 | 65.137.065 | 3.207.831 | 82.765 |
De afname van exposure in stage 2 in 2025 komt met name door een verbetering van de credit risk score van twee grote woningcorporaties. Deze mutatie heeft geen impact op de ECL-voorziening, omdat sprake is van een garantie van de overheid.
Ultimo december is een bedrag van € 88,4 miljoen (2024: € 82,8 miljoen) als credit impaired aangemerkt. Dit bedrag betreft exposures in Stage 3 en ziet op exposures van zeven klanten (2024: zeven). Deze Stage 3-exposures hebben een overheidsgarantie en leiden niet tot een ECL-voorziening of een write-off.
Een specifiekere toelichting op het verloop van de stages volgt hieronder.
In Stage 1 zitten exposures waarvan het kredietrisico niet significant is gewijzigd ten opzichte van het moment waarop de exposure is ontstaan. Voor deze groep wordt een 12-maands expected credit loss (ECL) berekend, zijnde het verwachte kredietverlies op basis van de kans dat de exposure binnen 12 maanden na de rapportagedatum in default geraakt. De 12-maands ECL wordt berekend voor alle individuele exposures als functie van de exposure at default (EAD), probability of default (PD) en loss given default (LGD) en inclusief toekomstgerichte (macro-economische) indicatoren.
Een exposure gaat in beginsel van Stage 1 naar Stage 2 wanneer aan een van de volgende criteria wordt voldaan:
Een vordering staat meer dan of gelijk aan 30 dagen open (30-dagenindicator fungeert als een backstopindicator);
Er is sprake van een significante toename van het kredietrisico ten opzichte van het moment van verstrekking. Dit is het geval als er een overschrijding is van een interne ratinggrens;
Er is sprake van andere kwalitatieve indicatoren, waaronder informatie van een kredietbeoordelingsinstantie, de kwalificatie van een exposure als forborne performing of wanneer de exposure voorkomt op de interne watchlist.
De 12-maands ECL wordt berekend voor alle individuele exposures als functie van de EAD, PD en LGD en inclusief toekomstgerichte (macro-economische) indicatoren.
Stage 2 omvat exposures waarvan het kredietrisico significant is toegenomen ten opzichte van het moment waarop de exposure is ontstaan, maar die nog niet in default zijn geraakt. Voor deze exposures wordt een lifetime expected credit loss berekend, rekening houdend met eventuele garanties en ontvangen zekerheden. Dit betreft de verwachte tekorten op de contractuele kasstromen gedurende de resterende looptijd van de exposure, contant gemaakt tegen het effectieve rentepercentage. De lifetime ECL wordt berekend voor alle individuele exposures als functie van de EAD, PD en LGD en inclusief toekomstgerichte (macro-economische) indicatoren.
Voor de vaststelling of een exposure van Stage 2 naar Stage 3 verschuift, fungeert de 'achterstallige betalingen van 90 dagen'-periode als een backstopindicator.
Een exposure gaat naar Stage 3 als deze credit impaired is. Hiervan kan sprake zijn wanneer:
Een substantiële vordering meer dan 90 dagen openstaat;
De bank oordeelt dat het onwaarschijnlijk is dat de klant aan zijn kredietvorderingen voldoet (unlikely to pay (UTP)) zonder aanspraak te maken op herstelacties zoals inroeping van een garantie.
Exposures met achterstallige betalingen van 90 dagen en langer vallen onder Stage 3 en worden aangemerkt als default. Maar onder Stage 3 vallen ook exposures die vastgesteld zijn als credit impaired, in lijn met de intern gehanteerde definitie van default. Hieronder vallen derhalve ook exposures die forborne non-performing zijn. Wanneer een klant in default raakt, worden alle exposures op die klant naar Stage 3 verplaatst en dus aangemerkt als credit impaired.
Voor deze exposures wordt een liftetime expected credit loss bepaald, rekening houdend met eventuele garanties en ontvangen zekerheden. Dit betreft de verwachte tekorten op de contractuele kasstromen gedurende de resterende looptijd van de exposure, contant gemaakt tegen het effectieve rentepercentage. De lifetime ECL wordt berekend voor alle individuele exposures als functie van de EAD, PD en LGD en inclusief toekomstgerichte (macro-economische) indicatoren. Vervolgens wordt de lifetime ECL in mindering gebracht op de uitstaande brutoboekwaarde op de balans. Met andere woorden: er wordt een impairment op de exposure genomen.
Wanneer de kredietwaardigheid verbetert en de exposure niet langer aan voornoemde criteria voldoet, kan een exposure weer van Stage 2 naar Stage 1 gaan of van Stage 3 naar Stage 2. Dit is conform de ECL policy, credit risk management policy en non-performing loan policy van de bank.
Er is sprake van een significante toename van kredietrisico (significant increase in credit risk (SICR)) wanneer de credit rating ten tijde van verslaglegging significant is verslechterd ten opzichte van de credit rating die is vastgesteld op de eerste opnamedatum (rating at origination date). Of er sprake is van een significante toename van kredietrisico is afhankelijk van de kredietrisicoclassificatie.
Exposures die worden opgenomen met een credit rating van 7 of beter (dus ≤ 7): significante kredietrisicotoename vindt plaats wanneer de credit rating verschuift naar 8 of slechter (dus ≥ 8).
Exposures die worden opgenomen met een credit rating van 8 of slechter (dus ≥ 8): significante kredietrisicotoename vindt plaats wanneer de credit rating verschuift met een stap (notch); bijvoorbeeld van 8 naar 9 is een verschuiving van een notch.
NWB Bank kent een interne creditratingclassificatie van 1 tot en met 15. De credit ratings 1 tot en met 7 betreffen hoogkredietwaardige geclassificeerde exposures (investment grade), ratings 8 tot en met 14 betreffen de lager kredietwaardige geclassificeerde exposures (non-investment grade) en 15 betreft exposures die in default zijn. De interne creditratingclassificatie is gekalibreerd met de hulp van een gerenommeerd extern creditratingbureau. Interne credit ratings van > 7 zijn non-investment grade en corresponderen met een rating van BB+ of slechter.
De ECL-voorziening is gebaseerd op rating classes. Onderstaand overzicht geeft de bruto-exposure en de ECL per ratingklasse weer.
De specificatie per 31 december 2025 en 31 december 2024 is als volgt.
(x EUR 1.000) | Stage 1 | Stage 2 | Stage 3 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Rating class | Bruto exposure gegarandeerd | Bruto exposure niet gegarandeerd | ECL | Bruto exposure gegarandeerd | Bruto exposure niet gegarandeerd | ECL | Bruto exposure gegarandeerd | Bruto exposure niet gegarandeerd | ECL |
1 | 2.345.831 | 3.341.787 | 4 | - | - | - | - | - | - |
2 | 5.288.634 | 131.917 | 1 | - | - | - | - | - | - |
3 | 7.013.061 | - | - | - | - | - | - | - | - |
4 | 28.609.631 | 1.909.613 | 113 | 10.471 | - | - | - | - | - |
5 | 12.902.317 | 622.158 | 87 | 61.647 | - | - | - | - | - |
6 | 1.234.696 | 407.270 | 69 | 333.636 | - | - | - | - | - |
7 | 562.046 | 1.048.575 | 181 | 122.921 | 146.426 | 412 | - | - | - |
8 | 44.233 | 25.280 | 13 | 11.583 | 36.095 | 317 | - | - | - |
9 | - | - | - | - | - | - | - | - | - |
10 | - | - | - | 180 | - | - | - | - | - |
11 | 9.782 | - | - | 239 | - | - | - | - | - |
12 | - | - | - | - | - | - | - | - | - |
13 | - | - | - | - | - | - | - | - | - |
14 | - | - | - | - | - | - | - | - | - |
15 | - | - | - | - | - | - | 88.442 | - | - |
Totaal | 58.010.231 | 7.486.600 | 468 | 540.677 | 182.521 | 729 | 88.442 | - | - |
(x EUR 1.000) | Stage 1 | Stage 2 | Stage 3 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Rating class | Bruto exposure gegarandeerd | Bruto exposure niet gegarandeerd | ECL | Bruto exposure gegarandeerd | Bruto exposure niet gegarandeerd | ECL | Bruto exposure gegarandeerd | Bruto exposure niet gegarandeerd | ECL |
1 | 889.290 | 3.423.976 | 3 | - | - | - | - | - | - |
2 | 5.065.493 | 19.484 | - | - | - | - | - | - | - |
3 | 6.866.849 | - | - | - | - | - | - | - | - |
4 | 24.899.638 | 1.812.855 | 79 | 351.522 | - | - | - | - | - |
5 | 16.372.444 | 355.405 | 37 | 776.279 | - | - | - | - | - |
6 | 3.093.289 | 490.451 | 52 | 1.854.143 | - | - | - | - | - |
7 | 798.430 | 957.831 | 149 | 41.739 | 31.626 | 75 | - | - | - |
8 | 10.596 | 21.506 | 8 | 60.497 | 24.835 | 184 | - | - | - |
9 | - | - | - | 6.725 | - | - | - | - | - |
10 | - | - | - | 60.197 | - | - | - | - | - |
11 | 59.528 | - | - | 268 | - | - | - | - | - |
12 | - | - | - | - | - | - | - | - | - |
13 | - | - | - | - | - | - | - | - | - |
14 | - | - | - | - | - | - | - | - | - |
15 | - | - | - | - | - | - | 82.765 | - | - |
Totaal | 58.055.557 | 7.081.508 | 328 | 3.151.370 | 56.461 | 259 | 82.765 | - | - |
De rating classes 1 tot en met 7 worden geclassificeerd als investment grade en de rating classes 8 tot en met 14 als non-investment grade. Rating class 15 heeft de classificatie default.
In onderstaande tabel worden de bedragen weergegeven die vervallen maar nog niet ontvangen zijn per rapportagedatum en niet zijn begrepen in Stage 3.
31 december 2025 | 31 december 2024 | |
|---|---|---|
(x EUR 1.000) | ||
Kleiner of gelijk aan 30 dagen | 2.452 | 851 |
Groter dan 30 dagen en kleiner of gelijk aan 60 dagen | - | - |
Totaal | 2.452 | 851 |
De ECL van een financieel actief wordt bepaald op basis van 12 maanden of de gehele looptijd, afhankelijk van de vraag of er een significante toename van het kredietrisico is opgetreden. De totale ECL wordt bepaald op basis van het product van de PD, LGD en EAD, verdisconteerd naar rapportagedatum.
De PD, kans op wanbetaling, wordt gebruikt voor de bepaling van de ECL en de SICR. De bank heeft PD-modellen ontwikkeld voor uitzettingen waarvoor geen externe rating beschikbaar is en die grotendeels gebaseerd zijn op expert judgement gecombineerd met aanvaarde mathematische technieken.
De LGD betreft het verlies bij wanbetaling. De portefeuille van de bank bestaat voor het grootste deel uit door de Nederlandse overheid gegarandeerde leningen.
De EAD betreft de verwachte waarde van de uitzettingen op het moment dat de tegenpartij in gebreke blijft. Deze waarde omvat de hoofdsom, de opgelopen rente, het agio/disagio, de waardeaanpassing als gevolg van de toepassing van fair value hedge accounting en het eventueel vervallen maar nog niet ontvangen bedrag. Het effect van mogelijke vervroegde aflossingen is minimaal en om die reden niet meegenomen in de EAD.
Voor exposures begrepen in de post Rentedragende waardepapieren gebruikt de bank de low credit risk exemption (LCRE) conform IFRS 9. IFRS 9 staat toe om zonder verdere analyse aan te nemen dat het kredietrisico op een financieel instrument niet significant is toegenomen sinds de eerste opname, indien wordt vastgesteld dat het financiële instrument op de verslagdatum een laag kredietrisico heeft. Een financieel instrument met een externe rating van investment grade is een voorbeeld van een financieel instrument dat kan worden beschouwd als een laag kredietrisico.
NWB Bank kent aan iedere exposure een (interne) credit rating toe op het moment van origination. De credit rating komt uit de master scale van het ECL-model. Dit model heeft als belangrijke input de credit risk scores (CRS). De bank kent aan iedere klant een CRS toe voor de berekening van de ECL per exposure. De CRS wordt opgebouwd op basis van drie modules: (i) financial metrics, (ii) non-financial metrics en (iii) ESG metrics, waarbij voor de ESG-module voor environment, social en governance diverse variabelen zijn opgenomen. CRS kent een ratingclassificatie van beste naar slechtste scores van 1 tot en met 21. De interne credit ratings uit de master scale worden gebruikt conform IFRS-richtlijnen. De master scale koppelt CRS met defaultpercentages en de uiteindelijke credit rating. De master scale die de bank heeft ontwikkeld is gekalibreerd met de hulp van een gerenommeerd extern creditratingbureau. Conform de kredietmanagementcyclus wordt de CRS gereviewd om vast te stellen of er sprake is van een SICR onder ECL IFRS-richtlijnen.
Voor de bepaling van de ECL wordt rekening gehouden met macro-economische variabelen. Dit impliceert rekening houden met toekomstgerichte ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op potentiële kredietverliezen. De macro-economische variabelen die in beschouwing zijn genomen zijn werkloosheid en inflatie. Met de intern ontwikkelde modellen maakt de bank projecties over werkloosheid en inflatie. In december 2025 en december 2024 heeft de bank de projecties voor inflatie en werkloosheid geactualiseerd. Hierbij maakte zij gebruik van inputdata van het CPB betreffende inflatie en werkloosheid. De wegingen van de scenario's zijn in 2025 gelijk gebleven aan de wegingen in 2024. Het basisscenario is gewogen met 60%, het opwaarts scenario met 10% en het neerwaarts scenario met 30%.
De volgende specificatie geeft een overzicht van de macro-economische variabelen en de weging die eraan is toegekend.
Scenario | Weging | Weging | |
|---|---|---|---|
Macro-economische variabele | |||
Werkloosheid | Basisscenario | 0,60 | 0,60 |
Opwaarts scenario | 0,10 | 0,10 | |
Neerwaarts scenario | 0,30 | 0,30 | |
Inflatie | Basisscenario | 0,60 | 0,60 |
Opwaarts scenario | 0,10 | 0,10 | |
Neerwaarts scenario | 0,30 | 0,30 |
De volgende specificatie geeft een overzicht van de macro-economische variabelen en de gehanteerde percentages in het basisscenario.
Jaar | % | % | |
|---|---|---|---|
Werkloosheid | 2025 | 3,80 | |
2026 | 4,05 | 4,10 | |
2027 | 4,20 | 4,30 | |
2028 | 4,35 | ||
Inflatie | 2025 | 2,80 | |
2026 | 2,25 | 2,90 | |
2027 | 2,20 | 2,30 | |
2028 | 2,00 |
Om de gevoeligheid van de ECL te meten naar de verschillende factoren, zijn de onderstaande analyses uitgevoerd. De berekening van de ECL wordt mede bepaald door de veronderstelde macro-economische variabelen. In onderstaand overzicht wordt de invloed op de ECL weergegeven voor verschillende scenario's.
2026 | 2027 | 2028 | Weging scenario | Gewogen | Totaal | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
31 december 2025 | |||||||
Scenario 1: Neerwaartse markt | Inflatie NL | 1,61 | 1,56 | 1,36 | 0,30 | 445 | |
Werkloosheid NL | 4,83 | 4,98 | 5,13 | 0,30 | |||
Scenario 2: Neutraal | Inflatie NL | 2,25 | 2,20 | 2,00 | 0,60 | 670 | 1.196 |
Werkloosheid NL | 4,05 | 4,20 | 4,35 | 0,60 | |||
Scenario 3: Opwaartse markt | Inflatie NL | 2,91 | 2,86 | 2,66 | 0,10 | 81 | |
Werkloosheid NL | 3,21 | 3,36 | 3,51 | 0,10 |
2025 | 2026 | 2027 | Weging scenario | Gewogen | Totaal | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
31 december 2024 | |||||||
Scenario 1: Neerwaartse markt | Inflatie NL | 2,76 | 1,86 | 1,66 | 0,30 | 222 | |
Werkloosheid NL | 4,58 | 4,88 | 5,08 | 0,30 | |||
Scenario 2: Neutraal | Inflatie NL | 2,80 | 2,90 | 2,30 | 0,60 | 326 | 586 |
Werkloosheid NL | 3,80 | 4,10 | 4,30 | 0,60 | |||
Scenario 3: Opwaartse markt | Inflatie NL | 4,06 | 3,16 | 2,96 | 0,10 | 38 | |
Werkloosheid NL | 2,96 | 3,26 | 3,46 | 0,10 |
Onderstaande tabel geeft de gevoeligheid weer van de expected credit loss indien de afzonderlijke scenario's (neerwaarts, basis en opwaarts) voor 100% zouden worden toegepast op alle exposures per ultimo december 2025. Gezien de beperkte omvang van niet-overheidsgegarandeerde exposures is de gevoeligheid voor de verschillende scenario’s beperkt.
Gevoeligheidsanalyse - scenario's | 100% Neerwaartse scenario | 100% Basis scenario | 100% Opwaartse scenario |
|---|---|---|---|
(x EUR 1.000) | |||
ECL | 1.483 | 1.117 | 810 |
Gevoeligheidsanalyse - scenario's | 100% Neerwaartse scenario | 100% Basis scenario | 100% Opwaartse scenario |
|---|---|---|---|
(x EUR 1.000) | |||
ECL | 739 | 544 | 382 |
In deze analyse is de belangrijkste factor credit risk scores (CRS) in de berekening van de ECL geshift met een verslechtering van plus 1. De impact van deze shift op de ECL is een toename van circa € 3,4 miljoen (2024: € 1,3 miljoen). Daardoor zou de ECL circa € 4,6 miljoen (2024: € 1,9 miljoen) bedragen in plaats van het op 31 december 2025 gerapporteerde bedrag van € 1,2 miljoen (2024: € 0,6 miljoen).
De reële waarde is het bedrag waarvoor een actief kan worden verhandeld of een verplichting kan worden afgewikkeld tussen ter zake goed geïnformeerde, tot een transactie bereid zijnde partijen die onafhankelijk zijn van elkaar.
Bij de bepaling van de reële waarde van financiële instrumenten wordt gebruikgemaakt van marktprijzen voor zover het om financiële instrumenten gaat die op een actieve markt worden verhandeld. Voor de meeste financiële instrumenten is een dergelijke marktprijs niet beschikbaar. De reële waarde wordt dan bepaald met behulp van waarderingsmodellen. De modellen gaan uit van diverse veronderstellingen met betrekking tot de disconteringsvoet en het tijdstip en de omvang van de verwachte toekomstige kasstromen. Bij de berekening van de reële waarde van opties wordt gebruikgemaakt van algemeen aanvaarde optiewaarderingsmodellen.
NWB Bank stelt periodiek vast dat toepassing van de waarderingsmodellen leidt tot betrouwbare, reële waarden, die bij het risicoprofiel van de activa en passiva passen. Continu veranderende marktomstandigheden leiden tot regelmatige aanpassing van de waarderingsparameters die de input vormen voor de waarderingsmodellen.
Voor de reële waardebepaling van Kasmiddelen en tegoeden bij de Centrale Bank, Vorderingen op kredietinstellingen, Schulden aan kredietinstellingen, Kredieten en vorderingen, Toevertrouwde middelen en Schuldbewijzen wordt een waarderingsmodel gehanteerd. Dit model wordt ook gebruikt voor de interne risicorapportages.
Uitgangspunt bij het model is een going-concernbenadering waarbij de bank:
1. leningen verstrekt die in principe tot het einde van de looptijd worden aangehouden en
2. de relatief langlopende leningen financiert met gemiddeld genomen korter lopende funding.
De waarderingscurve wordt gebaseerd op de gemiddelde fundingkosten, zijnde swaprente plus opslag. Deze opslag geeft in feite aan wat de extra financieringslasten zijn voor de bank uit hoofde van liquiditeit- en kredietopslagen. Deze extra lasten worden bepaald uitgaande van de funding die op de verslaggevingsdatum uitstaat. De opslag, die uit de berekeningsmethodiek voortvloeit, wordt gehanteerd voor alle relevante looptijden (continue curve). Er wordt van uitgegaan dat de voor de bank geldende opslagen ook representatief zijn voor de niet in de markt observeerbare opslagen voor de kredietnemers van de bank. Een voorziening voor oninbaarheid wordt bepaald op basis van de IFRS 9-methodologie voor expected credit loss.
De overige rentedragende waardepapieren met beursnotering worden gewaardeerd tegen marktprijzen. Voor de bepaling van de reële waarde van de overige rentedragende waardepapieren tot einde looptijd aangehouden en overige rentedragende waardepapieren zonder beursnotering wordt gebruikgemaakt van hetzelfde model als voor de kredieten en vorderingen. Een voorziening voor oninbaarheid wordt bepaald op basis van de IFRS 9-methodologie voor expected credit loss.
Voor de waardering van derivaten wordt gebruikgemaakt van algemeen aanvaarde waarderingsmodellen, waarbij de meest geëigende waarderingscurven, waaronder de OIS-curve en de €STR-curve, gehanteerd worden. Daarnaast zijn een credit valuation adjustment en een debt valuation adjustment in de waardering opgenomen. De gehanteerde curven weerspiegelen het prijsniveau waarop de bank swaps afsluit. Het kredietrisico op de afgesloten derivatentransacties wordt grotendeels gemitigeerd door het uitwisselen van collateral.
De volgende tabel geeft inzicht in de geschatte reële waarde van de financiële activa en passiva. Daarbij is de opgelopen rente voor vergelijkingsdoeleinden toegerekend aan de boekwaarde. Een aantal balansposten is niet in de tabel opgenomen, omdat deze niet voldoen aan de definitie van een financieel actief of passief.
Boekwaarde 31-12-2025 | Reële waarde | Boekwaarde | Reële waarde | |
|---|---|---|---|---|
(x EUR 1.000.000) | ||||
Activa | ||||
Kasmiddelen en tegoeden bij de Centrale Bank | 1.432 | 1.432 | 6.623 | 6.623 |
Vorderingen op kredietinstellingen | 2.810 | 2.815 | 2.622 | 2.622 |
Kredieten en vorderingen | 54.968 | 54.131 | 59.158 | 59.383 |
Rentedragende waardepapieren | 8.114 | 8.288 | 5.584 | 5.582 |
Derivaten | 5.436 | 5.436 | 4.740 | 4.740 |
Passiva | ||||
Schulden aan kredietinstellingen | 2.692 | 2.616 | 2.658 | 2.593 |
Toevertrouwde middelen | 6.161 | 6.000 | 7.174 | 7.178 |
Schuldbewijzen | 57.972 | 57.252 | 62.769 | 62.762 |
Achtergestelde schulden | 327 | 330 | 327 | 331 |
Derivaten | 3.520 | 3.520 | 3.710 | 3.710 |
Onderstaande tabel geeft inzicht in de manier waarop de reële waarde wordt bepaald van financiële instrumenten die tegen reële waarde zijn gewaardeerd in de balans.
Waardering op basis van marktprijzen | Waardering op basis van modellen met in de markt beschikbare data | Waardering op basis van modellen met niet in de markt beschikbare data | |
|---|---|---|---|
(x EUR 1.000.000) | |||
31 december 2025 | |||
Activa | |||
Rentedragende waardepapieren | 60 | ||
Derivaten | 5.436 | ||
Passiva | |||
Derivaten | 3.520 | ||
31 december 2024 | |||
Activa | |||
Rentedragende waardepapieren | 862 | ||
Derivaten | 4.740 | ||
Passiva | |||
Derivaten | 3.710 |
De waardering van de overige financiële instrumenten, die zijn opgenomen in de toelichting onder reële waarde van de financiële instrumenten, is tot stand gekomen op basis van modellen met in de markt beschikbare data.
≤1 jaar | 1-5 jaar | >5 jaar | Totaal | |
|---|---|---|---|---|
(x EUR 1.000.000) | ||||
2025 | ||||
Hoofdsommen rentederivaten | 4.703 | 30.526 | 114.005 | 149.234 |
Hoofdsommen valutaderivaten | 5.827 | 9.524 | 2.613 | 17.964 |
2024 | ||||
Hoofdsommen rentederivaten | 4.397 | 21.507 | 119.687 | 145.591 |
Hoofdsommen valutaderivaten | 13.447 | 9.002 | 2.809 | 25.258 |
De totale hoofdsom van de caps en floors bedraagt € 52 miljoen (2024: € 72 miljoen) en van de swaptions € 1.324 miljoen (2024: € 1.438 miljoen). Deze derivaten zijn opgenomen onder de rentederivaten in de bovenstaande tabel.
Als verbonden partijen zijn aangemerkt: de aandeelhouders, de directie en de leden van de raad van commissarissen. Inzake de verplichte vermelding met betrekking tot verbonden partijen is bij NWB Bank geen sprake van bijzonderheden.
Voor een nadere toelichting op de beloning van de directie wordt verwezen naar de toelichting onder noot 4.
Ultimo 2025 staat voor een bedrag van € 8.286 miljoen aan kredieten uit aan aandeelhouders, verstrekt tegen marktconforme condities (2024: € 8.304 miljoen).
De strategie van de bank stelt hoge eisen aan het risicomanagement en de inrichting en handhaving van een adequate interne beheersing. NWB Bank hanteert een organisatiebrede aanpak voor haar risicobeheersing en de controle daarop. Dit hoofdstuk geeft een verdere inkijk in met name de kwantitatieve aspecten van de verschillende risico's. De indeling volgt de risicotaxonomie zoals besproken in de risocomanagementparagraaf van het directieverslag.
Financiële risico’s zijn risico’s die geassocieerd worden met financiering en die NWB Bank beheert op individueel en/of portefeuilleniveau. De bank probeert het begrip wat betreft blootstelling aan deze risico’s en het beheer ervan continu te verbeteren. Financiële risico’s zijn onderverdeeld in kredietrisico, renterisico, marktrisico en liquiditeitsrisico.
Het totale kredietrisico (inclusief onherroepelijke toezeggingen) uitgedrukt in risicogewogen activa op basis van de standaardbenadering zoals beschreven in de CRR is op de verslagdatum als volgt.
Risicoweging | Europa | Noord- | Rest van de | Totaal | RWA | |||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
NL | EU | Niet-EU | ||||||
(x EUR 1.000.000) | ||||||||
2025 | ||||||||
Centrale overheden | 0% | 1.992 | 50 | 35 | - | - | 2.077 | - |
Regionale overheden | 0% | 15.966 | - | - | - | - | 15.966 | - |
Instellingen met afgeleide overheidstaak | 0% -130% | 45.687 | 303 | 85 | - | - | 46.075 | 2.871 |
Internationale organisaties | 0% | - | 205 | - | - | - | 205 | - |
Ontwikkelingsbanken | 0% | - | 779 | - | - | - | 779 | - |
Bancaire tegenpartijen1 | 0% -50% | 428 | 761 | 6 | 183 | 7 | 1.385 | 367 |
RMBS (NHG) notes1 | 10% -15% | 3.151 | - | - | - | - | 3.151 | 448 |
Covered bonds | 10% | 450 | 100 | - | - | - | 550 | 65 |
Overige | 100% | 243 | - | - | - | - | 243 | 243 |
Totaal 2025 | 67.917 | 2.198 | 126 | 183 | 7 | 70.431 | 3.994 | |
(x EUR 1.000.000) | ||||||||
2024 | ||||||||
Centrale overheden | 0% | 6.685 | 51 | - | - | - | 6.736 | - |
Regionale overheden | 0% | 16.578 | - | - | - | - | 16.578 | - |
Instellingen met afgeleide overheidstaak | 0% -100% | 48.453 | 152 | - | - | - | 48.605 | 2.617 |
Internationale organisaties | 0% | - | - | - | - | - | - | - |
Ontwikkelingsbanken | 0% | - | 261 | - | - | - | 261 | - |
Bancaire tegenpartijen1 | 0% -50% | 645 | 811 | 9 | 285 | 10 | 1.760 | 523 |
RMBS (NHG) notes1 | 15% | 3.424 | - | - | - | - | 3.424 | 418 |
Covered bonds | 10% | 544 | 101 | - | - | - | 645 | 65 |
Overige | 100% | 235 | - | - | - | - | 235 | 235 |
Totaal 2024 | 76.564 | 1.376 | 9 | 285 | 10 | 78.244 | 3.858 | |
De meeste uitzettingen van NWB Bank vallen in de categorie met een 0%-risicoweging, hetgeen betekent dat het kredietrisico zeer beperkt wordt geacht. De tegenpartijrisico’s en eventuele geldmarktuitzettingen bij bancaire tegenpartijen vallen onder de 20%-, 30%-, 50%- en 100%-wegingscategorie. De portefeuille van NHG RMBS-notes bestaat uit senior A-notes onder de 10%- en 15%-wegingscategorie. Voor de kredieten aan Nederlandse drinkwaterbedrijven en regionale netwerkbedrijven geldt een 100%-wegingscategorie en bij umc's geldt een 20%-wegingscategorie. Ten slotte zijn de kredieten aan duurzame-energieprojecten en PPS-projecten in de 100%- of 130%-wegingscategorie (2024: 100%) opgenomen, waarbij voor de meeste duurzame-energieprojecten en PPS-projecten een 0,75 multiplier wordt toegepast.
De tabel hieronder geeft inzicht in de onderverdeling van de door de bank verstrekte (gestorte) langlopende kredieten.
2025 | 2024 | |||
|---|---|---|---|---|
Nominale waarde | Balanswaarde | Nominale waarde | Balanswaarde | |
(x EUR 1.000.000) | ||||
Waterschappen | 8.563 | 7.601 | 8.545 | 8.147 |
Gemeenten | 4.294 | 3.989 | 4.408 | 4.333 |
Provincies | 291 | 262 | 317 | 299 |
Sociale woningbouw | 36.607 | 35.738 | 34.522 | 38.906 |
Zorginstellingen | 1.886 | 1.829 | 1.985 | 2.007 |
Overig onder garantie van overheden | 852 | 763 | 833 | 781 |
Gemeenschappelijke regelingen | 724 | 650 | 721 | 674 |
Drinkwaterbedrijven | 1.433 | 1.329 | 1.445 | 1.397 |
Duurzame energie | 1.178 | 1.153 | 1.088 | 1.072 |
Publiek-private samenwerking | 959 | 876 | 956 | 896 |
Kredietinstellingen | 85 | 82 | 108 | 104 |
Overige | 139 | 129 | 307 | 301 |
Totaal | 57.011 | 54.401 | 55.235 | 58.917 |
In de post Kredieten en vorderingen op de balans ter grootte van € 54.968 (2024: € 59.158) en Vorderingen op kredietinstellingen op de balans ter grootte van € 2.810 (2024: € 2.622) zijn naast de langlopende kredieten ook kortlopende kredieten, rekening-courantvorderingen en verstrekt onderpand begrepen.
Bovenstaande klantgroepen zijn voornamelijk overheden en door overheden gegarandeerde financieringen in de sociale woningbouw en zorg. De niet-gegarandeerde financieringen zijn begrepen in de posten Publiek-private samenwerking, Drinkwaterbedrijven, Duurzame energie en Overige. Zowel gedurende het jaar als op de balansdatum zijn de betalingsachterstanden qua omvang gering, technisch van aard en van zeer korte duur geweest. NWB Bank heeft in 2025 in haar portefeuille notes van RMBS-programma's van vijf Nederlandse issuers (2024: drie), met als onderpand gesecuritiseerde Nederlandse hypothecaire geldleningen met NHG. Voor deze notes is de bank alleen in de rol van investeerder actief in securitisaties, waarbij ze de risico's gedurende de looptijd monitort en het stellige voornemen heeft om deze RMBS (NHG)-notes tot de verwachte einddatum aan te houden. Met de investering in deze obligaties draagt NWB Bank bij aan de financiering van door de overheid gegarandeerde particuliere woninghypotheken. Uit hoofde van de CRR wordt het kredietrisico uitgedrukt in risicogewogen activa op basis van de standaardbenadering voor securitisaties zoals verwoord in artikel 261 en artikel 262 van de CRR, waarbij de beschikbare ratings van S&P, Moody's en/of Fitch worden gebruikt als indicatie van het kredietrisico.
De gegevens in onderstaande tabel zijn per einde boekjaar 2025.
Rating | Nominaal bedrag | Verwachte einddatum | Klasse |
|---|---|---|---|
AAA | 3.288 | 2071 | A |
De totale marktwaarde-exposure uit hoofde van derivaten op financiële tegenpartijen is ultimo 2025 € 1.148 miljoen (2024: € 1.075 miljoen). Hiervan is € 1.068 miljoen afgedekt door onderpand geleverd aan de bank (2024: € 900 miljoen). De totale marktwaarde-exposure uit hoofde van derivaten van financiële tegenpartijen op de bank bedraagt ultimo 2025 € 2.671 miljoen (2024: € 2.432 miljoen) en hiervan is € 2.495 miljoen (2024: € 2.432 miljoen) afgedekt door onderpand geleverd door de bank. Onderstaande tabellen geven de nettomarktwaarde van de derivaten weer, inclusief het ontvangen en betaalde onderpand.
Positieve resp. negatieve marktwaarde derivaten | Netting negatieve resp. positieve marktwaarde derivaten | Cash collateral ontvangen resp. geleverd | Nettopositie | |
|---|---|---|---|---|
(x EUR 1.000.000) | ||||
31 december 2025 | ||||
Activa | ||||
Bancaire tegenpartijen | 1.995 | -847 | -1.068 | 80 |
Niet-bancaire tegenpartijen | 3.441 | - | -1.208 | 2.233 |
Totaal 2025 | 5.436 | -847 | -2.276 | 2.313 |
Passiva | ||||
Bancaire tegenpartijen | -3.519 | 847 | 2.495 | -177 |
Niet-bancaire tegenpartijen | - | - | - | - |
Totaal 2025 | -3.519 | 847 | 2.495 | -177 |
Positieve resp. negatieve marktwaarde derivaten | Netting negatieve resp. positieve marktwaarde derivaten | Cash collateral ontvangen resp. geleverd | Nettopositie | |
(x EUR 1.000.000) | ||||
31 december 2024 | ||||
Activa | ||||
Bancaire tegenpartijen | 2.353 | -1.278 | -900 | 175 |
Niet-bancaire tegenpartijen | 2.387 | - | -1.635 | 752 |
Totaal 2024 | 4.740 | -1.278 | -2.535 | 927 |
Passiva | ||||
Bancaire tegenpartijen | -3.710 | 1.278 | 2.324 | -108 |
Niet-bancaire tegenpartijen | - | - | - | - |
Totaal 2024 | -3.710 | 1.278 | 2.324 | -108 |
NWB Bank gebruikt verschillende indicatoren om het renterisico te meten.
Hieronder is een rentetypische gapanalyse weergegeven van niet-verdisconteerde kasstromen op basis van de contractuele renteherzieningsdatum of aflossingsdatum indien laatstgenoemde eerder ligt.
Totaal | <3 maanden | 3-12 maanden | 1-5 jaar | >5 jaar | |
|---|---|---|---|---|---|
(x EUR 1.000.000) | |||||
31 december 2025 | |||||
Activa | |||||
Kredieten en vorderingen | 68.692 | 14.264 | 3.885 | 12.719 | 37.824 |
Rentedragende waardepapieren | 8.373 | 939 | 335 | 2.816 | 4.283 |
Derivaten met een vaste rente | -31.234 | -414 | -1.090 | -2.930 | -26.800 |
Derivaten met een variabele rente | 42.785 | 24.930 | 17.720 | 17 | 118 |
Totaal activa | 88.616 | 39.719 | 20.850 | 12.622 | 15.425 |
Passiva | |||||
Schulden aan kredietinstellingen, toevertrouwde middelen en schuldbewijzen | 69.030 | 5.594 | 9.443 | 29.034 | 24.959 |
Achtergestelde schulden | 331 | 52 | 257 | 3 | 19 |
Derivaten met een vaste rente | -40.262 | -1.336 | -7.726 | -18.684 | -12.516 |
Derivaten met een variabele rente | 54.754 | 40.536 | 13.963 | 232 | 23 |
Totaal passiva | 83.853 | 44.846 | 15.937 | 10.585 | 12.485 |
Totaal activa minus passiva 2025 | 4.763 | -5.127 | 4.913 | 2.037 | 2.940 |
Totaal | <3 maanden | 3-12 maanden | 1-5 jaar | >5 jaar | |
|---|---|---|---|---|---|
(x EUR 1.000.000) | |||||
31 december 2024 | |||||
Activa | |||||
Kredieten en vorderingen | 79.478 | 20.788 | 3.654 | 12.422 | 42.614 |
Rentedragende waardepapieren | 5.713 | 531 | 346 | 2.160 | 2.676 |
Derivaten met een vaste rente | 4.175 | 5.139 | 6.525 | 4.999 | -12.488 |
Derivaten met een variabele rente | 5.231 | -808 | 6.186 | -103 | -44 |
Totaal activa | 94.597 | 25.650 | 16.711 | 19.478 | 32.758 |
Passiva | |||||
Schulden aan kredietinstellingen, toevertrouwde middelen en schuldbewijzen | 73.944 | 9.413 | 11.753 | 24.840 | 27.938 |
Achtergestelde schulden | 331 | 53 | 205 | 54 | 19 |
Derivaten met een vaste rente | -8.061 | -39 | -2.874 | -7.103 | 1.955 |
Derivaten met een variabele rente | 23.680 | 21.413 | 2.289 | 59 | -81 |
Totaal passiva | 89.894 | 30.840 | 11.373 | 17.850 | 29.831 |
Totaal activa minus passiva 2024 | 4.703 | -5.190 | 5.338 | 1.628 | 2.927 |
NWB Bank hanteert DV01 (dollar value of a basis point) als belangrijkste renterisicomaatstaf. Deze maatstaf geeft in geldeenheden de prijs of marktwaardeverandering aan als gevolg van één basispunt (0,01%) verandering van de rentecurve. Voor de totale renterisicopositie geldt een stelsel van DV01-limieten dat volgt uit de risk appetite van de bank. Deze limieten zijn gerelateerd aan de strategische renterisicopositie. De rentegevoeligheid van de portefeuille waarop macrohedging wordt toegepast, wordt gemonitord aan de hand van DV01’s voor verschillende tijdsintervallen. Voor beheersing van het spreadrisico gerelateerd aan de herfinanciering van de bank geldt een spread-DV01-maatstaf met bijbehorende limiet. Dit is een indicator voor de looptijdmismatch tussen de opgenomen financiering en de uitgezette leningen. De spread DV01 wordt gekwantificeerd aan de hand van de rentegevoeligheid van alle (langlopende) leningen en financiering en lag eind 2025 binnen de daarvoor gehanteerde limiet.
Earnings at risk (EAR) is een maatstaf voor de rentegevoeligheid van de nettorente-inkomsten (NII) van de bank. EAR berekent de mutatie in de NII van een veronderstelde verandering in de rentetermijnstructuur. Het meest relevante scenario veronderstelt dat de huidige tarieven worden gerealiseerd.
NWB Bank streeft naar een evenwichtige blootstelling van haar balansposities aan korterentetarieven. Dit zijn vooral de eendags-, driemaands- en zesmaandsrentetarieven. Deze tarieven hebben verschillende gevoeligheden voor de toegepaste renteschokken. Het meest gevoelig is de eendagsrente. Deze wijzigt dagelijks, waardoor de schok dus binnen een dag in de berekening doorwerkt. De zesmaandsrente zal dat echter maar één keer per zes maanden doen, bij het vaststellen van het nieuwe tarief. Zo zal voor een lening waarvoor het tarief op de peildatum wijzigt pas na zes maanden de schok, i.c. 50 basispunten, doorwerken. Voor een lening die een dag later het tarief wijzigt zal vrijwel direct de oorspronkelijke schok van 25 basispunten doorwerken en pas na zes maanden de volledige schok van 50 basispunten (bp).
De EAR is daardoor gevoelig voor zowel het moment waarop de tarieven voor te betalen als te ontvangen rentetarieven wijzigen. Daarnaast is deze maatstaf gevoelig voor welke tarieven op enig moment wijzigen. NWB Bank hanteert een limiet voor de maximale blootstelling. Ze probeert zo veel mogelijk te betalen en te ontvangen rente op elkaar af te stemmen, maar accepteert afwijkingen binnen die limiet.
Het meest negatieve scenario per eind 2025 en 2024 wordt in onderstaande tabel weergegeven. De in de tabel genoemde interne maatstaf voor renterisico betreft een scenario waarbij sprake is van een directe (onmiddellijke) parallelle renteschok van +25 bp gevolgd door een geleidelijke parallelle renteschok van +25 bp.
Meest negatieve scenario | Meest negatieve scenario | |
|---|---|---|
2025 | 2024 | |
(x EUR 1.000.000) | ||
Scenario: interne maatstaf voor renterisico | -5,5 | -6,5 |
NWB Bank voert scenarioanalyses uit om additioneel inzicht te krijgen in het renterisico. Een van deze scenario's is het berekenen van de mutaties in de economische waarde van het eigen vermogen bij een parallelle verschuiving van de rente van -200 basispunten en +200 basispunten. Deze scenario's worden voorgeschreven door de European Banking Authority (EBA) en de bank wordt geacht de toezichthouder te informeren als de uitkomsten groter dan 20% van het eigen vermogen zijn. Voor elke valuta wordt een looptijdafhankelijke post-schokrenteondergrens toegepast. Dit begint met -100 bp bij een onmiddellijke vervaldag. Deze ondergrens wordt verhoogd met 5 bp per jaar en komt uit op 0% voor looptijden van 20 jaar en meer. In onderstaande tabel worden de zes voorgeschreven scenario's per 31 december 2025 en 31 december 2024 weergegeven en het effect op de economische waarde van het eigen vermogen. Voor de eerste twee scenario's wordt ook de impact op interestmarge weergegeven.
NWB Bank rapporteert sinds het derde kwartaal van 2025 de gevolgen van een 200 basispunten parallelle schok zoals voorgeschreven door de toezichthouder. Deze schok passen we toe onder de veronderstelling van een constante balans. Dat betekent dat verondersteld wordt dat alle kasstromen worden herbelegd in een instrument vergelijkbaar met het instrument dat de kasstroom genereert. De interne maatstaf veronderstelt dat de nettokasstromen worden aangehouden in de vorm van liquide middelen als een deposito bij DNB.
Verandering van economische waarde van het eigen vermogen | Verandering van de interestmarge | |||
|---|---|---|---|---|
(x EUR 1.000.000) | Huidige periode | Vorige periode | Huidige periode | Vorige periode |
1 Parallel up | -277,0 | -271,2 | -8,0 | -6,5 |
2 Parallel down | 253,0 | 234,1 | 4,0 | 6,5 |
3 Steepener | -38,0 | -25,7 | ||
4 Flattener | -14,0 | -27,6 | ||
5 Short rates up | -90,0 | -98,3 | ||
6 Short rates down | 94,0 | 103,0 | ||
Onderstaande tabel geeft de nominale waarden in miljoenen aan in vreemde valuta.
2025 | 2024 | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Actief | Passief | Derivaten | Totaal | Actief | Passief | Derivaten | Totaal | |
(x EUR 1.000.000) | ||||||||
AUD | - | -4.133 | 4.133 | - | - | -5.130 | 5.130 | - |
CAD | - | -193 | 193 | - | - | -393 | 393 | - |
CHF | - | -1.415 | 1.415 | - | - | -1.075 | 1.075 | - |
GBP | - | -1.770 | 1.770 | - | - | -4.796 | 4.796 | - |
HKD | - | -2.500 | 2.500 | - | - | -500 | 500 | - |
JPY | - | -62.728 | 62.728 | - | - | -64.102 | 64.102 | - |
NOK | - | -500 | 500 | - | - | -500 | 500 | - |
NZD | - | -350 | 350 | - | - | -416 | 416 | - |
SEK | - | -3.000 | 3.000 | - | - | -4.650 | 4.650 | - |
USD | - | -11.432 | 11.432 | - | - | -14.905 | 14.905 | - |
ZAR | - | -230 | 230 | - | - | -230 | 230 | - |
De onderpandwaarde van het bij DNB ingebrachte beleenbare deel van de portefeuille bedraagt € 15,1 miljard ultimo 2025 (€ 13,4 miljard ultimo 2024). Voor kortlopende financiering doet de bank vooral een beroep op de CP-markt (commercial paper). De bank heeft een ECP-programma ter grootte van maximaal € 25 miljard en een USCP-programma ter grootte van maximaal $ 25 miljard. Ze beschikt over de hoogste kortetermijnratings (A-1+/P-1) voor deze twee programma’s. De liquiditeitspositie wordt dagelijks bewaakt. Liquiditeitsbeheer heeft tot doel ervoor te zorgen dat er voldoende middelen beschikbaar zijn om niet alleen voorziene maar ook onvoorziene financieringsbehoeften te kunnen opvangen. Het management van de bank wordt dagelijks geïnformeerd met een liquiditeitstypische gapanalyse, waarin verschillen tussen te ontvangen en te betalen kasstromen worden weergegeven. Op de liquiditeitspositie is een stelsel van limieten van toepassing.
De balanscategorieën uitgesplitst naar resterende contractuele looptijd, inclusief alle toekomstige niet-gedisconteerde rentestromen, inclusief centraal geclearde derivaten en vóór winstverdeling, kunnen als volgt worden weergegeven.
Totaal | <3 maanden | 3-12 maanden | 1-5 jaar | >5 jaar | |
|---|---|---|---|---|---|
(x EUR 1.000.000) | |||||
31 december 2025 | |||||
Activa | |||||
Kasmiddelen en tegoeden bij de Centrale Bank | 1.432 | 1.432 | - | - | - |
Vorderingen op kredietinstellingen | 2.809 | 7 | 22 | 51 | 2.729 |
Kredieten en vorderingen | 89.834 | 2.097 | 5.530 | 18.918 | 63.289 |
Rentedragende waardepapieren | 10.621 | 185 | 385 | 3.190 | 6.861 |
Immateriële activa | 13 | - | - | 13 | - |
Materiële vaste activa | 4 | - | - | 1 | 3 |
Vennootschapsbelasting | - | - | - | - | - |
Derivaten | -11.338 | 119 | -186 | -1.689 | -9.582 |
Overige activa | 91 | 81 | 1 | - | 9 |
Overlopende activa | - | - | - | - | - |
Totaal activa per 31 december 2025 | 93.466 | 3.921 | 5.752 | 20.484 | 63.309 |
Passiva | |||||
Schulden aan kredietinstellingen | 5.524 | 628 | 63 | 552 | 4.281 |
Toevertrouwde middelen | 7.492 | 169 | 255 | 216 | 6.852 |
Schuldbewijzen | 70.530 | 1.479 | 8.397 | 28.205 | 32.449 |
Achtergestelde schulden | 336 | 52 | 260 | 3 | 21 |
Derivaten | 7.472 | 270 | 161 | 756 | 6.285 |
Pensioenvoorzieningen | 2 | - | - | - | 2 |
Voorziening latente vennootschapsbelasting | 6 | - | - | 6 | - |
Vennootschapsbelasting | 3 | 3 | - | - | - |
Overige schulden | 19 | 13 | 6 | - | - |
Overlopende passiva | 9 | 6 | 3 | - | - |
Eigen vermogen | 2.157 | - | - | - | 2.157 |
Totaal passiva per 31 december 2025 | 93.550 | 2.620 | 9.145 | 29.738 | 52.047 |
(x EUR 1.000.000) | |||||
31 december 2024 | |||||
Activa | |||||
Kasmiddelen en tegoeden bij de Centrale Bank | 6.623 | 6.623 | - | - | - |
Vorderingen op kredietinstellingen | 2.622 | 28 | 22 | 67 | 2.505 |
Kredieten en vorderingen | 86.327 | 1.448 | 5.861 | 17.762 | 61.256 |
Rentedragende waardepapieren | 7.111 | -104 | 55 | 2.532 | 4.628 |
Immateriële activa | 11 | - | - | 11 | - |
Materiële vaste activa | 4 | - | - | 1 | 3 |
Vennootschapsbelasting | - | - | - | - | - |
Derivaten | 4.204 | 479 | 740 | 1.379 | 1.606 |
Overige activa | 25 | 16 | - | - | 9 |
Overlopende activa | - | - | - | - | - |
Totaal activa per 31 december 2024 | 106.927 | 8.490 | 6.678 | 21.752 | 70.007 |
Passiva | |||||
Schulden aan kredietinstellingen | 5.397 | 663 | 63 | 548 | 4.123 |
Toevertrouwde middelen | 7.826 | 138 | 478 | 190 | 7.020 |
Schuldbewijzen | 74.063 | 5.362 | 11.036 | 23.484 | 34.181 |
Achtergestelde schulden | 338 | 3 | 208 | 105 | 22 |
Derivaten | 19.489 | 288 | 544 | 2.831 | 15.826 |
Pensioenvoorzieningen | 3 | - | - | - | 3 |
Voorziening latente vennootschapsbelasting | 7 | - | - | 7 | - |
Vennootschapsbelasting | - | - | - | - | - |
Overige schulden | 20 | 16 | 4 | - | - |
Overlopende passiva | 6 | 3 | 3 | - | - |
Eigen vermogen | 2.094 | - | - | - | 2.094 |
Totaal passiva per 31 december 2024 | 109.243 | 6.473 | 12.336 | 27.165 | 63.269 |
Een van de limieten heeft betrekking op de LCR, een liquiditeitsratio opgenomen in CRD IV/CRR, waarvoor een minimumvereiste geldt van 100%. De LCR meet of er voldoende liquide activa aanwezig zijn ten opzichte van de verplichtingen op de korte termijn. De interne LCR-limiet is hoger dan deze minimumvereiste. De LCR bedraagt per balansdatum 235% (2024: 183%).
De NSFR toont de verhouding tussen de aanwezige en vereiste stabiele financiering, waarbij onderscheid wordt gemaakt in producten met een korte en lange looptijd en buitenbalansposten.
De NSFR stimuleert het gebruik van langlopende financiering voor lang uitgezette kredieten, oftewel gematchte financiering. Voor de NSFR geldt een minimumvereiste van 100%. Ultimo 2025 voldoet NWB Bank aan deze vereiste met een ratio per balansdatum van 148% (2024: 134%).
ESG staat voor Environmental, Social en Governance. We definiëren ESG-risico, waaronder klimaatrisico, als het risico dat ESG-factoren de strategische doelen, de kapitaalpositie en/of de winst van onze bank negatief beïnvloeden. Het concept van dubbele materialiteit is onderdeel van deze definitie, wat inhoudt dat we niet alleen rekening houden met de impact van ESG-risico's op de bank, maar nadrukkelijk ook kijken naar de impact die we zelf met onze kredietverlening hebben op mens en milieu, wat overigens ook weer een impact kan hebben op de bank. ESG-factoren manifesteren zich in financiële en niet-financiële risico’s.
De ESG-risicomanagementcyclus is het raamwerk met de verschillende processen en procedures dat is gericht op het identificeren, beoordelen, mitigeren en monitoren van ESG-risico’s. Deze jaarlijkse cyclus begint met de ESG-risico-identificatie en het materialiteitsassessment (RMA), waarbij we de materiële ESG-risico’s voor de bank identificeren. Voor deze risico-identificatie en het assessment gebruiken we wetenschappelijke bronnen, ESG-data die we zelf verzamelen, input van klanten (externe stakeholders) en input uit stakeholderworkshops met interne experts. Het assessment leidt tot de identificatie van materiële ESG-risico’s op de korte, middellange en lange termijn. Vervolgens beoordelen we de impact op de traditionele risicocategorieën van de bank via de transmissiekanalen. Wij voorzien een mogelijke materiële impact op met name het kredietrisico. Zo kan droogte leiden tot funderingsschade aan sociale huurwoningen en vermindering van de kredietkwaliteit van woningcorporaties. Anderszins kan bijvoorbeeld reputatieschade in de watersector of inadequaat reageren van de bank op ESG- en duurzaamheidsontwikkelingen, bemoeilijken dat we onze strategische doelstellingen halen.
Materiële ESG-risico's worden verder beheerst via de risicomanagementcyclus. Een belangrijk onderdeel is het verzamelen van ESG-data, waarmee we ESG-risico’s verder kunnen kwantificeren en monitoren. We voeren kwantitatieve stresstests uit, gericht op de korte termijn, en kwalitatieve scenarioanalyses, gericht op de middellange en lange termijn. Stresstests vinden jaarlijks plaats in het kader van het ICAAP, het algemene jaarlijkse proces van risicobeoordeling voor significante financiële instellingen, om de impact van ESG-risico’s op de balans te onderzoeken en te kwantificeren. De scenario’s ontwikkelen we op basis van wetenschappelijke rapporten van het Network for Greening the Financial System (NGFS), het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) en het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI).
Om de risicofactoren te kunnen monitoren hebben we een aantal ESG key risk indicators (KRI’s) gedefinieerd, die we in diverse commissies binnen de bank rapporteren en bespreken. De KRI’s hebben betrekking op de totale CO2-reductie van de portefeuille, energielabels binnen portefeuilles van woningcorporaties, natuur binnen gemeenten en verschillende doelstellingen van de waterschappen. Jaarlijks evalueren we de KRI’s en waar nodig passen we ze aan of breiden we ze uit. De KRI's stellen ons in staat om de performance van onze klanten te beoordelen en indien nodig actie te ondernemen in de vorm van engagement. Op klantniveau hebben we ESG-risico’s opgenomen in de scorecards voor de verschillende klantgroepen, waarbij een kredietrisicoscore voor een individuele klant wordt bepaald. Daarnaast worden mogelijke ESG-risico’s toegelicht en beoordeeld in kredietanalyses en -revisies.
Het prudentieel toezicht op de bank valt onder de directe verantwoordelijkheid van de Europese Centrale Bank (ECB). De ECB voert het toezicht uit samen met De Nederlandsche Bank (DNB) als nationale bancaire toezichthouder in een zogenoemd Joint Supervisory Team (JST). De intensiteit van het toezicht is de afgelopen jaren toegenomen. Het is van wederzijds belang dat het JST een goed begrip heeft van zowel het specifieke profiel en bedrijfsmodel van de bank als van het risicobeheer. Ook zijn heldere en efficiënte communicatielijnen met de toezichthouder belangrijk.
Jaarlijks vindt het Supervisory Review and Evaluation Process (SREP) plaats en beoordeelt de toezichthouder de risico’s van de bank. Het SREP-besluit, dat de bank aan het einde van de procedure van de toezichthouder ontvangt, bevat de belangrijkste zaken die de bank moet bereiken om de geïdentificeerde issues aan te pakken. Verder heeft de ECB in het kader van haar toezichtstaak afgelopen jaar een on-site-inspectie uitgevoerd naar Risk Data Aggregation and Risk Reporting (RDARR) en is er onderzoek ('deep dive') gedaan naar de werking van de door de bank toegepaste garanties waaronder de waarborgfondsen. De finale uitkomsten van de on-site-inspectie en deep dive zijn op moment van schrijven nog niet bekend. In 2025 heeft NWB Bank verder deelgenomen aan de Europese sectorbrede stresstest.
De bank heeft afgelopen jaar ook haar Recovery Plan geactualiseerd en ingediend bij de ECB en DNB. Met ingang van 2023 actualiseren we iedere twee jaar dit herstelplan, waarin staat welke maatregelen een bank kan nemen in een ernstige stresssituatie en op welke manier de bank daarna een herstel kan realiseren. Een belangrijk onderdeel van het Recovery Plan vormen de recovery triggers waarop we als bank actie ondernemen. Deze recovery triggers zijn in lijn met onze risk appetite. Een dergelijk plan is voor iedere bank vereist. NWB Bank vindt het belangrijk goed na te denken over de crisismanagementorganisatie en de ter beschikking staande herstelmaatregelen voor extreme omstandigheden.
Naast het Single Supervisory Mechanism (SSM), waarbinnen het prudentieel toezicht op Europese banken wordt geregeld, omvat de oprichting van een bankenunie in Europa ook een tweede en derde pijler. De tweede pijler is het Single Resolution Mechanism (SRM), bestaande uit de Single Resolution Board (SRB) en de nationale resolutieautoriteiten, inzake het herstel en de afwikkeling van banken. De derde pijler is het Deposit Guarantee Scheme (DGS). Daarin worden regels gesteld voor de garantieverplichting van banken ten behoeve van depositohouders. Van deze twee pijlers is met name de tweede van belang voor NWB Bank. Met de inwerkingtreding van de Bank Recovery and Resolution Directive (BRRD) in 2015 heeft de bank ook te maken met de SRB, die verantwoordelijk is voor een ordelijk proces rond herstel en een eventuele afwikkeling van een bank. Per bank stelt de SRB een resolutiestrategie vast. Eind 2020 heeft de SRB besloten dat voor NWB Bank een vereenvoudigd verplichtingenplan van toepassing blijft. Dit betekent dat in het geval van onoverkomelijke problemen de resolutie verloopt via de nationale faillissementswetgeving. De SRB heeft in 2025 opnieuw bevestigd dat dit plan nog steeds van kracht is.
In 2025 is de implementatie van CRR3 (Capital Requirements Regulation III) geëffectueerd. CRR3 is onderdeel van het EU-bankenpakket dat tot doel heeft de financiële stabiliteit te vergroten door de kapitaalvereisten voor banken te verhogen en de risicobeoordeling te verbeteren. CRR3 is bedoeld om de kapitaalbuffers van banken te versterken en de risico's beter te beheersen. Onderdeel hiervan zijn aangepaste risicogewichten in de standaardbenadering (SA) voor kredietrisico.
In tegenstelling tot het ICAAP, waarin alle risicosoorten worden meegenomen, hebben de minimale kapitaaleisen zoals gehanteerd onder de Richtlijn Banken of Capital Requirements Directive betrekking op kredietrisico, marktrisico en operationeel risico. Voor deze drie risicosoorten past de bank verschillende methodes toe.
Kredietrisico
Voor wat betreft het algemene kredietrisico past NWB Bank de standaardmethode toe. Hierbovenop komt het kapitaal-voor-tegenpartijrisico, waarvoor de standaardmethode wordt toegepast. Boven op dit laatste kapitaalbeslag voor het defaultrisico op tegenpartijen komt het kapitaalbeslag uit hoofde van het credit valuation adjustment (CVA). Dit kapitaalbeslag wordt berekend met een standaardformule op basis van onder andere de exposure, rating en gemiddelde looptijd van de derivatenposities met een tegenpartij.
Marktrisico
Bij marktrisico gaat het om de valutarisico’s van de bank. Vanwege het strikte beleid van NWB Bank met betrekking tot valutarisico zijn er per saldo geen openstaande valutaposities. Daardoor is het aan te houden kapitaal voor marktrisico nul.
Operationeel risico
Bij de berekening van het toetsingsvermogen voor operationeel risico gebruikt NWB Bank de standaardbenadering. Hierbij wordt 15% van de relevante indicator genomen als uitgangspunt voor het operationeel risico. De relevante indicator eind 2025 onder de regelgeving van CRR3 is het driejaarsgemiddelde van de som van de absolute jaarlijkse nettorentebaten en de absolute jaarlijkse nettoniet-rentebaten einde boekjaar. De relevante indicator eind 2024 was het driejaarsgemiddelde van de som van de jaarlijkse nettorentebaten en de jaarlijkse nettoniet-rentebaten einde boekjaar.
Berekening Tier 1-ratio per verslagdatum.
2025 | 2024 | |
|---|---|---|
(x EUR 1.000.000) | ||
Eigen vermogen exclusief winst lopend boekjaar | 2.044 | 2.000 |
Immateriële vaste activa | -13 | -11 |
Prudentiële filters en overige | -9 | -11 |
CET1-kapitaal | 2.022 | 1.978 |
Additioneel Tier 1-kapitaal | 327 | 321 |
Tier 1-kapitaal (A) | 2.349 | 2.299 |
Gewogen kredietrisico (SA)1 | 3.994 | 3.858 |
Kapitaalsbeslag uit hoofde van CVA (BA SA)2 | 1.090 | 1.202 |
Gewogen operationeel risico (SA)1 | 406 | 489 |
Risicogewogen activa (B) | 5.490 | 5.549 |
Tier 1-ratio (A/B) | 43% | 41% |
Het zichtbare eigen vermogen bedroeg ultimo 2025 € 2.044 miljoen (exclusief winst lopend boekjaar) ten opzichte van ultimo 2024 € 2.000 miljoen (exclusief winst lopend boekjaar). Het CET1-kapitaal inclusief additioneel Tier 1-kapitaal bedroeg ultimo 2025 € 2.349 miljoen (exclusief winst lopend boekjaar) ten opzichte van ultimo 2024 € 2.299 miljoen (exclusief winst lopend boekjaar). De omvang van de risicogewogen activa van de bank is van € 5.549 miljoen eind 2024 gedaald naar € 5.422 miljoen eind 2025. De daling wordt met name veroorzaakt door een lager kapitaalsbeslag uit hoofde van het CVA als gevolg van een vermindering van de bilaterale exposure op een derivatentegenpartij. In de post Prudentiële filters en overige zijn begrepen de IPC's aan de SRB voor een bedrag van € 9,2 miljoen (2024: € 9,2 miljoen), die volgens de regelgeving (CRR) in mindering op het kapitaal moeten worden gebracht.
De ECB heeft voor 2025 weer een regulier Supervisory Review and Evaluation Process (SREP) uitgevoerd. Hierbij zijn de kapitaalvereisten voor NWB Bank opnieuw beoordeeld. De eis voor de bankspecifieke Pillar 2-kapitaalvereiste is gelijk gebleven op 2,25%. De totale SREP-kapitaaleis voor de bank bedraagt 10,25%. Dit is een optelsom van de totale Pillar 1-kapitaalvereiste van 8% en de Pillar 2-kapitaalvereiste van 2,25%. Samen met de vereiste kapitaalconserveringsbuffer van 2,5% en de contracyclische kapitaalbuffer van 1,96% komt de totale kapitaaleis voor de bank uit op 14,71%.
Leverage ratio
Met de finalisering van CRR II is een eis van 3% geïntroduceerd voor de leverage ratio. De CRR II voorziet in aanpassingen in de blootstellingen die meegenomen moeten worden in de berekening van de ratio. Voor public development credit institutions zoals NWB Bank geldt dat blootstellingen waarmee publiekesectorinvesteringen gefinancierd worden uitgesloten mogen worden. De leverage ratio per balansdatum komt inclusief kasmiddelen en tegoeden bij de Centrale Bank uit op 39,2% (2024: 24,0%) (exclusief resultaat boekjaar).
Additionele informatie over het risicomanagement van NWB Bank is te vinden in de Pillar 3-rapportages op www.nwbbank.com/over-nwb-bank/publicaties. Deze rapportages vormden geen onderdeel van de accountantscontrole.
Op het moment van het opmaken van de jaarrekening is er geen sprake van belangrijke gebeurtenissen na balansdatum die toelichting behoeven.
De winst van het boekjaar bedraagt € 112,5 miljoen (2024: € 93,7 miljoen). De directie en de raad van commissarissen hebben de voor dividend beschikbare winst vastgesteld op € 53 miljoen (2024: € 50 miljoen). Dit besluit is genomen met inachtneming van artikel 21 van de statuten.
2025 | 2024 | |||
|---|---|---|---|---|
(x EUR 1.000) | ||||
Winst boekjaar | 112.547 | 93.694 | ||
Het voorstel tot winstbestemming luidt als volgt: | ||||
Dividend in contanten op aandelen A | 777% | 45.087 | 733% | 42.535 |
Dividend in contanten op aandelen B | 777% | 7.913 | 733% | 7.465 |
53.000 | 50.000 | |||
Door de raad van commissarissen goedgekeurde toevoeging aan de overige reserves | 59.547 | 43.694 | ||
112.547 | 93.694 | |||
Het in de jaarrekening 2025 en 2024 over het boekjaar voorgestelde en in de algemene vergadering van aandeelhouders vastgestelde dividend wordt ten laste van de overige reserves gebracht.
Lidwin van Velden
Ard van Eijl
Elvira Eurlings
Joanne Kellermann
André ten Damme
Geert Embrechts
Toon van der Klugt
Caroline Oosterloo
Maarten Otto
Annette Ottolini
Den Haag, 23 maart 2026
Wij hebben de in het jaarverslag opgenomen jaarrekening 2025 van de Nederlandse Waterschapsbank N.V. (hierna: NWB Bank of de vennootschap)
te Den Haag gecontroleerd.
Naar ons oordeel geeft de jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van NWB Bank per 31 december 2025 en van het resultaat over 2025 in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW.
De jaarrekening bestaat uit:
de balans per 31 december 2025;
de winst-en-verliesrekening voor het jaar eindigend op 31 december 2025;
de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen.
Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens het Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening.
Wij zijn onafhankelijk van de Nederlandse Waterschapsbank N.V. zoals vereist in de Europese verordening betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang, de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta), de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).
Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
Wij hebben onze controlewerkzaamheden bepaald in het kader van de controle van de jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover. Onderstaande informatie ter ondersteuning van ons oordeel en onze bevindingen moeten in dat kader worden bezien en niet als afzonderlijke oordelen of conclusies.
De Nederlandse Waterschapsbank N.V. (hierna: NWB Bank of de vennootschap) is een bank van en voor de Nederlandse publieke sectoren en verstrekt leningen aan waterschappen, gemeenten en provincies en aan andere publieke instellingen zoals woningbouwcorporaties en zorginstellingen die (indirect) worden gegarandeerd door de Nederlandse Staat. NWB Bank is ook betrokken bij de financiering van publiek-private samenwerking (PPS), duurzame energieprojecten en door de overheid gesteunde exportfinanciering. Wij hebben bijzondere aandacht in onze controle besteed aan een aantal onderwerpen op basis van de activiteiten van NWB Bank en onze risicoanalyse.
Wij hebben de materialiteit bepaald en de risico’s geïdentificeerd en ingeschat dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten, om in reactie op deze risico’s de controlewerkzaamheden te bepalen ter verkrijging van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
Materialiteit | € 21 miljoen (2024: € 20 miljoen) |
Toegepaste benchmark | 1% van het eigen vermogen per 31 december 2025 |
Nadere toelichting | Op basis van onze professionele oordeelsvorming beschouwen wij een benchmark van 1% van het eigen vermogen als meest geschikte basis voor de materialiteit aangezien dit een van de belangrijkste indicatoren is voor de financiële positie voor de gebruikers van de jaarrekening. De materialiteitsbepaling heeft consistent plaatsgevonden met het voorgaande boekjaar. |
Wij houden ook rekening met afwijkingen en/of mogelijke afwijkingen die naar onze mening voor de gebruikers van de jaarrekening om kwalitatieve redenen materieel zijn.
Wij zijn met de raad van commissarissen overeengekomen dat wij aan de raad tijdens onze controle geconstateerde afwijkingen boven € 1 miljoen rapporteren alsmede kleinere afwijkingen die naar onze mening om kwalitatieve redenen relevant zijn.
Wij hebben zorggedragen dat het opdrachtteam over de juiste kennis en vaardigheden beschikt die nodig zijn voor de controle van een bank. Wij hebben in het opdrachtteam specialisten opgenomen op het gebied van IT audit, forensische accountancy en belastingspecialisten. Daarnaast hebben wij eigen deskundigen ingeschakeld voor de controle van het kredietvoorzieningenmodel, de waardering van derivaten, hedge-accounting en kapitaalvereisten.
Klimaatverandering en de energietransitie bepalen in belangrijke mate de maatschappelijke agenda en leiden tot significante veranderingen voor veel bedrijven en de samenleving. De directie heeft NWB Bank’s toezeggingen en verplichtingen samengevat, en rapporteert in de sectie De Duurzame Waterbank: Resultaten in 2025 van het directieverslag hoe NWB Bank omgaat met klimaat-gerelateerde en milieurisico’s, daarbij rekening houdend met de van toepassing zijnde richtlijnen omtrent de beheersing van milieurisico’s en verwachtingen van toezichthouders en regelgevers.
Als onderdeel van onze controle van de jaarrekening, hebben wij geëvalueerd in hoeverre bij schattingen en belangrijke veronderstellingen alsmede in de opzet van relevante interne beheersmaatregelen NWB Bank rekening houdt met klimaatrisico’s en de mogelijke effecten van de energietransitie en met de toezeggingen en feitelijke verplichtingen op dit gebied. Verder hebben wij het jaarverslag gelezen en overwogen of er een inconsistentie van materieel belang is tussen de niet-financiële informatie en de jaarrekening.
Op basis van onze controlewerkzaamheden achten wij de klimaatrisico's niet van materieel belang voor de in de jaarrekening verwerkte schattingen of belangrijke veronderstellingen per 31 december 2025.
Hoewel wij niet verantwoordelijk zijn voor het voorkomen van fraude of het niet-naleven van wet- en regelgeving en van ons niet verwacht kan worden dat wij het niet-naleven van alle wet- en regelgeving ontdekken, is het onze verantwoordelijkheid om een redelijke mate van zekerheid te verkrijgen dat de jaarrekening als geheel geen afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fraude of fouten. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing.
Wij hebben de risico’s geïdentificeerd en ingeschat op een afwijking van materieel belang in de jaarrekening die het gevolg is van fraude. Wij hebben tijdens onze controle inzicht verkregen in NWB Bank en haar omgeving, de componenten van het interne beheersingssysteem, waaronder het risico-inschattingsproces en de wijze waarop de directie inspeelt op frauderisico’s en het interne beheersingssysteem monitort en de wijze waarop de raad van commissarissen toezicht uitoefent, alsmede de uitkomsten daarvan. Wij verwijzen naar hoofdstuk Risicomanagement, onderdeel van Corporate Governance, van het jaarverslag, waarin de (fraude)risicoanalyse van de directie is opgenomen.
Wij hebben de opzet en de relevante aspecten van het interne beheersingssysteem en in het bijzonder de frauderisicoanalyse geëvalueerd alsook bijvoorbeeld de gedragscode, klokkenluidersregeling en de incidentenregistratie. Wij hebben de opzet en het bestaan geëvalueerd van interne beheersmaatregelen gericht op het mitigeren van frauderisico’s.
Als onderdeel van ons proces voor het identificeren van frauderisico’s, hebben wij frauderisicofactoren overwogen met betrekking tot frauduleuze financiële verslaggeving, oneigenlijke toe-eigening van activa en omkoping en corruptie in samenwerking met onze forensische specialisten. Wij hebben geëvalueerd of deze factoren een indicatie vormden voor de aanwezigheid van het risico op afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude.
In onze controle bouwen wij een element in van onvoorspelbaarheid. Ook hebben wij de uitkomst van andere controlewerkzaamheden beoordeeld en overwogen of er bevindingen zijn die aanwijzing geven voor fraude of het niet-naleven van wet- en regelgeving.
Wij houden rekening met het risico dat het management interne beheersmaatregelen kan doorbreken, aangezien dit risico in alle organisaties aanwezig is. Vanwege dit risico hebben wij onder meer geëvalueerd of de keuze en toepassing van de grondslagen voor financiële verslaggeving door de onderneming en met name voor subjectieve waarderingsvraagstukken en complexe transacties, zoals toegelicht in ‘Belangrijke inschattingen en schattingsonzekerheden’ in de ‘Algemene toelichting op de jaarrekening’, een indicatie vormen voor frauduleuze financiële verslaggeving. Ook hebben wij data-analyse gebruikt om journaalposten met een verhoogd risico te signaleren en te toetsen, evenals andere aanpassingen gemaakt in het proces van financiële verslaggeving. Wij hebben de zakelijke beweegredenen (of het ontbreken daarvan) beoordeeld van bijzondere transacties.
Verder hebben wij zoals beschreven in ons kernpunt van de controle Kredietwaardigheid leningenportefeuille en voorziening voor verwachte kredietverliezen, onder meer de oordeelsvorming en schattingen geëvalueerd die mogelijk een risico vormen op een afwijking van materieel belang als gevolg van fraude.
Wij zijn bij het identificeren en inschatten van frauderisico’s uitgegaan van de veronderstelling dat er bij de opbrengstenverantwoording frauderisico’s bestaan. Volgens onze inschatting geven met name transacties waarbij er sprake is van looptijdverlenging of vervroegde aflossing van leningen met gelijktijdige verstrekking van een nieuwe lening aanleiding tot deze risico’s. De beoordeling of er materieel sprake is van een nieuwe lening is bepalend voor het verwerken van het resultaat van deze transacties. Deze beoordeling is complex en kan subjectieve elementen bevatten, zoals verder toegelicht in paragraaf 2 Resultaat uit financiële transacties in de toelichting op de winst-en-verliesrekening. Wij hebben onze controlewerkzaamheden met betrekking tot het verwerken van het resultaat uit deze transacties ontworpen en uitgevoerd als reactie op dit veronderstelde fraude risico. Wij hebben ons daarbij gefocust op het evalueren van de beoordeling van management in hoeverre de verwachte, nieuw overeengekomen kasstromen substantieel afwijken van die op basis van de voorgaande overeenkomst.
Wij hebben kennisgenomen van de beschikbare informatie en om inlichtingen gevraagd bij leden van de directie, management, de interne accountantsdienst, juridische zaken, compliance afdeling, personeelszaken en de raad van commissarissen.
Uit de door ons geïdentificeerde frauderisico’s, ontvangen inlichtingen en andere beschikbare informatie volgen geen specifieke aanwijzingen voor fraude of vermoedens van fraude met een mogelijk materieel belang voor het beeld van de jaarrekening.
Wij hebben passende controlewerkzaamheden verricht inzake de naleving van de bepalingen van de relevante wet- en regelgeving die van directe invloed zijn op de verantwoorde bedragen en toelichtingen in de jaarrekening. Daarnaast hebben wij de omstandigheden ingeschat met betrekking tot het risico van niet-naleven van wet- en regelgeving waarvan redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze van materiële invloed kunnen zijn op de jaarrekening, op basis van onze ervaring in de sector, door afstemming met de directie, het kennis nemen van de systematische integriteitsrisicoanalyse (SIRA), het lezen van notulen, het kennisnemen van rapporten van de interne accountant en compliance afdeling en het uitvoeren van gegevensgerichte werkzaamheden gericht op transactiestromen, jaarrekeningposten en toelichtingen.
Wij hebben verder kennisgenomen van de bevestigingsbrief van de afdeling Legal (interne legal letter) en correspondentie met toezichthouders. Wij zijn alert gebleven op indicaties voor een (mogelijke) niet-naleving gedurende de controle. Ten slotte hebben wij schriftelijk de bevestiging ontvangen dat alle bekende gebeurtenissen van niet-naleving van wet- en regelgeving met ons zijn gedeeld.
Zoals toegelicht in het onderdeel Continuïteit in de ‘Algemene toelichting op de jaarrekening’, is de jaarrekening opgemaakt op basis van de continuïteitsveronderstelling. Bij het opmaken van de jaarrekening heeft de directie een specifieke beoordeling gemaakt van de mogelijkheid van NWB Bank om haar continuïteit te handhaven en de activiteiten voort te zetten voor de voorzienbare toekomst. Wij hebben de specifieke beoordeling met de directie besproken en professioneel-kritisch geëvalueerd.
Wij hebben overwogen of de specifieke beoordeling van de directie op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, alle relevante gebeurtenissen en omstandigheden bevat waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of NWB Bank haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten, waarbij wij ons ook hebben gericht op de vraag of de vennootschap kan blijven voldoen aan de wettelijke solvabiliteitsvereisten voor een kredietinstelling. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen.
Op basis van onze werkzaamheden hebben wij geen materiële onzekerheden ten aanzien van de continuïteit of het hanteren van de continuïteitsveronderstelling door de directie geïdentificeerd. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat een vennootschap haar continuïteit niet langer kan handhaven.
In de kernpunten van onze controle beschrijven wij zaken die naar ons professionele oordeel het meest belangrijk waren tijdens onze controle van de jaarrekening. De kernpunten van onze controle hebben wij met de raad van commissarissen gecommuniceerd, maar vormen geen volledige weergave van alles wat is besproken.
In vergelijking met voorgaand jaar, hebben wij geen relevante wijzigingen aangebracht in de aard van de kernpunten van onze controle.
Kredietwaardigheid leningportefeuille en voorziening voor verwachte kredietverliezen | |
|---|---|
Risico | Kredieten en vorderingen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs op basis van de effectieve rentemethode, verminderd met een voorziening voor verwachte kredietverliezen (expected credit loss). NWB Bank maakt gebruik van de mogelijkheid om, zoals toegestaan onder de Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (hierna: RJ), de vereisten voor opname van expected credit losses van IFRS 9 Financiële instrumenten (hierna: IFRS 9 ECL) toe te passen. De voorziening voor verwachte kredietverliezen vertegenwoordigt de beste schatting van NWB Bank van verwachte verliezen. Op 31 december 2025 bedraagt de post kredieten en vorderingen € 55,0 miljard (2024: € 59,2 miljard), na aftrek van een voorziening voor verwachte kredietverliezen van € 1,2 miljoen (2024: € 0,6 miljoen), zoals toegelicht in paragrafen 11 en 32 in de toelichting op de jaarrekening. |
Onze controleaanpak | Onze controlewerkzaamheden omvatten, onder andere, het evalueren van de geschiktheid van de door NWB Bank toegepaste methode voor het bepalen van de verwachte kredietverliezen inzake kredieten en vorderingen in overeenstemming met de relevante paragrafen van IFRS 9 ECL. Tevens hebben wij geëvalueerd of de toegepaste methoden en gehanteerde parameters in de bepaling van de verwachte kredietverliezen passend zijn en consistent zijn toegepast. |
Belangrijke observaties | Op basis van onze uitgevoerde werkzaamheden achten wij de voorziening voor verwachte kredietverliezen redelijk en de toelichtingen met betrekking tot deze voorziening in alle materiële aspecten in overeenstemming met de relevante vereisten van IFRS 7. |
Hedge accounting en reële waardebepalingen | |
|---|---|
Risico | NWB Bank dekt haar rente- en valutarisico’s van financiële activa en passiva grotendeels af door middel van financiële derivaten. NWB Bank past twee methodes toe van reële waarde hedge accounting: micro- en macro hedge accounting. De toepassing van hedge accounting zorgt voor synchronisatie van de gerapporteerde resultaten voor de hedging-instrumenten en de afgedekte posities, voor zover de hedges effectief en formeel vastgelegd zijn. NWB Bank gebruikt financiële derivaten als hedging-instrument en verwerkt deze in de balans tegen reële waarde. Zowel de reële waardeveranderingen in de afgedekte posities gerelateerd aan het afgedekte risico als de reële waardeveranderingen in de derivaten worden verwerkt in de winst-en-verliesrekening in de post resultaat uit financiële transacties, inclusief eventuele ineffectiviteit. Over 2025 rapporteert NWB Bank een hedge accounting ineffectiviteit zoals toegelicht in paragraaf 2 resultaat uit financiële transacties in de toelichting op de winst-en-verliesrekening van € 9,3 miljoen positief (2024: € 2,9 miljoen negatief). |
Onze controleaanpak | Onze controlewerkzaamheden omvatten, onder andere, het evalueren van de geschiktheid van de toegepaste waarderingsgrondslagen met betrekking tot de waardering tegen reële waarde van derivaten en de toepassing van hedge accounting door NWB Bank in overeenstemming met RJ 290 Financiële instrumenten, of de gebruikte derivaten in aanmerking komen voor hedge accounting en de geschiktheid van de hedge documentatie. |
Belangrijke observaties | Wij hebben geen materiële afwijkingen geconstateerd ten aanzien van de toepassing van hedge accounting en de bepaling van de reële waarde van financiële instrumenten per 31 december 2025. |
Betrouwbaarheid en continuïteit van de IT-omgeving | |
|---|---|
Risico | De activiteiten en financiële rapportages van NWB Bank zijn afhankelijk van de betrouwbaarheid en continuïteit van de IT-omgeving. Effectieve algemene IT-beheersmaatregelen met betrekking tot wijzigingsbeheer, logische toegangsbeveiliging, infrastructuur en bedrijfsvoering ondersteunen de betrouwbaarheid en continuïteit van de geautomatiseerde gegevensverwerking en de werking van de geautomatiseerde beheersmaatregelen. |
Onze controleaanpak | IT-auditspecialisten maken integraal onderdeel uit van het opdrachtteam en testen de betrouwbaarheid en continuïteit van de IT-omgeving voor zover relevant in het kader van de jaarrekeningcontrole. Onze controle is niet gericht op het geven van een oordeel over de continuïteit en de betrouwbaarheid van de IT-omgeving (of onderdelen daarvan). |
Belangrijke observaties | Onze toetsing van de algemene IT-beheersingsmaatregelen en de uitgevoerde gegevensgerichte werkzaamheden hebben voldoende informatie opgeleverd om te kunnen steunen op IT-omgeving die relevant is voor onze controle van de jaarrekening |
Het jaarverslag omvat andere informatie naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij.
Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie:
met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat;
alle informatie bevat die op grond van Titel 9 Boek 2 BW is vereist voor het bestuursverslag (met uitzondering van het duurzaamheidsverslag) en de overige gegevens.
Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat. Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in Titel 9 Boek 2 BW en de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening.
De directie is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het bestuursverslag en de overige gegevens in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW.
De directie is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW. In dit kader is de directie verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die de directie noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
Bij het opmaken van de jaarrekening moet de directie afwegen of de onderneming in staat is om haar werkzaamheden in continuïteit voort te zetten. Op grond van genoemd verslaggevingsstelsel moet de directie de jaarrekening opmaken op basis van de continuïteitsveronderstelling, tenzij de directie het voornemen heeft om de vennootschap te liquideren of de activiteiten te beëindigen of als beëindiging het enige realistische alternatief is. De directie moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de vennootschap haar activiteiten in continuïteit kan voortzetten, toelichten in de jaarrekening.
De raad van commissarissen is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van NWB Bank.
Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel.
Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten ontdekken.
Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel.
Wij hebben deze accountantscontrole professioneel-kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. De sectie Informatie ter ondersteuning van ons oordeel hierboven, bevat een informatieve samenvatting van onze verantwoordelijkheden en de uitgevoerde werkzaamheden als basis voor ons oordeel.
Onze controle bestond verder onder andere uit:
het in reactie op de ingeschatte risico’s uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel;
het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van NWB Bank;
het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door de directie en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan;
het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen;
het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen.
Wij communiceren met de raad van commissarissen onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing.
In dit kader geven wij ook een verklaring aan de auditcommissie van de raad van commissarissen op grond van artikel 11 van de Europese verordening betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang. De in die aanvullende verklaring verstrekte informatie is consistent met ons oordeel in deze controleverklaring.
Wij bevestigen aan de auditcommissie van de raad van commissarissen dat wij de relevante ethische voorschriften over onafhankelijkheid hebben nageleefd. Wij communiceren ook met de raad over alle relaties en andere zaken die redelijkerwijs onze onafhankelijkheid kunnen beïnvloeden en over de daarmee verband houdende maatregelen om onze onafhankelijkheid te waarborgen.
Wij bepalen de kernpunten van onze controle van de jaarrekening op basis van alle zaken die wij met de raad van commissarissen hebben besproken. Wij beschrijven deze kernpunten in onze controleverklaring, tenzij dit is verboden door wet- of regelgeving of in buitengewoon zeldzame omstandigheden wanneer het niet vermelden in het belang van het maatschappelijk verkeer is.
Wij zijn door de algemene vergadering op 23 april 2015 benoemd als accountant van NWB Bank vanaf de controle van het boekjaar 2016 en zijn sinds dat boekjaar tot nu toe de externe accountant.
Wij hebben geen verboden diensten geleverd als bedoeld in artikel 5, lid 1 van de Europese verordening betreffende specifieke eisen voor de wettelijke controles van financiële overzichten van organisaties van openbaar belang
NWB Bank heeft het jaarverslag opgesteld in ESEF. De vereisten hiervoor zijn vastgelegd in de Gedelegeerde Verordening (EU) 2019/815 met technische reguleringsnormen voor de specificatie van een uniform elektronisch verslagleggingsformaat (hierna: de RTS voor ESEF).
Naar ons oordeel voldoet het jaarverslag opgesteld in het XHTML-formaat, met daarin opgenomen de deels gemarkeerde geconsolideerde jaarrekening zoals door NWB Bank opgenomen in de rapportageset, in alle van materieel zijnde aspecten aan de RTS voor ESEF.
De directie is verantwoordelijk voor het opstellen van het jaarverslag, inclusief de jaarrekening, in overeenstemming met de RTS voor ESEF, waarbij de directie de verschillende onderdelen samenvoegt in één enkele rapportageset.
Het is onze verantwoordelijkheid een redelijke mate van zekerheid te krijgen voor ons oordeel dat het jaarverslag in deze rapportageset voldoet aan de RTS voor ESEF.
Wij hebben ons onderzoek uitgevoerd volgens Nederlands recht, waaronder de Nederlandse Standaard 3950N, “Assurance-opdrachten inzake het voldoen aan de criteria voor het opstellen van een digitaal verantwoordingsdocument”. Ons onderzoek bestond onder andere uit:
het verkrijgen van inzicht in het financiële rapportageproces van NWB Bank, waaronder het opstellen van de rapportageset
het identificeren en inschatten van de risico’s dat het jaarverslag niet in alle van materieel belang zijnde aspecten voldoet aan de RTS voor ESEF en het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van verdere assurance-werkzaamheden als basis voor ons oordeel, waaronder:
het verkrijgen van de rapportageset en het uitvoeren van validaties om vast te stellen of de rapportageset met het daarin opgenomen Inline XBRL-instance document en de XBRL-extensie taxonomiebestanden in overeenstemming met de technische specificaties zoals opgenomen in de RTS voor ESEF zijn opgesteld;
het onderzoeken van de informatie met betrekking tot de geconsolideerde jaarrekening in de rapportageset om vast te stellen of alle vereiste markeringen zijn toegepast en of deze in overeenstemming zijn met de RTS voor ESEF.
Amsterdam, 23 maart 2026
EY Accountants B.V.
w.g. Drs. R. Koekkoek RA
Wij hebben een assurance-opdracht met beperkte mate van zekerheid uitgevoerd op het duurzaamheidsverslag voor 2025 van de Nederlandse Waterschapsbank N.V. te Den Haag (hierna: de NWB Bank) in onderdeel Duurzaamheidsverslag van bijgaand directieverslag inclusief de informatie opgenomen in het duurzaamheidsverslag door middel van verwijzingen (hierna: het duurzaamheidsverslag).
Op basis van de door ons uitgevoerde werkzaamheden en de verkregen assurance-informatie is ons niets gebleken op grond waarvan wij zouden moeten veronderstellen dat het duurzaamheidsverslag niet, in alle van materieel belang zijnde aspecten:
is opgesteld in overeenstemming met de Europese standaarden voor duurzaamheidsrapportage (ESRS, European Sustainability Reporting Standards) zoals vastgesteld door de Europese Commissie en in overeenstemming met het door de NWB Bank uitgevoerde dubbele materialiteitsanalyse proces om de op grond van de ESRS gerapporteerde informatie vast te stellen; en
voldoet aan de verslaggevingsvereisten op grond van artikel 8 van Verordening (EU) 2020/852 (Taxonomieverordening).
Onze conclusie is gevormd op basis van de aangelegenheden die in dit assurance-rapport zijn uiteengezet.
Wij hebben onze assurance-opdracht met een beperkte mate van zekerheid met betrekking tot het duurzaamheidsverslag verricht volgens het Nederlands recht, waaronder de Nederlandse Standaard 3810N, “Assurance-opdrachten inzake duurzaamheidsverslaggeving”.
Onze assurance-opdracht was gericht op het verkrijgen van een beperkte mate van zekerheid dat het duurzaamheidsverslag vrij is van afwijkingen van materieel belang. De werkzaamheden variëren in aard en timing van, en zijn ook geringer in omvang, dan die bij een assurance-opdracht gericht op het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid. De mate van zekerheid die wordt verkregen bij een assurance-opdracht met een beperkte mate van zekerheid is daarom ook aanzienlijk lager dan de zekerheid die wordt verkregen bij een assurance-opdracht met een redelijke mate van zekerheid.
Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de assurance-opdracht met een beperkte mate van zekerheid over het duurzaamheidsverslag’.
Wij zijn onafhankelijk van de Nederlandse Waterschapsbank N.V. zoals vereist in de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Dit houdt onder meer in dat wij geen activiteiten ondernemen die conflicterend kunnen zijn met onze onafhankelijke assurance-opdracht en dat wij niet betrokken zijn bij het opstellen van het duurzaamheidsverslag, aangezien dit onze onafhankelijkheid kan aantasten. Daarnaast hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).
Wij vinden dat de door ons verkregen assurance-informatie voldoende en geschikt is als basis voor onze conclusie.
In onderdeel ‘Methodologie en schattingen’ van het duurzaamheidsverslag zijn de kwantitatieve maatstaven en geldbedragen geïdentificeerd die aan een hoge mate van meetonzekerheid onderhevig zijn en wordt informatie gerapporteerd over de bronnen van meetonzekerheid, alsmede de aannames, benaderingen en oordelen die de NWB Bank bij het meten daarvan heeft gehanteerd in overeenstemming met de ESRS.
De NWB Bank rapporteert additionele entiteitspecifieke duurzaamheidsinformatie in 'Energie', ‘Waterbeheer’, ‘Biodiversiteit en ecosystemen’, ‘Sociale huisvesting’ en ‘Financial & Economic crime risico’. De vergelijkbaarheid van entiteitspecifieke duurzaamheidsinformatie tussen entiteiten onderling en in de tijd kan beïnvloed worden door het ontbreken van geüniformeerde praktijken of beschikbare externe informatiebronnen voor het meten of evalueren van deze informatie die aan de vergelijkbaarheid kunnen bijdragen. Dit biedt de mogelijkheid verscheidene, acceptabele meettechnieken toe te passen.
Het duurzaamheidsverslag bevat mogelijk niet iedere impact, risico en kans of additionele entiteitspecifieke rapportage die een individuele stakeholder(groep) belangrijk kan achten in diens eigen specifieke inschatting.
Wanneer de NWB Bank prospectieve informatie rapporteert in overeenstemming met de ESRS, geeft de directie een beschrijving van de onderliggende aannames en methodes voor het produceren van de informatie, alsmede van andere factoren waaruit blijkt dat deze informatie een weergave is van de daadwerkelijke plannen of beslissingen van de NWB Bank (acties). Prospectieve informatie heeft betrekking op gebeurtenissen en acties die zich nog niet hebben voorgedaan en zich wellicht ook nooit zullen voordoen. De werkelijke uitkomsten zullen naar verwachting afwijken, aangezien de veronderstelde gebeurtenissen zich veelal niet zullen voordoen zoals verwacht.
De duurzaamheidsinformatie voor 2024 die is opgenomen in het duurzaamheidsverslag, is geen onderdeel geweest van deze assurance-opdracht met een beperkte mate van zekerheid. Derhalve geven geen zekerheid bij de ter vergelijking opgenomen informatie en daaraan gerelateerde rapportages in het duurzaamheidsverslag voor 2024
Onze conclusie is niet aangepast als gevolg van deze aangelegenheid.
De directie is verantwoordelijk voor het opstellen van het duurzaamheidsverslag in overeenstemming met de ESRS, inclusief het door de NWB Bank uitgevoerde dubbele materialiteitsanalyse proces als basis voor het duurzaamheidsverslag en het rapporteren over materiële impacts, risico’s en kansen in overeenstemming met de ESRS. Als onderdeel van het opstellen van het duurzaamheidsverslag, is de directie verantwoordelijk voor het voldoen aan de verslaggevingsvereisten op grond van artikel 8 van Verordening (EU) 2020/852 (Taxonomieverordening).
De directie is ook verantwoordelijk voor het selecteren en toepassen van additionele entiteitspecifieke rapportage zodat gebruikers inzicht krijgen in de duurzaamheidsimpacts, -risico’s of -kansen van de NWB Bank en voor het bepalen dat deze additionele entiteitspecifieke rapportage aanvaardbaar is in de gegeven omstandigheden en in overeenstemming met de ESRS.
De directie is verder verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die de directie noodzakelijk acht om het opstellen van het duurzaamheidsverslag mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of fouten.
De raad van commissarissen is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het duurzaamheidsrapportageproces, waaronder het door de NWB Bank uitgevoerde dubbele materialiteitsanalyse proces.
Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van de assurance-opdracht met een beperkte mate van zekerheid dat wij daarmee voldoende en geschikte assurance-informatie verkrijgen voor de door ons af te geven conclusie.
Wij passen de van toepassing zijnde voorschriften voor kwaliteitsmanagement toe op grond van de Nadere voorschriften kwaliteitsmanagement (NVKM). Op grond daarvan beschikken wij over een samenhangend stelsel van kwaliteitsmanagement inclusief vastgelegde richtlijnen en procedures inzake de naleving van ethische voorschriften, professionele standaarden en andere relevante wet- en regelgeving.
Onze assurance-opdracht met een beperkte mate van zekerheid bestond onder andere uit:
Het inwinnen van inlichtingen en uitvoeren van een omgevingsanalyse en het verkrijgen van inzicht in de relevante duurzaamheidsthema’s en -kwesties, de kenmerken van de NWB Bank, de activiteiten en de waardeketen, en de essentiële immateriële middelen, om het door de NWB Bank uitgevoerde dubbele materialiteitsanalyse proces te beoordelen als basis voor het duurzaamheidsverslag en het rapporteren over alle materiële duurzaamheidsimpacts, -risico’s en -kansen in overeenstemming met de ESRS
Het via het inwinnen van inlichtingen op hoofdlijnen inzicht verwerven in de interne beheersingsomgeving, de processen van de NWB Bank voor het verzamelen en rapporteren van informatie over de entiteit en de waardeketen, de informatiesystemen en het risico-inschattingsproces van de NWB Bank relevant voor het opstellen van het duurzaamheidsverslag, alsmede voor het identificeren van de activiteiten van de NWB Bank, het bepalen van in aanmerking komende en afgestemde economische activiteiten en het opstellen van de rapportage vereist op grond van artikel 8 van Verordening (EU) 2020/852 (Taxonomieverordening), zonder het verkrijgen van assurance-informatie over de implementatie van of het toetsen van de effectiviteit van de interne beheersingsmaatregelen.
Het beoordelen van het door de NWB Bank uitgevoerde dubbele materialiteitsanalyse proces en het identificeren van gebieden in het duurzaamheidsverslag, inclusief de rapportage vereist op grond van artikel 8 van Verordening (EU) 2020/852 (Taxonomieverordening), waar het waarschijnlijk is dat misleidende of onevenwichtige informatie of een afwijking van materieel belang als gevolg van fraude of fouten zich zal voordoen (‘geselecteerde informatie’). Het bepalen en uitvoeren van verdere assurance-werkzaamheden om te beoordelen dat het duurzaamheidsverslag geen afwijkingen van materieel belang bevat in reactie op deze risico-inschatting.
Het overwegen of de beschrijving van het dubbele materialiteitsanalyse proces in het duurzaamheidsverslag door de directie in overeenstemming lijkt te zijn met het door de NWB Bank uitgevoerde proces.
Het uitvoeren van cijferanalyses op kwantitatieve informatie in het duurzaamheidsverslag, inclusief het overwegen van data en trends.
Het beoordelen of de door de NWB Bank gehanteerde methoden voor het ontwikkelen van schattingen passend zijn en consistent zijn toegepast voor geselecteerde informatie. We hebben data en trends overwogen, echter omvatten onze werkzaamheden niet het toetsen van de gegevens waarop de schattingen zijn gebaseerd of het zelfstandig ontwikkelen van onze eigen schattingen voor het evalueren van de schattingen van de directie.
Het op basis van beperkte deelwaarnemingen analyseren van relevante interne en externe documentatie die voor de NWB Bank beschikbaar is (inclusief publiek beschikbare informatie of informatie afkomstig van spelers in de waardeketen) voor geselecteerde informatie.
Het lezen van de andere informatie in het jaarverslag om eventuele van materieel belang zijnde inconsistenties met het duurzaamheidsverslag te identificeren.
Het overwegen of de rapportage vereist op grond van artikel 8 van Verordening (EU) 2020/852 (Taxonomieverordening) voor elke milieudoelstelling, aansluit op de onderliggende vastleggingen van de NWB Bank en consistent of samenhangend is met het duurzaamheidsverslag, redelijk lijkt, in het bijzonder of de in aanmerking komende economische activiteiten voldoen aan de cumulatieve voorwaarden om te kwalificeren als afgestemd en of aan de technische screeningcriteria is voldaan, en of de gerapporteerde kritische prestatie-indicatoren zijn bepaald en berekend in overeenstemming met de gedelegeerde Taxonomiehandelingen, en voldoet aan de verslaggevingsvereisten op grond van artikel 8 van Verordening (EU) 2020/852 (Taxonomieverordening), inclusief het verslagleggingsformaat en de presentatie van de activiteiten.
Het overwegen van de algehele presentatie, structuur en fundamentele kwalitatieve kenmerken van informatie (relevantie en getrouwe weergave: volledig, onpartijdig (neutraal) en nauwkeurig) gerapporteerd in het duurzaamheidsverslag, inclusief de rapportage vereist op grond van artikel 8 van Verordening (EU) 2020/852 (Taxonomieverordening).
Het overwegen op basis van onze werkzaamheden ter verkrijging van een beperkte mate van zekerheid en de evaluatie van de verkregen assurance-informatie of het duurzaamheidsverslag zonder afwijkingen van materieel belang is opgesteld in overeenstemming met de ESRS.
Wij communiceren met de raad van commissarissen onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de assurance-opdracht en over de significante bevindingen die uit onze assurance-opdracht naar voren zijn gekomen.
Amsterdam, 23 maart 2026
EY Accountants B.V.
w.g. Drs. R. Koekkoek RA
De statutaire winstbestemmingsregeling is gebaseerd op artikel 21 van de statuten en luidt als volgt.
Winstuitkeringen kunnen slechts plaatshebben voor zover het eigen vermogen van de vennootschap groter is dan het bedrag van het gestorte en opgevraagde deel van het geplaatste kapitaal, vermeerderd met de reserves die krachtens de wet of de statuten moeten worden aangehouden.
De volgens de vastgestelde winst-en-verliesrekening behaalde jaarwinst wordt als volgt aangewend.
De directie is bevoegd met voorafgaande goedkeuring van de raad van commissarissen de winst geheel of gedeeltelijk toe te voegen aan de reserves.
De na reservering eventueel resterende winst staat ter beschikking van de algemene vergadering.
Voor zover de algemene vergadering niet besluit tot uitkering van winst over enig boekjaar, wordt deze winst aan de reserves toegevoegd.
De algemene vergadering kan uitsluitend op grond van een door de raad van commissarissen goedgekeurd voorstel van de directie besluiten tot uitkering van winst ten laste van een voor uitkering vatbare reserve.
Voor zover er winst in de vennootschap is, kan de directie onder goedkeuring van de raad van commissarissen besluiten tot uitkering van een interim-dividend, met inachtneming van het in het eerste en tweede lid bepaalde, blijkens een tussentijdse vermogensopstelling overeenkomstig het bepaalde in artikel 105, vierde lid, van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
De algemene vergadering kan op een door de directie onder goedkeuring van de raad van commissarissen gedaan voorstel besluiten aan de aandeelhouders, ten laste van het hun toekomende deel van de winst, als dividend of interim-dividend andere waarden dan contanten uit te keren.
31 december 2025 | 31 december 2024 | |||
|---|---|---|---|---|
CAPEX | Turnover | CAPEX | Turnover | |
Activiteiten gerelateerd aan nucleaire energie | ||||
De onderneming voert onderzoek, ontwikkeling, demonstratie en implementatie uit van innovatieve faciliteiten voor elektriciteitsopwekking die energie produceren uit nucleaire processen met minimale afvalstoffen uit de splijtstofcyclus, financiert deze activiteiten of heeft hierin belangen. | Nee | Nee | Nee | Nee |
De onderneming voert bouw- en exploitatieprojecten uit, financiert deze of heeft blootstellingen aan de bouw en veilige exploitatie van nieuwe nucleaire installaties voor de productie van elektriciteit of proceswarmte, onder meer voor stadsverwarming of industriële processen zoals waterstofproductie, alsook aan de verbetering van de veiligheid ervan, met gebruikmaking van de beste beschikbare technologieën. | Nee | Nee | Nee | Nee |
De onderneming voert veilige exploitatie uit, financiert of heeft blootstellingen aan bestaande nucleaire installaties die elektriciteit produceren of warmte verwerken, onder meer voor stadsverwarming of industriële processen zoals waterstofproductie uit kernenergie, alsook aan veiligheidsupgrades daarvan. | Nee | Nee | Nee | Nee |
Activiteiten gerelateerd aan fossiel gas | ||||
De onderneming voert bouw- of exploitatieprojecten uit, financiert deze of heeft blootstellingen aan bouw- of exploitatieprojecten van elektriciteitscentrales die elektriciteit produceren met behulp van fossiele gasvormige brandstoffen. | Nee | Nee | Nee | Nee |
De onderneming houdt zich bezig met, financiert of heeft belangen in de bouw, renovatie en exploitatie van installaties voor de gecombineerde opwekking van warmte, koude en elektriciteit met behulp van fossiele gasvormige brandstoffen. | Nee | Nee | Nee | Nee |
De onderneming houdt zich bezig met, financiert of heeft blootstellingen aan de bouw, renovatie en exploitatie van warmteopwekkingsinstallaties die warmte/koude produceren met behulp van fossiele gasvormige brandstoffen. | Nee | Nee | Nee | Nee |
a | b | c | d | e | f | g | h | i | j | k | l | m | n | o | p | q | r | s | t | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
dec-25 | |||||||||||||||||||||
Totale bruto boekwaarde | Klimaatmitigatie (CCM) | Klimaatadaptatie (CCA) | (WTR) | (CE) | (PPC) | (BIO) | TOTAAL (CCM + CCA + WTR + CE + PPC + BIO) | ||||||||||||||
Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | |||||||||||||||
Waarvan ecologisch duurzaam | Waarvan ecologisch duurzaam | Waarvan ecologisch duurzaam | |||||||||||||||||||
Waarvan Use of Proceeds | Waarvan transitie-ondersteunend | Waarvan faciliterend | Waarvan Use of Proceeds | Waarvan transitie-ondersteunend | Waarvan faciliterend | Waarvan Use of Proceeds | Waarvan transitie-ondersteunend | Waarvan faciliterend | |||||||||||||
GAR -In aanmerking genomen activa in teller en noemer | |||||||||||||||||||||
1 | Voor berekening GAR in aanmerking komende leningen en voorschotten, schuldbewijzen en eigenvermogensinstrumenten voor handelsdoeleinden | 8.303.253.287 | 3.639.744.906 | 220.046.618 | 126.710.831 | 945.621 | 393.882 | 2.002.311 | 14.810 | - | - | - | 13.677 | 141.520 | 214.277 | 2.939 | 3.642.119.630 | 220.061.428 | 126.710.831 | 945.621 | 393.882 |
2 | Financiële ondernemingen | 6.062.092.040 | 3.513.034.075 | 93.335.786 | - | 945.621 | 393.882 | 2.002.311 | 14.810 | - | - | - | 13.677 | 141.520 | 214.277 | 2.939 | 3.515.408.799 | 93.350.597 | - | 945.621 | 393.882 |
3 | Kredietinstellingen | 2.887.095.007 | 362.459.821 | 93.335.786 | - | 945.621 | 393.882 | 2.002.311 | 14.810 | - | - | - | 13.677 | 141.520 | 214.277 | 2.939 | 364.834.545 | 93.350.597 | - | 945.621 | 393.882 |
4 | Leningen en voorschotten | 1.748.278.858 | 121.597.270 | 52.066.959 | - | 878.986 | 373.859 | 2.002.311 | 14.810 | 5.878 | 127.871 | 200.628 | 2.939 | 123.936.899 | 52.081.769 | - | 878.986 | 373.859 | |||
5 | Schuldbewijzen | 1.138.816.149 | 240.862.551 | 41.268.827 | - | 66.634 | 20.023 | - | - | 7.799 | 13.648 | 13.648 | - | 240.897.646 | 41.268.827 | - | 66.634 | 20.023 | |||
6 | Eigenvermogensinstrumenten | - | - | - | - | ||||||||||||||||
7 | Andere financiële ondernemingen | 3.174.997.033 | 3.150.574.254 | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | 3.150.574.254 | - | - | - | - |
8 | waarvan beleggingsondernemingen | 3.174.997.033 | 3.150.574.254 | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | 3.150.574.254 | - | - | - | - |
9 | Leningen en voorschotten | 24.422.779 | - | - | - | - | - | ||||||||||||||
10 | Schuldbewijzen | 3.150.574.254 | 3.150.574.254 | 3.150.574.254 | - | - | - | - | |||||||||||||
11 | Eigenvermogensinstrumenten | - | - | - | - | ||||||||||||||||
12 | waarvan beheermaatschappijen | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - |
13 | Leningen en voorschotten | - | - | - | - | - | |||||||||||||||
14 | Schuldbewijzen | - | - | - | - | - | |||||||||||||||
15 | Eigenvermogensinstrumenten | - | - | - | - | ||||||||||||||||
16 | waarvan verzekeringsondernemingen | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - |
17 | Leningen en voorschotten | - | - | - | - | - | |||||||||||||||
18 | Schuldbewijzen | - | - | - | - | - | |||||||||||||||
19 | Eigenvermogensinstrumenten | - | - | - | - | ||||||||||||||||
20 | Niet-financiële ondernemingen | 2.241.161.247 | 126.710.831 | 126.710.831 | 126.710.831 | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | 126.710.831 | 126.710.831 | 126.710.831 | - | - |
21 | Aan NFRD rapportageverplichtingen onderworpen NFC's | 2.241.161.247 | 126.710.831 | 126.710.831 | 126.710.831 | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | 126.710.831 | 126.710.831 | 126.710.831 | - | - |
22 | Leningen en voorschotten | 1.909.219.669 | 126.710.831 | 126.710.831 | 126.710.831 | 126.710.831 | 126.710.831 | 126.710.831 | - | - | |||||||||||
23 | Schuldbewijzen | 331.941.578 | - | - | - | - | - | - | |||||||||||||
24 | Eigenvermogensinstrumenten | - | - | - | - | ||||||||||||||||
25 | Huishoudens | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - |
26 | Waarvan door niet-zakelijk onroerend goed zekergestelde leningen | - | - | - | - | - | |||||||||||||||
27 | waarvan leningen voor renovatie gebouwen | - | - | - | - | - | |||||||||||||||
28 | waarvan leningen motorvoertuigen | - | - | - | - | - | |||||||||||||||
29 | Financiering lokale overheden | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - |
30 | Door bezitsverkrijging verkregen zekerheden niet-zakelijk en zakelijk onroerend goed | - | - | - | - | - | |||||||||||||||
31 | Overige financiering lokale overheden | - | - | - | - | - | |||||||||||||||
32 | Ander bij berekening GAR van teller uitgesloten activa (in noemer opgenomen) | 45.744.310.167 | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - |
33 | Financiële en niet-financiële ondernemingen | 39.143.142.733 | |||||||||||||||||||
34 | Niet aan NFRD-rapportageverplichtingen onderworpen kmo's en NFC's | 39.143.142.733 | |||||||||||||||||||
35 | Leningen en voorschotten | 39.143.142.733 | |||||||||||||||||||
36 | waarvan door zakelijk onroerend goed zekergestelde leningen | ||||||||||||||||||||
37 | waarvan leningen voor renovatie gebouwen | ||||||||||||||||||||
38 | Schuldbewijzen | ||||||||||||||||||||
39 | Eigenvermogensinstrumenten | ||||||||||||||||||||
40 | Niet aan NFRD-rapportageverplichtingen onderworpen tegenpartijen uit niet EU-landen | - | |||||||||||||||||||
41 | Leningen en voorschotten | ||||||||||||||||||||
42 | Schuldbewijzen | ||||||||||||||||||||
43 | Eigenvermogensinstrumenten | ||||||||||||||||||||
44 | Derivaten | 5.435.972.158 | |||||||||||||||||||
45 | Opeisbare interbancaire leningen | 1.057.603.962 | |||||||||||||||||||
46 | Contanten en cashgerelateerde activa | ||||||||||||||||||||
47 | Andere activa | 107.591.315 | |||||||||||||||||||
48 | Totaal GAR activa | 54.047.563.4541 | |||||||||||||||||||
49 | Andere bij berekening GAR niet in aanmerking genomen activa | 18.820.295.560 | |||||||||||||||||||
50 | Overheden | 17.387.736.668 | |||||||||||||||||||
51 | Blootstellingen centrale banken | 1.432.558.892 | |||||||||||||||||||
52 | Handelsportefeuille | ||||||||||||||||||||
53 | Totaal activa | 72.867.859.014 | |||||||||||||||||||
Off-balance sheet blootstellingen - Aan NFRD rapportageverplichtingen onderworpen ondernemingen | |||||||||||||||||||||
54 | Financiële garanties | - | |||||||||||||||||||
55 | Activa onder beheer | - | |||||||||||||||||||
56 | waarvan schuldbewijzen | - | |||||||||||||||||||
57 | waarvan eigenvermogensinstrumenten | - | |||||||||||||||||||
a | b | c | d | e | f | g | h | i | j | k | l | m | n | o | p | q | r | s | t | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
dec-24 | |||||||||||||||||||||
Totale bruto boekwaarde | Klimaatmitigatie (CCM) | Klimaatadaptatie (CCA) | (WTR) | (CE) | (PPC) | (BIO) | TOTAAL (CCM + CCA + WTR + CE + PPC + BIO) | ||||||||||||||
Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | |||||||||||||||
Waarvan ecologisch duurzaam | Waarvan ecologisch duurzaam | Waarvan ecologisch duurzaam | |||||||||||||||||||
Waarvan Use of Proceeds | Waarvan transitie-ondersteunend | Waarvan faciliterend | Waarvan Use of Proceeds | Waarvan transitie-ondersteunend | Waarvan faciliterend | Waarvan Use of Proceeds | Waarvan transitie-ondersteunend | Waarvan faciliterend | |||||||||||||
1 | GAR -In aanmerking genomen activa in teller en noemer | ||||||||||||||||||||
2 | Voor berekening GAR in aanmerking komende leningen en voorschotten, schuldbewijzen en eigenvermogensinstrumenten voor handelsdoeleinden | 9.543.726.361 | 5.246.904.444 | 158.896.560 | 97.681.642 | 566.445 | 311.365 | 80.147 | 13.352 | 11 | 2.635 | - | 5.246.984.591 | 158.909.912 | 97.681.654 | 569.080 | 311.365 | ||||
3 | Financiële ondernemingen | 7.613.359.290 | 3.316.537.373 | 64.511.047 | 3.296.129 | 566.445 | 311.365 | 80.147 | 13.352 | 11 | 2.635 | - | 3.316.617.520 | 64.524.399 | 3.296.141 | 569.080 | 311.365 | ||||
4 | Kredietinstellingen | 2.366.970.987 | 529.158.267 | 64.511.047 | 3.296.129 | 566.445 | 311.365 | 80.147 | 13.352 | 11 | 2.635 | - | 529.238.414 | 64.524.399 | 3.296.141 | 569.080 | 311.365 | ||||
5 | Leningen en voorschotten | 1.808.798.643 | 202.315.819 | 16.694.458 | 1.831.846 | 499.900 | 276.907 | 76.408 | 11.944 | 11 | 2.445 | 202.392.228 | 16.706.402 | 1.831.858 | 502.345 | 276.907 | |||||
6 | Schuldbewijzen | 558.172.344 | 326.842.447 | 47.816.589 | 1.464.283 | 66.545 | 34.458 | 3.739 | 1.409 | - | 190 | 326.846.186 | 47.817.997 | 1.464.283 | 66.734 | 34.458 | |||||
7 | Eigenvermogensinstrumenten | - | - | - | - | ||||||||||||||||
8 | Andere financiële ondernemingen | 5.246.388.303 | 2.787.379.106 | - | - | - | - | - | - | - | - | - | 2.787.379.106 | - | - | - | - | ||||
9 | waarvan beleggingsondernemingen | 5.246.388.303 | 2.787.379.106 | - | - | - | - | - | - | - | - | - | 2.787.379.106 | - | - | - | - | ||||
10 | Leningen en voorschotten | 220.973.956 | - | - | - | - | - | ||||||||||||||
11 | Schuldbewijzen | 5.025.414.347 | 2.787.379.106 | - | - | - | - | - | - | - | - | - | 2.787.379.106 | - | - | - | - | ||||
12 | Eigenvermogensinstrumenten | - | - | - | - | ||||||||||||||||
13 | waarvan beheermaatschappijen | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | ||||
14 | Leningen en voorschotten | - | - | - | - | - | |||||||||||||||
15 | Schuldbewijzen | - | - | - | - | - | |||||||||||||||
16 | Eigenvermogensinstrumenten | - | - | - | - | ||||||||||||||||
17 | waarvan verzekeringsondernemingen | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | ||||
18 | Leningen en voorschotten | - | - | - | - | - | |||||||||||||||
19 | Schuldbewijzen | - | - | - | - | - | |||||||||||||||
20 | Eigenvermogensinstrumenten | - | - | - | - | ||||||||||||||||
21 | Niet-financiële ondernemingen | 1.930.367.071 | 1.930.367.071 | 94.385.513 | 94.385.513 | - | - | - | - | - | - | - | 1.930.367.071 | 94.385.513 | 94.385.513 | - | - | ||||
22 | Aan NFRD rapportageverplichtingen onderworpen NFC's | 1.930.367.071 | 1.930.367.071 | 94.385.513 | 94.385.513 | - | - | - | - | - | - | - | 1.930.367.071 | 94.385.513 | 94.385.513 | - | - | ||||
23 | Leningen en voorschotten | 1.930.367.071 | 1.930.367.071 | 94.385.513 | 94.385.513 | - | - | - | - | - | - | - | 1.930.367.071 | 94.385.513 | 94.385.513 | - | - | ||||
24 | Schuldbewijzen | - | - | - | - | - | |||||||||||||||
25 | Eigenvermogensinstrumenten | - | - | - | - | ||||||||||||||||
26 | Huishoudens | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | ||||
27 | Waarvan door niet-zakelijk onroerend goed zekergestelde leningen | - | - | - | - | - | |||||||||||||||
28 | waarvan leningen voor renovatie gebouwen | - | - | - | - | - | |||||||||||||||
29 | waarvan leningen motorvoertuigen | - | - | - | - | - | |||||||||||||||
30 | Financiering lokale overheden | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | ||||
31 | Door bezitsverkrijging verkregen zekerheden niet-zakelijk en zakelijk onroerend goed | - | - | - | - | - | |||||||||||||||
32 | Overige financiering lokale overheden | - | - | - | - | - | |||||||||||||||
33 | Ander bij berekening GAR van teller uitgesloten activa (in noemer opgenomen) | 62.601.864.082 | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | ||||
34 | Financiële en niet-financiële ondernemingen | 57.033.045.836 | |||||||||||||||||||
35 | Niet aan NFRD-rapportageverplichtingen onderworpen kmo's en NFC's | 57.033.045.836 | |||||||||||||||||||
36 | Leningen en voorschotten | 57.033.045.836 | |||||||||||||||||||
37 | waarvan door zakelijk onroerend goed zekergestelde leningen | ||||||||||||||||||||
38 | waarvan leningen voor renovatie gebouwen | ||||||||||||||||||||
39 | Schuldbewijzen | ||||||||||||||||||||
40 | Eigenvermogensinstrumenten | ||||||||||||||||||||
41 | Niet aan NFRD-rapportageverplichtingen onderworpen tegenpartijen uit niet EU-landen | - | |||||||||||||||||||
42 | Leningen en voorschotten | ||||||||||||||||||||
43 | Schuldbewijzen | ||||||||||||||||||||
44 | Eigenvermogensinstrumenten | ||||||||||||||||||||
45 | Derivaten | 4.740.245.530 | |||||||||||||||||||
46 | Opeisbare interbancaire leningen | 786.698.189 | |||||||||||||||||||
47 | Contanten en cashgerelateerde activa | ||||||||||||||||||||
48 | Andere activa | 41.874.528 | |||||||||||||||||||
49 | Totaal GAR activa | 72.145.590.443 | |||||||||||||||||||
50 | Andere bij berekening GAR niet in aanmerking genomen activa | 6.622.982.062 | |||||||||||||||||||
51 | Overheden | ||||||||||||||||||||
52 | Blootstellingen centrale banken | 6.622.982.062 | |||||||||||||||||||
53 | Handelsportefeuille | ||||||||||||||||||||
54 | Totaal activa | 78.768.572.505 | |||||||||||||||||||
Off-balance sheet blootstellingen - Aan NFRD rapportageverplichtingen onderworpen ondernemingen | |||||||||||||||||||||
55 | Financiële garanties | - | |||||||||||||||||||
56 | Activa onder beheer | - | |||||||||||||||||||
57 | waarvan schuldbewijzen | - | |||||||||||||||||||
58 | waarvan eigenvermogensinstrumenten | - | |||||||||||||||||||
a | b | c | d | e | f | g | h | i | j | k | l | m | n | o | p | q | r | s | t | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
dec-25 | |||||||||||||||||||||
Totale bruto boekwaarde | Klimaatmitigatie (CCM) | Klimaatadaptatie (CCA) | (WTR) | (CE) | (PPC) | (BIO) | TOTAAL (CCM + CCA + WTR + CE + PPC + BIO) | ||||||||||||||
Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | |||||||||||||||
Waarvan ecologisch duurzaam | Waarvan ecologisch duurzaam | Waarvan ecologisch duurzaam | |||||||||||||||||||
Waarvan Use of Proceeds | Waarvan transitie-ondersteunend | Waarvan faciliterend | Waarvan Use of Proceeds | Waarvan transitie-ondersteunend | Waarvan faciliterend | Waarvan Use of Proceeds | Waarvan transitie-ondersteunend | Waarvan faciliterend | |||||||||||||
GAR -In aanmerking genomen activa in teller en noemer | |||||||||||||||||||||
1 | Voor berekening GAR in aanmerking komende leningen en voorschotten, schuldbewijzen en eigenvermogensinstrumenten voor handelsdoeleinden | 8.303.253.287 | 327.716.704 | 89.805.525 | - | 1.631.688 | 582.143 | 3.499.383 | 14.810 | - | - | 3.054 | 13.677 | 109.635 | 95.062 | - | 331.434.461 | 89.820.335 | - | 1.631.688 | 585.197 |
2 | Financiële ondernemingen | 6.062.092.040 | 327.716.704 | 89.805.525 | - | 1.631.688 | 582.143 | 3.499.383 | 14.810 | - | - | 3.054 | 13.677 | 109.635 | 95.062 | - | 331.434.461 | 89.820.335 | - | 1.631.688 | 585.197 |
3 | Kredietinstellingen | 2.887.095.007 | 327.716.704 | 89.805.525 | - | 1.631.688 | 582.143 | 3.499.383 | 14.810 | - | - | 3.054 | 13.677 | 109.635 | 95.062 | - | 331.434.461 | 89.820.335 | - | 1.631.688 | 585.197 |
4 | Leningen en voorschotten | 1.748.278.858 | 106.280.722 | 51.544.206 | - | 1.565.054 | 572.395 | 3.499.383 | 14.810 | - | - | 3.054 | 5.878 | 103.786 | 78.938 | - | 109.968.708 | 51.559.016 | - | 1.565.054 | 575.448 |
5 | Schuldbewijzen | 1.138.816.149 | 221.435.982 | 38.261.319 | - | 66.634 | 9.749 | - | - | - | - | - | 7.799 | 5.849 | 16.124 | - | 221.465.753 | 38.261.319 | - | 66.634 | 9.749 |
6 | Eigenvermogensinstrumenten | - | - | - | - | ||||||||||||||||
7 | Andere financiële ondernemingen | 3.174.997.033 | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - |
8 | waarvan beleggingsondernemingen | 3.174.997.033 | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - |
9 | Leningen en voorschotten | 24.422.779 | - | - | - | - | - | ||||||||||||||
10 | Schuldbewijzen | 3.150.574.254 | - | - | - | - | - | ||||||||||||||
11 | Eigenvermogensinstrumenten | - | - | - | - | ||||||||||||||||
12 | waarvan beheermaatschappijen | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - |
13 | Leningen en voorschotten | - | - | - | - | - | |||||||||||||||
14 | Schuldbewijzen | - | - | - | - | - | |||||||||||||||
15 | Eigenvermogensinstrumenten | - | - | - | - | ||||||||||||||||
16 | waarvan verzekeringsondernemingen | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - |
17 | Leningen en voorschotten | - | - | - | - | - | |||||||||||||||
18 | Schuldbewijzen | - | - | - | - | - | |||||||||||||||
19 | Eigenvermogensinstrumenten | - | - | - | - | ||||||||||||||||
20 | Niet-financiële ondernemingen | 2.241.161.247 | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - |
21 | Aan NFRD rapportageverplichtingen onderworpen NFC's | 2.241.161.247 | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - |
22 | Leningen en voorschotten | 1.909.219.669 | - | - | - | - | - | - | |||||||||||||
23 | Schuldbewijzen | 331.941.578 | - | - | - | - | - | - | |||||||||||||
24 | Eigenvermogensinstrumenten | - | - | - | - | ||||||||||||||||
25 | Huishoudens | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - |
26 | Waarvan door niet-zakelijk onroerend goed zekergestelde leningen | - | - | - | - | - | |||||||||||||||
27 | waarvan leningen voor renovatie gebouwen | - | - | - | - | - | |||||||||||||||
28 | waarvan leningen motorvoertuigen | - | - | - | - | - | |||||||||||||||
29 | Financiering lokale overheden | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - |
30 | Door bezitsverkrijging verkregen zekerheden niet-zakelijk en zakelijk onroerend goed | - | - | - | - | - | |||||||||||||||
31 | Overige financiering lokale overheden | - | - | - | - | - | |||||||||||||||
32 | Ander bij berekening GAR van teller uitgesloten activa (in noemer opgenomen) | 45.744.310.167 | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - | - |
33 | Financiële en niet-financiële ondernemingen | 39.143.142.733 | |||||||||||||||||||
34 | Niet aan NFRD-rapportageverplichtingen onderworpen kmo's en NFC's | 39.143.142.733 | |||||||||||||||||||
35 | Leningen en voorschotten | 39.143.142.733 | |||||||||||||||||||
36 | waarvan door zakelijk onroerend goed zekergestelde leningen | ||||||||||||||||||||
37 | waarvan leningen voor renovatie gebouwen | ||||||||||||||||||||
38 | Schuldbewijzen | ||||||||||||||||||||
39 | Eigenvermogensinstrumenten | ||||||||||||||||||||
40 | Niet aan NFRD-rapportageverplichtingen onderworpen tegenpartijen uit niet EU-landen | - | |||||||||||||||||||
41 | Leningen en voorschotten | ||||||||||||||||||||
42 | Schuldbewijzen | ||||||||||||||||||||
43 | Eigenvermogensinstrumenten | ||||||||||||||||||||
44 | Derivaten | 5.435.972.158 | |||||||||||||||||||
45 | Opeisbare interbancaire leningen | 1.057.603.962 | |||||||||||||||||||
46 | Contanten en cashgerelateerde activa | ||||||||||||||||||||
47 | Andere activa | 107.591.315 | |||||||||||||||||||
48 | Totaal GAR activa | 54.047.563.4541 | |||||||||||||||||||
49 | Andere bij berekening GAR niet in aanmerking genomen activa | 18.820.295.560 | |||||||||||||||||||
50 | Overheden | 17.387.736.668 | |||||||||||||||||||
51 | Blootstellingen centrale banken | 1.432.558.892 | |||||||||||||||||||
52 | Handelsportefeuille | ||||||||||||||||||||
53 | Totaal activa | 72.867.859.014 | |||||||||||||||||||
Off-balance sheet blootstellingen - Aan NFRD rapportageverplichtingen onderworpen ondernemingen | |||||||||||||||||||||
54 | Financiële garanties | - | |||||||||||||||||||
55 | Activa onder beheer | - | |||||||||||||||||||
56 | waarvan schuldbewijzen | - | |||||||||||||||||||
57 | waarvan eigenvermogensinstrumenten | - | |||||||||||||||||||
a | b | c | d | e | f | g | h | i | j | k | l | m | n | o | p | q | r | s | t | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
dec-24 | |||||||||||||||||||||
Totale bruto boekwaarde | Klimaatmitigatie (CCM) | Klimaatadaptatie (CCA) | (WTR) | (CE) | (PPC) | (BIO) | TOTAAL (CCM + CCA + WTR + CE + PPC + BIO) | ||||||||||||||
Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | |||||||||||||||
Waarvan ecologisch duurzaam | Waarvan ecologisch duurzaam | Waarvan ecologisch duurzaam | |||||||||||||||||||
Waarvan Use of Proceeds | Waarvan transitie-ondersteunend | Waarvan faciliterend | Waarvan Use of Proceeds | Waarvan transitie-ondersteunend | Waarvan faciliterend | Waarvan Use of Proceeds | Waarvan transitie-ondersteunend | Waarvan faciliterend | |||||||||||||
1 | GAR -In aanmerking genomen activa in teller en noemer | ||||||||||||||||||||
2 | Voor berekening GAR in aanmerking komende leningen en voorschotten, schuldbewijzen en eigenvermogensinstrumenten voor handelsdoeleinden | ||||||||||||||||||||
3 | Financiële ondernemingen | ||||||||||||||||||||
4 | Kredietinstellingen | ||||||||||||||||||||
5 | Leningen en voorschotten | ||||||||||||||||||||
6 | Schuldbewijzen | ||||||||||||||||||||
7 | Eigenvermogensinstrumenten | ||||||||||||||||||||
8 | Andere financiële ondernemingen | ||||||||||||||||||||
9 | waarvan beleggingsondernemingen | ||||||||||||||||||||
10 | Leningen en voorschotten | ||||||||||||||||||||
11 | Schuldbewijzen | ||||||||||||||||||||
12 | Eigenvermogensinstrumenten | ||||||||||||||||||||
13 | waarvan beheermaatschappijen | ||||||||||||||||||||
14 | Leningen en voorschotten | ||||||||||||||||||||
15 | Schuldbewijzen | ||||||||||||||||||||
16 | Eigenvermogensinstrumenten | ||||||||||||||||||||
17 | waarvan verzekeringsondernemingen | ||||||||||||||||||||
18 | Leningen en voorschotten | ||||||||||||||||||||
19 | Schuldbewijzen | ||||||||||||||||||||
20 | Eigenvermogensinstrumenten | ||||||||||||||||||||
21 | Niet-financiële ondernemingen | ||||||||||||||||||||
22 | Aan NFRD rapportageverplichtingen onderworpen NFC's | ||||||||||||||||||||
23 | Leningen en voorschotten | ||||||||||||||||||||
24 | Schuldbewijzen | ||||||||||||||||||||
25 | Eigenvermogensinstrumenten | ||||||||||||||||||||
26 | Huishoudens | ||||||||||||||||||||
27 | Waarvan door niet-zakelijk onroerend goed zekergestelde leningen | ||||||||||||||||||||
28 | waarvan leningen voor renovatie gebouwen | ||||||||||||||||||||
29 | waarvan leningen motorvoertuigen | ||||||||||||||||||||
30 | Financiering lokale overheden | ||||||||||||||||||||
31 | Door bezitsverkrijging verkregen zekerheden niet-zakelijk en zakelijk onroerend goed | ||||||||||||||||||||
32 | Overige financiering lokale overheden | ||||||||||||||||||||
33 | Ander bij berekening GAR van teller uitgesloten activa (in noemer opgenomen) | ||||||||||||||||||||
34 | Financiële en niet-financiële ondernemingen | ||||||||||||||||||||
35 | Niet aan NFRD-rapportageverplichtingen onderworpen kmo's en NFC's | ||||||||||||||||||||
36 | Leningen en voorschotten | ||||||||||||||||||||
37 | waarvan door zakelijk onroerend goed zekergestelde leningen | ||||||||||||||||||||
38 | waarvan leningen voor renovatie gebouwen | ||||||||||||||||||||
39 | Schuldbewijzen | ||||||||||||||||||||
40 | Eigenvermogensinstrumenten | ||||||||||||||||||||
41 | Niet aan NFRD-rapportageverplichtingen onderworpen tegenpartijen uit niet EU-landen | ||||||||||||||||||||
42 | Leningen en voorschotten | ||||||||||||||||||||
43 | Schuldbewijzen | ||||||||||||||||||||
44 | Eigenvermogensinstrumenten | ||||||||||||||||||||
45 | Derivaten | ||||||||||||||||||||
46 | Opeisbare interbancaire leningen | ||||||||||||||||||||
47 | Contanten en cashgerelateerde activa | ||||||||||||||||||||
48 | Andere activa | ||||||||||||||||||||
49 | Totaal GAR activa | ||||||||||||||||||||
50 | Andere bij berekening GAR niet in aanmerking genomen activa | ||||||||||||||||||||
51 | Overheden | ||||||||||||||||||||
52 | Blootstellingen centrale banken | ||||||||||||||||||||
53 | Handelsportefeuille | ||||||||||||||||||||
54 | Totaal activa | ||||||||||||||||||||
Off-balance sheet blootstellingen - Aan NFRD rapportageverplichtingen onderworpen ondernemingen | |||||||||||||||||||||
55 | Financiële garanties | - | |||||||||||||||||||
56 | Activa onder beheer | - | |||||||||||||||||||
57 | waarvan schuldbewijzen | - | |||||||||||||||||||
58 | waarvan eigenvermogensinstrumenten | - | |||||||||||||||||||
a | b | c | e | f | h | i | k | l | n | o | q | r | |||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Uitsplitsing per sector (NACE Code) | Klimaatmitigatie (CCM) | Klimaatadaptatie (CCA) | Water en mariene hulpbronnen (WTR) | Circulaire economie (CE) | Vervuiling (PPC) | Biodiversiteit en ecosystemen (BIO) | TOTAAL (CCM + CCA + WTR + CE + PPC + BIO) | ||||||||||||||||||||||
Niet-financiële ondernemingen | Niet aan NFRD onderworpen | Niet-financiële ondernemingen | Niet aan NFRD onderworpen | Niet-financiële ondernemingen | Niet aan NFRD onderworpen | Niet-financiële ondernemingen | Niet aan NFRD onderworpen | Niet-financiële ondernemingen | Niet aan NFRD onderworpen | Niet-financiële ondernemingen | Niet aan NFRD onderworpen | Niet-financiële ondernemingen | Niet aan NFRD onderworpen | ||||||||||||||||
Brutoboekwaarde | Brutoboekwaarde | Brutoboekwaarde | Brutoboekwaarde | Brutoboekwaarde | Brutoboekwaarde | Brutoboekwaarde | Brutoboekwaarde | Brutoboekwaarde | Brutoboekwaarde | Brutoboekwaarde | Brutoboekwaarde | Brutoboekwaarde | Brutoboekwaarde | ||||||||||||||||
Mln EUR | Waarvan ecologisch duurzaam (CCM) | EUR | Waarvan ecologisch duurzaam (CCM) | Mln EUR | Waarvan ecologisch duurzaam (CCA) | Mln EUR | Waarvan ecologisch duurzaam (CCA) | Mln EUR | Waarvan ecologisch duurzaam (CCA) | Mln EUR | Waarvan ecologisch duurzaam (CCA) | Mln EUR | Waarvan ecologisch duurzaam (CCA) | Mln EUR | Waarvan ecologisch duurzaam (CCA) | Mln EUR | Waarvan ecologisch duurzaam (CCA) | Mln EUR | Waarvan ecologisch duurzaam (CCA) | Mln EUR | Waarvan ecologisch duurzaam (CCA) | Mln EUR | Waarvan ecologisch duurzaam (CCA) | Mln EUR | Waarvan ecologisch duurzaam (CCA+CCM) | EUR | Waarvan ecologisch duurzaam (CCA+CCM) | ||
1 | Duurzame energie (3511) | 126,71 | 126,71 | 126,71 | - | 126,71 | - | 126,71 | - | 126,71 | - | 126,71 | - | 126,71 | 126,71 | ||||||||||||||
2 | Netwerken (3512) | 118,26 | - | 118,26 | - | 118,26 | - | 118,26 | - | 118,26 | - | 118,26 | - | 118,26 | - | ||||||||||||||
3 | Drinkwaterbedrijven (3600) | 1.184,70 | - | 1.184,70 | - | 1.184,70 | - | 1.184,70 | - | 1.184,70 | - | 1.184,70 | - | 1.184,70 | - | ||||||||||||||
4 | Afvalverwerking (3720) | 226,36 | - | 226,36 | - | 226,36 | - | 226,36 | - | 226,36 | - | 226,36 | - | 226,36 | - | ||||||||||||||
5 | Openbaar vervoer (4931) | 126,24 | - | 126,24 | - | 126,24 | - | 126,24 | - | 126,24 | - | 126,24 | - | 126,24 | - | ||||||||||||||
6 | Havenactiviteiten (6310) | 126,50 | - | 126,50 | - | 126,50 | - | 126,50 | - | 126,50 | - | 126,50 | - | 126,50 | - | ||||||||||||||
7 | Zorginstellingen (8610) | 0,44 | - | 0,44 | - | 0,44 | - | 0,44 | - | 0,44 | - | 0,44 | - | 0,44 | - | ||||||||||||||
… | |||||||||||||||||||||||||||||
a | b | c | e | f | h | i | k | l | n | o | q | r | |||||||||||||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
Uitsplitsing per sector (NACE Code) | Klimaatmitigatie (CCM) | Klimaatadaptatie (CCA) | Water en mariene hulpbronnen (WTR) | Circulaire economie (CE) | Vervuiling (PPC) | Biodiversiteit en ecosystemen (BIO) | TOTAAL (CCM + CCA + WTR + CE + PPC + BIO) | ||||||||||||||||||||||
Niet-financiële ondernemingen | Niet aan NFRD onderworpen | Niet-financiële ondernemingen | Niet aan NFRD onderworpen | Niet-financiële ondernemingen | Niet aan NFRD onderworpen | Niet-financiële ondernemingen | Niet aan NFRD onderworpen | Niet-financiële ondernemingen | Niet aan NFRD onderworpen | Niet-financiële ondernemingen | Niet aan NFRD onderworpen | Niet-financiële ondernemingen | Niet aan NFRD onderworpen | ||||||||||||||||
Brutoboekwaarde | Brutoboekwaarde | Brutoboekwaarde | Brutoboekwaarde | Brutoboekwaarde | Brutoboekwaarde | Brutoboekwaarde | Brutoboekwaarde | Brutoboekwaarde | Brutoboekwaarde | Brutoboekwaarde | Brutoboekwaarde | Brutoboekwaarde | Brutoboekwaarde | ||||||||||||||||
Mln EUR | Waarvan ecologisch duurzaam (CCM) | EUR | Waarvan ecologisch duurzaam (CCM) | Mln EUR | Waarvan ecologisch duurzaam (CCA) | Mln EUR | Waarvan ecologisch duurzaam (CCA) | Mln EUR | Waarvan ecologisch duurzaam (CCA) | Mln EUR | Waarvan ecologisch duurzaam (CCA) | Mln EUR | Waarvan ecologisch duurzaam (CCA) | Mln EUR | Waarvan ecologisch duurzaam (CCA) | Mln EUR | Waarvan ecologisch duurzaam (CCA) | Mln EUR | Waarvan ecologisch duurzaam (CCA) | Mln EUR | Waarvan ecologisch duurzaam (CCA) | Mln EUR | Waarvan ecologisch duurzaam (CCA) | Mln EUR | Waarvan ecologisch duurzaam (CCA+CCM) | EUR | Waarvan ecologisch duurzaam (CCA+CCM) | ||
1 | Duurzame energie (3511) | 94,38 | 94,38 | 94,38 | - | 94,38 | 94,38 | ||||||||||||||||||||||
2 | Netwerken (3512) | 114,92 | - | 114,92 | - | 114,92 | - | ||||||||||||||||||||||
3 | Drinkwaterbedrijven (3600) | 1.239,33 | - | 1.239,33 | - | 1.239,33 | - | ||||||||||||||||||||||
4 | Afvalverwerking (3720) | 253,32 | - | 253,32 | - | 253,32 | - | ||||||||||||||||||||||
5 | Openbaar vervoer (4931) | 128,45 | - | 128,45 | - | 128,45 | - | ||||||||||||||||||||||
6 | Havenactiviteiten (6310) | 99,14 | - | 99,14 | - | 99,14 | - | ||||||||||||||||||||||
7 | Zorginstellingen (8610) | 0,84 | - | 0,84 | - | 0,84 | - | ||||||||||||||||||||||
… | |||||||||||||||||||||||||||||
a | b | c | d | e | f | g | h | i | j | k | l | m | n | o | p | q | r | s | t | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
% (in verhouding tot totale bestreken activa in noemer) | dec-25 | ||||||||||||||||||||
Klimaatmitigatie (CCM) | Klimaatadaptatie (CCA) | (WTR) | (CE) | (PPC) | (BIO) | TOTAAL (CCM + CCA + WTR + CE + PPC + BIO) | |||||||||||||||
Aandeel totale bestreken activa ter financiering van taxonomierelevante sectoren | Aandeel totale bestreken activa ter financiering van taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Aandeel totale bestreken activa ter financiering van taxonomierelevante sectoren | Aandeel totale bestreken activa | ||||||||||||||
Aandeel totale bestreken activa ter financiering van taxonomierelevante sectoren | Aandeel totale bestreken activa ter financiering van taxonomierelevante sectoren | Aandeel totale bestreken activa ter financiering van taxonomierelevante sectoren | |||||||||||||||||||
Waarvan Use of Proceeds | Waarvan transitie- onder steunend | Waarvan facili- terend | Waarvan Use of Proceeds | Waarvan transitie- onder steunend | Waarvan facili- terend | Waarvan Use of Proceeds | Waarvan transitie- onder steunend | Waarvan facili- terend | |||||||||||||
GAR - in aanmerking genomen activa in teller en noemer | |||||||||||||||||||||
1 | Voor berekening GAR in aanmerking komende leningen en voorschotten, schuldbewijzen en eigenvermogensinstrumenten voor handelsdoeleinden) | 6,7% | 0,4% | 0,2% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 6,7% | 0,4% | 0,2% | 0,0% | 0,0% | 11,4% |
2 | Financiele ondernemingen | 6,5% | 0,2% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 6,5% | 0,2% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 8,3% |
3 | Kredietinstellingen | 0,7% | 0,2% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,7% | 0,2% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 4,0% |
4 | Leningen en voorschotten | 0,2% | 0,1% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,2% | 0,1% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 2,4% |
5 | Schuldbewijzen | 0,4% | 0,1% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,4% | 0,1% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 1,6% |
6 | Eigenvermogensinstrumenten | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | |
7 | Andere financiele ondernemingen | 5,8% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 5,8% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 4,4% |
8 | waarvan beleggingsondernemingen | 5,8% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 5,8% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 4,4% |
9 | Leningen en voorschotten | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
10 | Schuldbewijzen | 5,8% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 5,8% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 4,3% |
11 | Eigenvermogensinstrumenten | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | |
12 | waarvan beheermaatschappijen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
13 | Leningen en voorschotten | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
14 | Schuldbewijzen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
15 | Eigenvermogensinstrumenten | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | |
16 | waarvan verzekeringsondernemingen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
17 | Leningen en voorschotten | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
18 | Schuldbewijzen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
19 | Eigenvermogensinstrumenten | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | |
20 | Niet financiele ondernemingen | 0,2% | 0,2% | 0,2% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,2% | 0,2% | 0,2% | 0,0% | 0,0% | 3,1% |
21 | Aan NFRD-rapportageverplichtingen onderworpen NFC's | 0,2% | 0,2% | 0,2% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,2% | 0,2% | 0,2% | 0,0% | 0,0% | 3,1% |
22 | Leningen en voorschotten | 0,2% | 0,2% | 0,2% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,2% | 0,2% | 0,2% | 0,0% | 0,0% | 2,6% |
23 | Schuldbewijzen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,5% |
24 | Eigenvermogensinstrumenten | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | |
25 | Huishoudens | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
26 | waarvan door niet zakelijk onroerend goed zekergestelde leningen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
27 | waarvan leningen voor renovatie gebouwen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
28 | waarvan leningen motorvoertuigen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
29 | Financiering lokale overheden | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
30 | Door bezitsverkrijging verkregen zekerheden: niet-zakelijk en zakelijk onroerend goed | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
31 | Overige financiering lokale overheden | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
32 | Totaal GAR activa | ||||||||||||||||||||
a | b | c | d | e | f | g | h | i | j | k | l | m | n | o | p | q | r | s | t | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
% (in verhouding tot totale bestreken activa in noemer) | dec-24 | ||||||||||||||||||||
Klimaatmitigatie (CCM) | Klimaatadaptatie (CCA) | (WTR) | (CE) | (PPC) | (BIO) | TOTAAL (CCM + CCA + WTR + CE + PPC + BIO) | |||||||||||||||
Aandeel totale bestreken activa ter financiering van taxonomierelevante sectoren | Aandeel totale bestreken activa ter financiering van taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Aandeel totale bestreken activa ter financiering van taxonomierelevante sectoren | Aandeel totale bestreken activa | ||||||||||||||
Aandeel totale bestreken activa ter financiering van taxonomierelevante sectoren | Aandeel totale bestreken activa ter financiering van taxonomierelevante sectoren | Aandeel totale bestreken activa ter financiering van taxonomierelevante sectoren | |||||||||||||||||||
Waarvan Use of Proceeds | Waarvan transitie- onder steunend | Waarvan facili- terend | Waarvan Use of Proceeds | Waarvan transitie- onder steunend | Waarvan facili- terend | Waarvan Use of Proceeds | Waarvan transitie- onder steunend | Waarvan facili- terend | |||||||||||||
1 | GAR - in aanmerking genomen activa in teller en noemer | ||||||||||||||||||||
2 | Voor berekening GAR in aanmerking komende leningen en voorschotten, schuldbewijzen en eigenvermogensinstrumenten voor handelsdoeleinden) | 7,3% | 0,2% | 0,1% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 7,3% | 0,2% | 0,1% | 0,0% | 0,0% | 6,7% | ||||
3 | Financiele ondernemingen | 4,6% | 0,1% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 4,6% | 0,1% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 4,2% | ||||
4 | Kredietinstellingen | 0,7% | 0,1% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,7% | 0,1% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,7% | ||||
5 | Leningen en voorschotten | 0,3% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,3% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,3% | ||||
6 | Schuldbewijzen | 0,5% | 0,1% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,5% | 0,1% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,4% | ||||
7 | Eigenvermogensinstrumenten | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | ||||
8 | Andere financiele ondernemingen | 3,9% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 3,9% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 3,5% | ||||
9 | waarvan beleggingsondernemingen | 3,9% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 3,9% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 3,5% | ||||
10 | Leningen en voorschotten | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | ||||
11 | Schuldbewijzen | 3,9% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 3,9% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 3,5% | ||||
12 | Eigenvermogensinstrumenten | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | ||||
13 | waarvan beheermaatschappijen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | ||||
14 | Leningen en voorschotten | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | ||||
15 | Schuldbewijzen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | ||||
16 | Eigenvermogensinstrumenten | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | ||||
17 | waarvan verzekeringsondernemingen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | ||||
18 | Leningen en voorschotten | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | ||||
19 | Schuldbewijzen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | ||||
20 | Eigenvermogensinstrumenten | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | ||||
21 | Niet financiele ondernemingen | 2,7% | 0,1% | 0,1% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 2,7% | 0,1% | 0,1% | 0,0% | 0,0% | 2,5% | ||||
22 | Aan NFRD-rapportageverplichtingen onderworpen NFC's | 2,7% | 0,1% | 0,1% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 2,7% | 0,1% | 0,1% | 0,0% | 0,0% | 2,5% | ||||
23 | Leningen en voorschotten | 2,7% | 0,1% | 0,1% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 2,7% | 0,1% | 0,1% | 0,0% | 0,0% | 2,5% | ||||
24 | Schuldbewijzen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | ||||
25 | Eigenvermogensinstrumenten | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | ||||
26 | Huishoudens | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | ||||
27 | waarvan door niet zakelijk onroerend goed zekergestelde leningen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | ||||
28 | waarvan leningen voor renovatie gebouwen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | ||||
29 | waarvan leningen motorvoertuigen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | ||||
30 | Financiering lokale overheden | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | ||||
31 | Door bezitsverkrijging verkregen zekerheden: niet-zakelijk en zakelijk onroerend goed | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | ||||
32 | Overige financiering lokale overheden | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | ||||
49 | Totaal GAR activa | ||||||||||||||||||||
a | b | c | d | e | f | g | h | i | j | k | l | m | n | o | p | q | r | s | t | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
% (in verhouding tot totale bestreken activa in noemer) | dec-25 | ||||||||||||||||||||
Klimaatmitigatie (CCM) | Klimaatadaptatie (CCA) | (WTR) | (CE) | (PPC) | (BIO) | TOTAAL (CCM + CCA + WTR + CE + PPC + BIO) | |||||||||||||||
Aandeel totale bestreken activa ter financiering van taxonomierelevante sectoren | Aandeel totale bestreken activa ter financiering van taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Aandeel totale bestreken activa ter financiering van taxonomierelevante sectoren | Aandeel totale bestreken activa | ||||||||||||||
Aandeel totale bestreken activa ter financiering van taxonomierelevante sectoren | Aandeel totale bestreken activa ter financiering van taxonomierelevante sectoren | Aandeel totale bestreken activa ter financiering van taxonomierelevante sectoren | |||||||||||||||||||
Waarvan Use of Proceeds | Waarvan transitie- onder steunend | Waarvan facili- terend | Waarvan Use of Proceeds | Waarvan transitie- onder steunend | Waarvan facili- terend | Waarvan Use of Proceeds | Waarvan transitie- onder steunend | Waarvan facili- terend | |||||||||||||
GAR - in aanmerking genomen activa in teller en noemer | |||||||||||||||||||||
1 | Voor berekening GAR in aanmerking komende leningen en voorschotten, schuldbewijzen en eigenvermogensinstrumenten voor handelsdoeleinden) | 0,6% | 0,2% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,6% | 0,2% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 11,4% |
2 | Financiele ondernemingen | 0,6% | 0,2% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,6% | 0,2% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 8,3% |
3 | Kredietinstellingen | 0,6% | 0,2% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,6% | 0,2% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 4,0% |
4 | Leningen en voorschotten | 0,2% | 0,1% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,2% | 0,1% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 2,4% |
5 | Schuldbewijzen | 0,4% | 0,1% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,4% | 0,1% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 1,6% |
6 | Eigenvermogensinstrumenten | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | |
7 | Andere financiele ondernemingen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 4,4% |
8 | waarvan beleggingsondernemingen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 4,4% |
9 | Leningen en voorschotten | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
10 | Schuldbewijzen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 4,3% |
11 | Eigenvermogensinstrumenten | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | |
12 | waarvan beheermaatschappijen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
13 | Leningen en voorschotten | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
14 | Schuldbewijzen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
15 | Eigenvermogensinstrumenten | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | |
16 | waarvan verzekeringsondernemingen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
17 | Leningen en voorschotten | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
18 | Schuldbewijzen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
19 | Eigenvermogensinstrumenten | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | |
20 | Niet financiele ondernemingen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 3,1% |
21 | Aan NFRD-rapportageverplichtingen onderworpen NFC's | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 3,1% |
22 | Leningen en voorschotten | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 2,6% |
23 | Schuldbewijzen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,5% |
24 | Eigenvermogensinstrumenten | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | |
25 | Huishoudens | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
26 | waarvan door niet zakelijk onroerend goed zekergestelde leningen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
27 | waarvan leningen voor renovatie gebouwen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
28 | waarvan leningen motorvoertuigen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
29 | Financiering lokale overheden | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
30 | Door bezitsverkrijging verkregen zekerheden: niet-zakelijk en zakelijk onroerend goed | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
31 | Overige financiering lokale overheden | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
32 | Totaal GAR activa | ||||||||||||||||||||
a | b | c | d | e | f | g | h | i | j | k | l | m | n | o | p | q | r | s | t | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
% (in verhouding tot totale bestreken activa in noemer) | dec-24 | ||||||||||||||||||||
Klimaatmitigatie (CCM) | Klimaatadaptatie (CCA) | (WTR) | (CE) | (PPC) | (BIO) | TOTAAL (CCM + CCA + WTR + CE + PPC + BIO) | |||||||||||||||
Aandeel totale bestreken activa ter financiering van taxonomierelevante sectoren | Aandeel totale bestreken activa ter financiering van taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Aandeel totale bestreken activa ter financiering van taxonomierelevante sectoren | Aandeel totale bestreken activa | ||||||||||||||
Aandeel totale bestreken activa ter financiering van taxonomierelevante sectoren | Aandeel totale bestreken activa ter financiering van taxonomierelevante sectoren | Aandeel totale bestreken activa ter financiering van taxonomierelevante sectoren | |||||||||||||||||||
Waarvan Use of Proceeds | Waarvan transitie- onder steunend | Waarvan facili- terend | Waarvan Use of Proceeds | Waarvan transitie- onder steunend | Waarvan facili- terend | Waarvan Use of Proceeds | Waarvan transitie- onder steunend | Waarvan facili- terend | |||||||||||||
1 | GAR - in aanmerking genomen activa in teller en noemer | ||||||||||||||||||||
2 | Voor berekening GAR in aanmerking komende leningen en voorschotten, schuldbewijzen en eigenvermogensinstrumenten voor handelsdoeleinden) | ||||||||||||||||||||
3 | Financiele ondernemingen | ||||||||||||||||||||
4 | Kredietinstellingen | ||||||||||||||||||||
5 | Leningen en voorschotten | ||||||||||||||||||||
6 | Schuldbewijzen | ||||||||||||||||||||
7 | Eigenvermogensinstrumenten | ||||||||||||||||||||
8 | Andere financiele ondernemingen | ||||||||||||||||||||
9 | waarvan beleggingsondernemingen | ||||||||||||||||||||
10 | Leningen en voorschotten | ||||||||||||||||||||
11 | Schuldbewijzen | ||||||||||||||||||||
12 | Eigenvermogensinstrumenten | ||||||||||||||||||||
13 | waarvan beheermaatschappijen | ||||||||||||||||||||
14 | Leningen en voorschotten | ||||||||||||||||||||
15 | Schuldbewijzen | ||||||||||||||||||||
16 | Eigenvermogensinstrumenten | ||||||||||||||||||||
17 | waarvan verzekeringsondernemingen | ||||||||||||||||||||
18 | Leningen en voorschotten | ||||||||||||||||||||
19 | Schuldbewijzen | ||||||||||||||||||||
20 | Eigenvermogensinstrumenten | ||||||||||||||||||||
21 | Niet financiele ondernemingen | ||||||||||||||||||||
22 | Aan NFRD-rapportageverplichtingen onderworpen NFC's | ||||||||||||||||||||
23 | Leningen en voorschotten | ||||||||||||||||||||
24 | Schuldbewijzen | ||||||||||||||||||||
25 | Eigenvermogensinstrumenten | ||||||||||||||||||||
26 | Huishoudens | ||||||||||||||||||||
27 | waarvan door niet zakelijk onroerend goed zekergestelde leningen | ||||||||||||||||||||
28 | waarvan leningen voor renovatie gebouwen | ||||||||||||||||||||
29 | waarvan leningen motorvoertuigen | ||||||||||||||||||||
30 | Financiering lokale overheden | ||||||||||||||||||||
31 | Door bezitsverkrijging verkregen zekerheden: niet-zakelijk en zakelijk onroerend goed | ||||||||||||||||||||
32 | Overige financiering lokale overheden | ||||||||||||||||||||
49 | Totaal GAR activa | ||||||||||||||||||||
a | b | c | d | e | f | g | h | i | j | k | l | m | n | o | p | q | r | s | t | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
% (in verhouding tot totale bestreken activa in noemer) | dec-25 | ||||||||||||||||||||
Klimaatmitigatie (CCM) | Klimaatadaptatie (CCA) | (WTR) | (CE) | (PPC) | (BIO) | TOTAAL (CCM + CCA + WTR + CE + PPC + BIO) | |||||||||||||||
Aandeel totale bestreken activa ter financiering van taxonomierelevante sectoren | Aandeel totale bestreken activa ter financiering van taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Aandeel totale bestreken activa ter financiering van taxonomierelevante sectoren | Aandeel totale bestreken activa | ||||||||||||||
Aandeel totale bestreken activa ter financiering van taxonomierelevante sectoren | Aandeel totale bestreken activa ter financiering van taxonomierelevante sectoren | Aandeel totale bestreken activa ter financiering van taxonomierelevante sectoren | |||||||||||||||||||
Waarvan Use of Proceeds | Waarvan transitie- onder steunend | Waarvan facili- terend | Waarvan Use of Proceeds | Waarvan transitie- onder steunend | Waarvan facili- terend | Waarvan Use of Proceeds | Waarvan transitie- onder steunend | Waarvan facili- terend | |||||||||||||
GAR - in aanmerking genomen activa in teller en noemer | |||||||||||||||||||||
1 | Voor berekening GAR in aanmerking komende leningen en voorschotten, schuldbewijzen en eigenvermogensinstrumenten voor handelsdoeleinden) | 5,7% | 0,5% | 0,5% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 5,7% | 0,5% | 0,5% | 0,0% | 0,0% | 5,1% |
2 | Financiele ondernemingen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
3 | Kredietinstellingen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
4 | Leningen en voorschotten | ||||||||||||||||||||
5 | Schuldbewijzen | ||||||||||||||||||||
6 | Eigenvermogensinstrumenten | ||||||||||||||||||||
7 | Andere financiele ondernemingen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
8 | waarvan beleggingsondernemingen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
9 | Leningen en voorschotten | ||||||||||||||||||||
10 | Schuldbewijzen | ||||||||||||||||||||
11 | Eigenvermogensinstrumenten | ||||||||||||||||||||
12 | waarvan beheermaatschappijen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
13 | Leningen en voorschotten | ||||||||||||||||||||
14 | Schuldbewijzen | ||||||||||||||||||||
15 | Eigenvermogensinstrumenten | ||||||||||||||||||||
16 | waarvan verzekeringsondernemingen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
17 | Leningen en voorschotten | ||||||||||||||||||||
18 | Schuldbewijzen | ||||||||||||||||||||
19 | Eigenvermogensinstrumenten | ||||||||||||||||||||
20 | Niet financiele ondernemingen | 5,7% | 0,5% | 0,5% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 5,7% | 0,5% | 0,5% | 0,0% | 0,0% | 5,1% |
21 | Aan NFRD-rapportageverplichtingen onderworpen NFC's | 5,7% | 0,5% | 0,5% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 5,7% | 0,5% | 0,5% | 0,0% | 0,0% | 5,1% |
22 | Leningen en voorschotten | 5,7% | 0,5% | 0,5% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 5,7% | 0,5% | 0,5% | 0,0% | 0,0% | 5,1% |
23 | Schuldbewijzen | ||||||||||||||||||||
24 | Eigenvermogensinstrumenten | ||||||||||||||||||||
25 | Huishoudens | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
26 | waarvan door niet zakelijk onroerend goed zekergestelde leningen | ||||||||||||||||||||
27 | waarvan leningen voor renovatie gebouwen | ||||||||||||||||||||
28 | waarvan leningen motorvoertuigen | ||||||||||||||||||||
29 | Financiering lokale overheden | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
30 | Door bezitsverkrijging verkregen zekerheden: niet-zakelijk en zakelijk onroerend goed | ||||||||||||||||||||
31 | Overige financiering lokale overheden | ||||||||||||||||||||
32 | Totaal GAR activa | ||||||||||||||||||||
a | b | c | d | e | f | g | h | i | j | k | l | m | n | o | p | q | r | s | t | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
% (in verhouding tot totale bestreken activa in noemer) | dec-24 | ||||||||||||||||||||
Klimaatmitigatie (CCM) | Klimaatadaptatie (CCA) | (WTR) | (CE) | (PPC) | (BIO) | TOTAAL (CCM + CCA + WTR + CE + PPC + BIO) | |||||||||||||||
Aandeel totale bestreken activa ter financiering van taxonomierelevante sectoren | Aandeel totale bestreken activa ter financiering van taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Aandeel totale bestreken activa ter financiering van taxonomierelevante sectoren | Aandeel totale bestreken activa | ||||||||||||||
Aandeel totale bestreken activa ter financiering van taxonomierelevante sectoren | Aandeel totale bestreken activa ter financiering van taxonomierelevante sectoren | Aandeel totale bestreken activa ter financiering van taxonomierelevante sectoren | |||||||||||||||||||
Waarvan Use of Proceeds | Waarvan transitie- onder steunend | Waarvan facili- terend | Waarvan Use of Proceeds | Waarvan transitie- onder steunend | Waarvan facili- terend | Waarvan Use of Proceeds | Waarvan transitie- onder steunend | Waarvan facili- terend | |||||||||||||
1 | GAR - in aanmerking genomen activa in teller en noemer | ||||||||||||||||||||
2 | Voor berekening GAR in aanmerking komende leningen en voorschotten, schuldbewijzen en eigenvermogensinstrumenten voor handelsdoeleinden) | 5,6% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 5,6% | ||||
3 | Financiele ondernemingen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | ||||
4 | Kredietinstellingen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | ||||
5 | Leningen en voorschotten | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | ||||
6 | Schuldbewijzen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | ||||
7 | Eigenvermogensinstrumenten | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | ||||
8 | Andere financiele ondernemingen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | ||||
9 | waarvan beleggingsondernemingen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | ||||
10 | Leningen en voorschotten | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | ||||
11 | Schuldbewijzen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | ||||
12 | Eigenvermogensinstrumenten | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | ||||
13 | waarvan beheermaatschappijen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | ||||
14 | Leningen en voorschotten | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | ||||
15 | Schuldbewijzen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | ||||
16 | Eigenvermogensinstrumenten | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | ||||
17 | waarvan verzekeringsondernemingen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | ||||
18 | Leningen en voorschotten | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | ||||
19 | Schuldbewijzen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | ||||
20 | Eigenvermogensinstrumenten | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | ||||
21 | Niet financiele ondernemingen | 5,6% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 5,6% | ||||
22 | Aan NFRD-rapportageverplichtingen onderworpen NFC's | 5,6% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 5,6% | ||||
23 | Leningen en voorschotten | 5,6% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 5,6% | ||||
24 | Schuldbewijzen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | ||||
25 | Eigenvermogensinstrumenten | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | ||||
26 | Huishoudens | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | ||||
27 | waarvan door niet zakelijk onroerend goed zekergestelde leningen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | ||||
28 | waarvan leningen voor renovatie gebouwen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | ||||
29 | waarvan leningen motorvoertuigen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | ||||
30 | Financiering lokale overheden | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | ||||
31 | Door bezitsverkrijging verkregen zekerheden: niet-zakelijk en zakelijk onroerend goed | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | ||||
32 | Overige financiering lokale overheden | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | ||||
49 | Totaal GAR activa | ||||||||||||||||||||
a | b | c | d | e | f | g | h | i | j | k | l | m | n | o | p | q | r | s | t | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
% (in verhouding tot totale bestreken activa in noemer) | dec-25 | ||||||||||||||||||||
Klimaatmitigatie (CCM) | Klimaatadaptatie (CCA) | (WTR) | (CE) | (PPC) | (BIO) | TOTAAL (CCM + CCA + WTR + CE + PPC + BIO) | |||||||||||||||
Aandeel totale bestreken activa ter financiering van taxonomierelevante sectoren | Aandeel totale bestreken activa ter financiering van taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Aandeel totale bestreken activa ter financiering van taxonomierelevante sectoren | Aandeel totale bestreken activa | ||||||||||||||
Aandeel totale bestreken activa ter financiering van taxonomierelevante sectoren | Aandeel totale bestreken activa ter financiering van taxonomierelevante sectoren | Aandeel totale bestreken activa ter financiering van taxonomierelevante sectoren | |||||||||||||||||||
Waarvan Use of Proceeds | Waarvan transitie- onder steunend | Waarvan facili- terend | Waarvan Use of Proceeds | Waarvan transitie- onder steunend | Waarvan facili- terend | Waarvan Use of Proceeds | Waarvan transitie- onder steunend | Waarvan facili- terend | |||||||||||||
GAR - in aanmerking genomen activa in teller en noemer | |||||||||||||||||||||
1 | Voor berekening GAR in aanmerking komende leningen en voorschotten, schuldbewijzen en eigenvermogensinstrumenten voor handelsdoeleinden) | 5,2% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 5,2% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 4,6% |
2 | Financiele ondernemingen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
3 | Kredietinstellingen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
4 | Leningen en voorschotten | ||||||||||||||||||||
5 | Schuldbewijzen | ||||||||||||||||||||
6 | Eigenvermogensinstrumenten | ||||||||||||||||||||
7 | Andere financiele ondernemingen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
8 | waarvan beleggingsondernemingen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
9 | Leningen en voorschotten | ||||||||||||||||||||
10 | Schuldbewijzen | ||||||||||||||||||||
11 | Eigenvermogensinstrumenten | ||||||||||||||||||||
12 | waarvan beheermaatschappijen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
13 | Leningen en voorschotten | ||||||||||||||||||||
14 | Schuldbewijzen | ||||||||||||||||||||
15 | Eigenvermogensinstrumenten | ||||||||||||||||||||
16 | waarvan verzekeringsondernemingen | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
17 | Leningen en voorschotten | ||||||||||||||||||||
18 | Schuldbewijzen | ||||||||||||||||||||
19 | Eigenvermogensinstrumenten | ||||||||||||||||||||
20 | Niet financiele ondernemingen | 5,2% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 5,2% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 4,6% |
21 | Aan NFRD-rapportageverplichtingen onderworpen NFC's | 5,2% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 5,2% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 4,6% |
22 | Leningen en voorschotten | 5,2% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 5,2% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 4,6% |
23 | Schuldbewijzen | ||||||||||||||||||||
24 | Eigenvermogensinstrumenten | ||||||||||||||||||||
25 | Huishoudens | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
26 | waarvan door niet zakelijk onroerend goed zekergestelde leningen | ||||||||||||||||||||
27 | waarvan leningen voor renovatie gebouwen | ||||||||||||||||||||
28 | waarvan leningen motorvoertuigen | ||||||||||||||||||||
29 | Financiering lokale overheden | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% | 0,0% |
30 | Door bezitsverkrijging verkregen zekerheden: niet-zakelijk en zakelijk onroerend goed | ||||||||||||||||||||
31 | Overige financiering lokale overheden | ||||||||||||||||||||
32 | Totaal GAR activa | ||||||||||||||||||||
a | b | c | d | e | f | g | h | i | j | k | l | m | n | o | p | q | r | s | t | ||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
% (in verhouding tot totale bestreken activa in noemer) | dec-24 | ||||||||||||||||||||
Klimaatmitigatie (CCM) | Klimaatadaptatie (CCA) | (WTR) | (CE) | (PPC) | (BIO) | TOTAAL (CCM + CCA + WTR + CE + PPC + BIO) | |||||||||||||||
Aandeel totale bestreken activa ter financiering van taxonomierelevante sectoren | Aandeel totale bestreken activa ter financiering van taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Waarvan naar taxonomierelevante sectoren | Aandeel totale bestreken activa ter financiering van taxonomierelevante sectoren | Aandeel totale bestreken activa | ||||||||||||||
Aandeel totale bestreken activa ter financiering van taxonomierelevante sectoren | Aandeel totale bestreken activa ter financiering van taxonomierelevante sectoren | Aandeel totale bestreken activa ter financiering van taxonomierelevante sectoren | |||||||||||||||||||
Waarvan Use of Proceeds | Waarvan transitie- onder steunend | Waarvan facili- terend | Waarvan Use of Proceeds | Waarvan transitie- onder steunend | Waarvan facili- terend | Waarvan Use of Proceeds | Waarvan transitie- onder steunend | Waarvan facili- terend | |||||||||||||
1 | GAR - in aanmerking genomen activa in teller en noemer | ||||||||||||||||||||
2 | Voor berekening GAR in aanmerking komende leningen en voorschotten, schuldbewijzen en eigenvermogensinstrumenten voor handelsdoeleinden) | ||||||||||||||||||||
3 | Financiele ondernemingen | ||||||||||||||||||||
4 | Kredietinstellingen | ||||||||||||||||||||
5 | Leningen en voorschotten | ||||||||||||||||||||
6 | Schuldbewijzen | ||||||||||||||||||||
7 | Eigenvermogensinstrumenten | ||||||||||||||||||||
8 | Andere financiele ondernemingen | ||||||||||||||||||||
9 | waarvan beleggingsondernemingen | ||||||||||||||||||||
10 | Leningen en voorschotten | ||||||||||||||||||||
11 | Schuldbewijzen | ||||||||||||||||||||
12 | Eigenvermogensinstrumenten | ||||||||||||||||||||
13 | waarvan beheermaatschappijen | ||||||||||||||||||||
14 | Leningen en voorschotten | ||||||||||||||||||||
15 | Schuldbewijzen | ||||||||||||||||||||
16 | Eigenvermogensinstrumenten | ||||||||||||||||||||
17 | waarvan verzekeringsondernemingen | ||||||||||||||||||||
18 | Leningen en voorschotten | ||||||||||||||||||||
19 | Schuldbewijzen | ||||||||||||||||||||
20 | Eigenvermogensinstrumenten | ||||||||||||||||||||
21 | Niet financiele ondernemingen | ||||||||||||||||||||
22 | Aan NFRD-rapportageverplichtingen onderworpen NFC's | ||||||||||||||||||||
23 | Leningen en voorschotten | ||||||||||||||||||||
24 | Schuldbewijzen | ||||||||||||||||||||
25 | Eigenvermogensinstrumenten | ||||||||||||||||||||
26 | Huishoudens | ||||||||||||||||||||
27 | waarvan door niet zakelijk onroerend goed zekergestelde leningen | ||||||||||||||||||||
28 | waarvan leningen voor renovatie gebouwen | ||||||||||||||||||||
29 | waarvan leningen motorvoertuigen | ||||||||||||||||||||
30 | Financiering lokale overheden | ||||||||||||||||||||
31 | Door bezitsverkrijging verkregen zekerheden: niet-zakelijk en zakelijk onroerend goed | ||||||||||||||||||||
32 | Overige financiering lokale overheden | ||||||||||||||||||||
49 | Totaal GAR activa | ||||||||||||||||||||
aantal aandelen A | aantal aandelen B | |
|---|---|---|
Waterschap Aa en Maas | 627 | 301 |
Waterschap Amstel, Gooi en Vecht | 281 | 60 |
Waterschap Brabantse Delta | 2.016 | 483 |
Hoogheemraadschap van Delfland | 755 | 60 |
Waterschap De Dommel | 533 | 360 |
Waterschap Drents Overijsselse Delta | 2.236 | 232 |
Wetterskip Fryslân | 3.309 | 100 |
Waterschap Hollandse Delta | 1.893 | 143 |
Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier | 4.399 | 204 |
Waterschap Hunze en Aa’s | 1.915 | 175 |
Waterschap Limburg | 2.401 | 299 |
Waterschap Noorderzijlvest | 1.107 | 170 |
Provincie Drenthe | 15 | 25 |
Provincie Friesland | 24 | 25 |
Provincie Gelderland | 44 | 50 |
Provincie Limburg | 11 | 20 |
Provincie Noord-Brabant | 33 | 40 |
Provincie Noord-Holland | 43 | 60 |
Provincie Utrecht | 43 | 60 |
Provincie Zeeland | 15 | 20 |
Provincie Zuid-Holland | 33 | 40 |
Waterschap Rijn en IJssel | 5.666 | 345 |
Hoogheemraadschap van Rijnland | 4.858 | 289 |
Waterschap Rivierenland | 3.968 | 437 |
Waterschap Scheldestromen | 4.380 | 166 |
Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard | 610 | 430 |
Staat der Nederlanden | 1.208 | 3.333 |
Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden | 224 | 47 |
Waterschap Vallei en Veluwe | 631 | 88 |
Waterschap Vechtstromen | 7.158 | 423 |
Waterschap Zuiderzeeland | 42 | 26 |
50.478 | 8.511 |
Hoogste kredietwaardigheidsbeoordelingen bij credit rating agencies S&P en Moody’s.
Lening waarbij de geldverstrekker in geval van faillissement ondergeschikt is ten opzichte van andere schuldeisers.
Het verschil tussen verwacht en werkelijk rendement op pensioenfondsbeleggingen.
AT1-kapitaal betreft bepaalde financiële instrumenten (obligaties) die volgens de regels van Bazel III bij het kernkapitaal opgeteld mogen worden om tot het totale Tier 1-kapitaal te komen.
Samenwerking van bedrijven, maatschappelijke organisaties, instellingen en overheden die streven naar een natuurinclusieve samenleving in 2050.
Positief verschil tussen de actuele waarde van een schuldtitel en de nominale waarde.
Afspraak als onderdeel van het klimaatakkoord van Parijs om de opwarming van de aarde onder de 1,5 graden Celsius te houden ten opzichte van de periode voor het industriële tijdperk.
Duurzame verwarming en koeling met warmte en koude uit oppervlaktewater, afvalwater of drinkwater.
Broeikasgassen die niet zijn uitgestoten dankzij een aanpak of technologie, zoals het gebruik van hernieuwbare energie in plaats van fossiele brandstoffen.
Financiering gericht op het beheer van de totale activa en passiva van een organisatie en gebaseerd op de totale financiële situatie. Dit in tegenstelling tot projectfinanciering van specifieke, vaak grootschalige en kapitaalintensieve projecten.
Basisjaar als referentiewaarde bij een indexatie.
Mondiale afspraken over versterking van de kapitaalpositie van banken naar aanleiding van de kredietcrisis van 2008.
Wettelijk besluit tot vaststelling van modelschema’s voor de inrichting van jaarrekeningen.
Materiaal van biologische oorsprong.
Biodiversiteit of biologische diversiteit is een graad van verscheidenheid aan levensvormen binnen een gegeven ecosysteem, bioom of een gehele planeet. De biodiversiteit wordt vaak gebruikt als een indicator voor de gezondheid van een ecosysteem.
Entiteit voor financiële garantstelling.
Europese verordening die de kapitaalvereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen vaststelt om de stabiliteit en veerkracht van het financiële systeem te waarborgen.
Middelen om specifieke renterisico’s af te dekken.
Verhandelbare certificaten waarmee organisaties emissies compenseren door te investeren in projecten die broeikasgassen verminderen of verwijderen.
Interne reglementen.
Een economisch systeem dat bedoeld is om herbruikbaarheid van producten en grondstoffen te maximaliseren en waardevernietiging te minimaliseren; anders dan in het huidige lineaire systeem, waarin grondstoffen worden omgezet in producten die aan het einde van hun levensduur worden vernietigd.
Bijdrage aan een investering samen met andere partijen.
Zakelijk onderpand.
Kortlopende (tot en met 1 jaar) verhandelbare schuldbekentenis.
Het kernkapitaal van de bank, uitgedrukt als percentage van het totaal van de risicoposten. CET1-kapitaal is onderdeel van het Tier 1-kapitaal.
Grafische weergave van de samenhang tussen strategische thema’s, materiële onderwerpen en KPI’s.
De omgeving waarin een organisatie opereert in kaart brengen.
Uitgangspunt dat een onderneming haar activiteiten in de voorzienbare toekomst voortzet.
Extra kapitaal apart gezet in goede tijden, zodat banken in slechte tijden minder risico lopen op faillissement.
Activiteiten om de belangrijkste beheersmaatregelen voor compliancerisico’s periodiek te monitoren en testen.
De organisatie van het bestuur van (beursgenoteerde) bedrijven en het toezicht daarop. Het regelt verhoudingen tussen bestuurders, commissarissen en aandeelhouders.
Europese richtlijn die ondernemingen verplicht te rapporteren over hun duurzaamheid op basis van ESG-criteria.
Financiële maatstaf die de operationele kosten van een organisatie vergelijkt met haar inkomsten, om zo de efficiëntie en winstgevendheid te beoordelen.
Maateenheid om het effect van verschillende broeikasgassen op het klimaat aan te duiden.
Risico dat een tegenpartij haar financiële verplichtingen niet nakomt.
Obligatie uitgegeven door een financiële instelling met woninghypotheken als onderpand.
Financieel derivaat waarmee een financiële partij zich indekt tegen het risico van wanbetaling door een kredietnemer of kan speculeren op de kredietwaardigheid van een schuldemittent.
Verminderde kredietwaardigheid.
Onderpandovereenkomst om de marktwaarden van derivaten af te dekken.
Aanpassing in de waardering van een derivaat om de kredietwaardigheid van de tegenpartij tot uitdrukking te brengen.
Onderzoek naar een klant op basis waarvan de bank een risico-inschatting maakt, ook om witwaspraktijken, fraude en terrorismefinanciering uit te sluiten. Ook wel klantvalidatie genoemd.
Richtlijnen, standaarden en praktijken waarmee organisaties hun cybersecurity kunnen vergroten.
Toegang tot of vernietiging, wijziging of vrijkomen van persoonsgegevens bij een organisatie zonder dat dit de bedoeling is van deze organisatie of zonder dat dit wettelijk is toegestaan.
Aanpassing in de waardering van een derivaat om de kredietwaardigheid van de bank tot uitdrukking te brengen.
Standaardwaarde.
Vooraf vastgestelde premie bij pensioenopbouw.
Samenwerkingsverband van natuurorganisaties, boeren, burgers, kennisinstellingen, overheden en bedrijven dat streeft naar biodiversiteitsherstel in Nederland.
Geheel van regels voor de garantieverplichting van banken ten behoeve van rekeninghouders in geval van faillissement van een bank.
Financieel contract waarvan de waarde is afgeleid van de prijsbewegingen van een onderliggend actief, zoals aandelen, obligaties, valuta’s of grondstoffen.
Europese regelgeving om de weerbaarheid van financiële instellingen tegen cyberincidenten te bevorderen.
Negatief verschil tussen de actuele waarde van een schuldtitel en de nominale waarde.
Rekenpercentage om toekomstige kasstromen contant te maken.
Bestuurlijke vrijheid om in bepaalde gevallen naar eigen inzicht een besluit te nemen.
Dividenduitkering als percentage van de nettowinst.
Maatstaf die in geldeenheden de prijs of marktwaardeverandering aangeeft bij één basispunt (0,01%) verandering van de rentecurve.
Volgens dit concept worden belangrijke thema's en onderwerpen van twee kanten belicht: enerzijds gaat het om de mogelijke positieve en negatieve impact van de organisatie op mens en milieu, anderzijds kijken we naar het effect van duurzaamheidsgerelateerde risico’s en kansen voor de organisatie zelf, over het algemeen financieel van aard. Het eerste heet het inside-outperspectief, het tweede het outside-inperspectief.
Projecten die ervoor zorgen dat we energie kunnen opwekken met hernieuwbare bronnen, zoals zonne-energie, waterkracht, windenergie, biomassa, aardwarmte en bodemwarmte.
Broeikasgasuitstoot per gefinancierde euro.
Uitgever van effecten.
Per saldo meer energie opleverend dan kostend, in het geval van NWB Bank: de duurzame-energieprojecten die de bank financiert wekken meer hernieuwbare energie op dan alle klanten samen aan fossiele energie verbruiken.
De overgang van het gebruik van fossiele energie naar energie uit hernieuwbare bronnen.
Strategie waarbij een organisatie, in dit geval een bank, actief betrokkenheid en participatie van belanghebbenden (klanten) bevordert om gezamenlijke doelen te bereiken.
Een kader voor risicobeheer bij projectfinanciering, vastgesteld door financiële instellingen, dat wordt gebruikt bij het identificeren, beoordelen en beheersen van sociale en milieurisico’s bij de financiering van projecten.
Environmental (milieu), Social (mens en maatschappij), Governance (behoorlijk bestuur).
Projectgroep binnen NWB Bank van medewerkers die werken aan de versnelde inbedding van ESG in de primaire processen.
Obligaties die rekening houden met ecologische en sociale kenmerken van een belegging, met aandacht voor behoorlijk bestuur van de uitgevende instelling.
Brancheorganisatie van ruim negentig publieke financiële instellingen met totale activa van meer dan € 3.500 miljard en een marktaandeel van 15% van de Europese financiële sector.
Europese richtlijn die ondernemingen verplicht te rapporteren over hun duurzaamheid op basis van een aantal criteria.
Lijst met economische activiteiten die al dan niet als duurzaam gelden, op basis waarvan bedrijven en financiële instellingen kunnen rapporteren over duurzaamheid.
Methode van financiële instellingen om verwachte kredietverliezen in te schatten en voorzieningen te treffen op basis van toekomstige risico’s en verliezen.
Verwachte openstaande schuld aan de financiële instelling op het moment van wanbetaling door een klant of tegenpartij.
Saldo van de dagelijkse verrekening van derivaten met het ontvangen dan wel betaalde collateral met 'central clearing' tegenpartijen.
Door de Europese Unie erkend kredietbeoordelingsbureau om kredietbeoordelingen te verstrekken die worden gebruikt voor prudentiële regelgeving.
Investering die een onderneming ontvangt van een externe partij, bijvoorbeeld een bank.
Boekhoudmethode om mogelijke schulden te onderkennen die van invloed zijn op de reële marktwaarde, activa of andere verplichtingen.
Groep financiële instellingen die zich ertoe verbinden de biodiversiteit te beschermen en te herstellen middels hun activiteiten en investeringen.
Internationale instantie die toezicht houdt op het mondiale financiële systeem en daarover aanbevelingen doet met het oog op financiële stabiliteit.
Leningen waarvan de voorwaarden eerder heronderhandeld of aangepast zijn vanwege financiële moeilijkheden van de kredietnemer, maar die weer als presterend gelden omdat wordt voldaan aan de betalingsverplichtingen.
Methode voor de bepaling van de kredietopslag boven op de eigen financieringskosten.
Methode om het verschil tussen de huidige situatie en de gewenste situatie van een organisatie te identificeren en te overbruggen door verbeterpunten en mogelijkheden in kaart te brengen.
Waarde waarvoor een vordering of schuld bij de eerste verwerking op de balans wordt opgenomen.
Verschil in inkomen tussen mannen en vrouwen in dezelfde functie, als blijk van de historische ongelijkheid in beloning tussen de seksen.
Aardwarmte, duurzame verwarmingstechniek waarbij warmte aan de ondergrond wordt onttrokken.
Het door toezichthouders vastgestelde maximale rendement dat een onderneming mag gebruiken voor het berekenen van de kosten van eigen en vreemd vermogen.
Uitdagende ambitie van een organisatie, in het geval van NWB Bank een kredietportefeuille die in 2035 energiepositief is, op weg naar klimaatneutraal in 2050.
Een internationale onafhankelijke organisatie die organisaties helpt te communiceren over impact op kritieke duurzaamheidsonderwerpen, zoals klimaatverandering, mensenrechten en corruptie.
Voor de financiering van de kredietverlening aan de waterschappen geeft NWB Bank speciale Waterobligaties uit. Deze ESG-obligaties worden bestempeld als Green Bonds en bij de uitgifte maken we gebruik van de Green Bond Principles van de International Capital Market Association, die in de markt de toonaangevende standaard zijn bij de uitgifte van dergelijke obligaties.
Afspraken tussen overheid en zorginstellingen om de sector te verduurzamen.
Marketingtruc waarbij een onderneming de schijn wekt duurzamer te opereren dan ze daadwerkelijk doet.
Verbinding van natuurgebieden door landschapselementen als heggen, sloten, poelen, bermen, bosschages en parken.
Boekhoudmethode die de timing van winsten en verliezen op derivaten afstemt op die van de onderliggende posities waarvoor ze worden gebruikt, dit om een nauwkeurig beeld van de financiële gezondheid van een onderneming te geven.
Voor de dekking van bestaande schulden nieuwe leningen aangaan tegen gunstigere voorwaarden.
Energie afkomstig van natuurlijke bronnen die constant worden aangevuld, zoals zon en wind.
Reserve die ontstaat als activa in waarde toenemen, waardoor tevens het eigen vermogen stijgt.
Gezondheidsklachten die ontstaan als mens en dier door hoge temperaturen en luchtvochtigheid niet meer in staat zijn de lichaamstemperatuur goed te reguleren.
Vaste activa die betrekking hebben op niet-tastbare kapitaalgoederen, zoals vergunningen, patenten en goodwill.
Convenant voor internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen.
Positieve en negatieve impact van een bedrijf op duurzaamheidsthema’s als klimaatverandering, biodiversiteit en arbeidsomstandigheden.
Huidig of toekomstig risico voor zowel de winst als de economische waarde van een instelling, als gevolg van ongunstige rentebewegingen die van invloed zijn op rentegevoelige instrumenten.
Beoordeling per risicosoort of het kapitaal van de bank toereikend is, met stresstests om de robuustheid van de kapitalisatie op de proef te stellen.
Beoordeling in hoeverre de liquiditeitspositie en het liquiditeitsrisicomanagement van de bank toereikend zijn.
Brancheorganisatie voor deelnemers aan de markt voor over-the-counterderivaten.
Stelsel van afspraken waarbinnen een investeerder mag opereren.
Een onherroepelijke verplichting van een financiële instelling om een bepaald bedrag te betalen.
Team van toezichthouders bestaande uit ECB-medewerkers en medewerkers van nationale toezichtinstanties, verantwoordelijk voor het toezicht op banken.
EU-richtlijn voor de waterkwaliteit, die voorschrijft dat al het oppervlaktewater en grondwater in lidstaten in 2027 chemisch schoon en ecologisch gezond is.
Extra kapitaalreserve die banken moeten aanhouden boven op de minimale kapitaalvereisten om financiële schokken op te vangen en de stabiliteit van het financiële systeem te waarborgen.
Overzicht van alle inkomsten en uitgaven van een onderneming in een bepaalde periode.
Variabelen om de prestaties van een onderneming, haar werknemers en producten en/of diensten te meten.
Risico dat een cruciale medewerker voor onbepaalde tijd wegvalt.
Meeteenheid voor energieverbruik van 1.000 watt oftewel 1 kilowatt per uur.
Alle stakeholders van NWB Bank hebben de mogelijkheid een klacht in te dienen via een klachtenprocedure. Deze procedure staat vermeld op de website van de bank.
Zie customer due diligence.
Doelen voor vermindering van broeikasgasemissies en stappen om die doelen te bereiken, bij NWB Bank met name gericht op de klimaatimpact van de kredietverlening.
De omgeving aanpassen en je voorbereiden op de gevolgen van het veranderende klimaat. Voorbeelden van klimaatadaptatie zijn: dijken verstevigen, rivieren verbreden en steden en dorpen voorzien van meer groen.
Het voorkomen van verdere klimaatverandering door de uitstoot van broeikasgassen te verminderen, bijvoorbeeld met duurzame-energieprojecten.
Jaarlijks onderzoek in opdracht van de Unie van Waterschappen en NWB Bank naar de geboekte resultaten van de waterschappen op het gebied van energie, klimaat en duurzaamheid.
Activiteiten die per saldo geen negatieve impact hebben op het klimaat en dus niet bijdragen aan klimaatverandering.
Bijdrage van een activiteit, persoon of land aan de klimaatverandering.
Verplichting voor bedrijven met vijftig werknemers of meer om een procedure te hebben voor melding van mogelijke misstanden binnen de organisatie.
Alle langlopende (> 1 jaar) leningen die NWB Bank verstrekt aan klanten, waaronder nieuw afgesloten leningen, overgenomen leningen en leningen waarbij de rente is herzien of de looptijd is verlengd. De investeringen in NHG RMBS-obligaties vallen hier ook onder.
Internationaal akkoord uit 2022 dat doelen stelt om biodiversiteitsverlies wereldwijd tegen te gaan, gericht op natuurbehoud en duurzaamheid.
Toekomstige belastingverplichting waarvan de onderneming al weet hoeveel die zal bedragen.
De verhouding tussen het Tier 1-vermogen en het (gecorrigeerde) balanstotaal van de bank.
De verhouding tussen het Tier 1-vermogen en het (gecorrigeerde) balanstotaal van de bank, waarbij de promotional assets uit het balanstotaal worden gehaald.
Verwachte kredietverliezen door wanbetaling van een klant voor de gehele periode dat een lening loopt.
Een indicator die inzichtelijk maakt of voldoende liquide activa aanwezig zijn om een dertigdaags stressscenario op te vangen.
Proces waarbij banken kortlopende verplichtingen omzetten in langlopende activa, zoals het verstrekken van hypotheken met lange looptijden op basis van kortlopende spaargelden.
Het verwachte verlies van een financiële instelling als een leningnemer niet aan zijn betalingsverplichtingen kan voldoen.
Vereenvoudiging onder IFRS 9, die banken toestaat om aan te nemen dat het kredietrisico van een financieel instrument niet significant is toegenomen sinds de initiële erkenning, zolang het instrument als laag kredietrisico wordt beschouwd.
Strategie om systemische risico’s in een portefeuille te verminderen of te elimineren door het gebruik van derivaten.
Rapportage-item binnen het GRI-raamwerk dat lezers informatie biedt over de strategie en het management van de organisatie. Ook geeft het item context ten aanzien van de gerapporteerde performancedoelstellingen, minimale randvoorwaarden en trends in de mvo-prestaties. Synoniem: (interne) governance.
In het geval van NWB Bank het feit dat er een marge gemaakt wordt tussen ingeleend en uitgeleend geld terwijl de renterisico’s aan beide kanten worden afgedekt.
Handel met voorkennis en oneerlijke beïnvloeding van koersen.
De bepaling over welke onderwerpen een organisatie rapporteert in het jaarverslag wat betreft economie, milieu en sociale thema’s.
Vaste activa die betrekking hebben op tastbare kapitaalgoederen, zoals grond, gebouwen en machines.
Programma van verhandelbaar schuldpapier met looptijden langer dan één jaar.
Strategie gericht op de vermindering van het risico van een specifieke lening binnen een portefeuille door een tegengestelde positie in te nemen.
Tussentijdse evaluatie.
Amerikaanse kredietbeoordelaar.
Geregistreerde obligatie die op naam van een specifieke houder staat en niet vrij overdraagbaar is aan een andere rechtsopvolger.
Ratio met als doel vast te stellen in welke mate langer lopende activa met stabielere vormen van funding worden gefinancierd.
Overeenkomst voor de verrekening van de waarde van posities of betalingen tussen twee of meer financiële partijen.
Verschil tussen de inkomsten en uitgaven in een bepaalde periode.
Net-Zero Standard van het Science Based Targets initiative, waarbij de CO2e-uitstoot gelijk is aan de verwijdering van CO2-e uit de atmosfeer en er dus geen broeikasgassen aan de atmosfeer worden toegevoegd.
Verplichting voor bedrijven met meer dan 500 medewerkers om te rapporteren over hun activiteiten op sociaal en ecologisch gebied.
Lening die niet langer aan de contractuele betalingsverplichtingen voldoet en die de bank beschouwt als problematisch.
Door de staat voorgeschreven rendement op het eigen vermogen bij een staatsdeelneming.
Beleidsnotitie van het Ministerie van Financiën die beschrijft hoe de staat via aandeelhouderschap invloed uitoefent op de koers van ondernemingen om de publieke belangen te borgen.
Schuldeffect uitgegeven door een financiële instelling.
Het NWB Fonds staat op afstand van de bank en biedt waterschappen financiële middelen, zodat zij vanuit hun kerntaken en kernwaarden een bijdrage kunnen leveren aan oplossingen voor de mondiale watervraagstukken.
Het NWB Waterinnovatiefonds staat op afstand van de bank en financiert innovatieve projecten van waterschappen die breed toepasbaar zijn en bijdragen aan de verduurzaming van Nederland.
Schuldbewijs dat niet op naam staat van een begunstigde.
Lening met variabele hoofdsom aan woningcorporaties, die dient om het risicovermogen van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) aan te vullen.
Een financieel actief of verplichting die niet op de balans van een onderneming wordt vermeld, zoals operationele leases of bepaalde derivaten.
Kennismaking- en inwerkperiode van nieuwe medewerkers.
Principe in milieubeheer en duurzaamheidsbeleid dat als één onderdeel van een systeem niet voldoet aan de norm, het hele systeem wordt afgekeurd.
Rekenmethode om de reële waarde van opties vast te stellen.
Datum waarop een lening officieel wordt verstrekt en de financiering begint.
Financiële effecten van duurzaamheidgerelateerde risico’s en kansen voor de organisatie zelf.
Samenwerkingsverband binnen de financiële sector om op transparante wijze de impact op en afhankelijkheid van biodiversiteit te beoordelen en openbaar te maken.
Samenwerkingsverband binnen de financiële sector om transparantie en verantwoording ten aanzien van het klimaatakkoord van Parijs te bevorderen, met name wat betreft CO2e-uitstoot.
Door woninghypotheken gedekt effect, in dit geval Nederlandse hypotheken met een Nationale Hypotheek Garantie verstrekt door een bank.
Deel van de nettowinst dat als dividend wordt uitbetaald aan de aandeelhouders.
Raamwerk en geharmoniseerde meetmethode van het Partnership for Carbon Accounting Financials om de transparantie rond en het bewustzijn over de CO2e-uitstoot te vergroten en de rapportage te bevorderen wat betreft activa, aandelen, projectfinancieringen, staatsobligaties, hypotheken, bedrijfsfinancieringen en onroerend goed.
Het beoordelen, meten en verbeteren van de prestaties van werknemers om de doelen van de organisatie te realiseren.
Lening die aan de contractuele betalingsverplichtingen voldoet.
Poly- en perfluoralkylstoffen, in het milieu schadelijke chemische stoffen.
Samenwerkingsverband binnen De Nederlandsche Bank van de financiële sector, toezichthouders en ministeries met als doel de verduurzaming van Nederland te bevorderen.
Overzicht van de materiële onderwerpen waarbij deze beoordeeld worden naar enerzijds het belang voor het bedrijf zelf, in dit geval NWB Bank, en anderzijds het belang voor de stakeholders.
Werknemer die de werkgever ondersteunt bij de zorg voor veiligheid en gezondheid binnen de organisatie.
De grootte van het risico dat een kredietnemer een lening niet kan terugbetalen.
Proces dat de bank ter besluitvorming uitvoert om een product voor eigen rekening en risico of ten behoeve van haar klanten te produceren of te distribueren. Alle nieuwe producten doorlopen dit proces.
Verantwoordelijkheid die de bank op zich neemt om een bepaald product te voeren.
Actuariële waarderingsmethode die toekomstige salarisgroei projecteert en de kosten van werknemersvoordelen toewijst aan elk dienstjaar, rekening houdend met de tijdswaarde van geld.
Door een promotional bank of instelling verstrekte lening aan een klant of project die bijdraagt aan het publiek belang.
Financiële instelling die met haar activiteiten bijdraagt aan het publiek belang.
Lening ter bevordering van de beleidsdoelstellingen van de centrale overheid, regionale overheid of lokale overheid van een lidstaat van de Europese Unie direct of via een intermediaire kredietinstelling op een niet-concurrerende, non-profitbasis; een lening die is verstrekt door een publiekrechtelijke ontwikkelingskredietinstelling of door een entiteit die door de centrale overheid, regionale overheid of lokale overheid van een lidstaat is opgezet.
Onafhankelijk toezicht op de financiële soliditeit van financiële instellingen om de stabiliteit van het financiële systeem te waarborgen.
Vanuit een overheid geïnitieerde financieel dienstverlener die bijdraagt aan de realisatie van overheidsdoelstellingen.
Richtlijn van de waterschappen voor biodiversiteitsherstel met indicatoren voor beleid, maatregelen en het effect ervan.
Bedrijf als Standard & Poor’s en Moody’s, dat de kredietwaardigheid van ondernemingen, overheden en financiële instrumenten beoordeelt en deze beoordelingen publiceert om investeerders te helpen risico’s in te schatten.
Clausule in een betalingsovereenkomst die de huisbank altijd de mogelijkheid biedt om een tweede, scherpere aanbieding te doen.
Percentage voor de verlaging van de uitstoot van broeikasgassen in vergelijking met 1990, zoals overeengekomen in klimaatakkoorden.
Verwijdering van broeikasgassen uit de atmosfeer met technologieën als koolstofafvang en herbebossing.
Door woninghypotheken gedekt effect.
Belasting die banken betalen als bijdrage aan de kosten van financiële reddingsoperaties, zoals de nationalisatie van een bank.
Richtlijnen voor rapportage van organisaties over hun materiële onderwerpen met bijbehorende milieu-, sociale en economische effecten.
Mate waarin een persoon of organisatie zich blootstelt aan financiële risico’s.
Gestructureerde indeling van verschillende soorten risico’s om de risico’s binnen een organisatie te identificeren, categoriseren en beheersen.
Raamwerk om processen, risico’s en controles in kaart te brengen.
Risicobereidheid, in dit geval wat betreft financiële risico’s van een bank.
Zowel intern als extern gecommuniceerde risicobereidheid van een bank.
Manier waarop het risicobeheer intern is georganiseerd. In het geval van NWB Bank ligt de risk governance vast in het risicomanagementraamwerk.
Proces waarbij de belangrijkste risico’s voor een organisatie worden geïdentificeerd en beoordeeld op hun potentiële impact en waarschijnlijkheid om de organisatiedoelen te beïnvloeden.
Workshops en inspiratiesessies voor alle medewerkers van NWB Bank.
Getekende belofte van de kredietnemer om binnen een bepaalde periode een lening terug te betalen aan de kredietverstrekker.
Omvang van de schuld in verhouding tot de inkomsten.
Een door Duits recht gereguleerde, meestal ongedekte lening op middellange tot lange termijn, die wordt gedocumenteerd door een schuldbekentenis.
Hulpmiddel om op wetenschappelijk beproefde wijze uitstootreductiedoelen te stellen.
Organisatie die bedrijven en financiële instellingen helpt om wetenschappelijk onderbouwde doelen voor de reductie van broeikasgasemissies vast te stellen, in lijn met wat nodig is om de opwarming van de aarde te beperken tot 1,5°C boven pre-industriële niveaus.
De Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE, later SDE+, vanaf 2020 SDE++) is een ministeriële regeling om de productie van schone en duurzame energie te stimuleren.
Voor de financiering van de kredietverlening aan woningcorporaties geeft NWB Bank speciale Social Bonds uit. Bij de uitgifte van deze ESG-obligaties maakt de bank gebruik van de Social Bond Principles van de International Capital Market Association, die in de markt de toonaangevende standaard zijn bij de uitgifte van dergelijke obligaties.
Lening die, indien de uitgever ervan failliet gaat, vóór de meeste andere schulden dient te worden terugbetaald.
Berekening van de gevoeligheid, in dit geval voor mogelijke kredietverliezen bij wanbetaling.
Orgaan binnen de Europese bankenunie dat moet zorgen voor financiële stabiliteit en een ordelijke afwikkeling bij een eventueel faillissement van een bank.
De Single Resolution Board plus de nationale afwikkelingsautoriteiten van landen aangesloten bij de Europese bankenunie.
Systeem van toezicht binnen de Europese bankenunie, bestaand uit de Europese Centrale Bank en nationale toezichthouders van deelnemende landen.
Entiteiten die obligaties uitgeven, waarbij Sovereigns verwijst naar nationale overheden, Supranationals naar internationale organisaties zoals de Wereldbank en Agencies naar overheidsgerelateerde instellingen, zoals NWB Bank.
Risico van een verandering in de kredietwaardigheid van obligaties en leningen.
NWB Bank beschouwt als stakeholders: alle personen en organisaties waarmee zij samenwerkt of die belang hechten aan de maatschappelijke rol die NWB Bank als promotional bank vervult. Tot deze stakeholders rekenen we in ieder geval onze aandeelhouders, klanten, investeerders, medewerkers, toezichthouders en de overheid. Om de natuur en het milieu voldoende stem te geven, beschouwen we milieuorganisaties ook als onze stakeholders. Om te weten wat er bij de stakeholders speelt, is er regelmatig contact met hen: de stakeholderdialoog.
Amerikaanse kredietbeoordelaar, tegenwoordig bekender onder de naam S&P.
Bijeenkomst van een bank en het Joint Supervisory Team van de Europese Centrale Bank in het kader van toezicht op de banken.
Jaarlijks proces waarbij toezichthouders de strategieën, processen en risico’s van banken beoordelen om ervoor te zorgen dat zij voldoende kapitaal en goede risicobeheersingspraktijken hebben om risico’s te beheren.
Adviserende interne commissie binnen NWB Bank voor het opstellen, controleren en waar nodig wijzigen van plannen en beleid met een directe relatie tot duurzaamheid.
Lening waarbij de bank met de klant een aantal duurzame prestatie-indicatoren afspreekt en de klant een korting ontvangt op de rente als hij de doelen behaalt.
In 2015 gelanceerde doelen, opgesteld door de Verenigde Naties en bedoeld als nieuw, richtinggevend denkkader voor duurzame ontwikkeling. Samen met de andere Nederlandse banken wil NWB Bank een actieve rol spelen in de verduurzaming van de economie en daarvoor zijn de SDG's een belangrijk referentiekader.
Steunmaatregelen van de Europese Centrale Bank voor banken, in eerste instantie vanwege de kredietcrisis, daarna vanwege de coronacrisis.
Orgaan binnen de Financial Stability Board om aanbevelingen te ontwikkelen over welke informatie bedrijven openbaar moeten maken om investeerders, kredietverstrekkers en verzekeraars in staat te stellen tot een juiste beoordeling en beprijzing van risico’s omtrent klimaatverandering te komen.
Energiemaat van 1.000.000.000.000 joule, wat overeenkomt met 31.600 kubieke meter aardgas of 278.000 kilowattuur elektriciteit.
Minimumkapitaalregel voor banken en verzekeraars die de aftrekbaarheid van de rente op bedrijfsschulden beperkt.
Risicobeheersingskader waarbij de eerste lijn operationeel management omvat, de tweede lijn risicobeheer en compliance en de derde lijn interne audit.
Kernkapitaal inclusief Additional Tier 1-kapitaal van de bank, uitgedrukt als percentage van het totaal van de risicoposten.
Pakket voor zelfregulering van de Nederlandse Vereniging van Banken, bestaand uit het Maatschappelijk Statuut, de Code Banken en de Gedragsregels.
Schulden van banken aan het publiek, zoals girale tegoeden, spaartegoeden en termijndeposito’s.
Informele informatiebijeenkomst, waarbij in dit geval de directie van NWB Bank alle medewerkers informeert over bijvoorbeeld de jaarcijfers, halfjaarcijfers en de uitkomsten van de jaarlijkse strategiecyclus.
Risico van financiële verliezen als gevolg van de aanpassing naar een duurzame economie, bijvoorbeeld door strengere regelgeving of veranderende marktomstandigheden.
Mechanisme waardoor veranderingen in het financiële beleid of externe schokken de financiële stabiliteit en prestaties van banken beïnvloeden, bijvoorbeeld door renteveranderingen of kredietvoorwaarden.
Ranglijst van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat die de vijfhonderd grootste ondernemingen van Nederland rangschikt op transparantie in mvo-verslaglegging.
Scheiding tussen bestuur en toezichthouders, waarbij het bestuur verantwoordelijk is voor het dagelijks bestuur van de onderneming en een aparte raad van commissarissen toezicht houdt op het bestuur.
Initiatief van de Verenigde Naties dat relevant is voor ondernemingen die op een maatschappelijk verantwoorde manier willen opereren en rapporteren. Het bestaat uit tien principes op het gebied van mensenrechten, arbeidsomstandigheden, milieu en anticorruptie.
De volledige waardeketen van boven naar beneden, dus van de leveranciers tot de klanten en distributeurs.
Model om significante impacts, risico’s en kansen (IRO’s) binnen de gehele waardeketen van een organisatie te identificeren en prioriteren.
Overeenkomst tussen twee partijen om rentebetalingen en hoofdsommen in twee valuta’s uit te wisselen tegen een afgesproken wisselkoers.
Aanspreekpunt voor opvang, advies, ondersteuning en begeleiding bij ongewenst gedrag binnen een organisatie.
Vierluik voor verbinding, motivatie en inspiratie binnen NWB Bank, met de missie, kernwaarden, kernkwaliteiten en het gewaagd doel van de bank.
Situatie dat eerder gereserveerd kapitaal opnieuw ter beschikking komt.
Schematische weergave van de impact van een bedrijf op mens, maatschappij en milieu, meer precies van de waarde die het creëert voor zijn stakeholders en de samenleving.
Model om de activiteiten binnen een organisatie te analyseren en zo in kaart te brengen hoe zij al dan niet waarde creëren voor klanten.
Verandering in de waarde van financiële activa of passiva, veroorzaakt door factoren zoals marktomstandigheden, renteveranderingen of kredietrisico.
Overgang naar hernieuwbare energie om warmte op te wekken.
Aanduiding dat een lening potentiële problemen vertoont die nauwlettend moeten worden gevolgd om verslechtering van de kredietkwaliteit te voorkomen.
ESG-obligatie met het stempel van Green Bond, bedoeld om de activiteiten van waterschappen te financieren.
Afkorting | Omschrijving |
|---|---|
€STR | Euro short-term rate |
ALCO | Asset & Liability Committee |
AOW | Algemene Ouderdomswet |
AUD | Australische dollar |
ava | algemene vergadering van aandeelhouders |
BCMS | Business Continuity Management System |
bhv | bedrijfshulpverlening |
bp | basispunt |
BRRD | Bank Recovery and Resolution Directive |
btw | belasting toegevoegde waarde |
BW | burgerlijk wetboek |
CAD | Canadese dollar |
cao | collectieve arbeidsovereenkomst |
CCA | climate change adaptation |
CCM | climate change mitigation |
CCO | chief commercial officer |
CDD | customer due diligence |
CDS | credit default swap |
CEO | chief executive officer |
CET1 | common equity tier 1 (kapitaalbuffer) |
CFO | chief financial officer |
CHF | Zwitserse frank |
CO2e | koolstofdioxide-equivalent |
COVID-19 | corona virus disease-2019 |
CP | commercial paper |
CPB | Centraal Planbureau |
CRD | Capital Requirements Directive |
CRO | chief risk officer |
CRR | Capital Requirements Regulation |
CRS | credit risk score |
CSA | Credit Support Annex |
CSRD | Corporate Sustainability Reporting Directive |
CSRBB | credit spread risk in the banking book |
CVA | credit valuation adjustment |
DAEB | diensten van algemeen economisch belang |
DC | defined contribution |
DCO | Decentrale overheid |
DGS | Deposit Guarantee Scheme |
DMA | dubbele materialiteitsanalyse |
DNB | De Nederlandsche Bank |
DORA | Digital Operational Resilience Act |
DR | disclosure requirement |
DV01 | dollar value of one basis point |
DVA | debit valuation adjustment |
dVi | de Verantwoordingsinformatie (financiële verantwoording woningcorporaties) |
EAD | exposure at default |
EAPD | European Association of Public Banks |
EAR | earnings at risk |
EBA | European Banking Authority |
ECB | Europese Centrale Bank |
ECL | expected credit loss |
ECP | Euro Commercial Paper |
EIB | European Investment Bank |
ESEF | European Single Electronic Format (Europees digitaal verslaggevingsformaat) |
ESG | Environmental, Social, Governance |
ESRS | European Sustainability Reporting Standards (Europese standaard voor duurzaamheidsverslaggeving) |
EU | Europese Unie |
EU-PAB | EU Paris-Aligned Benchmarks |
EUR | Euro |
FSB | Financial Stability Board |
fte | fulltime-equivalent |
FX | foreign exchange |
GAAP | generally accepted accounting principles |
GAR | Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad |
GBP | Britse pond |
GHG | Greenhouse gas |
GIAS | Global Internal Audit Standards |
GRI | Global Reporting Initiative |
GWh | gigawattuur |
HKD | Hongkong-dollar |
HR | human resources |
HRM | humanresourcesmanagement |
HWBP | Hoogwaterbeschermingsprogramma |
HT | korte termijn van <1 jaar |
IAD | Internal Audit Department |
IAS | International Accounting Standards |
ICAAP | Internal Capital Adequacy Assessment Process |
ICT | informatie- en communicatietechnologie |
IEA | International Energy Agency |
IFRS | international financial reporting standards |
IIA | Institute of Internal Auditors |
ILAAP | Internal Liquidity Adequacy Assessment Process |
ILT | Inspectie Leefomgeving en Transport |
IMVO | internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen |
IPC | irrevocable payment commitment |
IPCC | Intergovernmental Panel on Climate Change |
IPPF | International Professional Practices Framework |
IRO | impact, risk and opportunity |
IRRBB | Interest Rate Risk in the Banking Book |
ISDA | International Swaps and Derivatives Association |
IT | informatietechnologie |
JPY | Japanse yen |
JST | Joint Supervisory Team |
KIWI | Kennismakings- en Introductieprogramma Waterschappen Internationaal |
KMT | kort-middellange termijn van 1-3 jaar |
KNMI | Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut |
KPI | key performance indicator |
KRI | key risk indicator |
KRW | Kaderrichtlijn Water |
KT | korte termijn van <1 jaar |
KVK | Kamer van Koophandel |
LCR | liquidity coverage ratio |
LCRE | low credit risk exemption |
LGD | loss given default |
LMT | lang-middellange termijn van 3-10 jaar |
LT | lange termijn van >10 jaar |
MSCI | Morgan Stanley Capital International |
mvo | maatschappelijk verantwoord ondernemen |
NBA | Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants |
NFRD | Non-Financial Reporting Directive |
NGFS | Network for Greening the Financial System |
NHG RMBS | Nationale Hypotheek Garantie Residential Mortgage-Backed Security |
NII | net interest income |
NOK | Noorse kroon |
NSFR | net stable funding ratio |
NVKS | nadere voorschriften kwaliteitssystemen |
NZD | Nieuw-Zeelandse dollar |
NZE | net zero emissions |
OIS | overnight index swaps |
OR | ondernemingsraad |
ORM | operational risk management |
PAWW | Private Aanvulling WW en WGA (Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten) |
PBAF | Partnership for Biodiversity Accounting Financials |
PCAF | Partnership for Carbon Accounting Financials |
PD | probability of default |
PFAS | poly- en perfluoralkylstoffen |
PNIL | personeel niet in loondienst |
PPI | premiepensioeninstelling |
PPS | publiek-private samenwerking |
rbc | remuneratie- en benoemingscommissie |
RDARR | Risk Data Aggregation and Risk Reporting |
RJ | Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving |
RMA | risicomaterialiteitsassessment |
RMBS | residential mortgage-backed securities |
RTS | regulatory technical standards |
rvc | raad van commissarissen |
Rwzi | rioolwaterzuiveringsinstallatie |
SBTi | Science Based Targets initiative |
SDE++ | Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie |
SDG | Sustainable Development Goal |
SEK | Zweedse kroon |
SER | Sociaal Economische Raad |
SICR | significant increase in credit risk |
SIRA | systematische integriteitsrisicoanalyse |
SLL | sustainability linked loan |
SNK | Stichting Nationale Koolstofmarkt |
SPP | strategische personeelsplanning |
SRB | Single Resolution Board |
SREP | Supervisory Review and Evaluation Process |
SRM | Single Resolution Mechanism |
SSA | Sovereigns, Supranationals and Agencies |
SSM | Single Supervisory Mechanism |
SWOT | strengths weaknesses opportunities threats |
TCFD | Task Force on Climate-Related Financial Disclosures |
tCO2e | ton CO2-equivalent |
TJ | terajoule |
umc | universitair medisch centrum |
UN | United Nations |
USCP | US Commercial Paper |
USD | Amerikaanse dollar |
UTP | unlikely to pay |
UvW | Unie van Waterschappen |
VGBA | Verordening gedrags- en beroepsregels accountants |
VK | Verenigd Koninkrijk |
VN | Verenigde Naties |
VNG | Vereniging van Nederlandse Gemeenten |
vpb | vennootschapsbelasting |
WACC | weighted average cost of capital |
WAVES | Waterschap Analyse- en Verbetersysteem |
Wcw | Wet collectieve warmte |
W&V | winst-en-verlies |
Wft | Wet op het financieel toezicht |
WfZ | Waarborgfonds voor de Zorgsector |
WIA | Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen |
WIF | NWB Waterinnovatiefonds |
woco | woningcorporatie |
WOZ | waardering onroerende zaken |
WRI | World Resources Institute |
WSW | Waarborgfonds Sociale Woningbouw |
Wvp | Wet verbetering poortwachter |
WW | Werkloosheidswet |
ZAR | Zuid-Afrikaanse rand |
NWB Bank
CF Report
Het Nederlands Tekstbureau
Narrative Labs
Portretfoto's directie, raad van commissarissen en medewerkers: Martijn Beekman
Portretfoto's bij interview Lidwin van Velden en Joanne Kellermann: Phil Nijhuis
Foto bij Dunea: Dunea
Foto bij Geothermie Delft: Sander van den Bosch, Geothermie Delft
Foto bij ViA15: ©Ney & Partners - BMD3D - GelreGroen
Foto bij NWB Fonds: Sue Walker van ARC
In geval van vragen en/of opmerkingen over dit jaarverslag verzoeken wij u contact op te nemen via het volgende e-mailadres: persinfo@nwbbank.com.
© 2026 | Nederlandse Waterschapsbank N.V.